Donderdag 17/06/2021

Een zondaar in Madrid

Ze zeggen dat niemand wordt geboren in Madrid; het is een stad die louter bestaat uit vreemdelingen.

Maar toch, de ene vreemdeling is vreemder dan de andere. Vandaag, terwijl ik traag in mijn café con leche roer en troost zoek in de beeldschone kolkjes die ontstaan, ben ik een outsider als nooit tevoren. En niet alleen omdat zweetdruppeltjes mijn gehoorgang dichtdrukken en ik moeite heb het Spaans van de journalisten - opgetrommeld door mijn Spaans-Mexicaanse uitgever - tegenover me te verstaan, in de steek gelaten als ik ben door de tolk, die buiten afwisselend een sjekkie rolt, zijn rode fluwelen schoenen schoon wrijft en zijn dochtertje - dat hij dankzij een ongunstige regeling met zijn ex nog maar weinig ziet - een lief (en ongetwijfeld licht wanhopig) berichtje stuurt. Het komt door wat ik volgens degene tegenover mij vertegenwoordig, door wat hij op mij kan projecteren; de zonden van de Lage Landen.

Of hij nu Spaans is of Zuid-Amerikaans, of hij van The Observer is of van La Razón, of hij mijn novella nu heel goed gelezen heeft of heel slecht; altijd stelt hij de vraag of Noord-Europeanen, en Belgen en Nederlanders in het bijzonder, niet eigenlijk neerkijken op zuiderlingen. Steeds wordt Hollands trots Jeroen Dijsselbloem aangehaald, president van de Eurogroep die de financiële stabiliteit in Europa bewaakt, die onlangs stelde dat ook financieel zwakkere landen plichten hebben, ze kunnen niet 'al hun geld aan drank en vrouwen uitgeven en dan hun hand ophouden'.

Nederlanders hebben nu eenmaal een naam hoog te houden op het gebied van lompheid; Spanje woedend, Italië woedend, Portugal woedend, Griekenland ziedend. En dan Brussel, dat alsmaar om geld vraagt, alsmaar eist en dicteert, en de zuiderlingen behandelt als incapabele imbecielen.

We zitten in een café nabij de Puerta del Sol, het mythische middelpunt van Madrid, dat ooit het middelpunt was van Europa, toen dat nog het middelpunt van de wereld was. Naar eer en geweten antwoord ik van niet, echt niet, maar ze willen het niet geloven.

Na de storm van interviews dwaal ik daas door de stad, om ergens op een hoekje een vermouth te veel te drinken en verder te dwalen. Ik passeer een man zonder armen of benen, met wittige littekens op de plek waar ooit armen en benen hebben gezeten. Hij houdt een bedelbeker tussen zijn tanden geklemd, waarmee hij op een naargeestig, ongelijk ritme op zijn borst slaat. Oude, zigeunerachtige mannetjes scharrelen rond vuilnisbakken, hun voeten opgezet en vaalgrijs. Drie vrouwen met slechte gebitten vragen me om een muntje; ik geef meer dan ze vragen. Maar heus, ik kijk niet op ze neer.

De zon is fel, duizelingen komen en gaan, inmiddels schuifel ik meer dan ik loop, mijn telefoon valt uit dus ik verdwaal, ik klamp een reling vast en ga een kerk binnen, waar een diepe, genadige stilte heerst, en wat een koelte!

Een priester komt op me afgelopen, om me uit te leggen hoe ik verdwaald ben geraakt. Terwijl deze man, die ik een dag geleden nog zou hebben aangeduid als paapse uitvreter, me vriendelijk en vaderlijk de weg wijst, vervaagt mijn laatste beetje Hollandse hoogmoed.

Na een halfuur kom ik de tolk ineens tegen, op een pleintje te midden van andere pleintjes. Beschaamd vraag ik hem om wat contant geld, voor een taxi. Waar is het mijne gebleven? Uitgegeven, antwoord ik, aan drank en vrouwen. Mijn zonden zijn vergeven. Dat wil zeggen: ik heb ze ingeruild voor andere.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234