Woensdag 23/09/2020

Eenjongen zonder kapsones

Goochelen, of in de tijd die overblijft in oude goochelboeken lezen. Nicholas Arnst (23) heeft van zijn passie een VTM-programma gemaakt. En het werkt nog ook. 'Ik vind het mooier om mensen te verbazen met één lucifer dan met de verdwijning van een vliegtuig.'

De nieuwste ster van VTM is geen VTM-ster zoals we die gewend zijn. Nicholas Arnst praat niet luid, lacht niet overdreven hartelijk en heeft tijdens ons gesprek niet één keer 'zoiets van'.

Nicholas is geen tafelspringer. Vragen over zichzelf vindt hij duidelijk slechts matig interessant.

Het vuur van deze jongen gaat pas echt branden als hij vragen krijgt over de kunst van het goochelen. Dan komt er plots pret in zijn ogen. Dan is het passie die spreekt. Pure passie.

Nicholas Arnst was 12 toen hij op een feestje een goochelaar zag die een munt omhoog liet 'vallen'. "Ik was helemaal betoverd. Dat wilde ik ook kunnen." De knaap begon te oefenen en zou nooit meer ophouden: "Ik ben nogal fanatiek op dat vlak. Als ik door iets gebeten ben, kan ik niet stoppen. De voorbije tien jaar stond mijn leven in functie van het goochelen. Weken en weken oefenen op één truc, en alles lezen wat erover te lezen valt. Ik vind het nog altijd prachtig om oude boeken over de goochelkunst te lezen. Goochelen heeft een traditie die heel ver terug gaat in de tijd, met geheimen die blijven betoveren, en van generatie op generatie worden doorgegeven. Ik houd van de gedachte dat ik deel uitmaak van zo'n eeuwenoude traditie."

Wat je doet lijkt inderdaad eerder traditioneel. Het heeft in elk geval weinig te maken met de grote shows van wereldvermaarde illusionisten als David Copperfield of Hans Klok.

"Ik ben als kind twee keer naar David Copperfield gaan kijken. Ik vond dat niet slecht, maar echt geraakt was ik niet. Ik houd veel meer van het kleine. Mij spreekt het meer aan om mensen te verbazen met één lucifer dan met de verdwijning van een vliegtuig.

"Een van mijn grote helden is Tommy Wonder, een Nederlandse goochelaar die vooral door goochelaars wordt geadoreerd. De eerste keer dat ik hem zag, op een videocassette, zal ik nooit vergeten. Ik snapte er niks van. De hele nacht lang heb ik geprobeerd om zijn show te doorgronden. Tommy Wonder was de zoon van een klokkenmaker. Hij had heel vlugge vingers, technisch was hij extreem goed. Maar ik heb van hem vooral geleerd hoe je, ook met iets heel kleins, magie op een podium doet ontstaan.

"De kunst van het goochelen is misschien wel het best te vergelijken met die van de muzikant. Technische perfectie is niet voldoende. Het genie zit in wat die muzikant daar nog aan toevoegt.

De beste goochelaars zouden zelfs zonder hun trucs nog interessant zijn. Ik heb ooit René Lavand aan het werk gezien, een Argentijnse goochelaar die op zijn negende zijn hand verloor. Toen ik hem zag optreden was hij vierentachtig,

stokoud. Maar wat een persoonlijkheid. Hij moest maar het podium opstappen om de zaal te doen ontploffen. Tijdens het optreden kreeg hij drie staande ovaties, mensen verlieten de zaal met tranen in de ogen. Als ik ooit iets kan maken dat nog maar een beetje van die kracht heeft, zal ik heel gelukkig zijn.

