Zaterdag 06/06/2020

Eentje voor het nageslacht, en nog eentje, en nog eentje, en nog eentje, en nog eentje...

Een beetje sociale-mediagebruiker kan er niet naast kijken: sinds de opmars van de smartphone wordt het web overspoeld door selfies of zelfportretten. Leiden we aan collectieve zelf-adoratie? En waren onze voorouders even gefascineerd door hun eigen gelaat?

Lady Gaga doet het, de zusjes Obama maakten er al een paar en zelfs de paus poseerde mee: de selfie. Wie zijn sociaal netwerk deelt met tieners, twintigers of zelfs jonge dertigers kan het beamen: ze kijken haast even vaak in de fotolens als in de spiegel. En nu gaat de selfie ook naar televisie: vanavond gaat op VIER 2013 van start. Dat human-interestprogramma volgt tien landgenoten een jaar lang, onder meer aan de hand van het immens populaire digitale zelfportret.

Uitrekenen hoeveel meer zelfportretten we vandaag maken in vergelijking met vroeger is moeilijk. Maar dankzij de fotoapplicatie Instagram krijgen we toch een ruw idee. Sinds een jaar kunnen gebruikers via hashtags of hekjes zoektermen aan hun foto's verbinden. Het gebruik van #Selfie of zelfportret steeg sinds januari van dit jaar met 200 procent en is daarmee niet eens de meest populaire zoekterm van Instagram.

Deze toename aan foto's van eigen gezicht valt op twee manieren te verklaren. "Voor de eerste oorzaak moeten we niet ver zoeken. De opmars van de smartphone zorgt ervoor dat we overal en altijd een fototoestel op zak hebben", stelt sociaal psycholoog Alain Van Hiel, die voor de Universiteit Gent werkt. "Maar sommige psychologen geloven ook dat jongeren vandaag narcistischer zijn dan vroeger."

Nochtans leek er lange tijd een omgekeerde evolutie aan de gang. "Na de Tweede Wereldoorlog groeiden in het Westen generaties op die elementaire behoeften als voedsel en onderdak volledig vervuld zagen. Deze 'post-materialistische' generatie hechtte steeds meer waarde aan zelfontplooiing. Elke nieuwe generatie was volgens onderzoek van de wetenschapper Ronald Inglehart minder bezig met materiële doelstellingen. Uit recentere studies blijkt echter dat generatie Y materieel gewin weer belangrijker vindt dan de babyboomers. Geld, imago en populariteit staan hoger op hun verlanglijstje dan bij hun ouders. Psychologe Jean Twenge ging zelf een stap verder met haar boek Generation Me, dat uitkwam in 2006. Hierin stelt ze dat de huidige generatie er een is van rotverwende, overbeschermde prinsjes. De recente obsessie met het eigen gelaat lijkt een logische uiting van die stelling."

Belachelijke pruilmondjes

Wanneer het gaat om deze nieuwe generatie die de wereld en zichzelf zo graag vastlegt met smartphones, deelt de wetenschap zich op in twee kampen. "Veel onderzoekers gaan ervan uit dat de pubertijd sowieso een heel egocentrische periode is", zegt Vicky Franssen, lector, onderzoeker sociale media en psychologie aan de Arteveldehogeschool Gent. "Jongeren gaan op zoek naar hun identiteit en experimenteren met hun uiterlijk, dat is al generaties lang zo. De jeugd van vandaag is heus niet ijdeler dan die van vroeger. Ik kom uit de jaren tachtig en ook mijn generatie maakte ook foto's van zichzelf. Die portretten toonden we dan aan onze klasgenoten. Het grote verschil is dat pubers hun experimenten met nieuwe kleding, andere kapsels of sexy poses vandaag niet met handvol vrienden delen, maar met een hele contactlijst op sociaalnetwerksites. Bovendien blijven die beelden ook langer bewaard."

