Dinsdag 31/01/2023

Een zuiver instinct voor het meesterschap

De grootste toneelauteur sinds Shakespeare.

De grootste vrouwengek van Berlijn tot Beieren.

De grootste Duitse dichter van de twintigste eeuw.

De grootste geldwolf van alle schrijvers die ooit hebben geleefd.

Dat alles werd en wordt beweerd over Bertolt Brecht. Wij hebben hier, geachte lezeressen en lezers, te maken met een genie en dat bedoel ik niet ironisch.

Geert van Istendael

Van den beginne af was hij bazig, sluw en koppig. Bazig: hij verbood zijn vrienden omgang met het meisje op wie hij zijn zinnen had gezet. Tot daar nog aan toe, sterker is dat die vrienden hem gehoorzaamden. Leeftijd: een jaar of achttien. Plaats: zijn Beierse geboortestad Augsburg.

Sluw. Andere schooljongens probeerden de rode strepen die de leraars aanbrachten onder de fouten in hun huiswerk weg te krabben. Natuurlijk werden hun primitieve pogingen ontdekt. Resultaat: een nog slechter cijfer dan voordien. Niet zo de jeugdige Brecht. Hij onderstreepte eigenhandig met rode inkt enkele correcte passages in zijn taak. Vervolgens ging hij de leraar bescheiden vragen of die er wel helemaal zeker van was dat dat fouten waren. De leraar gaf hem gelijk en een hoger cijfer.

Koppig. Hij probeerde aan te pappen met het meisje dat de moeder zou worden van zijn eerste kind, Paula Banholzer, hij noemde haar Bi, afkorting van Bittersüß, bitterzoet, een plant uit de familie der nachtschadigen. Bekijk de foto's uit 1918, 1919, haar schoonheid krult van het papier af. Bi schrijft: "Ik kende Brecht toen nog niet, anders had ik moeten weten dat niets hem van zijn doel kon laten afwijken."

Brecht dong tegelijkertijd naar de hand van Paula èn van Ernestine èn van Sofie èn van Lilly èn van Therese èn van Marie.

Bekijk de foto van Marie, vermoedelijk van 1916. Haar schoonheid krult enz.

Bekijk de foto van Marianne Zoff, 1919. Haar schoonheid enz.

Bekijk de foto van Ruth Berlau, 1933. Haar schoonheid enz.

Bekijk de foto van Helene Weigel, 1928. Schoonheid misschien niet meteen, persoonlijkheid kolossaal.

Dit is slechts een greep. Juist, greep. Brecht hield iedere kut die hij begeerde in zijn greep. Hij eiste voor zichzelf totale vrijheid op, hij dwong alle vrouwen in zijn kring tot onderworpenheid. Zijn wapen was zijn overrompelende charme - en charme dient hier te worden begrepen als bekoring èn betovering. Betovering was onderwerping. Brecht was ziekelijk jaloers. Mocht hij in menig opzicht zeer on- en antiburgerlijk genoemd worden, inzake afgunst was hij, zoals een van die vele vrouwen het zei, oerburgerlijk. Brecht doorwoelde papiermanden om brieven van mede-aanbidders te vinden. Brecht liet zijn minnaressen bespioneren. Was er al eens eentje die zich aan zijn buitensporige eisen onttrok, Brecht achtervolgde haar als een waanzinnige hogepriester, tot ze zich weer aan zijn dienst wijdde.

Neem dit. Bi Banholzer heeft een kind van Brecht, vervolgens verlooft hij zich met haar. Maar in die tussentijd heeft hij ook nog eens even de zangeres Marianne Zoff bezwangerd. Brecht zweert bij het Beierse spreekwoord 'Was sie nicht weiß, macht sie nicht heiß', wat ze niet weet, maakt haar niet heet. Echter, Marianne en Bi weten het en ze besluiten Brecht voor de keuze te stellen. De scène: een Münchens café, 1922. Bi spreekt.

"Toen we dan eindelijk tegenover Brecht zaten en bij de kelner thee hadden besteld, nam Marianne Zoff het woord. Ze was ouder dan ik, zoals ik tot mijn vreugde vaststelde, en kon hem heel wat beter ter verantwoording roepen.