"Ik hou ook veel van Fred Kaps, een Nederlandse goochelaar die wereldberoemd was in de jaren zestig. Net als Tommy Wonder en Lavand wilde Kaps niet in de eerste plaats laten zien wat hij allemaal kon. Zo had hij een truc waarbij het zout uit zijn hand bleef lopen. Hij deed dan alsof hij het niet kon stoppen, alsof de magie hem zelf overkwam. Dat is een heel andere, in mijn ogen veel interessantere aanpak dan die van de goochelaar die vooral laat zien wat hij allemaal kan.

"Eigenlijk zegt zo'n goochelaar: 'Ik ben slimmer dan u.' Dat zegt mij niet veel. In plaats van mensen bij de neus te nemen, probeer ik hen mee te nemen in de betovering. In de interactie met het publiek ligt volgens mij de ware kunst. Magie bestaat niet, tenzij in de hoofden van de mensen die ernaar kijken. Daar, in die hoofden, gebeurt het wonder."

Zoals er iets wonderlijks gebeurde met die jonge meisjes uit Leuven, die je in de eerste aflevering betoverde met een blikje Tonic.

"Het zijn hun reacties die het verschil maken, niet? De truc die ik deed, is een oude truc waaraan ik een paar subtiele verschillen heb aangebracht die het voor mij iets straffer maakten. Maar om die truc draait het hier eigenlijk niet. Het was denk ik zo'n leuke tv omdat je oprechte verbazing zag bij die meisjes. Het gaat hier over de wisselwerking tussen goochelaar en publiek, veel meer dan over de truc."

Goochelen heeft een wat oubollig imago. Was je verrast dat een commerciële zender als VTM er nog in wilde investeren?

"Het is niet zo verrassend als je weet wat er in het buitenland allemaal gebeurt. In Amerika heb je bijvoorbeeld David Blaine, en zijn street magic. Hij is heel invloedrijk geweest, ook voor mij. Blaine is een straatgoochelaar. Hij stapt op de mensen af, doet een trucje, en laat dan de reacties spreken. Het is allemaal heel natuurlijk, zonder scenario, ruw gefilmd.

"Street magic is een mijlpaal geweest. Het is de naam geworden voor een hele stroming nieuwe, bijzonder populaire goochelaars, zoals Chris Angel en Dynamo. Eerlijk gezegd denk ik dat er ook geen Nicholas was geweest zonder David Blaine. Hij heeft de goochelkunst de 21ste eeuw binnen geloodst. Paradoxaal genoeg is wat hij doet in wezen heel klassiek en traditioneel. Het is back to the roots: de straat op, een trucje laten zien, en dan zien hoe de mensen reageren."

Ken je het schilderij De goochelaar van Jeroen Bosch?

"Een prachtig schilderij. Het vertelt precies waar het ook vandaag nog om draait. Een goochelaar, en daarrond: verwonderde mensen. De truc die Bosch afbeeldt, wordt vandaag trouwens nog altijd opgevoerd. Dat is die traditie waar ik het daarnet over had."

Meteen na de eerste aflevering verschenen op het internet al filmpjes waarin je trucs werden verklaard. Bederft dat je pret?

"Nee, helemaal niet. Ik denk dat het een natuurlijke reactie is. Wie iets niet begrijpt, gaat op zoek naar een verklaring. Ik probeer ook niet te verhullen dat mijn trucs illusies zijn. Voor iemand als Uri Geller, een illusionist die zegt dat hij over paranormale gaven beschikt, is dat natuurlijk een ander verhaal. Als zijn truc wordt uitgelegd, is hij ontmaskerd als een leugenaar.

"Je zou kunnen zeggen dat ik een eerlijke leugenaar ben. Ik lieg zoals een acteur liegt. Het publiek weet dat de acteur die voor hem staat een rol speelt, en toch gaat dat publiek, als de acteur goed speelt, helemaal mee in die leugen. Niet toevallig ben ik de voorbije jaren heel intensief met toneel bezig geweest. Personage-ontwikkeling, spanningsboog, podiumgebruik, het is allemaal minstens zo belangrijk als het technische aspect van een truc."

Wat jij doet lijkt me eerder 'under-acting'.

