Zaterdag 14/12/2019

Eenzaamheid

Eenzaamheid in Vlaanderen: ‘Ik wil niet alleen sterven, maar dat zal waarschijnlijk wel gebeuren’

Nadine (62): ‘Mijn dochter is 43, maar dat is alles wat ik weet. Misschien ben ik wel grootmoeder’

Hoewel bijna de helft van de Belgen zich geregeld eenzaam voelt, durven weinigen er openlijk over te praten. Met Eenzaam hoopt Xavier Taveirne dat taboe te doorbreken. In de nieuwe Canvas-reeks getuigen mensen zonder schroom over hun pijnlijk solitaire bestaan. We praatten met twee van hen: de 62-jarige Nadine, die na een tragisch verkeersongeluk verstoten werd door haar familie en de 27-jarige Barend, die door zijn autisme in een depressie belandde, omdat hij moeilijk aansluiting kon vinden bij leeftijdsgenoten.

Nadine: ‘Geen banden meer’

“Hoewel ik meteen heb toegezegd om te getuigen over eenzaamheid, voelde ik me nóg eenzamer nadat ik de aflevering had bekeken. Omdat ik toen nog meer besefte in wat voor een hopeloze situatie ik me bevind.”

“Het is allemaal begonnen met een auto-ongeluk op mijn 17de, waarbij mijn moeder is omgekomen. Mijn toekomstige man reed. We waren op weg om mijn kleine zusjes op te halen van een kamp. Normaal zouden er vrienden meegaan, maar omdat iemand had afgezegd, had ik mijn moeder meegevraagd: ‘Wil je de kleintjes zien dansen aan het kampvuur?’ Dat zij de enige is die het niet overleefd heeft, daar heb ik me lang schuldig over gevoeld. Ze was 39.”

“Daarna heeft mijn hele familie me laten vallen: ik was in hun ogen schuldig aan de dood van mijn moeder. Dat ik twee jaar later getrouwd ben met ‘haar moordenaar’, hebben ze nooit kunnen verkroppen. Terwijl het echt wel een ongeluk was: de remsporen bewezen dat mijn vriend niet te snel reed, en hij had ook niet gedronken. Maar omdat het donker was, hadden we niet gezien dat er een stopbord half verscholen achter een struik stond.”

Je vader heeft jou en je vriend toen een proces aangedaan dat acht jaar heeft aangesleept. Verschrikkelijk: alsof je zelf niet rouwde om je verloren moeder.

“Na dat ongeluk was ik zijn dochter niet meer. Plots bleef hij op zijn 42ste achter met vier kinderen: hij wist niet wat hij met ons moest aanvangen. Ik was al ingeschreven aan de tolkenschool, maar hij heeft toen beslist: ‘Jij bent de schuldige. En omdat jij de oudste bent, zul jij hier het huishouden doen.’ Op mijn 19de was ik het kotsbeu en ben ik thuis weggegaan. Overdag werkte ik, ’s avonds volgde ik een opleiding vertaler-tolk. Op mijn 21ste ben ik mama geworden van een dochtertje.”

“Het enige wat mijn pa interesseerde, was geld. Hij heeft munt geslagen uit de dood van mijn moeder: miljoenen franken heeft hij geïncasseerd. Doordat het proces zo lang heeft aangesleept, heeft mijn man uiteindelijk zelfmoord gepleegd. Waarop mijn schoonfamilie mij zijn dood verweet. Het verhaal heeft zich dus gewoon herhaald.”

Onvoorstelbaar. Hoe oud was je dochter toen je ook je man verloor?

“6 jaar. Hoe leg je dat uit aan een kind? Ik wilde wachten om haar alles uit te leggen tot ze 12 was, maar mijn schoonfamilie heeft het haar zonder mijn medeweten verteld.”

“Ik wilde mijn leven wel herbeginnen. Dat is me ook bijna gelukt: de man die ik na de dood van mijn eerste man heb leren kennen, was de liefde van mijn leven, maar mijn dochter heeft er alles aan gedaan om onze relatie te dwarsbomen. Na zeven jaar relatie heeft die man gezegd: ‘Nadine, ik zie je doodgraag, maar ik kan niet meer wachten.’ En dat was dat.”

