Woensdag 19/01/2022

Eerst de doden filmen, en dan sterven

De YouTube-beelden van de chemische aanval op 21 augustus werden gefilmd door Syrische burgerjournalisten. Sommige van hen betaalden met hun leven voor de video's die VS-president Obama aanzetten om militair tussenbeide te willen komen.

Ik was in de wijk Jobar, om halfdrie, toen ik hoorde dat onze naburige wijk Ein Tarma bestookt werd met chemische wapens. Ik trok er meteen naartoe om verslag uit te brengen. Op mijn weg ernaartoe kreeg ik symptomen zoals ademhalingstekort en troebel zicht. Toen ik in de stad aankwam, trof ik veel gewonden aan langs de kant van de weg. Zonder hulp. In het veldhospitaal zag ik wel duizend gekwetsten. Dokters gaven me een injectie met tegengif, waardoor ik me beter voelde. Ik merkte ook dat veel van de aanwezige artsen geïnfecteerd raakten door de chemicaliën, door het gebrek aan noodzakelijke uitrusting."

Hier spreekt Maher, een van de media-activisten die meteen na de chemische aanval van 21 augustus op Ghouta, de oostelijke buitenwijken van Damascus, ging filmen wat er gebeurde. De beelden die hij maakte werden verspreid via YouTube en korte tijd later al met afschuw bekeken door wereldleiders in Washington, Londen, en Brussel. "Als een vader krijg ik het beeld van de man die zijn dood kind vasthield maar niet uit mijn hoofd, huilend terwijl rond hem de chaos kolkte", liet VS-minister van Buitenlandse Zaken John Kerry optekenen in zijn verontwaardigde toespraak van 26 augustus. "De beelden van volledige families die dood in hun bed lagen zonder een druppel bloed of zelfs een zichtbare verwonding, in spasmen kronkelende lichamen; menselijk lijden dat we niet kunnen negeren of vergeten."

De video's lieten er volgens experten geen twijfel over bestaan dat chemische wapens werden gebruikt. Ze toonden kinderen met vernauwde pupillen, stuiptrekkingen en ademhalingsmoeilijkheden - klassieke tekenen van blootstelling aan een zenuwgas zoals sarin. Ze toonden ook de overblijfselen van een dertigtal raketten die gebruikt werden om het gas te dragen, en zo goed als intact waren gebleven. Als ze conventionele explosieven hadden bevat, zouden ze bij de impact gefragmenteerd zijn geweest.

Verpleegpost uitgeroeid

Niet alle media-activisten konden, zoals Maher, nog commentaar geven bij de video's die het geweten van de wereld wakker schudden. Van een vijftal burgerjournalisten in de Zamalka-wijk overleefde alleen Murad Abu Bilal de apocalyptische gifgasaanval. "De chemische aanvallen op de eerste dag van de massamoord eisten de levens van vele media-activisten in Zamalka omdat ze zelf de chemische gifgassen inhaleerden", vertelde Bilal, in een interview dat op YouTube werd geplaatst. "Ze vertrokken om beelden te schieten en informatie te verzamelen. Niemand van hen kwam terug." Een van de dodelijke slachtoffers waar hij naar verwijst was zijn vriend, Khaled Nasouh Naddaf.

Bilal zelf raakte gewond. "Zoals alle overlevenden heeft hij veel ademhalingsproblemen", zegt Bassam Al Ahmed, van de website Center for Documentation of Violations in Syria (CDV) vanuit zijn vluchthaven in Turkije aan De Morgen. Het CDV staat in nauw contact met de media-activisten en registreert de namen van slachtoffers. "Naast de geschatte 1.400 doden zijn er in de getroffen wijken minstens 4.000 gewonden van de chemische aanval, zoals Bilal. Meteen na de chemische aanval konden hulpverleners de mensen enkel helpen met water en het tegengif atropine (zie kader). Door het gebrek aan atropine konden ze deze behandelende stof slechts in kleine hoeveelheden toedienen. Het ging niet eens om een gekeurd geneesmiddel voor mensen, maar om de variant voor veterinair gebruik. Ze krijgen momenteel geen enkele externe hulp omdat ze nog steeds omsingeld zijn door regeringstroepen. Ze worden nog dagelijks bestookt met artillerie. Na de chemische aanval verhevigden de conventionele bombardementen zelfs, voor ons een teken dat het regime bewijslast wou vernielen."

