Maandag 15/08/2022

Eerbare burgers op de schietbaan

Ieder wapenincident brengt ze weer negatief in het nieuws. En daar balen ze van, want de 27.000 Vlaamse sportschutters zijn dol op hun sport. 'Mensen denken dat wij tuig zijn. Dat we vol tatoeages staan en eerst een krat whisky achteroverslaan voor we met onze volautomatische geweren loos gaan. Maar de realiteit is anders.'

Eén keer hebben ze het gedaan. Eén keer hebben ze een vriend van school meegenomen naar de schietclub. Eén keer en daarna nooit meer. "Hij vond het geweldig. Tuurlijk, wat dacht je! Maar zijn ouders waren ertegen. Hij moest kiezen: of schieten, of vechtspelletjes spelen op de PlayStation. De twee samen mocht niet. Hij heeft voor zijn PlayStation gekozen."

Jelle Janssens (17) en Jeroen Van Mechelen (18) halen verveeld de schouders op terwijl ze het vertellen. Ze beseffen dat hun hobby geen beste reputatie heeft. Maar dat kan hen niet schelen. Zij zijn gebeten door het schieten. Het is hun passie, hun sport. Minstens drie keer per week trainen ze in de Kempische Schuttersvereniging in Vlimmeren bij Beerse. Twee keer in de maand schieten ze in competitie. Ze halen mooie resultaten. Apetrots zijn ze.

Ze trekken hun speciaal pak aan - een soort korset, dat zorgt dat ze stevig in balans staan. De kolf van hun geweer planten ze in hun schouder. Hun vingers gaan behoedzaam naar de trekker. En dan, in opperste concentratie, lossen ze het schot. Een zachte, doffe knal. Jelle en Jeroen beginnen de training met luchtdrukgeweren. "Totaal ongevaarlijk. Zoals op de kermis", benadrukken ze in koor. Maar hun wapens zien er verraderlijk echt uit. "Mooi hé", zegt Jelle, terwijl hij de lange loop streelt. "Bijna vijf kilo weegt zo'n ding. Met luchtdruk schieten is moeilijker dan met een vuurwapen. De kogel gaat trager door de loop. De minste beweging verpest je schot. Dit is de perfecte training voor het echte werk."

We staan in de luchtdrukstand van de club, naast de bar. Onder onze voeten trilt de grond heel zacht. Luide knallen weergalmen door het hele gebouw. Het 'echte werk' gebeurt in de kelder. Daar is de 50 meterschietstand voor vuurwapens. Daar ruikt het naar dampend kruit en vliegen de kogelhulzen in het rond. Daar gaan Jeroen en Jelle straks schieten. Hun ogen gaan glimmen bij het vooruitzicht.

Schieten ze al lang met vuurwapens? "Vanaf je zestiende mag het onder begeleiding en in competitie", legt Jeroen uit. "Vanaf je achttiende mag je je eigen vuurwapens kopen." Jeroen is pas die leeftijdsgrens voorbij en hij heeft er al drie. Eén pistool en twee geweren. Allemaal .22, het kleinste kaliber waarmee geschoten wordt. De kogels zijn zo groot als twee pinda's. Jelle moet nog wat wachten met zijn aankoop. Tot die tijd traint hij met vuurwapens van de club. "Niet ideaal. Die wapens mag ik niet bijregelen. Zodra ik achttien ben, koop ik mijn eigen geweer."

Hun ouders hebben nooit enig kwaad gezien in hun hobby. Jelles stiefvader schiet ook. Hij heeft het met de paplepel meegekregen. "Mijn twee luchtdrukgeweren liggen bij de zijne in de kluis", zegt hij nonchalant. Jeroen wandelde op zijn dertiende haast per ongeluk een schietclub binnen. Meteen was hij verkocht. "In mijn familie ben ik de enige die schiet, maar mijn ouders steunen me. Mijn kluis staat gewoon in de woonkamer."