“Mijn dochter zie ik ook niet meer. Ik heb in de loop der jaren vijf verzoeningspogingen ondernomen, maar daar kwam ik elke keer nog beroerder uit. Mijn broer en zussen hebben me ook laten vallen: voor hen is hun hele leven verbrod doordat hun moeder gestorven is.”

Je bent in de steek gelaten door iedereen die jou graag zou moeten zien. Hebben je broer of zussen later ook niet meer geprobeerd de banden aan te halen? Je was immers zelf nog maar een tiener toen het ongeval gebeurde.

“Nee. Ze hebben mijn dochter nooit gekend. Ik ben mijn zus eens tegengekomen in de Brusselse metro: ik sprak haar aan, en hoewel ze me herkende, heeft ze zich omgedraaid en is ze doorgewandeld. Als mensen vragen of ik broers of zussen heb, antwoord ik van niet – dan moet ik tenminste het hele verhaal niet doen. Het enige wat ik niet over mijn hart kan krijgen, is zeggen dat ik geen kind heb. Mijn dochter is nu 43. Dat is het enige wat ik weet: ik weet niet waar ze woont, of ze getrouwd is. Misschien ben ik wel grootmoeder.”

“Mijn vader is twaalf jaar geleden gestorven. Ik ben naar zijn begrafenis geweest. Ik stond aan de ene kant, de rest van de familie aan de andere kant. Toen mijn jongste zus zeven jaar geleden gestorven is, vond ik de rouwbrief twee weken ná de begrafenis in mijn brievenbus. Dat was voor mij de druppel: ik heb toen alles verkocht en ben naar Frankrijk vertrokken. Ik dacht daar met mijn talenkennis snel werk te vinden, maar dat bleek een vergissing: Frankrijk is een chauvinistisch en arm land. Ik heb er aan de receptie van een hotel gewerkt en op een festival bier getapt. Daarna ging het van kwaad naar erger en heb ik een paar maanden in mijn auto geslapen. Uiteindelijk heb ik mijn auto moeten verkopen en heb ik met mijn laatste geld een treinticket naar België gekocht.”

Een vreselijk ongeval heeft je hele leven bepaald.

(knikt) “Ik kijk niet meer achterom, want als ik dat doe… Op een zeker moment stond ik zelf op het punt er een einde aan te maken.”

Wat deed je overdag in Frankrijk toen je in je auto sliep?

“Frankrijk is een mooi land: je kunt er veel dingen bezichtigen. En ik ging vaak naar de bibliotheek. (neemt haar portefeuille) Ik heb van elke Franse stad waar ik ben geweest een bibliotheekkaart. Ik ging uren in de bib zitten: daar was het droog en warm, kon ik boeken lezen en surfen op het internet.”

“De twee goede dingen die mijn vader me heeft bijgebracht, zijn de liefde voor klassieke muziek en die voor boeken. Hij kocht vanaf zijn 7de boeken en heeft die allemaal bijgehouden in een openbare bibliotheek. Op het einde van zijn leven had hij 22.000 boeken. Hij huurde lokalen die toegankelijk waren voor het publiek. Mijn moeder en ik organiseerden er boekenbeurzen – Hugo Claus is er zelfs eens geweest.”

“Toen ik 2,5 jaar geleden naar België ben teruggekeerd, ben ik met mijn allerlaatste centen tot in Oostende geraakt. Daar ben ik naar het OCMW gegaan. Maar het was een vrijdag: ‘Ach madammeke, je zult maandag moeten terugkomen.’ Zowel de vrouwen- als de crisisopvang waren volzet.”

Hoe ben je dat weekend doorgekomen?

“Door in mijn slaapzak op een bank in het park te slapen – die slaapzak heb ik nog altijd, als aandenken.”

Word je dan ’s nachts niet lastiggevallen?

“Ja, maar er waren ook lieve mensen die mij koffie, een maaltijd of een dekentje kwamen brengen. De maandag erop ben ik teruggegaan naar het OCMW, om er te horen te krijgen: ‘In Oostende is er enkel ’s winters nachtopvang. Je gaat best naar Brugge.’ Ze hebben toen mijn treinticket naar Brugge betaald.”