Volgens Bilals getuigenis stierven meerdere verplegers die de slachtoffers wilden helpen. "Sommige paramedici werden zelfs gedood ondanks de maskers die ze droegen, omdat de maskers zelf doordrenkt raakten met de giftige stoffen en gassen. De belangrijkste reden dat ze stierven is dat ze vooraf niet wisten hoe ze de maskers moesten gebruiken."

Andere verpleegposten werden tijdens de aanval uitgeroeid, stelde Bilal vast. "In de medische verpleegpost van Zamalka Al Balad - Al Mazra'a, werden op 21 augustus, om kwart voor twee 's ochtends, 600 mensen verpleegd tijdens het eerste half uur na de aanval met de eerste chemische raket. Daarna landde een tweede raket op het gebouw van de verpleegpost, wat leidde tot de dood van vele patiënten en de volledige staf. Nadien werden daar 400 doden geborgen. Tientallen van deze slachtoffers waren net op het dak of de brandtrappen geklommen om na de eerste aanval naar frisse lucht te happen."

Grenzeloze moed

De veldmedewerkers van het CDV proberen nu de doden een gezicht te geven door hun namen en de plek van het overlijden op te tekenen. Het totale cijfer van 1.400 doden, dat door Kerry naar voren werd geschoven, is volgens Bassam een voorzichtige schatting die nog kan stijgen. "Wij registreerden al de namen van 600 dodelijke slachtoffers van de gifgasaanval, waarvan velen nu in enkele massagraven liggen."

Bassams veldteam in het oosten van Damascus wordt geleid door zijn ondergedoken directrice Razan Zaitouneh (36), die als mensenrechtenadvocate al voor het conflict ijverde voor de vrijlating van politieke gevangenen. "Het hardste was niet de dood op zich", citeerden ze in hun verslag een verpleger na de chemische aanval, "het was de paniek in de ogen van de slachtoffers."

Het Assadregime heeft een prijs op Zaitounehs hoofd gezet sinds haar eerste website - Syrian Human Rights Information Link - twee jaar geleden even de belangrijkste informatiebron was over de moorden en folteringen door het regime. Zaitouneh leeft incognito sinds de staatstelevisie haar na haar berichtgeving over de massamoord in de Omari-moskee van Dera'a in maart 2011 een 'buitenlandse agente' noemde. Haar echtgenoot, Wa'il Al-Hamada, en zijn broer werden toen wel opgepakt en gefolterd.

Zaitounehs moed is volgens Bassam 'grenzeloos'. "Ze bevond zich niet in de wijken waar de chemische aanval plaatsvond, maar trok er toch meteen naar toe om onze medewerkers te coördineren. Nu ben ik wat ongerust, want ik heb al meer dan een dag geen contact meer met haar gehad. De wijk waar ze was werd beschoten."

Twee dagen na de aanval getuigde Zaitouneh wel nog over de chemische aanval op de Amerikaanse website Democracy Now! "Ik heb in mijn hele leven nog nooit zoveel dood gezien", zei ze. "De paramedici vertelden ons dat ze deuren inbeukten van huizen in Zamalka en Aïn Terma. Binnen vonden ze volledige families dood in hun bed. De meeste kinderen haalden het niet. Veel mensen waren hysterisch. Families zochten naar hun kinderen in elke wijk van Ghouta. Kinderen in de verpleegposten huilden om hun ouders. Het was ongelooflijk." Volgens Zaitouneh lijdt het geen twijfel dat het regime achter de aanval zat. "We zijn toch niet zo gek om onszelf en onze kinderen te vermoorden? (...) Waarom twijfelen? (...) Na 100.000 doden en alle misdaden die ze pleegden, doet het regime alles om aan de macht te blijven."

Zaitouneh wees ook met beschuldigende vinger naar 'de apathische houding van de internationale gemeenschap', die deze misdaad tegen de mensheid mogelijk maakte. "Men zette geen enkele stap om van dit criminele regime af te raken. Het regime beschouwde Obama's rode lijn als een leugen, dus waarom zouden ze geen chemische wapens gebruiken om de opmars van het Vrije Syrische Leger rond Damascus tegen te houden?"

