Donderdag 21/11/2019

‘Eerlijk: ik ben niet eerlijk’

o ziet een mentalist er dus uit: lange grijze haren, indringende ogen, imposante verschijning. Maar bij Gili is er ook nog die gulle lach. Die zie je niet bij de Uri Gellers van deze wereld. Uri meent het serieus, bij Gili is het om te lachen. Hoewel. Als hij tijdens de voorstelling contact maakt met gene zijde en de doden laat spreken, kun je in het CC van Roeselare een speld horen vallen. En dan mag hij achteraf nog zo roepen dat geesten niet bestaan. Er zijn altijd wel mensen die na het applaus om een privéseance komen vragen. In de kleedkamer hangt zijn smoking uitgeteld en bezweet over een stoel. Het is goed gegaan. Volle zaal, fijn publiek. Gili is in zijn nopjes.

U lijkt voldaan.

Gili: “De adrenaline giert nog door mijn lijf. Als je het goedvindt, ruim ik ondertussen wat op. Straks val ik in een strik en heb ik er geen zin meer in. Het liep vlot vanavond, ja.”

Dat is wel eens anders?

“Het publiek moet meewillen. Aan het begin van elke voorstelling vraag ik de mensen om zich open te stellen. Ook al weten ze dat wat gebeurt niet kan. Ik werk voortdurend met vrijwilligers uit het publiek. Als de eerste al tegendraads doet, volgen er meer. Dat is dodelijk voor het tempo. Een beetje bereidwilligheid en ik garandeer een geslaagde avond.”

U rijgt de ene onwaarschijnlijkheid aan de andere, zonder dat er een zesde zintuig aan te pas komt.

“Wat ik doe, heeft niets te maken met paranormaliteit. Ik creëer een illusie. Hoe ik dat doe, is metier. Mensen hoeven dat niet te weten. Zolang ze maar beseffen dat ik hen op het verkeerde been zet. Ik zeg eerlijk dat ik niet eerlijk ben. Op die manier sta ik recht in mijn schoenen en kan ik me ongegeneerd het een en ander permitteren.”

Dat doen er nog. Alleen claimen zij wel paranormale gaven. Onzin, vindt u?

“Ik zeg niet dat het zesde zintuig niet bestaat. Alleen heb ik het nog nooit bij iemand gezien. Alle paranormaliteiten bij mensen met een zogenaamd zesde zintuig, waren perfect uitlegbaar. Ik heb natuurlijk de hele wereld nog niet ontmoet, maar ik durf toch te vermoeden dat het allemaal op hetzelfde is gebaseerd.”

En dat is?

“We krijgen voortdurend een hoop prikkels. Die allemaal bewust ervaren, is onmogelijk. Een mens moet selecteren of hij wordt zot. Maar de ene registreert meer dan de andere. Vooral vrouwen verwerken meer en trekken daar conclusies uit. Vaak vermoeden ze dan bij zichzelf een zesde zintuig. Omgekeerd is het mogelijk om mensen indrukken, signalen en instructies te geven die ze onbewust oppikken. Daar kom ik in de show al een eind mee.”

U trekt niet zozeer van leer tegen zij die oprecht geloven dat ze over een zesde zintuig beschikken. U haalt vooral uit naar paragnosten die hun klanten onder het mom van een zesde zintuig bewust misleiden?

“Dat zijn de bedriegers: waarzeggers, pendelaars, tarotlezers. Volk dat op beurzen tegen 30 euro per twintig minuten gebakken lucht verkoopt.”

Vorig jaar wilde u alle mediums samenbrengen op een groot feest, Het Bal der Helderzienden. Op de uitnodiging stond geen plaats of datum vermeld. Het was enkel voor de echte. Was het druk?

