Zondag 04/12/2022

Eerlijk op het brutale af

Greg Dulli van Afghan Whigs over het licht aan de einde van de tunnel

Het was het jaar van de eerste ruimtewandeling, de moord op Malcolm X, de Stones-classic '(I Can't Get No) Satisfaction'. Een piekjaar voor r&b-labels als Stax en Motown. En: het geboortejaar van Greg Dulli, voorman van de meest sexy en aan soul verknochte rockband van dit tijdsgewricht. Zo weet u meteen waarom de jongste langspeler van Afghan Whigs 1965 werd gedoopt. De zanger ziet de plaat als een nieuw begin. 'Ik ben door de hel gegaan en heb mijn ziel een keer te vaak binnenstebuiten gekeerd. Vanaf nu wil ik me amuseren.'

Dirk Steenhaut

Greg Dulli is in zijn kleedkamer aan de piano gaan zitten en zet 'Desperado' van The Eagles in. Bassist John Curley, die al klaar zit voor het interview, glimlacht verontschuldigend. Zelf druk ik achteloos de opnametoets van mijn bandopnemertje in: wie de gelegenheid krijgt zo'n moment suprême vast te leggen, kan maar beter niet te lang aarzelen. Wanneer de laatste klanken van het lied zijn weggestorven, schuift de zanger zijn stoel bij en kan het gesprek beginnen.

Momenteel lijken alle plooien weer gladgestreken in het Afghan Whigs-kamp. Toch heeft het voortbestaan van de groep aan een zijden draadje gehangen. Na de Black Love-tournee stond het kwartet ruim een jaar op non-actief, raakte het zijn drummer kwijt en diende Greg Dulli een behandeling te ondergaan voor een zware depressie. "En dan waren er nog de strubbelingen met Elektra", vult Dulli aan. "Onze platenmaatschappij dreigde ons langzaam maar zeker te verstikken. Steun kregen we nauwelijks, maar die lui wilden ons ook niet zomaar laten gaan. Het heeft lange, slopende onderhandelingen gekost om onze vrijheid terug te winnen. Al is er meer nodig dan een stelletje geflipte industriebonzen om ons te doen capituleren; daarvoor betekent de band te veel voor ons. En hoewel we tegenwoordig elk in een andere Amerikaanse staat wonen, zijn we nog altijd goede vrienden."

"Toen we begonnen, waren we pas een jaar of 21 en was Afghan Whigs het enige wat we hadden", pikt John Curley in. "Maar je groeit als individu, je wordt een jaartje ouder. En op je 33ste is het belangrijk dat je ook nog een leven hebt buiten de groep."

Toen Greg Dulli Elektra de oorlog verklaarde, trachtte het label hem aanvankelijk te paaien door hem een budget ter beschikking te stellen voor zijn nevenproject The Twilight Singers, met Shawn Smith van Satchel en Harold Chichester van Howlin' Maggie. De cd van het trio, die eigenlijk van voor 1965 dateert, zit al twee jaar in het vriesvak maar verschijnt wellicht nog dit jaar bij Columbia. "Ach, het is een dromerige laatavondplaat waarop de tijd geen vat heeft", relativeert de zanger de vertraagde release. "De songs zijn ook niet te vergelijken met die van Afghan Whigs: ze komen uit een andere plek in mijn psyche. Daarom was het belangrijk dat ik ze opnam zonder de groep. Niet omdat ik niet meer met Rick (McCollum, de gitarist, DS) en John wilde werken, maar omdat het materiaal, net als dat op Congregation, Gentlemen en Black Love, weer erg persoonlijk, intens en weinig opkikkerend was. Je zou de cd van The Twilight Singers als een vervolg op Black Love kunnen beschouwen, alleen klinken de songs wat zachter en trippier. Maar ik vond dat ik de andere Whigs niet kon vragen me nog eens door die donkere tunnel te volgen. Misschien vergde die plaat zelfs iets te veel van mezelf, want zodra ze af was moest ik in therapie."

Een korte vakantie in Hawaï bleek echter wonderen te doen. Bij zijn terugkeer naar New Orleans, waar hij inmiddels een huis had gekocht, zag Greg Dulli het leven weer wat zonniger in en zijn hervonden optimisme had een duidelijke weerslag op de teneur van 1965, een plaat die hij zelf als een wedergeboorte omschrijft. "Een en ander had ook te maken met de omstandigheden waarin de cd tot stand kwam", legt Dulli uit. "Het was hartje winter, maar in New Orleans scheen de zon. En de bars zijn er dag en nacht open. Dat helpt óók."(lacht)

In ieder geval baadt de jongste Afghan Whigs-cd occasioneel in een iets luchtiger sfeer dan we van de groep gewend zijn. De zanger is formeel: "Wie in nummers als 'Somethin' Hot', 'Crazy' of '66' nog enig negativisme kan ontdekken, moet volgens mij dringend naar de zielenknijper. 'Citi Soleil' is zelfs zonder twijfel de meest optimistische song die ik ooit heb geschreven."