"Maar Brecht was niet van zijn stuk te brengen. Op de vraag met wie hij dan eigenlijk dacht te trouwen, antwoordde hij doodleuk en een beetje cynisch: 'Met allebei.'"

Waarna Marianne Zoff zonder groet de gelegenheid verlaat. Ook Bi laat hem zitten waar hij zit. Brecht zal dezelfde avond nog met haar een huwelijksdatum afspreken. Korte tijd daarop trouwt hij. Met Marianne Zoff. Tovenaar Brecht.

Marianne Zoff zal weldra een andere vrouw met Brecht in bed aantreffen: Helene Weigel. Die Weigel wordt de grootste vertolkster van Brechts glansrollen: ze speelt in Man is Man, ze speelt in De moeder, ze speelt, wacht even, nee, ze is Moeder Courage. Ze baart Brecht twee kinderen. In 1933 gaat ze samen met Brecht in ballingschap. Samen met Brecht leidt ze het theater dat in de vroege jaren vijftig als het beste ter wereld gold, het Berliner Ensemble in de Sovjet-sector van de stad. Samen, wel. Met Brecht en die andere vrouwen, zowel in Duitsland als in ballingschap. Die Weigel zal van Brechts sterfbed enige bijvrouwen moeten verjagen om nog een moment met de meester alleen door te kunnen brengen voor hij de geest geeft.

Boersheid, vulgariteit, bijna dierlijk koude wreedheid, vederlichte gevoeligheid, een flitsende, spontane intelligentie, Brecht kon dat allemaal samensmelten. Zijn taal kan in één gedicht dronkenmakend poëtisch zijn, pijnlijk scherp en diep provinciaal Beiers, kortom, onweerstaanbaar.

Hoe honds Brecht de vrouwen om zich heen ook behandelde, ze blijven machteloos gebiologeerd door dit geniale monster - deze laatste twee woorden komen van Thomas Mann, die hem verafschuwde. En ze werkten voor hem. Brecht commandeerde een van hoge creativiteit en lage driften gonzend schrijfbedrijf met veel vrouwelijk personeel.

Sinds enige tijd maakt de Amerikaanse Brecht-kenner John Fuegi zich daar verschrikkelijk druk over. Hij heeft een dik boek geschreven waarin hij het voorgaande bewijst, voor zover dat nog niet bekend was.

Eerlijk gezegd, ik begrijp niet waarover de professor zich zo vreselijk opwindt. Welzeker, het is schandelijk dat Brecht probeerde ieder spoor van die vrouwen uit zijn publicaties te weren. Bij het samenwerken sprak hij ze zeer vriendelijk toe, verlegen, lief, en dankte hij ze uitvoerig. Maar wat gedrukt werd, was van Brecht en van Brecht alleen. En ook de centen waren voor hem alleen, je moet in het marxisme nu ook niet overdrijven.

Fuegi's boek zwelt van meelij voor die arme meisjes. Dat snap ik niet goed. Vrijwel al die vrouwen waren krachtige persoonlijkheden, uiterst begaafd, intelligent, uitzonderlijk vrijgevochten, zeker voor hun tijd, en, eveneens voor die periode, buitengewoon goed opgeleid, iemand als Elisabeth Hauptmann bijvoorbeeld veel beter dan Brecht zelf. Waarom lieten ze dan toe dat dat dunne, ongeschoren, stinkende sigaren paffende dichtertje hen schaamteloos - een ander woord is hier niet op zijn plaats - uitbuitte? Ik sta er telkens weer stomverbaasd van als ik die geschiedenissen lees. Medelijden kan ik echter niet opbrengen, vooral niet omdat iedereen die wat biografisch materiaal doorgenomen heeft weet dat Brecht in het dagelijkse leven een gepatenteerde lafbek was.

Fuegi gaat zover dat hij de onloochenbare uitstraling van Brechts persoonlijkheid vergelijkt met die van Stalin en Hitler. Brecht een schoft? Een bloodaard? Een van egocentrisme jankend stuk verdriet? En waarom niet, Brecht zou het zelf niet eens tegengesproken hebben, waarom zou hij anders zichzelf ooit een roofdier hebben genoemd? Maar een vergelijking met de twee massamoordenaars van de eeuw suggereren, kom, kom. 't Zijn niet al wolven die scherpe tanden hebben. En wat Hitler betreft, zeer, maar dan ook zéér weinig Duitsers hebben zo vroeg, zo luid, zo welsprekend als Brecht gewaarschuwd tegen de Anstreicher, de gevelschilder, zoals hij hem altijd noemde.