“Er is geen kat komen opdagen. Enkele weken tevoren hadden we nochtans een focusmoment ingelast. Om middernacht zou ik me vijf minuten lang concentreren op de locatie en het tijdstip van het gebeuren. Om hen een beetje te helpen. Te moeilijk, vonden ze. Oké, zei ik, de fuif is over twee weken, op maandagavond. Vervolgens focuste ik me elke dag om klokslag middernacht op de plaats van de actie. Ik hield vol, want ik wilde graag dat er volk kwam. Mijn broek zou ter plekke zijn afgezakt van verbazing. En ik zou me onmiddellijk hebben geëxcuseerd. Maar niemand pikte het signaal op.”

Waarom wilde het maar niet lukken, denkt u?

“Omdat de mediums niet kunnen wat ze zeggen dat ze kunnen. Ze beweren van alles te weten langs telepathische weg. Met de pendel, de tarotkaarten, een contact met de andere kant. Maar bij een concreet voorstel onder gecontroleerde voorwaarden gaat het plots niet meer. Te veel negativisme, lieten ze nog weten. Ik was nochtans in blijde verwachting. Ik zou hen met open armen hebben ontvangen.”

In uw rubriek voor De laatste show zoemt u in op de technieken die helderzienden toepassen.

“Een daarvan is cold reading. Ik ga de straat op en leg vier toevallige passanten de kaarten. Na afloop informeren we naar hun bevindingen. Aan de hand van de beelden leg ik in de studio het systeem uit. We verdiepen ons ook in magnetisme, healing, telekinese en psychometrie.”

De helderzienden zullen niet lachen.

“Een beetje tegenwind kan geen kwaad.”

Heeft het zogenaamd paranormale u altijd al gefascineerd?

“Ik was twaalf toen ik de Israëlische paranormalist Uri Geller bezig zag op tv. Geweldig vond ik dat. Pas jaren later, op het moment dat ik zelf voorzichtige stappen in het goochelmilieu zette, hoorde ik dat het allemaal fake was. Hoezo, fake? Twee jaar geleden heeft hij het bedrog zelf toegegeven. Maar tegen dan was er al een fortuin gestopt in wetenschappelijk onderzoek naar zijn vermeende gaven. Die man heeft geld gekost. En zelf is hij steenrijk.”

Op welke jonge leeftijd bent u uw carrière als goochelaar begonnen?

“Ik was acht toen ik mijn eerste goocheldoos kreeg. Mijn vader heeft er gelukkig een foto van genomen. De hele lagere en middelbare schooltijd lang heb ik mijn klasgenoten geteisterd met voorstellingen. Geen nieuwe truc of ze waren een lijdzaam publiek. Ik liep school in Don Bosco in Kortrijk. Naar mijn gevoel een ideale plek om op te groeien. De paters hielden er een zeer humanistische visie op na: doe wat je wilt, zolang het goed is voor jezelf en een ander geen kwaad berokkent. We gingen vaak naar de mis, maar dat vond ik niet erg. Meer nog, ik organiseerde er zelf. Toffe eucharistievieringen, met liedjes en al.”

Welke opleiding koos u na het middelbaar?

“Ik deed Latijn-wiskunde en vond het na al die jaren genoeg geweest. Ik zag mezelf niet aan een bureau met mijn neus tussen tekeningen en berekeningen. Ik wilde met mensen werken en werd ergotherapeut. Tot wanhoop van mijn leraar wiskunde. ‘Na al die energie die ik in u heb gestoken’, sakkerde hij. Ik heb vervolgens tien jaar in het vak gestaan. Eerst bij motorisch gehandicapten, daarna bij sociaal verwaarloosden. Ten slotte heb ik in Menen een dagcentrum voor mentaal gehandicapten uit de grond gestampt. Maar mijn trucs liepen steeds beter en op een dag ben ik gesprongen.”

Uw eerste show, zo herinner ik me, was een groots opgezet illusiespektakel. Waar u kwam, verscheen u met een camion vol materiaal. Zweven, doorzagen, verdwijnen, u deed het allemaal.