Dat zal best, maar toch lijkt het optimisme tegen beter weten in. Dulli knikt bevestigend. "Ik heb in het verleden al heel wat songs geschreven om vooral mezelf ervan te overtuigen dat alles wel in orde ging komen. De Twilight Singers-cd vormt daarop geen uitzondering. 1965 bevat meer licht dan gewoonlijk, maar je hebt gelijk: boven nummers als 'The Slide Song', dat iets van een zelfportret heeft, of 'John the Baptist' hangt nog steeds een donkere schaduw."

De meeste songs op de jongste langspeler van Afghan Whigs gaan over de liefde. Of preciezer nog: over onverzadigbare lust. 'Sweet Son of a Bitch' bestaat niet toevallig uit 22 seconden slaapkamergehijg. De schuldgevoelens, die hier ten tijde van Gentlemen nog onlosmakelijk mee verbonden waren, zijn op 1965 zo goed als volledig weggeëbd, maar als Dulli het over de aantrekkingskracht tussen de seksen heeft, blijkt het niet zelden om een fatal attraction te gaan. Die leidt steevast tot zelfvernietiging, waardoor je als luisteraar de indruk krijgt dat de zanger aan oorlogsverslaggeving doet.

"Ik ben inderdaad gefascineerd door het moment waarop een relatie in een slagveld verandert", geeft hij toe. "En ook wel door het verschil tussen schijn en werkelijkheid. Ik kreeg voor het eerst het gevoel dat iemand de wereld door mijn ogen bekeek, toen ik Blue Velvet zag. Omdat in die film de glans van de dingen werd afgeschraapt en je hun ware, verschrikkelijke aard te zien kreeg. Zelf ben ik vooral geboeid door wat achter de façade schuilgaat. Als artiest voel ik me dan ook nauwer verbonden met een cineast als David Lynch, dan met welke schrijver, schilder of muzikant ook. Blue Velvet bevestigde alles wat ik altijd al had vermoed. Die film had over mijn leven, mijn omgeving kunnen gaan. Toen ik vroeger door de straten van mijn geboortestad zwierf, probeerde ik altijd onzichtbaar te worden om zo de anderen beter te kunnen observeren.

"Het is waar dat ik als songschrijver regelmatig de duisternis opzoek. Maar wie me goed kent, kan het bevestigen: ik trap liever lol dan me in mijn eigen ellende te wentelen. Ik voel me sterker aangetrokken tot humor en schoonheid dan tot de schaduwkanten van het leven. Anderzijds ben ik van nature een nachtmens. En de nacht is het tijdstip waarop je doorgaans figuren tegenkomt die wat te verbergen hebben. Zoiets prikkelt mijn nieuwsgierigheid. Vandaar Black Love, een plaat waarop geheimen centraal stonden: dingen die mensen niet alleen voor elkaar verborgen houden, maar ook voor zichzelf."

De vorige Whigs-plaat had nog een duidelijk begin, middenstuk en einde. Op 1965 daarentegen kun je de bouwstenen probleemloos van plaats veranderen, zonder dat de globale architectuur in het gedrang komt. Maar ondanks die onderlinge verschillen vertonen beide langspelers ook nogal wat thematische gelijkenissen. Na Black Love, dat over de smalle scheidslijn tussen leugen en waarheid ging, wordt ook in recente nummers als 'Somethin' Hot', 'Uptown Again' en 'Omerta' weer flink wat afgelogen.

Greg Dulli reageert verrast. "Daar was ik me volstrekt niet van bewust", zegt hij. "Maar ik ben wel vaak bedrogen geweest in mijn leven. Zelfs door mensen van wie ik weet dat ze om me gaven en me geen pijn wilden doen. Hoe dan ook, ik vind het een schokkende vaststelling dat zoveel mensen zich haast vanzelfsprekend achter leugens verschuilen. Slechts weinigen durven het aan zichzelf te zijn, uit angst bespot of vernederd te worden. Misschien houdt het fenomeen me juist daarom zo bezig. Zelf ben ik in ieder geval eerlijk op het brutale af: ik reageer zo impulsief en spontaan dat ik mensen totaal van streek breng. Kijk, ik beweer niet dat ik me nooit aan leugens heb bezondigd - in het verleden stond ik vaak te kijken van het gemak waarmee ik anderen in het ootje wist te nemen. (stil) Maar ik heb er een hoge prijs voor betaald."