“In Brugge was er aanvankelijk ook geen plaats, dus sliep ik weer buiten. In de nachtopvang mag je maar vier nachten na elkaar slapen, daarna moet je drie nachten je plan trekken. Om iedereen een kans op een slaapplek te geven – er zijn maar negen bedden in totaal. Mijn eerste nacht in de nachtopvang vergeet ik nooit. Toen ik me aanmeldde, zei een medewerker: ‘Drinkt u?’ ‘Nee meneer, ik drink niet.’ ‘Jaja, dat zeggen ze allemaal.’ Iedereen heeft vooroordelen over daklozen: we zijn zogezegd allemaal leugenaars en luieriken.”

“In de nachtopvang moet je ten laatste om zeven uur ’s avonds toekomen, en tegen acht uur ’s morgens weer vertrekken. Overdag ging ik naar de bib of zat ik in het park. Dat heb ik een achttal maanden gedaan.”

Dagopvang bestaat niet?

“Jawel, maar de helft van de mensen daar is dronken, en de andere helft stoned. Dat ik continu nuchter was, maakte het wel honderd keer moeilijker: ik besefte alles, terwijl de anderen van de kaart waren.”

“In de dagopvang kun je douchen en je kleren wassen. Verder heb je daar niet veel aan: iedereen zit op elkaars gezicht te kijken. Ik voelde mij eenzaam, want het gespreksonderwerp was veelal: ‘Waar ga ik vandaag een joint kunnen kopen?’ Er zitten veel jongeren, die altijd wel een vriend of een kennis hebben bij wie ze gingen slapen. Maar ik kende niemand.”

“De nachtopvang is gevaarlijk. Ik was er vaak de enige vrouw tussen een hoop dronken, agressieve mannen. En de bewakers zitten beneden tv te kijken! Dat zijn vrijwilligers van soms wel 70 jaar. Hoe verwacht je dat zij agressievelingen in bedwang houden? Waarom zorgen ze niet voor mensen die daarvoor opgeleid zijn en ervoor betaald worden?”

Ik snap dat je het gevoel hebt dat de maatschappij niet naar je omkijkt.

“Er wórdt ook niet naar ons omgekeken! Je bestaat eenvoudigweg niet meer.”

Nadine naast programmamaker Xavier Taveirne: ‘Tot een paar maand geleden zei niemand me ooit gedag. Toen ze kwamen filmen voor 'Eenzaam' waren er twee madammekes die plots wél met me kwamen babbelen: ze wilden op tv.’

Was je continu alleen toen je op straat leefde?

(knikt) “Niemand verraadt zijn slaapplaatsen. Zéker niet als vrouw, uit angst verkracht te worden. Vanuit het OCMW kreeg ik ook de raad nooit aan het station te slapen: daklozen die daar rondhangen zijn vaak beschonken en gedrogeerd. Ik werd aangeraden mannen te mijden, want er zijn er een hele hoop die haatdragend zijn tegenover vrouwen. Ik heb erg gevaarlijke dingen gedaan, maar dat besefte ik op het moment zelf gelukkig niet. Overdag zat ik weleens in een park met vijftien man, maar ik zorgde ervoor dat ik ’s avonds altijd alleen was.”

Was je dan niet bang?

“Natuurlijk. Je slaapt met één oog open. Maar je hebt geen andere keuze, en uiteindelijk val je toch in slaap.”

“Ik poetste wel altijd mijn tanden en schminkte me soms zelfs voor het licht werd, om mijn waardigheid te behouden. Zodra je je laat gaan, is het gedaan met je. Dat redt mij nu nog: je zult mij nooit een hele dag in pyjama aantreffen.”

“Ondertussen woon ik al twee jaar in een sociale woning in Zeebrugge, dankzij het OCMW. Voor een studio van 32 vierkante meter moet ik van mijn leefloon – 928 euro voor een alleenstaande – 550 euro per maand betalen. Ik ben uiteraard blij dat ik een dak boven mijn hoofd heb, maar de toestand waarin ik die studio heb aangetroffen… In de vuilnisbakjes zaten handdoeken met menselijke uitwerpselen. In de oven lag een aangekoekte pizza en de koelkast zag zwart van de schimmel.”

Wanneer heb je je het eenzaamst gevoeld?