“Ik had zelfs een ballet bij. Vier meisjes en twee jongens. Maar al na enkele voorstellingen was ik het beu. Ik voelde me te veel een would-be Copperfield. Ik heb me toen in het comedycircuit gesmeten. Daar stond ik dan, zonder al mijn trucs, geestig te zijn. Niet simpel. Ik ben in het begin dan ook afgegaan als een gieter. Dat mocht toen nog. Ik kreeg de kans om te groeien. Vandaag zou dat, tussen al dat komisch geweld, geen waar meer zijn. Stilaan ging ik in mijn comedyshows meer de telepathische en paranormale toer op. Mijn vorige show Gilicatessen vertoonde daarvan de eerste tekenen. Het boeide me altijd al, maar om het publiek nu botweg in mijn paranormale gaven te laten geloven, vond ik erover. Tony Chakra bood als alter ego een uitweg. Op Bataclan tijdens de Gentse Feesten amuseerde hij het publiek met zijn telepathische gaven. Met hem kon ik voluit gaan. Tot ik voor mezelf de juiste toon vond.”

In uw gestage opmars naar succes hield u ook jarenlang café. Probeerde u nieuwe acts eerst uit in De Trukendoos?

“We hebben dat geprobeerd, met een maandelijkse show aan de toog. Daar kwam nauwelijks volk op af. De optredens die we organiseerden in de zaal achter het café hadden meer succes. Maar daar trad ik niet op. Daar speelden Raymond, Guido Belcanto, Johan Verminnen, Riguelle en De Leeuw en Hautekiet. Er stonden parels van concerten op het programma. Nog altijd trouwens. Het café is verkocht aan de neef van mijn vrouw Annick.”

Was u een goede cafébaas?

“Mijn vrouw was de baas. Het café was haar droom. We zochten een huis en botsten op dat leegstaande gebouw in Stasegem. Tof, dachten we. Van het café maken we de living, van de zaal mijn atelier. Maar toen bedachten we dat het leuk zou zijn om de toog in de living te laten staan. Konden we cafeetje spelen op zondagmiddag. Maar van de zondagmiddag kwam het weekend en van het weekend ook de week. Voor we het wisten, gingen we all the way. En dat terwijl geen van ons beiden voorheen ooit een vat had aangesloten. We hebben ons tien jaar lang te pletter geamuseerd. Maar toen was het genoeg geweest. De vele lange nachten eisten hun tol.”

Het was uw beurt om dromen waar te maken?

“Mijn vrouw heeft altijd gesupporterd. Maar me evengoed uitgedaagd. Zonder haar gratie zaten we hier niet. Toen ze me leerde kennen, vond ze dat ik wat te veel aanmodderde. Als je het doet, doe het dan goed, zei ze. Hou op met die plastieken shows. Vervolgens raakte ik helemaal op de dool. Maar dat vond ze niet erg. Zoek maar, zei ze, we zien wel.”

U hebt zich bekwaamd in het doorgronden van mensen. U beschikt, beweert u, over een geoefend oog en een aanzienlijke dosis mensenkennis. Uw vrouw heeft wel veel geluk met een man als u.

“Een mentalist doet alsof hij een zesde zintuig bezit. In mijn shows, en dus binnen door mij gecontroleerde omstandigheden, slaag ik erin de illusie van paranormale gaven te creëren. Daarbuiten ben ik een gewone simpele vent. Als je mij vraagt ‘waaraan denk ik’, zou ik het niet weten. Ik kan je gedachten niet raden.”

Mijn man kan dat wel.

“(onder de indruk) Dan is hij een echte.”

Of anders heeft hij veel geoefend. Wordt u beter met de jaren?

“Zeker. Een illusionist of mentalist werkt met technieken. Hoe beter hij die beheerst, hoe vlotter het loopt.”

Wat hebt u nog niet volledig onder de knie, maar hoopt u ooit te kunnen?

“Ik wil me vervolmaken in suggestiehypnose. Voorlopig is dat nog grijze materie, maar ik ben ermee bezig. Mensen beseffen niet wat ze allemaal kunnen. De techniek van de suggestie opent vele mogelijkheden. Ik hoed me voor het platte vermaak van Rasti Rostelli, maar hij begeeft zich op interessant terrein.”

