Zondag 31/05/2020

'Eenzaamheid is het laatste taboe'

Douglas Coupland in de VS op tournee met 'Eleanor Rigby'

Het was de eerste culturele ontdekking die DMB-medewerker Geert Buelens deed toen hij arriveerde in Berkeley: Douglas Coupland zou zijn nieuwe boek komen voorstellen in een plaatselijke boekhandel. Buelens daar naartoe, want hoewel hij nauwelijks romans leest, heeft hij toch het halve oeuvre van deze Canadees achter de kiezen.

Douglas Coupland

Eleanor Rigby

Bloomsbury, New York, 22,95 dollar (of het boek ook vertaald wordt in het Nederlands konden auteur noch uitgeverij bevestigen).

Een eerste vraag zou kunnen zijn: stond men die zaterdagavond in boekhandel Cody's in Berkeley tot buiten aan te schuiven om Douglas Coupland zijn nieuwe roman te horen voorstellen? Of is dit deel van Noord-Amerika intussen zo blasé dat ook deze auteur als passé wordt beschouwd die sinds zijn spraakmakende debuut Generation X (1991) als geen andere van zijn generatie de hoop, kwetsuren en tragikomedie van onze tijd heeft weten te vatten in herkenbare, grappige, aangrijpende en altijd entertainende verhalen? Het antwoord is dat ruim een vijfde van de zowat honderd voorziene stoelen leeg bleef en dat er dus, alles opgeteld, niet eens dubbel zo veel mensen waren als vijf dagen eerder op de voorleesavond van de nochtans overal als Zeer Moeilijk geboekstaafde avant-gardedichters Ron Silliman en Kit Robinson in de concurrerende boekhandel Moe's, honderd meter verderop.

Een tweede vraag moet niet eens gesteld worden. Ja, het publiek bestond - op enkele eeuwig jonge vijftigers, een zwart tienermeisje en een Absolutely Fabulous-kloon na - inderdaad uit blanke Generation X'ers. Ze zijn intussen voldoende uit hun McJobs gegroeid om zich op zaterdagavond kinderoppas te kunnen veroorloven en geen tweede of derde shift te moeten draaien zoals een steeds groeiend aantal van hun landgenoten helaas wel verplicht is te doen om de gasrekening te kunnen betalen.

Cody's heeft een reputatie wat auteursbezoeken betreft: op de bovenverdieping van dit boekenparadijs sieren ingekaderde foto's van onder anderen Salman Rushdie, Norman Mailer, Susan Sontag, Art Spiegelman, Joseph Brodsky, Stephen Jay Gould, Elmore Leonard, Annie Leibovitz, Czeslaw Milosz, Muhammed Ali en Bill Clinton de muren van de voor het overige met lectuur over alle mogelijke godsdiensten gevulde kamer. Een zeer toepasselijke omgeving dus. Want niet alleen gaf de zeer jonge, op de foto boven mijn hoofd welhaast onherkenbaar sprietige Coupland op deze plek zijn allereerste optreden, zingeving is al jarenlang zijn 'unique selling proposition'. Dat lijkt misschien onwaarschijnlijk: hoe kun je tegelijk überhip zijn én totaal geobsedeerd door de betekenis van het leven? Nou, dat kan natuurlijk heel goed. Het zou getuigen van een onwaarschijnlijke onderschatting van onze generatie om te denken dat zij inderdaad zou geloven dat een gsm- en sushi-abonnement de ultieme levensvervulling kunnen garanderen. In het beste boek dat ik van hem las, Microserfs (1995), kruipt Coupland in het hoofd van een programmeur bij Microsoft; hij heeft niet alleen oog en vooral oor voor de bezigheden en het onnavolgbare taalgebruik van deze geek en zijn vrienden, maar ook voor de onvermoede schoonheid van het moderne leven en voor de vele manieren waarop ons bestaan door technologie wordt veranderd. Zijn vorige roman, Hey Nostradamus! (2003) nam een Columbine-achtige schietpartij in een school als uitgangspunt voor een bij wijlen erg overtuigend verhaal over rouw, traumaverwerking en religieus fanatisme.