Een van de songs op 1965, 'Omerta', ontleent zijn titel aan een maffiaterm die 'zwijgplicht' betekent. "De waarheid verzwijgen is ook een vorm van liegen", vindt Dulli. "Tegelijk geloof ik dat nogal wat mensen loslippiger zijn dan wenselijk is. Lui die lullen zonder iets te zeggen, die praten over dingen waar ze geen verstand van hebben. Toen ik een jaar of zeven geleden een interview las dat ik aan een Brits blad had gegeven en met mijn eigen uitspraken werd geconfronteerd, dacht ik: 'Verrek, I'm full of shit!' Eerst probeer je jezelf er nog van te overtuigen dat de journalist je woorden heeft verdraaid, maar eigenlijk weet je wel beter. En plotseling kreeg ik een bloedhekel aan de kerel over wie ik las. Dat was een openbaring. Sindsdien besef ik dat je je maar beter niet anders voordoet dan je werkelijk bent."

Schrijvers en kunstenaars nemen het uiteraard óók niet altijd even nauw met de waarheid. Dat beseft Greg Dulli maar al te goed. Zo speelt zijn song 'Citi Soleil', genoemd naar de sloppenwijken van Port-au-Prince, zich af in Haïti, terwijl hij er zelf nog nooit een voet heeft gezet.

"Juist. Voor het eerst in mijn leven moest ik tijdens het schrijven mijn verbeelding gebruiken", lacht de zanger. "Op een dag nam ik in New York een taxi naar de studio, waar ik bezig was een plaat op te nemen met de acteur Denis Leary. Ik heb de gewoonte altijd het licentieplaatje van de chauffeur te lezen en die bleek een Haïtiaan te zijn die Jean Content heette. 'Jawel, mijn vriend, ik ben precies zoals mijn naam suggereert: altijd tevreden', zei de man toen hij merkte dat ik zijn identiteit bestudeerde. Hij was afkomstig uit Citi Soleil, dat hij, Bob Marley indachtig, omschreef als de Trenchtown van Port-au-Prince. We hadden een boeiende conversatie en toen ik uitstapte en hij zag dat ik een gitaar bij me had, voorspelde hij: 'Mijn vriend, op een dag zul je een lied schrijven voor Jean Content.' Ik betaalde en hij nam afscheid met de woorden 'I'll meet you on the sunny side'. En terwijl ik nog op de stoep stond, besefte ik al dat die man me tijdens dat gesprek van twintig minuten zoveel bruikbare ingrediënten had aangereikt dat de song haast zichzelf had geschreven. Eigenlijk had ik Jean Content dus als coauteur moeten vermelden. Vrijwel ieder woord in dat nummer heeft hij me ingefluisterd."

Wie weleens de kleine lettertjes op de platenhoezen van Afghan Whigs leest, weet inmiddels dat de groepsleden grote fans zijn van de uit de jaren zeventig stammende powerpopgroep Big Star. Zo figureerde Jody Stephens, de gewezen drummer van het gezelschap, destijds al op Gentlemen en is voorman Alex Chilton nu te horen als tweede stem in 'Crazy'.

"Alex heeft een fantastisch gevoel voor melodie", zegt Dulli bewonderend. "Toen ik dat nummer schreef, had ik de hele tijd zijn stem in gedachten. En aangezien hij ook in New Orleans woont, heb ik mijn stoute schoenen aangetrokken en hem gevraagd of hij mee wilde zingen. Ik dacht dat hij me af zou schepen, maar hij zei ja, en op een dag kwam hij gewoon langs op zijn fiets. Alleen al samen met hem aan de piano zitten om de zangpartijen in te oefenen, was voor mij een onvergetelijke ervaring. Want in weerwil van zijn reputatie is Alex een uiterst vriendelijke en grappige kerel. En hij heeft een geweldige stem. Je hoort meteen dat hij zich iedere Beatles-harmonie die hij ooit heeft gehoord in het hoofd heeft geprent. Natuurlijk frustreert het zijn fans dat hij alleen nog zijn zin doet en weigert te beantwoorden aan het beeld dat velen van hem hebben. Maar dat maakt hem nu net zo uniek. Alex Chilton is een van de weinigen die de titel 'artiest' echt waardig zijn." Naar de ambitieuze strijkers- en blazersarrangementen op 1965 te oordelen, wil Afghan Whigs tegenwoordig méér zijn dan een doorsnee gitaarband. Als we Greg Dulli mogen geloven, hebben vooral de producties van Curtis Mayfield uit de jaren zeventig model gestaan voor de instrumentale invulling van de nieuwe songs. "Onze volgende plaat dreigt zo majestueus te worden, dat we misschien niet langer in staat zullen zijn de nummers live te spelen", grinnikt hij. "In ieder geval proberen we plaat na plaat onze grenzen te verleggen. Ik wil niet opscheppen, maar ik ken geen enkele groep die klinkt als Afghan Whigs. Zelfs toen we nog bij Sub Pop zaten, waren we al het zwarte schaap van de familie. Dat heb ik altijd cool gevonden. We kwamen op zo'n rebels punklabel terecht omdat die kerels van Sub Pop de enigen waren die in ons wilden investeren. Maar omdat we uit Cincinnatti kwamen, werden we in Seattle met de nek aangekeken. De enige bands waarmee we goed konden opschieten waren Tad en Nirvana: ze kwamen naar onze shows en deelden hun joints met ons. Pas toen Congregation uitkwam en onze soulinvloeden doorschemerden, ging men beseffen dat we de buitenbeentjes waren van de plaatselijke scène. Niettemin blijven we er trots op dat we ooit tot de Sub Pop-familie hebben behoord. Toen Nevermind van Nirvana Michael Jackson van de eerste plaats stootte, hebben ook wij daar met volle teugen van genoten." 1965 draagt, onder meer door de betrokkenheid van The Rebirth Brass Band, duidelijk het stempel van New Orleans. Tracht de groep op haar platen bewust sporen achter te laten van de plaats waar ze worden opgenomen? "Absoluut", knikt Dulli. "Als ik naar Gentlemen luister, hoor ik er Memphis doorheen. En bij Black Love, dat we inblikten in een omgebouwde paardenranch in de bergen van Washington State, hoor ik telkens het ruisen van de bossen. Al onze platen zijn beïnvloed door de omgeving waar ze tot stand kwamen. Mij leek het bijvoorbeeld onvoorstelbaar in New Orleans op te nemen zonder er een brassband bij te halen. We hebben zelfs een paar keer met blazers op het podium gestaan. Onwijs gaaf, man!"