Een groot, grijs geval is het. Anderhalve meter hoog, 150 kilo zwaar. "Een gesleur dat het was om ze daar te krijgen", grinnikt Jeroen. "Mijn moeder zeurt soms dat het haar interieur verpest, maar waar moet ik ze anders zetten? Toch niet in de kelder. Daar is het te vochtig. Dan gaan mijn wapens roesten." Boven op de kluis in de woonkamer staan de bekers die Jeroen bij elkaar heeft geschoten.

Jelle en Jeroen zijn de trots van de Vlimmerse club. De jonge generatie, de wissel op de toekomst. En daarom worden ze gekoesterd. "De schietsport vergrijst snel", zucht Luc Brees. Hij is ondervoorzitter van de Kempische Schuttersvereniging én voorzitter van de Vlaamse Schietsportkoepel VSK (18.000 leden). "De meeste sportschutters zijn tussen de 45 en de 75. Jonge leden werven is moeilijk. Elk jaar doen we hier mee aan de Roefeldag in het dorp. Meer dan driehonderd 6- tot 12-jarigen komen daarop af. Ze vinden het het einde. Welke jongen houdt niet van schieten? Maar ja, dan moeten ze hun ouders toestemming vragen om lid te worden (dat kan vanaf zes jaar, IDG). En dan houdt het op. Ze denken dat we gangsters van hun kinderen gaan maken."

Tuig met een punthelm

De anders zo beheerste Brees, advocaat van beroep, maakt zich kwaad. "Mensen hebben snel hun oordeel klaar. Ze denken dat wij tuig zijn. Dat we allemaal een opgekitte Harley Davidson op onze oprit hebben. Dat we rondlopen met een punthelm en vol tatoeages staan en eerst een krat whisky achteroverslaan voor we hier met onze volautomatische geweren loos gaan. De realiteit is wel even anders. We zijn burgers die boven elke verdenking verheven zijn. Al die mensen die bang voor ons zijn, zouden gewoon eens moeten komen kijken."

Het is woensdagmiddag. De bar van de club loopt vol. Grijzende mannen met dikke buiken installeren zich aan de toog. In de stoffige kelder schiet Peter Van Driel (52) zijn M1 leeg. Een halfautomatisch oorlogsgeweer is dat. De Amerikanen gebruikten het in de Tweede Wereldoorlog en noemden het later 'the rifle that won the war'. Vijf kogels na elkaar vuurt hij af. Pang pang pang pang pang. De kogelhulzen ketsen op de grond. Peter heeft een nepbril op, "want die dingen kunnen heet zijn. Moet je niet in je ogen krijgen." Zweetdruppels glimmen op zijn voorhoofd. In zijn oren zitten sponsen dopjes tegen de loeiharde knallen. De meeste mannen op de schietbaan dragen oorschelpen.

Vijf jaar geleden werd Peter lid van de Kempische Schuttersvereniging. "Ik kwam een keer mee met een vriend en vond het meteen geweldig. Ik heb altijd al graag geschoten. Als kind op de kermis, met een loodjespistool in de tuin. Maar dit is leuker. Hier schiet je met echte wapens." Zeker de zwaardere kalibers, met een terugslag en vuurschicht uit de loop, geven hem een kick. ".22, da's voor baby'tjes", zegt hij met een vette grijns op zijn gelaat.

Peter heeft in korte tijd een flinke verzameling vuurwapens opgebouwd. Vandaag gaan al zijn vrije tijd en een groot deel van zijn fortuin eraan op. Per week vuurt hij vijfhonderd kogels af. Hoeveel wapens hij in huis heeft, wil Peter niet kwijt. "Ik wil geen mensen op verkeerde ideeën brengen." Om die reden zit hij ook niet op Facebook. "Al mijn vrienden zitten erop. Ik niet. Ik wil niet dat ze er grapjes over maken. 'Peter gaat weer cowboytje spelen.' Dat soort ongein moet ik niet hebben."