Zingeving mag dan al een cruciaal onderdeel vormen van Couplands oeuvre, het is natuurlijk niet iets waarmee je makkelijk de lachers op je hand krijgt bij lezingen. En dus ging de auteur tijdens zijn doortocht in Berkeley helemaal voor de postmoderne grapjes en de eindeloze sliert verwijzingen naar gadgets en popcultuur die zijn werk tot een icoon van de jaren negentig maakten. Om zichzelf en het publiek op te warmen begon hij met een Simpsons-quiz. Het is wellicht veelbetekenend dat op het gros van de vragen enkel de quizmaster zelf het antwoord kende. Onze generatie mag dan al volgepropt zijn met overbodige kennis en Simpsons-herhalingen vreten als popcorn, je moet echt wel Douglas Coupland zijn om de personages niet alleen allemaal te kunnen imiteren, maar tegelijk ook nog eens elke gebeurtenis uit de serie te kunnen linken met de naam van de specifieke aflevering waarin ze zich voltrekt. Het publiek lachte niettemin als op commando en de gehandtekende en conceptueel verantwoorde prijzen (koekjes die ook door Simpsons-personages zeer worden geliefd) werden aan de trotse winnaars uitgereikt.

Waarna een act volgde die classici Sortes Virgilianae noemen (Coupland - cool?), maar die hier natuurlijk als een oefening in Toegepaste Hedendaagse Contingentie was bedoeld: Coupland las een toevallig opengeslagen bladzijde uit een door een toeschouwer blind uit het rek genomen boek in de hoop er een orakelwijsheid uit te kunnen debiteren. Zoals meestal wanneer je in het leven dringend advies nodig hebt, viel dat nogal tegen en dus nam de auteur zijn toevlucht tot een anekdote hier en een flauw grapje daar.

Opwarming voorbij, hoog tijd voor de reden van zijn en ons bezoek: Eleanor Rigby, zijn in de Verenigde Staten net verschenen roman. Of het louter promopraat was, is moeilijk uit te maken, maar dit, zo betoogde de Canadees, was het boek dat hij zich voornam te schrijven toen hij zichzelf moeizaam door de helse woestenij van zijn twintiger jaren sleepte. "Eenzaamheid is het laatste taboe", proclameerde hij in dat verband, waarmee hij meteen ook aangaf wat er voor hem met dit boek op het spel stond. Dat taboe heeft hij dan misschien wel gebroken, maar een geslaagd boek is het helaas niet echt geworden. Het is soms slordig geschreven, de plotwendingen zijn vaak wel heel erg kort door de bocht en vooral: het hoofdpersonage-annex-verteller overtuigt niet. Lizz Dunn heet een in alle opzichten onaantrekkelijke en saaie vrouw te zijn, maar zij is even gevat en tot het kaaksbeen gevuld met grappige trivialiteiten, intrigerende theorieën en hippige wisecracks als haar schepper. Dat alles zorgt ervoor dat ook dit boek geen seconde verveelt, maar het effect van afgrondelijke eenzaamheid dat de auteur wou oproepen bereikt hij nooit. Een vrouw wier e-mailadres (eleanorrigby@arctic.ca) tegelijk verwijst naar de emotionele kilheid waar ze onder lijdt als naar die popklassieker van The Beatles ("All the lonely people/ Where do they all come from?") - hoe zou die totaal zonder vrienden en sociaal leven kunnen zijn?

Haar volstrekt gebeurtenisloze bestaan wordt plots overhoop gehaald wanneer er een jonge man in haar leven verschijnt die haar zoon beweert te zijn, het resultaat van een dronken ontmoeting met een Oostenrijker toen ze als zestienjarige op schoolreis was in Rome. Twintig jaar nadat ze hem afstond voor adoptie, blijkt Jeremy een aan MS stervende visionair te zijn. De moeder&zoon-passages geven Coupland de kans zijn geliefde thema's te exploreren: het onontkoombare en frustrerende van familierelaties, het belang van toeval in het bestaan, de zin van het leven en de dood. Uiteraard heeft ook deze roman zijn sterke momenten en nergens krijg je de indruk dat de spirituele zoektocht van de auteur een marketingtruc is geworden. Maar dwingend en diepgaand is het helaas evenmin.

Dat Eleanor Rigby niet, zoals de achterflap van de Amerikaanse editie trompettert, "de eerste belangrijke roman" van deze eeuw is geworden, leek de auteur zelf ook te beseffen. Hij las er, haastig over zijn lettergrepen struikelend, enkele obligate passages uit voor, maar meer dan wat even obligaat gegniffel leverde dit bij het nochtans welwillende publiek niet op. Met meer plezier las hij daarna voor uit zijn volgende boek jPod, een vervolg op Microserfs dat in december zal verschijnen. Het mag een wonder heten dat Coupland de verleiding kon weerstaan om zijn eigen variant op Apple's succesnummer iPod niet met een dubbelzinnige woordspeling g-Pod te noemen. De ons nu al gegunde inkijk - een reeks brieven van werknemers aan hun (alweer!) meest onaantrekkelijke collega - klonk niet onaardig, maar ook hier leek de 'wit' veelal belangrijker dan de inhoud. De drang om onze almaar snellere tijd op de staart te trappen, heeft Coupland jarenlang geïnspireerd, maar een spurt van marathonlengte kan ook hij blijkbaar niet aan. Dat is natuurlijk geen schande, maar misschien moet iemand hem dat ook maar eens influisteren.