"Toen ik nog een jonge, beginnende goochelaar was, kreeg ik het advies om vooral mezelf te zijn. Dat klinkt heel eenvoudig, maar ik heb er jaren over gedaan om 'mezelf' te vinden. Alleen al het vinden van een goeie binnenkomer vond ik aartsmoeilijk. Jaren heb ik gezocht naar een gepaste zin, zonder succes. Tot ik op een avond dacht: foert, ik zeg gewoon 'Goeienavond, ik ben Nicholas'. Het is een van de beste avonden uit mijn carrière geworden. Plots had ik de toon te pakken. Mijn toon. Ik voelde niet langer de noodzaak om grappig of cool te zijn. Dat ben ik niet, en ik denk ook niet dat dat erg is. Misschien heeft dat ook wel zijn charmes, een jongen zonder veel kapsones op het podium?"

Behalve goochelaar, ben je ook student psychologie. Die studiekeuze is allicht geen toeval.

"Er is zeker een link tussen de twee. Zo bestudeert de psychologie dingen die goochelaars soms al eeuwen weten. Als ik mijn beide handen beweeg, de rechterhand hoog naar omhoog, en de linkerhand een klein beetje naar beneden, heb je als toeschouwer de neiging om de rechterhand te volgen. Goochelaars weten dat. Sterker nog. Als je voor een publiek van goochelaars optreedt, weet je dat je publiek dat weet, en zal je het omgekeerde doen.

"Ik gebruik de grote vragen uit de psychologie wel eens om een truc naar een hoger niveau te tillen. De vraag of we wel echte vrijheid van keuze hebben, bijvoorbeeld. In de eerste aflevering heb ik, uitgerekend tijdens een les over dat thema, een truc gebruikt die toch minstens suggereert dat onze vrije wil minder groot is dan we denken."

De vrije wil bestaat niet?

"(lacht) Het zou wel eens kunnen dat we het begrip keuzevrijheid in onze westerse wereld overschatten. Maar eigenlijk ken ik het antwoord op die vraag zelf niet."

Het gerucht gaat dat je zelf voor een belangrijke keuze staat. Blijven studeren, of stoppen om professioneel goochelaar te worden.

"Voorlopig ben ik niet van plan om mijn studie op te geven. Maar het klopt wel dat ik het soms overweeg. Op mijn dertiende ben ik Vlaams kampioen goochelen geworden. Na dat kampioenschap ben ik geïnterviewd door een regionale tv-zender. Ze vroegen me of ik er ooit mijn beroep van wou maken. 'Ja, natuurlijk', heb ik toen gezegd, en eigenlijk is dat nog altijd het enige eerlijke antwoord, als jij me de vraag vandaag zou stellen.

"Aan de andere kant denk ik ook wel eens na over de implicaties daarvan. Als je met goochelen je brood wilt verdienen, zul je misschien ook wel dingen moeten doen die je eigenlijk niet wilt doen. Ik zie mezelf niet van het ene naar het andere bedrijfsfeest rennen om toch maar voldoende te verdienen. Bij het amateurisme hoort ook de dierbare vrijheid om helemaal je eigen zin te doen. Als blijkt dat die vrijheid ook als beroepsgoochelaar kan bestaan, zou ik niet aarzelen.

"Goochelen is mijn leven. Ik zou ook helemaal niks anders doen als ik niet tegelijk besefte dat daar een groot gevaar in schuilt. Ik heb het ooit gedaan: mezelf weken en weken opgesloten, met in mijn hoofd niks anders dan de goochelkunst. Intussen weet ik dat dat niet de juiste weg is. Als je er geen leven naast hebt, heb je als goochelaar niets om over te vertellen. Dus investeer ik ook in relaties met familie, vrienden, en mijn vriendin. (lacht) Als goochelaar kan ik daar alleen maar beter van worden."

Nicholas, 26/2 om 20u35 bij VTM.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234