“Sinds ik terug in België ben. Ik heb geen thuis meer en ken heel weinig mensen. Ik weet ook niet hoe ik vrienden zou kunnen leren kennen. Er zijn geen banden meer met de mensen van vroeger, en ik ben ergens terechtgekomen waar ik niemand ken.”

“Eigenlijk ben ik constant eenzaam. Want er is niemand. Ook thuis niet. Ik zet de tv op zonder geluid, en zit vaak een boek te lezen of te surfen op het internet, terwijl de radio aanstaat. Ik zou graag een kat hebben, maar ik mag geen huisdier houden. De andere bewoners zijn dan ook nog eens bijna allemaal mensen die hier hun tweede verblijf hebben. Rijke mensen met vooroordelen: in hun ogen ben ik het ‘sociale geval’. Tot een paar maanden geleden zei niemand me ooit gedag. Toen ze kwamen filmen voor Eenzaam waren er twee madammekes die wél met me kwamen babbelen: ze wilden op tv.”

Nadine: ‘Ik kijk niet meer achterom, want als ik dat doe… Op een zeker moment stond ik zelf op het punt er een einde aan te maken.’

“Ik wil mij vooral nuttig kunnen voelen, en dat kan alleen als ik werk. Het zou ook helpen om opnieuw een sociaal leven op te bouwen. Ik kijk elke dag op allerhande jobsites, maar ik heb mijn leeftijd niet mee: ik word straks 63. Vorige maand ben ik naar een jobbeurs geweest in de haven van Zeebrugge. Er was een firma geïnteresseerd omdat ik zes talen spreek – Nederlands, Frans, Engels, Duits, Spaans en Italiaans. Ik ben tot in de laatste ronde geraakt, en hoewel ik de beste kandidate was, wilde men een ploeg van allemaal dertigers. Ik gaf aan dat ze premies krijgen als ze oude mensen in dienst nemen, maar dat heeft niet geholpen. Zodra ze mijn geboortejaar op mijn cv zien, denken ze: ‘Dat is zo’n oud madammeke met van die schapenkrullekes.’ Op die jobbeurs hoorde ik: ‘Je bent nog zo dynamisch voor je leeftijd!’ Dat moeten horen, doet nog méér pijn. Want ik weet wat ik waard ben na 37 jaar werkervaring. Tot zeven jaar geleden heb ik voltijds gewerkt als directie-assistente in een Duitse firma. Dat ik het nu moet stellen met een armetierig leefloon, is vernederend.”

In Eenzaam vertel je dat de armoede je eenzaamheid nog vergroot.

“Absoluut. Gelukkig is er een cultuurbudget bij het OCMW waarmee je boeken kunt kopen of naar concerten kunt gaan: dat is bij mij al snel op. Tien dagen geleden ben ik naar ‘Het zwanenmeer’ gaan kijken in het Brugse concertgebouw. Vorig jaar ben ik naar een kerstconcert geweest in de Brugse kathedraal: ik zat daar alleen. De gemiddelde leefloner is niet geïnteresseerd in cultuur.”

“Ik heb deels zelf voor mijn eenzaamheid gekozen, om niet meer gekwetst te kunnen worden door anderen. Maar ze wordt vergroot doordat ik geen aansluiting vind bij de andere leefloners in de OCMW-centra. Er zijn maatschappelijke werkers die mij hebben gezegd: ‘Nadine, wij hebben geen opleiding gehad voor mensen zoals jij. Wij weten niet wat we met jou moeten aanvangen.’ Als ik zo’n centrum binnenga, voel ik me een vreemde eend in de bijt, en word ik door de anderen aangestaard.”

“Mijn parcours is het omgekeerde van dat van de doorsnee leefloner: ik heb tot mijn 17de een normaal leven gekend, ben naar de universiteit gegaan en heb 37 jaar gewerkt. Maar naar Frankrijk trekken bleek een verkeerde beslissing, en toen ik na vijf jaar terugkeerde, ben ik al mijn rechten verloren. Ik wil écht uit dat OCMW-systeem raken. Ik wil dingen blijven leren, en dat lukt niet in zo’n centrum. Daarom ben ik zo verknocht aan mijn boeken. Zelfs toen ik op straat leefde, zaten er meer boeken dan kleren in mijn rugzakken.”