Dat ook bekende sterren als popzangeres Rihanna er lustig op los selfiën, beïnvloedt het jonge volkje volgens Franssen ook. "Maar ook dat is geen nieuw verschijnsel, de mens spiegelt zich nu eenmaal graag aan populaire soortgenoten. Uit sociale experimenten blijkt bovendien dat tieners minder emotioneel stabiel zijn dan volwassenen. Tijdens de pubertijd is de mens narcistischer en heeft hij minder verantwoordelijkheidsgevoel." Dat verklaart dan ook de soms smakeloze selfies die op het web circuleren. Instagram telt honderden beelden van tieners die met een droef gezicht poseren op de begrafenis van hun opa, met hashtags als #IMissYouGrandpa #Funeral.

Of Generatie Me ook zal uitgroeien tot volwassenen die leiden aan zelfverafgoding, valt nog af te wachten. Maar Franssen ziet de toekomst optimistisch in. "Oudere jongeren vinden selfies met pruilmondjes al snel belachelijk en ik heb het gevoel dat die dwangmatige selfiefase er een van voorbijgaande aard is."

Feit is dat het menselijke gelaat ons al eeuwen fascineert. "We reageren nu eenmaal op gezichten, zo zijn we geprogrammeerd", merkte Pamela Rutledge, hoofd van het Media Psychology Research Center, op in The New York Times. "Onbewust trekken foto's van het menselijk gelaat ons aan. Onze hersenen verwerken de beelden van gezichten sneller en we zijn alerter wanneer we ernaar kijken. Als je naar een hele pagina foto's kijkt, zijn de beelden die opvallen de close-ups en de zelfportretten van mensen."

Toch duurde het een tijdje voor zelfportretten hun plek innamen in de kunstgeschiedenis. In het westen begonnen artiesten pas in de Renaissance massaal zelfportretten te maken. "Vanaf de zestiende eeuw achtte de mens niet langer God maar zichzelf centraal", zegt cultuurfilosoof Willem Elias van de VUB. "Gods oordeel werd nog steeds hoog aangeschreven, maar de mens achtte zichzelf ook verantwoordelijk voor zijn eigen levensloop. In die periode onderging het beroep schilder een evolutie van ambachtsman tot kunstenaar. De schilder was niet langer een anonieme maker van beelden met religieuze onderwerpen of portretten van de adellijke klasse." De persoonlijkheid van een kunstenaar werd volgens Elias steeds belangrijker, en dat uitte zich in een stroom aan zelfportretten. "Rembrandt schilderde bijvoorbeeld hele reeksen van zichzelf op verschillende leeftijden."

Vóór de zestiende eeuw was het sowieso niet evident om als kunstenaar een zelfportret te maken. Spiegels waren opgeblonken bronzen platen die slechts een povere reflectie toonden. De verdere geschiedenis van het zelfportret laat zich makkelijk raden. "De opmars van de fotografie luidde uiteraard de democratisering van het zelfportret in", zegt Elias.

Polaroids

De eerste selfie dateert overigens uit 1839. De Duits-Amerikaanse chemicus Robert Cornelius nam het kiekje voor de winkel van zijn vader. Vanaf 1880 maakt het zelfportret met een camera een bescheiden opmars. Ook de Belgische schilder Henri Evenepoel experimenteerde met zijn camera voor de spiegel. Een van zijn beroemdste selfies maakte hij in 1898, een jaar voor zijn dood, in een spiegel met deurtjes.

"Zodra camera's uitgerust werden met een autofocus, boomde het zelfportret helemaal. Vanaf dat moment kon je je arm in de lucht steken en zo je eigen gezicht vastleggen", vertelt Elias. De polaroid, die vanaf de jaren zeventig razendsnel geprinte foto's kon maken, was de laatste tussenstap naar digitale selfies. Toen al kon je een snapshot maken, je kraag wat rechter trekken en weer opnieuw proberen.

Vanavond om 21.05 uur gaat op VIER 2013 van start, een programma waarvoor tien Belgen zichzelf en hun naasten één jaar lang in beeld brachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234