Van zijn gymnasiumjaren af wordt Brecht verteerd door ambitie - literaire ambitie. Na Goethe en Schiller zal ooit Brecht komen, verkondigt hij blakend van branie. Hij heeft nog gelijk gekregen ook.

Hij leest maniakaal: de bijbel, in de vertaling van Martin Luther, de vertaling waaruit het geschreven Duits geboren werd. Van Luther heet het dat hij het volk naar de bek gekeken heeft, die les zal Brecht zijn leven lang onthouden; hij leest Rimbaud, Villon, Verlaine; politieromans - zal hij zijn hele leven blijven doen, detectives en goedkope sigaren noemde hij zijn productiemiddelen - en erotica. Zijn vader schenkt hem het werk van Frank Wedekind, onzedelijk, brutaal, de ergernis van de Beierse burger, dat vader Brecht het eerst zelf eens ingekeken zou hebben is vrijwel ondenkbaar. Wedekind treft Brecht zoals God Saulus. En hij schrijft, maniakaal, meestal in het gezelschap van zijn clique, zijn vrienden met wie hij zingend en drinkend door nachtelijk Augsburg zwerft. Hij bewerkt stukken voor poppenkast. Hij gaat naar München om te werken in het theatertje van Karl Valentin, een van de grootste komieken aller tijden. HIj lacht er zich een rolberoerte. Er bestaat een foto waarop Brecht klarinet speelt in Valentins orkestje, naast een meisje, een bombardon en een clown met grote trom.

In 1922 laat de gezaghebbende criticus Herbert Jhering het Duitse theater weten dat het met Trommels in de nacht van de vierentwintigjarige Brecht een ander gezicht gekregen heeft; in 1927 verandert Brecht de Duitse poëzie definitief met zijn Hauspostille; in 1928, Brecht is dertig jaar oud, biedt de Driestuiversopera de definitieve samenvatting van de jaren twintig in Duitsland en elders. Laten we dit nu eens even relativeren. De beroemde Duitse naam van het stuk Dreigroschenoper komt van zijn vriend, de romanschrijver Lion Feuchtwanger, de vertaling van de oude Engelse Beggar's Opera waarmee hij werkte is van de hand van Elisabeth Hauptmann en de dwingende, jazzy muziek werd gecomponeerd door Kurt Weill.

Was Brecht na de première van de Driestuiversopera doodgevallen, hij zou nog altijd een van de grootste theaterauteurs, dichters enz. van de twintigste eeuw geweest zijn. Maar hij zal nog Moeder Courage, Heer Puntila, Galileo Galilei, De goede mens van Se Tsoean schrijven en Arturo Ui, de gedichten uit Svendborg, de elegieën uit Buckow, genoeg dus om een tweede keer een van de grootste theaterauteurs, dichters enz. van de eeuw te zijn. Over zijn regiewerk zwijg ik dan nog, daar heb ik niet genoeg verstand van.

Brechts poëtische taal is volgens mij de mooiste in de Duitse literatuur sinds Hölderlin. Niemand kan zeggen hoelang Duitse woorden in veler oren nog als geblafte bevelen zullen klinken. Brecht haatte de oude Feldwebelton, zoals hij hem zelf noemde. Juist dat gehate gebruikte hij. En hoe. Brecht kon dat stenen, gebeeldhouwde Duits omvormen tot iets vrolijks, iets helders, iets teders, iets weergaloos muzikaals, onvast en vast tegelijkertijd. Hij ademde ritme en muziek. Als jonge snaak schreef hij zelf de wijsjes voor zijn verzen, pakte zijn gitaar en ging ze zingen in de kroegen, alwaar onmiddellijk de gesprekken stokten, de oren gespitst werden. Maar zodra hij componisten als Weill of Eisler ontmoette, vergat hij zijn muzikale gefrutsel. Brecht heeft zijn leven lang een zuiver instinct bezeten voor het ware meesterschap.