“Twee jaar geleden zijn er in een paar maanden tijd drie mensen in grote eenzaamheid gestorven in Brugge. Ze werden pas een paar weken later gevonden. Er zou een cel eenzaamheid opgericht worden: nóóit meer iets over gehoord. Ik heb het geluk dat Johan, onze buurtambassadeur, wekelijks langskomt. Anders zou mij dat ook overkomen.”

Johan is ook in de aflevering te zien: hij gaat om boodschappen voor je.

(knikt) “Ik geniet nog tot eind januari van de voedselbank – in Brugge noemen ze dat de ‘sociale kruidenier’, omdat dat mooier klinkt (lacht). Je hebt daar pas recht op als er na al je vaste kosten niet meer dan 61 euro per week overblijft van je leefloon. Johan komt op dinsdagavond mijn verlanglijstje halen, om ’s woensdags mijn boodschappen aan huis te brengen. Vorige week is hij tweeënhalf uur lang gebleven. Ik ga ook dikwijls bij hem langs en ben bevriend geraakt met zijn vrouw. Gelukkig: anders zag ik níémand.”

“Ik wil niet alleen sterven, maar dat zal waarschijnlijk wel gebeuren. Een mens is niet gemaakt om alleen te blijven. Maar ik verwacht wellicht te veel van een partner – ik wil ook niet zomaar met iemand gaan samenwonen om niet alleen te hoeven zijn. Ik wil met hem over van alles kunnen babbelen, plezier kunnen maken, en hij moet ook mijn beste vriend zijn. Vind maar eens zo iemand in mijn situatie! In de OCMW-centra ga ik ’m niet vinden (lacht).”

Hoe zie je je toekomst?

“Geen flauw idee. Allerminst rooskleurig. Soms vraag ik me af of het leven nog wel de moeite waard is. Want het is niet altijd draaglijk. Ik zou zoveel dingen willen doen, maar financieel lukt mij dat niet. Niet alles kost geld, maar al kost het maar een paar euro’s: ik heb ze niet. Elke maand hetzelfde liedje. Ik hoop maar één ding: dat ik werk vind. Ook al weet ik niet meer wáár ik nog moet zoeken.”

“Tegelijk heeft alles wat ik heb doorstaan me gemaakt tot de persoon die ik vandaag ben: een sterke vrouw. Daar ben ik heel erg fier op.”

Wat is je grootste wens?

“Dat mijn getuigenis het taboe rond eenzaamheid kan verkleinen. Dat andere eenzamen, die niet naar buiten kunnen of durven te komen met hun verhaal, zich door mijn getuigenis gesterkt voelen. En dat overheid en politici daadwerkelijk iets ondernemen.”


Barend: ‘Neerwaartse spiraal’

Barend: “Rond mijn 10de is bij mij het syndroom van Asperger vastgesteld. Ik vertoonde bizar gedrag: ik was obsessief bezig met bepaalde dingen, toonde compleet geen interesse in leeftijdsgenoten, speelde altijd alleen en kon moeilijk omgaan met dingen die me niet zinden – wat de hel moet zijn geweest voor mijn ouders (lacht).”

“Ik wist dat ik anders was, maar pas in het middelbaar werd ik geconfronteerd met de gevolgen daarvan: ik mankeerde sociale vaardigheden. Tijdens de eerste jaren van het middelbaar heb ik haast geen woord gezegd tegen mijn medeleerlingen, omdat die sociale knowhow bij mij niet aangeboren is. Gelukkig heb ik het talent om heel analytisch te denken: door te kijken hoe anderen met elkaar omgaan, heb ik me dat eigen kunnen maken. Ondertussen kan ik met wie dan ook op automatische piloot babbelen.”

“Mijn eenzaamheid was het zwaarst in mijn vroege puberteit, toen iedereen opeens sneller volwassen werd. Op de lagere school ben je niet bezig met het feit dat je misschien anders bent. Het verschil tussen mij en de anderen werd veel duidelijker in het middelbaar. Ik werd zwaar gepest in het tweede middelbaar, en dat heeft voor altijd een wonde geslagen. Ik zat in een klas waarin een paar jongens me dag in, dag uit treiterden. Ik had daar geen verweer tegen: ik durfde al niet te spreken tegen mensen die wél vriendelijk waren. Mijn autisme maakte mij asociaal, maar door het pesten ging ik mij nóg meer terugtrekken.”