De typische sound van The Big Easy is ook doorgedrongen tot de bonusnummers op de single '66': verrassende covers van James Bookers 'Papa Was a Rascal' en de van Hole bekende Courtney Love-compositie 'Miss World'. Het eerste swingt als de beesten, het laatste klinkt uitgesproken melancholisch. "We spelen het als een voor de stad zo typische begrafenismars", legt Dulli uit.

Wie enkele jaren geleden bij de zanger informeerde naar het onvindbare, want in eigen beheer uitgebrachte debuut van Afghan Whigs uit 1988, ving steevast bot: Big Top Halloween, waarvan de laatste vinylexemplaren in Dulli's kelder lagen weg te rotten, werd door de groep als een te vergeten jeugdzonde beschouwd. Toch ziet het er nu naar uit dat de plaat binnenkort wordt heruitgebracht op cd. "Vergelijk het met het bekijken van jeugdfoto's waarop je een beugel en een bril droeg, een fout kapsel had en kleren aanhad die je moeder voor je had gekocht", zegt bassist John Curley. "Als je twintig bent, vind je die kiekjes gênant, maar op je dertigste kun je er wel om lachen."

"We kunnen nu beter afstand nemen", vult Greg Dulli aan. "We voelen ons goed bij waar we nu staan en hebben daardoor ook vrede met waar we vandaan komen. Sommige van die oude tracks klinken vandaag trouwens nog verrassend fris."

Intussen heeft de zanger ook zijn eerste behoedzame stapjes gezet als filmacteur. Zo is hij te zien in Gun, een televisiedrama van Robert Altman en speelt hij een coke-dealende moordenaar in Monument Ave. van Ted Demme. "Het is natuurlijk een ander medium", zegt hij. "Maar ik krijg stilaan wel de smaak te pakken. In de huid van iemand anders kruipen en trachten te begrijpen wat het personage denkt en voelt, is een fascinerende bezigheid. Je houdt een poosje op jezelf te zijn. In mijn laatste rol moest ik een hoop mensen ombrengen, iets wat ik in het echte leven nog nooit had gedaan. Dat was een vreemde ervaring. Toen ik mezelf achteraf bezig zag op het scherm, schrok ik wel een beetje, ja. It was pretty naughty." (lacht)

En na jaren ploeteren ziet het ernaar uit dat ex-filmstudent Dulli binnenkort ook eindelijk werk zal kunnen maken van zijn eigen langspeelfilm, Spoken in Darkness, naar een roman van Ann Imbrie. "Het is een project waarmee ik al heel lang bezig ben, maar de filmindustrie zit zo mogelijk nog gecompliceerder in elkaar dan de platenindustrie. Ik heb dus eerst wat ervaring moeten opdoen. Eén ding heb ik echter geleerd: als je iets wil maken dat blijvende waarde heeft, mag je niet al te ongeduldig zijn."

De cd 1965 is verschenen bij Columbia/Sony. Afghan Whigs is op zaterdag 10 juli te zien op Zwemdokrock in Lummen (om 22.45 uur) en op zondag 11 juli tijdens het Dour Festival (om 19.45 uur).

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234