Brecht is tevens een van de begaafdste pornografische dichters die ik ken, een van de smerigste dus. Denk aan Berlijn, jaren twintig:

Zeg hem dat het je opgeilt als meneer Je oor likt. Likt hij, zucht: "Ik sta zo scherp!" Gelooft hij 't, zucht: "Sta toe dat ik mij op u werp." En dan: "Ik ben zo nat beneden, excuseer." (...)

Of:

Niet altijd smaakt het lekker, ongezouten, Zo'n pik met baardhaar bijna in te slikken En hem als levertraan dan af te likken (...)

Dat gaat zo veertien strofen door en Brecht heeft menig vers geschreven in die trant. Dat je engelen het best snel van achteren pakt en ze twee keer klaar moet laten komen, er zorg voor dragend hun vleugeltjes niet te kneuzen, schrijft hij in een sonnet, dat hij schertsend ondertekent met het synoniem der Duitse burgerlijkheid: Thomas Mann. Ik vraag mij af waarom dat vulgaire, maar altijd schitterend geschreven werk niet werd opgenomen in Die gedichte von Bertolt Brecht in einem Band. Toen Brecht zesentwintig was, had hij drie kinderen bij drie verschillende vrouwen en voorts heeft hij alles geneukt wat binnen handbereik kwam. Je zult zijn reputatie niet redden door een paar leuke, zij het vieze versjes weg te stoppen. Zei ik Brechts reputatie redden? Je kunt beter proberen de Titanic weer vlot te krijgen.

Brecht was echter, niet vergeten, een genie. Dit is het subliemste wat ik ooit over de liefde gelezen heb:

Kijk ginds die kraanvogels in grote bogen! De wolken, die hun mee werden gegeven Trokken al met hen op toen ze ons ontvlogen, Op eendere hoogte en met eender haasten Lijkt het of ze allebei elkaar het naast zijn. Laat kraanvogels en wolken zo verdelen De mooie hemel, waar zij kort in vliegen, Laat geen van beiden langer hier verwijlen En laat geen een iets anders zien dan het wiegen Van de ander in de wind die beide voelen Die nu al vliegend bij elkander liggen. Zo mag de wind hen naar het niets ontvoeren Als zij maar niet vergaan en bij elkander blijven Zo lang kan geen van beiden iets beroeren Zo lang kan men hen overal verdrijven Waar regens dreigen of waar schoten vallen. Zo, onder zon en maan, in nacht en dagen Vliegen ze weg, elkaar geheel behagend. Waarheen dan? - Nergens heen. - Van wie vandaan? - Van allen. Je vraagt hoe lang die twee al bij elkaar zijn? Sinds kort. - Wanneer ze uit elkaar gaan? - Gauw. Zo komt geliefden liefde voor als trouw.

Literaire critici noemen Brecht op zijn slechts als hij het communisme verdedigt. Brecht hééft naarstig de heilsleer verkondigd, hij wordt er zelfs, ten onrechte, mee geïdentificeerd. Gedichten heten: 'Lof van het communisme', 'Lof van de partij', 'Lof van het illegale werk' enzovoort. Brecht wordt beschuldigd van stalinisme. Hoe gemakkelijk is het niet schrijvers die door het fascisme vervolgd werden (Brecht heeft zijn leven gered door de dag na de Rijksdagbrand Duitsland te verlaten) met de vinger na te wijzen. Hoe weegt een Duitse balling concentratiekampen af tegen showprocessen? Welke nachtmerries bezorgt hem het niet-aanvalsverdrag tussen zijn land en de Sovjet-Unie?

In 1938 heeft Brecht tegen Walter Benjamin gezegd dat, wanneer de verdachtmakingen tegen Stalin en de Sovjet-Unie bewezen zouden worden, je dat regime openlijk moest bestrijden. In 1956, toen Stalins wandaden op het twintigste congres van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie bekend werden gemaakt door Chroesjtsjov, heeft Brecht vier gedichten over Stalin geschreven, waarin onder meer deze regels:

De geniaalste leerling van Lenin heeft hem op zijn bakkes geslagen.