Arriveerden we, tot slot, bij de Vragenronde. Die wordt door Coupland blijkbaar zo gevreesd dat hij er alles aan deed het publiek te ontmoedigen. "De eerste vraag is altijd ongelooflijk dom. Nadat ik daar een draai aan heb gegeven, komt dan veelal een vraag die wél interessant is, maar waar ik geen antwoord op heb. En dan is er altijd die gruwelijke derde vraag, waarin iemand het publiek gijzelt met een of ander therapeutisch verhaal." In België zouden de toeschouwers hierdoor wellicht dusdanig geïntimideerd raken dat de Q&A-ronde meteen voorbij zou zijn en de handtekeningjagerij een aanvang zou kunnen nemen. Zo niet in Berkeley. Iemand durfde het aan om die eerste domme vraag te stellen ("Hebt u soms een writer's block?"), een vraag die gezien Couplands duizelingwekkende productie inderdaad niet heel acuut leek, maar waar toch een niet geheel oninteressant antwoord op kwam. Ja, ook veelschrijver Coupland zit weleens vast. Ooit probeerde hij een sapdieet om zo, geplaagd door honger, creatieve visioenen op te roepen, maar de 600 calorieën leverden hem niet de verhoopte 600 woorden per dag op. Het bleek, zoals met alles in het leven, kwestie van door te zetten. Zijn eerste boeken schreef Coupland, zoals de romantische mythe het voorschrijft, 's nachts. Hij was er in die dagen rotsvast van overtuigd dat hij een nachtschrijver zou blijven, maar neen, ook voor hem is het intussen gewoon een job geworden. "Ik sta op, schrijf mijn 700 woorden en tegen de middag ben ik verlost van de drang nog iets te moeten uitrichten die dag. Zalig gevoel." Iemand met schrijverambities wou weten hoe de auteur de vorm van zijn boeken bepaalde. Die vraag leek Coupland uit een Departement Engels te komen en daar had hij - als vroegere kunststudent - geen boodschap aan. Net zoals bij zijn installaties en beeldhouwwerken bepaalt het materiaal de vorm. Terwijl hij nog op de kunstacademie zat, ging een aantal van zijn vrienden naar New York, net toen Jenny Holzer de stad had volgehangen met haar intussen zeer gevierde truisms als "Abstraction is a kind of decadence" of "Ambivalence can ruin your life". "Het leek alsof er iets ontplofte in mijn hersens, toen ik dat zag", aldus Coupland. De woordenboeklemmavorm van Generation X was geboren.

Een slotvraag had kunnen zijn: en hebben wij ook iets bijgeleerd? Ja, hoor. Zijn naam hoort uitgesproken te worden als 'Doug Koop-land'. En vooral: in ons post-postmoderne bestaan, wint de realiteit het soms opnieuw van de fictie. Het beste Coupland-moment kwam dan ook toen we keurig in de rij stonden te wachten om het boek te laten signeren. Voor mij stonden twee meisjes een gesprek te hebben dat sterker was dan de dialogen die de auteur ons had voorgelezen.

"Ik dacht nog, het zou zó cool zijn om naar Canada te verhuizen. Weet je wel, het buitenland, en toch ook weer niet."

"Ja, in tegenstelling tot verhuizen naar pakweg... Texas; geen buitenland, maar eigenlijk toch ook weer wel."

"Yeah, ze kunnen daar niet eens de namen van luxegoederen correct uitspreken."

"En ze bestellen, like, you know, een héle schotel vol vlees."

"Hoe was het in Dallas?", vroeg de op een Duitse legerbasis geboren Coupland tien minuten later, toen hij had ontdekt dat het meisje daar haar Duitse vriendje had leren kennen. "Texas is fantastisch. Het is als leven in het buitenland, hoewel het er natuurlijk geen is." Zo gesteld, was haar inzicht helaas niet catchy meer. De auteur lachte niet en zette vermoeid een zoveelste handtekening.

Zingeving mag dan al een cruciaal onderdeel vormen van Couplands oeuvre, het is natuurlijk niet iets waarmee je makkelijk de lachers op je hand krijgt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234