Zaterdag 14/12/2019

Eerlijk duurt het langst, behalve in de politiek

theater

doordringende 'coriolanus' van toneelgezelschap dood paard

Het Amsterdamse Toneelgezelschap Dood Paard bouwt gestaag verder aan zijn Shakespeare-reeks. In Coriolanus permitteert het collectief zich minder vrijheden tegenover de Engelse grootmeester dan voorheen, maar zijn aanpak blijft even doordringend.

Antwerpen / Van onze medewerker

Peter Anthonissen

In een pas uitgegeven bundel met drie van de Shakespeare-vertalingen die Manja Topper en Kuno Bakker, twee van de kernleden van Dood Paard, tot nu toe realiseerden, valt het verschil onmiddellijk op. Hun vertaling van Titus Andronicus (1997) neemt negentig pagina's in beslag, die van Julius Caesar (1999) 110, en die van Coriolanus (2001) 170. In het voorwoord geeft het tweetal zelf aan dat ze Titus Andronicus sterk bewerkt hebben en bij Coriolanus weinig hebben 'overgeslagen'. Het verschil in kwaliteit tussen de oorspronkelijke stukken speelt daarbij ongetwijfeld een rol, maar ook de houding van Dood Paard zelf lijkt veranderd. Het collectief heeft aan maturiteit gewonnen, en dat maakt zijn opstelling minder baldadig dan in de beginjaren. Aan scherpzinnigheid heeft de groep echter niets ingeboet. Net als in zijn vorige Shakespeare-voorstellingen, formuleert Dood Paard in Coriolanus een pertinente commentaar op de hedendaagse samenleving.

In tegenstelling tot andere stukken uit Shakespeares latere periode als Macbeth of King Lear wordt Coriolanus (1607-8) weinig opgevoerd. Niet helemaal terecht bewijst Dood Paard. In deze op de Griekse schrijver Plutarchus gebaseerde politieke tragedie analyseert Shakespeare immers op ingenieuze wijze de complexe verhoudingen tussen de machthebbers en het volk dat zij vertegenwoordigen.

De titelfiguur, Caius Martius Coriolanus, is een Romeins legerleider die door zijn oorlogsdaden aanspraak denkt te kunnen maken op de titel van consul. Met zijn vermeende arrogantie echter jaagt hij het volk tegen zich in het harnas. Dood Paard stelt Coriolanus sympathieker voor dan hij bij Shakespeare lijkt. De jongensachtige maar tegelijk stekelige uitstraling van de Vlaming Benjamin Verdonck is dan ook geknipt voor de Coriolanus die de groep voor ogen heeft. In se heeft Coriolanus het goed met de mensen voor, maar hij slaagt er niet in die intenties te communiceren. Hij mist de diplomatie en de tact om te overleven in het politieke bedrijf. Naar 2001 vertaald: hij is onvoldoende mediageniek. Zijn moeder probeert hem daarom te overtuigen "onecht" te zijn en zich, met andere woorden, schijnheiliger te gedragen.

"Moet ik mijn natuur verloochenen?", vraagt Coriolanus zich af. Eerlijk duurt het langst, behalve in de politiek, zo blijkt. Toch valt Coriolanus zelf niet vrij te pleiten: hij is immers aanmatigend genoeg om de consultitel op te eisen. Tegenover hem staat het volk, dat zich beroept op zijn rechten, maar zich terzelfdertijd al te gemakkelijk laat opruien door Coriolanus' politieke tegenstanders en zo zijn democratische stem finaal misbruikt. Dood Paard wijst geen schuldigen aan, maar toont op een genuanceerde manier hoe de beide partijen in dit conflict boter op hun hoofd hebben.

Het collectief laat er geen twijfel over bestaan het over het hier en nu te hebben, maar minder dan in vorige Shakespeare-producties grijpt het daarvoor naar actualiserende verwijzingen in bijvoorbeeld kostumering of scenografie. Het legerhemdje van Benjamin Verdonck en de picknick- en strandsetjes die afwisselend als meubilair en als oorlogstuig dienen, volstaan. Het beste voorbeeld van Dood Paards eenvoudige en doeltreffende aanpak schuilt echter in de vertaling. Aan Shakespeares rijm en ritme houden Topper en Bakker zich niet, maar afgezien daarvan blijven ze soms verrassend dicht bij het origineel. Engelse slagzinnetjes als "Let's go" en "What's the matter?" die het Nederlands jong en eigentijds doen klinken, blijken gewoon te zijn overgenomen uit de oorspronkelijke tekst. Zelfs waar de vertaling vrijer is, leunt ze nog altijd dicht bij Shakespeare aan. Het even grappige als brutale "Flikker op, schimmelpik" komt bijvoorbeeld van "Hence, rotten thing". Dat Bakker en Topper zelf op het toneel staan, geeft hen bovendien de mogelijkheid om de vertaling die op papier staat, af en toe nog directer te maken. Ook die korte afstand tussen vertalen en spelen maakt de kracht uit van de Shakespeare-voorstellingen van Dood Paard.

WAT: Coriolanus WIE: Dood Paard WAAR EN WANNEER: tot en met vrijdag 21/12, telkens om 20.30 uur, in de Kaaitheaterstudio's, Onze-Lieve-Vrouw van Vaakstraat 81, Brussel (tel. 02/201.59.59). Ook op 12/1 in De Werf, Brugge, en van 22 tot 24/1 in Vooruit, Gent.

Het boek met de drie Shakespeare-vertalingen van Manja Topper en Kuno Bakker is verschenen bij Uitgeverij International Theatre & Film Books (Van Halewyck).ONS OORDEEL: Een pertinente commentaar op de hedendaagse samenleving.

Het even grappige als brutale 'Flikker op, schimmelpik' komt van 'Hence, rotten thing'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234