Niet mee te koop lopen

Zijn vrienden weten van zijn hobby, maar de buren heeft hij het niet verteld. "Je loopt er niet mee te koop. Mensen reageren vaak raar." Begrijpt hij dat? "Ach, zij associëren wapens met oorlog en geweld. Voor mij zijn het instrumenten om mee aan sport te doen." Peter zucht. "Sinds die gast in Noorwegen worden we weer beladen met alle zonden van Israël. De schietclubs hebben het weer gedaan! Maar Breivik was een gek alleen." En: "Wie slechte bedoelingen heeft, wordgeen lid van een schietclub. Voor 350 euro koop je een kalasjnikov in een groezelig Brussels café. Ik heb wel wat meer moeten doen voor mijn wapens."

Anders Breivik. Het hoge woord is eruit. De man is sinds zijn moordende raid in juli hét gespreksonderwerp in schietclubs. Breivik was lid van een club in Oslo en doodde met vergunde wapens. Ook Tristan van der Vlis, de Nederlan- der die in april een bloedbad aanrichtte in een winkelcentrum in Alphen a/d Rijn, schoot met wapens die hij volstrekt legaal als sportschutter had bekomen. Kan het hier ook gebeuren?

Luc Brees: "Het is hier al gebeurd. Wij hebben Hans Van Themsche gehad, die in mei 2006 drie mensen vermoordde in Antwerpen. De risicoloze maatschappij bestaat niet. Hoe graag politici ons dat ook willen laten geloven. Je weet nooit wanneer bij iemand de stoppen doorslaan."

Belangrijk verschil echter: Van Themsche was geen lid van een schietclub. De toen 18-jarige tiener stapte op een zonnige dag een wapenwinkel binnen en stond even later met jachtgeweer en munitie op straat. Dat kan vandaag niet meer. Brees: "Na Van Themsche is de wapenwetgeving in België heel erg verstrengd. Wie vandaag een vuurwapen wil kopen, moet via een uitgebreid systeem van checks and balances aantonen dat hij het vertrouwen van de overheid waard is. Je bent zo een half jaar bezig voor je je eerste wapen kunt kopen."

Gezinsuitje

Het is zondagochtend. Verpleegster Annick De Loose drinkt een wijntje in de kantine van de Royal Cody Ghent Rifle Club. Ze heeft net geschoten en dus kan het. "Geen alcohol voor je de weg op gaat", zegt ze. "Je moet wel je hoofd erbij houden." (De wet verbiedt ook dat er alcohol genuttigd wordt voor het schieten.) Annick heeft na jaren van inactiviteit pas de draad weer opgepikt. "Na de geboorte van mijn zoon was ik gestopt. Maar het is zo ontspannend. Je bent even helemaal weg van de wereld. Je zit helemaal in dat schot. De stress van de week valt in een klap van je af."

Annick leerde de sport kennen via haar man Gino Deschrijver die voor de politie werkt. "In het begin was ik bang voor wapens", zegt ze. "Het idee ze in huis te hebben, ik kreeg er de kriebels van." Twee jaar lang heeft Gino zijn vrouw 'gemasseerd' voor ze instemde met de aankoop van het eerste vuurwapen. Nu hebben ze een aparte wapenkamer die voldoet aan de strenge, wettelijk bepaalde veiligheidsnormen: speciale sloten, stalen deuren, driedubbel glas. Op elk wapen moet een slot zitten. Wapens en munitie moeten apart bewaard worden. "Alles zit veilig weg", zegt Annick. "En uiteindelijk zijn het niet de wapens zelf die kwaad aanrichten, maar de mens achter de trekker."

Op de luchtdrukstand geeft vader Gino zoon Joost (12) instructies. "Concentreer je. Adem diep in. Vinger pas op de trekker leggen als je veilig mikt." Annick vertelt hoe Joost gaandeweg geïntrigeerd raakte door het schieten. "Als kleine jongen vroeg hij op een dag of hij het geweer van papa eens mocht zien. We hebben het toen op zijn uitgestrekte handjes gelegd. Hij heeft er stilletjes naar gekeken en het meteen teruggegeven. Hij heeft zelfs niet gevraagd om te mogen mikken."