Haar medewerker Bassam is vandaag erg voorzichtig om uitspraken te doen over de plannen van VS-president Obama om militair tussenbeide te komen. "Als het zover zou komen, hoop ik alleen dat de belegering van Ghouta eindelijk beëindigd kan worden", zegt hij.

Camera als wapen

Bassam zegt vandaag vooral te hopen dat de wereld de aandacht voor Syrië niet meer loslaat, al vindt hij het tragisch dat er beelden voor nodig waren van vergaste kinderen. Sinds het Syrische conflict in 2011 begon, registreerden Bassam en zijn medewerkers aan de zijde van de oppositie al 72.194 doden, 54.464 burgers en 17.730 strijders die omkwamen bij reguliere gevechten. In de belegerde buitenwijken van Damascus lieten, voor de gifgasaanval van vorige maand, al 16.691 mensen het leven bij beschietingen. Hun namen werden geregistreerd door burgerjournalisten, van wie er volgens Bassam in de voorbije twee jaar al minstens 298 stierven. "Voor alle duidelijkheid", zegt hij, "dat zijn mensen die enkel videobeelden registreerden. Iedereen die stierf met een wapen catalogeren wij als strijders. Onze media-activisten hebben slechts één wapen: hun cameralens."

Over de vraag wat mensen als Bilal, Maher en Zaitouneh beweegt om hun leven in de waagschaal te gooien om het conflict te filmen, hoeft Bassam niet na te denken. "Je wilt tonen wat de wereld anders niet zou zien", vertelt hij, uit eigen ervaring. "Ik begon er spontaan mee in 2011, bij het begin van de opstand. Ik was toen nog leerkracht Arabisch. Een anti-Assadbetoging werd onderdrukt. Er waren geen journalisten. Ik nam mijn telefoon en begon te filmen. Vervolgens uploadde ik de beelden op het internet."

Bassam nam steeds grotere risico's om te filmen en zijn informatie naar de buitenwereld door te spelen. Op een dag in februari vorig jaar werd hij opgepakt en vastgezet bij de inlichtingendienst van de Syrische luchtmacht. "Ze hielden me een goeie maand vast op hun basis. Daarna werd ik overgebracht naar de Vierde Legerbrigade, waar ik nog een maand vastzat. In die periode hebben ze me zes dagen gefolterd, door me tijdens ondervragingen te slaan met stokken en elektriciteitskabels. Na overbrenging naar de gevangenis van Adrar kwam ik na 20 dagen vrij en kon ik de grens overvluchten."

Bassams rol in Turkije is nu cruciaal om informatie over de slachtoffers uit de conflictzone door te spelen naar de rest van de wereld. Bassam werkt getrouw volgens de principes die Zaitouneh hem aanleerde, zoals ze zelf verklaarde toen ze de Anna Politkovskaya-prijs kreeg, in een brief aan de vermoorde Russische onderzoeksjournaliste die mensenrechtenschendingen in Tsjetsjenië aan de kaak stelde.

"Alle gesneuvelden, kinderen, vrouwen, jonge mannen en bejaarden verdienen om hun namen te zien geëerd en onsterfelijk te worden gemaakt. Omdat ze de deur naar de vrijheid hebben geopend. Ze openden een deur die decennia was gesloten, zodat wij ze kunnen volgen op de weg naar een betere toekomst", schreef Zaitouneh. "Deze Syrische bevolking verdient zoveel meer dan het medeplichtige stilzwijgen of timide kritiek van zij die faalden om dit regime voor het Internationaal Strafhof te dagen ondanks het erkennen van zijn misdaden. Al onze activisten creëren een nieuwe geschiedenis voor hun land en hun regio. Ze stichten een thuisland en een toekomst vanuit de as van het geweld, door één van de beruchtste autoritaire regimes ter wereld. Daarom doen we verder, in de nagedachtenis van alle symbolen van waarheid en vrijheid in de wereld, tot vrijheid, gerechtigheid en democratie zullen winnen in Syrië en de rest van de wereld."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234