Ik vind zelfs niet dat Brechts kleine epos Die Erziehung der Hirse (het behandelt de verbetering van de gierstkweek in Kazachstan), vaak opgevat als een lofzang op Stalin, verworpen mag worden nu we beter dan ooit tevoren weten hoe moordend het communisme geweest is. Het blijft een fris, haast kinderlijk meesterwerk. Gevaarlijke bedenking: verwerpen wij Homerus omdat hij lofzangen geschreven heeft ter ere van barbaarse massamoordenaars? De politieke en militaire context, hoe onzegbaar gruwelijk ook, zakt mettertijd weg in de plooien van de geschiedenis. Dit herlezend merk ik hoe verschrikkelijk de vorige woorden zijn. Nee, ik mag geen pleidooien houden voor het vergeten.

Overigens, en hier komen we weer uit bij Brechts boerensluwheid, Brecht is nooit lid geweest van enige communistische partij. Tijdens de laatste jaren van zijn leven woonde hij heel comfortabel in de Oost-Berlijnse Chausseestrasse, zijn stad werd hoofdzakelijk bevolkt door puinruimers. Hij werd door de regering van de DDR gevierd èn gewantrouwd als een icoon van het antifascisme en als cultureel boegbeeld. Maar Brecht had wel een Oostenrijks paspoort, een Zwitserse bankrekening en een West-Duitse uitgever.

Brecht is een genie van de Duitse taal. Alle andere gegevens vind ik interessant, maar niet wezenlijk. Laat ik besluiten met het oordeel van W.H. Auden, grootmeester van de Engelse taal. Tijdens de oorlog hebben ze in New York samengewerkt. Auden sloeg Brechts poëzie zeer hoog aan, hoger dan diens theater. Hij vond Brecht een van de weinige mensen voor wie de doodstraf naar zijn mening wel gepast zou zijn: "Ja, ik kan me voorstellen dat ik ze zelf zou voltrekken."

En toch. Mijn God, wat een dichter.

Geert van Istendael

Alle vertalingen zijn van Geert van Istendael. Gebruikte literatuur: Bertolt Brecht, Werke. Grosse kommentierte Berliner und Frankfurter Ausgabe. Band 11/12. Gedichte 1/2, Aufbau-Verlag/Suhrkamp Verlag, 1988. Bertolt Brecht, Die Gedichte von Bertolt Brecht in einem Band, Suhrkamp Verlag, 1990 (6de druk). P. Banholzer, So viel wie eine Liebe. Der unbekannte Brecht, Universitas, 1981. W. Mittenzwei, Das Leben des Bertolt Brecht oder Der Umgang mit den Welträtseln. I/II, Aufbau-Verlag, 1986. J. Fuegi, The Life and Lies of Bertolt Brecht, HarperCollins, 1994. W. Hecht & W. Fleckhaus (ed.), Bertolt Brecht. Sein Leben in Bildern und Texten, Suhrkamp Verlag, 1978. H. Bunge (ed.), Brechts Lai-Tu. Erinnerungen und Notate von Ruth Berlau, Eulenspiegel-Verlag, 1989 (2de druk). S. Kebir, Ein akzeptabler Mann? Streit um Brechts Partnerbeziehungen, Buchverlag Der Morgen, 1987. In Berlijn is de expositie Bertolt Brecht 1898-1998 nog te zien tot 29 maart in de Akademie der Künste, Hanseatenweg 10, Berlin-Tiergarten (tel. 0049/30.39.07.60). In België verzorgt het 'Collectief Brecht' (03/322.55.75) van 17 tot 19 april een Brecht-weekend in Brussel; het Goethe-Institut (02/230.39.70) presenteert op 16 maart een tentoonstelling, later zijn er ook theatervoorstellingen, een poëzie- en liederenprogramma door Manfred Karge en een colloquium in UFSIA. Een goed internationaal overzicht van alle activiteiten rondom Brecht in dit herdenkingsjaar, publicaties, adressen e.d. is te vinden op de uitgebreide websites van het Dreigroschenheft, http://www.htmo.de/dreigroschen, en van The International Brecht Society, http://polyglot.lss.wisc.edu/ german/brecht/index.html.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234