Annick en Gino hebben hun hobby nooit verborgen voor hun zoon. Heel bewust. "Niets zo gevaarlijk als erover zwijgen. Je moet de nieuwsgierigheid bij zo'n kind wegnemen. We hebben geduldig uitgelegd wat het was en hoe gevaarlijk het kan zijn." Joost schiet al een jaar in competitie. Elke zondag komt hij met zijn ouders mee naar de club. "Daarom is dit ook zo'n fijne sport", zegt Annick. "Je kunt het met het hele gezin doen. Andere vrouwen zitten thuis te wachten tot zoon en man terug zijn van het voetballen of fietsen. Ik doe gewoon mee."

Royal Cody Ghent Rifle Club is een van de oudste schietclubs in ons land (opgericht in 1895) en een van de weinige met een 100 meterbaan. De club is ondergebracht in gebouwen van de Gentse universiteit. "We hebben de naam een vereniging voor dikke nekken te zijn", zegt voorzitter Jan Van der Elst, die van beroep architect is. "Dat komt omdat we zo streng zijn. Wie hier voor het eerst uit het niets komt schieten, komt de eerste paar maanden niet uit de luchtdrukstand."

België heeft een lange wapentraditie, zowel voor sportschieten en jacht als wat de fabricage van en handel in wapens betreft. Dat weerspiegelt zich in de cijfers van particulier wapenbezit in ons land. Uit een enquête van het Vlaams Vredesinstituut in september 2010 bleek dat maar liefst een op de twintig Belgische gezinnen een vuurwapen in huis heeft. Dat is een onderschatting - zo gaat dat bij zelfrapportering -, het echte aantal ligt hoger. België is daarmee een Europese middenmotor. We scoren hoger dan Nederland en het Verenigd Konink- rijk, maar lager dan Frankrijk en Duitsland.

Het Vlaams Vredesinstituut peilde ook naar onze houding tegenover wapens. Twee derde van de respondenten was van oordeel dat er te veel (ook illegale) wapens in ons land circuleren. Tegelijk zeiden ruim zeven op de tien ondervraagden, schutters én niet-schutters, dat ze de schietsport en de jacht legitieme redenen vinden voor particulier wapenbezit.

Royal Cody Ghent Rifle Club legt zich toe op de olympische disciplines. Voorzitter Van der Elst legt uit hoe een olympische wedstrijd snelvuur verloopt. "Over een afstand van 25 meter vuur je met een .22-pistool twee keer dertig kogels snel na elkaar af. De schijf is telkens drie seconden zichtbaar en daarna zeven seconden van je weggedraaid. Het komt erop aan om steeds weer dezelfde handeling zo perfect mogelijk uit te voeren. Het is een concentratie- en behendigheidssport. Topschutters zijn in topconditie. Ze doen aan lopen en powertraining. Ze moeten hun lichaam volledig onder controle hebben. Hun evenwicht, ademhaling, spierspanning... alles moet perfect zijn."

België stuurt volgend jaar geen enkele schutter naar de Olympische Spelen in Londen. "Om kampioenen te kweken moet je jeugdig rekruteren", zegt Luc Brees. "Dat is een van de basisopdrachten van de Vlaamse Schietsportkoepel. Maar hoe begin je eraan? Als je een campagne lanceert, staat iedereen meteen op zijn achterste poten. Jammer, want het is een van de veiligste sporten die er zijn."

Als bewijs noemt Brees de verzekeringspremie die sportschutters jaarlijks betalen: "Raad eens? Anderhalve euro! In geen enkel andere sporttak is die zo laag. (dan cynisch) Of toch, de bridgers betalen even weinig."