In de aflevering vertel je hoe je tijdens de speeltijd aan de deur stond te wachten tot de les weer begon. Was er dan niemand die een gesprek met je probeerde aan te knopen, zelfs geen leerkracht?

“Er is af en toe weleens een poging gedaan, maar ik herinner mij vooral dat ik vaak alleen stond. Ik voelde me thuis meer op mijn gemak, omdat ik daar geen leeftijdsgenoten had met wie ik moest zien samen te leven. Ondertussen heb ik geleerd dat ik toen al depressief was, maar dat nog niet wist.”

“In het vierde middelbaar ging het even beter, omdat ik grip begon te krijgen. Ik was terechtgekomen in een fijnere klasgroep. Ik moest nog altijd mijn best doen om uit mijn schulp te komen, maar wanneer ik dat dúrfde te doen, werd het absoluut niet erg bevonden dat ik wat anders was. Ik voelde appreciatie voor mij als persoon. Ik was dat jaar ook finalist van ‘Write Now!’, een schrijfwedstrijd voor Vlaamse en Nederlandse jongeren. Dat was het enige jaar tussen m’n 13de en m’n 23ste dat ik niet depressief was.”

“Veel leerkrachten dachten dat het wel beter zou gaan eens ik aan mijn hogere studies begon. Maar dat werd een teleurstelling. Aan de unief had ik het gevoel dat niks nog vooruitging. Mijn studies draaiden nergens op uit. Niet omdat het mij ontbrak aan begaafdheid, maar omdat ik zo levensmoe was. Ik merkte dat alles zich bleef herhalen, en zelfs een tikkeltje erger werd. Toen wist ik: er is een extremere stap nodig.”

Waarop je jezelf liet opnemen in een PAAZ-afdeling, een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis.

“Ik ben er drie maanden gebleven, de maximumduur. De meeste mensen willen daar weg zodra het wat beter gaat, maar ik voelde dat ik vooruitgang aan het boeken was en uit die neerwaartse spiraal aan het opklimmen was. Ik wilde niet overhaast vertrekken en vond het ook niet erg om daar te zitten. Het was er rustig, met weinig verantwoordelijkheden en veel structuur.”

“Mijn zelfvertrouwen heeft vooral een boost gekregen: voor het eerst in mijn leven voelde ik me sociaal begaafd. Ik kreeg er ook het idee om me in te schrijven aan het RITCS. Ik kamp soms nog met innerlijke demonen, maar het feit dat ik nu in mijn masterjaar zit, toont dat het beter gaat met mij. Voor mijn afstudeerproject ben ik een scenario voor een tragikomische reeks over depressieve mensen aan het schrijven, die zich afspeelt op een psychiatrische afdeling.”

In Eenzaam horen we je vertellen aan Xavier Taveirne dat het wat triest is dat je je authentieke zelf niet kunt zijn.

“Ondertussen heb ik de indruk dat wie ik nu ben, wel mijn authentieke zelf is. Ik ben gegroeid als mens. Maar ergens is het toch een beetje droevig dat de maatschappij niet gemaakt is op maat van mensen zoals ik. Ik heb ergens onderweg iets van mezelf moeten achterlaten.”

Maar heb je daardoor ook iets gewonnen?

“Door me aan te passen, kan ik meer bereiken in mijn leven. Maar ik vraag me af of dat niet bijdraagt aan het feit dat ik me soms ongelukkig voel.”

“Mijn aanleg voor depressie en melancholie vertaalt zich gemakkelijk in lethargie, waardoor ik niets meer gedaan krijg. Zo’n periode begint altijd met de gedachte: ik ben wel héél lui de laatste tijd. Ik ben dan totaal futloos, zowel fysiek als mentaal. De stap om contact te leggen met iemand, is dan al te veel gevraagd.”

Zijn er mensen tegen wie je dan kunt zeggen dat je je niet goed voelt?

“Meestal moet het dan van anderen komen en kies ik voor de makkelijkste optie: netflixen of gamen, soms de hele dag lang, zonder met iemand te praten. Als ik structuur opgelegd krijg, helpt me dat, omdat ik dan verplicht word om weer mee te doen. Dat heeft me ook erg geholpen tijdens m’n periode in het ziekenhuis: daar móét je elke ochtend met de mensen in het ziekenhuis spreken.”