U bent geen fan van Rasti Rostelli en Jan Bardi. Ze zijn niet duidelijk over hun vermeende paranormale krachten, vindt u. Is er een collega wiens werk u wel kan smaken?

“De Brit Derren Brown, net als ik een fervent aanhanger van het scepticisme. Hij claimt geen bovennatuurlijke gaven. Suggestie, psychologie en showmanschap, daarmee doet hij het. Hij is de gangmaker van een nieuwe lichting illusionisten. Met Uri Geller is mijn verhaal begonnen, maar Brown heeft me op het goede spoor gezet. Ik kan er ontzettend van genieten om hem bezig te zien.”

Hoe komt het, denkt u, dat alles wat ruikt naar het bovennatuurlijke volop navolging vindt?

“Het is van alle tijden. Maar nu neigt het toch wel naar een rage. Het is de crisis waarschijnlijk. Ook al hebben we een dak boven het hoofd, genoeg te eten, gevarieerd onderwijs, toch leeft er een subjectief gevoel dat het slecht gaat. Mensen grijpen dan graag naar het ongrijpbare. Ze zoeken troost in het onverklaarbare, vinden hoop in religieuze en andere bewegingen. Fascinatie voor het bovennatuurlijke sluit daarbij aan.”

Uw succes maakt een merkwaardige beweging. In Vlaanderen geniet u nog weinig bekendheid, maar u vloog de voorbije jaren wel Europa rond.

“In mijn beginjaren dweilde ik de feestjes van de KAV af. Met plezier, maar het mocht wat meer zijn. Helaas kreeg ik zonder goede referenties geen grote opdrachten. En ik miste de grote opdrachten bij gebrek aan goede referenties. Een vicieuze cirkel. De enige manier om eruit te geraken waren kampioenschappen. Eerst nationaal, dan Europees, ten slotte het WK. Ik nam er als enige Belg ooit deel in de categorie Comedy Magic. Ik won er nooit wat, maar kreeg wel internationale aandacht. Die heeft me ooit in New York gebracht voor een act van nog geen tien minuten. Een optreden in de immens populaire Franse tv-show Le plus grand cabaret du monde heeft ook het een en ander losgemaakt. Ik speel nu vaak in Frankrijk. In het Frans, oui oui.”

En zo komt u met een omweg langs het buitenland Vlaanderen binnen. Eindelijk thuis.

“En ik ben er blij om. Niets boven mijn eigen bed.”

Niet slecht eigenlijk dat al die aandacht u nu pas overkomt.

“Ik heb tijd gekregen, veel gezien en overal gespeeld. Van parochiezalen waar een snel op de vloer vastgeschroefde halogeenlamp als belichting diende, tot dure plekken waar een mens alleen in smoking komt. Elke ervaring draag ik mee. Dat maakt alles samen behoorlijk wat bagage. Er is niet zoveel wat mij nog van mijn stuk kan brengen. Het raast niet meer zo hard vanbinnen. Alleen heel even die onrust vlak voor een optreden, dat blijft.”

U weet ook nooit helemaal hoe het zal lopen?

“Geen twee shows zijn dezelfde. Het publiek maakt voortdurend keuzes die de avond mee sturen. Niet alles loopt altijd zoals ik het wil. Mentalisme is geen exacte wetenschap. Dat maakt het keer op keer weer spannend.”

Wat bezielt u toch, dat u altijd weer dat podium op wilt?

“Het is simpel. Ik kan iets wat een ander niet kan en wil dat laten zien. Ik ben ervan overtuigd dat die ander er plezier zal aan beleven. Ik wil ook graag scoren, natuurlijk. Elke keer weer die spanning: zal het lukken, zal ik de zaal binnendoen? En dan dat ene onbetaalbare moment waarop het publiek muisstil is en denkt: fuck, dit kan niet. Ik amuseer me en doe er alles aan om ook het publiek een onvergetelijke avond te bezorgen. Eigenlijk zeg ik: kijk maar, het is tof. En tegelijk: kijk maar, en zie me graag. Wat anders?”

Gili, we love you!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234