Waterratten

Op de 25 meterstand in Gent spant Mireille Uyttendaele de haan van haar jachtgeweer. Ze tuurt door de kijker op de loop en vuurt beheerst. Mireille is 70 en schiet sinds haar 21ste. "Toen kreeg ik mijn eerste wapen van mijn man", vertelt de voormalige doktersassistente. "Ik reed paard en vond dat daar een geweer bij hoorde. In de beginjaren schoten we op waterratten. Mijn man was onderhoudsoverste in een textielfabriek in Wetteren. Aan de oevers van de Schelde krioelde het van de beesten. Je moest wel meteen raak schieten, want anders kwamen de ratten op je af." Paardrijden doet Mireille niet meer - "gaat niet meer met mijn rug" - maar schieten lukt nog wel. Ook haar dochter en schoonzoon (apothekers) zijn lid en zelfs de 17-jarige kleindochter toont interesse. "Ze heeft talent", zegt Mireille trots. "Als ze achttien is, krijgt ze haar eigen geweer."

Mireille heeft vier geweren thuis, maar vandaag heeft ze er maar één meegebracht. Na haar schietbeurt drinkt ze een kopje koffie. Het ge- weer zit opgeborgen in een kluisje in de wapenkamer. Het is een van de vele regels die de veiligheid in de streng gecontroleerde schietclubs moeten waarborgen: geen wapens in de kantine. Andere regels zijn: de trekker mag alleen aangeraakt worden bij het mikken. Als het wapen verplaatst wordt, moet het zichtbaar ontladen zijn. Er mogen nooit meer dan vijf kogels tegelijk in de lader.

Met al het vuur dat in haar tengere lijf zit, ergert Mireille zich dood aan de stemmingmakerij tegen haar sport. "We worden gediscrimineerd", zegt ze. "Ze hebben het altijd op ons gemunt. Maar met een aardappelmesje kun je ook iemand de keel oversnijden. De overheid voert een heksenjacht. Laat ze eerst iets doen aan de illegale wapens. Wij zijn eerbare burgers die zich aan alle regels houden. We weten dat we streng in de gaten gehouden worden."

Mireille oogst niets dan bijval. In een rapport uit maart 2011 schreef het Vlaams Vredesinstituut "dat het systeem (met de sportschutterslicenties, IDG) goed werkt". Maar heeft ze een punt? In 2008 stierven er in Vlaanderen 495 mensen bij een verkeersongeluk. Datzelfde jaar lieten 73 mensen het leven bij een vuurwapengerelateerd incident (waarvan 68 zelfmoorden). Hoeveel van de daarbij gebruikte wapens legaal vergund waren, is onbekend. Dat soort statistieken houdt de politie niet bij.

undefined

˚ In maart 2010 waren in België 740.444 actieve vuurwapens geregistreerd

˚ Hoeveel illegale wapens er in ons land circuleren, weet niemand. De strijd tegen illegale wapens was geen prioriteit in het Nationale Veiligheidsplan 2008-2011

˚ In 2009 waren 43.000 Belgen aangesloten bij een schietclub; ze komen uit alle lagen van de bevolking

˚ De grootste schietsportfederatie is de Vlaamse Schietsportkoepel VSK die 18.000 leden verenigt

˚ De meeste schietclubs in Vlaanderen beschikken over een schietbaan voor luchtdrukwapens en een baan tot 25 meter die geschikt is voor handvuurwapens

˚ Er zijn een vijftal clubs waar op 100 meter kan geschoten worden

˚Sportschutterslicenties worden uitgereikt door de schietsportfederaties. Zij stellen een waslijst door de wet opgelegde voorwaarden. Je moet achttien zijn en lid van een erkende schietclub. Je moet een blanco strafblad hebben. Van je huisarts heb je een medisch attest nodig. Je moet een theoretisch examen en een praktische proef afleggen.

˚Om je voor te bereiden op de proeven kun je een voorlopige licentie aanvragen en ook daarvoor moet je een uittreksel uit het strafregister voorleggen. Met een voorlopige licentie kun je met wapens van de club of van een medeschutter oefenen onder begeleiding van een door de federatie aangestelde lesgever.

˚Met een definitieve licentie kun je (lichtere) types vuurwapens kopen. Luchtdrukwapens zijn volledig vergunningsvrij.

˚Veel sportschutters kopen ook zwaardere wapens. Daarvoor moeten ze een vergunning aanvragen bij de gouverneur. Die stelt aanvullende voorwaarden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234