“Sinds mijn opname neem ik elke ochtend een pil. Als ik het goed begrijp, behoort die tot de familie van de antidepressiva, maar ze geeft mij vooral de energie die ik zelf ontbreek.”

Barend: ‘Ik voel me schuldig over mijn eenzaamheid. Als ik iets sterker in het leven stond, zou alles veel makkelijker gaan.’

Kun je omschrijven hoe je je voelt als je eenzaam bent?

“Schuldig. Soms neem ik het mezelf kwalijk: als ik iets sterker in het leven stond en niet zo’n gebrek aan energie had, zou alles veel makkelijker gaan. Maar het probleem met die zelfkritiek is dat ik me daarna nóg slechter voel, en daardoor nóg minder de kracht heb om iets te doen.”

“Voor extraverte mensen kan sociaal contact heilzaam werken: ze putten er kracht uit om er weer tegenaan te gaan. Terwijl het bij introverte mensen zoals ik omgekeerd is: het is voor mij vermoeiend om in gezelschap te zijn; alleen zijn is hetgene waardoor ik mijn batterijen weer oplaad. Ik merk dat het voor mij vermoeiender is om met mijn vrienden om te gaan dan met mijn familie. Bij mijn familie heb ik niet het gevoel dat ik elk moment iets interessants moet vertellen (lacht).”

Je hebt gelukkig dus wel vrienden?

(knikt) “Er zijn mensen die mij graag zien. Ik word voor veel dingen uitgenodigd, maar ik kijk nooit naar mijn Facebook-uitnodigingen, dat is te overweldigend. Als ik dan toch eens ga, vind ik het meestal wel fijn, maar het is al een grote stap voor mij om de kracht te vinden om ergens naartoe te gaan.”

Nodig je soms zelf mensen uit om iets te doen?

“Heel zelden, omdat ik niet op het laatste moment wil afzeggen als blijkt dat ik er geen zin in heb. Ik begin wel vaak online gesprekken.”

Voor de groeiende eenzaamheid onder jongeren wordt vaak met een beschuldigende vinger richting sociale media gewezen. Hoe ervaar jij dat?

“Ik ben ervan overtuigd dat sociale media kunnen helpen om contact te leggen met mensen die je anders niet zou leren kennen. Ik ben een nerd met een interesse in bepaalde videogames en leer online gelijkgezinden kennen met wie ik eindeloze gesprekken voer over bepaalde personages. Dan denk je: er zijn nog mensen zoals ik.”

“Ik heb ook al tweemaal de datingapp OkCupid gebruikt, omdat het begon te wegen dat ik nog geen lief had. Hoewel dat gezien mijn stoornis niet abnormaal was, deed dat me toch onaantrekkelijk voelen. Ik was pas 22 toen ik mijn eerste lief had, en had meteen daarna mijn tweede lief: daardoor beschouwde ik mezelf niet langer als een compleet aseksueel subject. Nu ik weet dat het mogelijk is om een relatie te hebben, ben ik er ook niet meer naar op zoek. Ik wil oprecht geïnteresseerd zijn in een vrouw voor ik een relatie met haar aanknoop.”

Acht op de tien jongeren voelen zich weleens eenzaam. Wordt daarover gepraat?

“Het is geen courant gespreksonderwerp, al heb ik daar zelf geen probleem mee. Ik schaam me niet voor dit gesprek of voor mijn getuigenis op tv. Maar het is wellicht normaal dat jongeren er niet mee te koop lopen: iedereen wil zich vooral van zijn beste kant laten zien. Ik denk dat veel mensen stiekem wachten tot anderen hun gebreken durven te tonen, omdat het dan plots veel acceptabeler wordt om je eigen ervaringen te delen. We zijn bang voor het oordeel van anderen, terwijl het net getuigt van zelfvertrouwen als je zoiets durft toe te geven. Toegeven dat je situatie minder dan perfect is, werkt verfrissend.”

Wat mogen we jou nog toewensen?

“Een heel erg vrolijk kerstfeest, binnenkort.”

Eenzaam, vanavond om 21.20 uur op Canvas. 

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234