Zaterdag 16/10/2021

Een zoektocht naar genen

Bijna alle gevallen van borstkanker in IJsland zijn het gevolg van een foutje in het DNA van een zestiende-eeuwse geestelijke. Die ontdekking heeft Kári Stefansson de inspiratie gegeven voor een bijzonder ambitieus plan om op termijn de belangrijkste ziekten met een erfelijke component de wereld uit te helpen. Waarom krijgt hij dan zoveel tegenkanting?

Zonder die ene genetische eigenaardigheid die onzichtbaar bij elke generatiewissel wordt doorgegeven, zouden we wellicht nooit iets vernomen hebben over de zestiende-eeuwse IJslandse priester die Einar heette. Op het eerste gezicht lijkt hij niet zo uitzonderlijk te zijn geweest. Uit stambomen blijkt dat hij een van de vierhonderd mannen was die op dat ogenblik leefden en Einar heetten, en tussen het hooggelegen moerasland en de dwergberken leverden die allemaal dezelfde strijd aan de rand van de bewoonde wereld. Einars voorouders hadden in het begin van de vijftiende eeuw de pest overleefd die toen 40.000 mensen doodde - twee derde van de bevolking - en sommige van zijn nakomelingen overleefden ook de volgende epidemie, de pokken, die toesloeg in 1707. Toen overleden meer dan 15.000 mensen, een derde van de bevolking.

Beide rampen hadden een ingrijpend darwinistisch gevolg: ze verminderden de genetische diversiteit op het eiland drastisch. De volledige bevolking stamde af van een kleine groep negende- en tiende-eeuwse Noorse immigranten die zich vermengde met enkele Ierse slaven. Het eiland kende van dat ogenblik tot de Tweede Wereldoorlog nauwelijks immigratie, zodat de huidige bevolking in feite het resultaat is van duizend jaar verwantschapsteelt. In het midden van de achttiende eeuw telde het land minder dan 50.000 inwoners, niet meer dan vijfhonderd jaar ervoor.

Toch moest de grootste ramp toen nog komen. In 1783 barstte de Lakagigar uit, een vulkaan in het zuiden van IJsland. Toen de lavastroom acht maanden later eindelijk stopte, had de vulkaan de grootste landaanwas uit de menselijke geschiedenis veroorzaakt: meer dan driehonderd vierkante kilometer vuur en as. De uitbarsting zelf maakte weinig slachtoffers, maar de zwaveldioxide die vrijkwam bedekte de aarde met een stoffig gif, en een kwart van de bevolking overleed tijdens de daaropvolgende hongersnood. Een giftige wolk verstikte de hele natie. Over heel Europa deden verhalen over mislukte oogsten, droogte, astma en hoofdpijn de ronde en heerste een algemene vrees voor vervloeking.

Toch overleefden velen die ramp, onder hen ook de nakomelingen van Einar. We weten dat omdat er achteraf bekeken toch iets bijzonders aan hem was: een van zijn genen miste vijf stukjes DNA, een genetisch foutje dat vergelijkbaar is met één tikfout in het volledige oeuvre van Shakespeare. Dergelijke mutaties, permanente veranderingen in de ordening van genetische informatie in de lichaamscellen, zijn niet zeldzaam. Iedereen wordt ermee geboren, en ze zijn bijna altijd onschadelijk.

Bij Einar was dat niet het geval. De mutatie die hij in zich droeg, waarbij een paar DNA-stukjes toevallig gewist waren uit een gen dat nu bekendstaat als BRCA2, is verantwoordelijk voor zo goed als alle gevallen van erfelijke borstkanker die vandaag in IJsland voorkomen. Zowel vrouwen als mannen met die mutatie lopen een extreem hoog risico van kanker, omdat een van de taken van het bewuste gen erin bestaat een eiwit aan te maken dat DNA herstelt als er iets fout gaat.

Van zowel BRCA2 als BRCA1 (het eerste gen waarvan werd aangetoond dat het borstkanker veroorzaakt) wordt aangenomen dat ze tumoren onderdrukken. Mutaties zoals die van Einar blijven sluimeren in de cellen tot het laatst overblijvende goede exemplaar van het gen verloren gaat of beschadigd raakt. Dat luidt dan een hele aaneenschakeling van gebeurtenissen in die, op een manier die nog niet helemaal begrepen wordt, uiteindelijk tot kanker leidt. Onderzoekers van de IJslandse Kankervereniging hebben Einars mutatie kunnen ontdekken omdat ze op een afgelegen eiland werkten waar bijna elke genetische mogelijkheid veel gedetailleerder onderzocht kon worden dan elders mogelijk zou zijn. Er bestaan vele mutaties van deze genen, en tot nu toe zijn er al meer dan honderd in verband gebracht met BRCA1. Maar na onderzoek van 575 IJslandse borstkankerpatiënten, onder wie 34 mannen bij wie de ziekte na de Tweede Wereldoorlog werd vastgesteld, ontdekten de onderzoekers maar één BRCA2-mutatie in IJsland: die van Einar. Wetenschappers hoeven daardoor niet te gissen naar de oorzaak van kanker bij deze mensen: ze weten het. En weten wat de oorzaak is van een ziekte is de eerste stap op de moeizame weg om ze te genezen.

Het is een cliché, maar het eerste wat een bezoeker aan IJsland opvalt na het vulkanische landschap dat zich rond Keflavik International Airport uitstrekt, is hoe sterk IJslanders wel op elkaar lijken. Van Geysir tot Reykjavik lijkt het wel alsof IJsland bewoond wordt door één grote familie.

Het zijn de unieke eigenschappen van deze uitgebreide familie die het zo gemakkelijk maakten om Einars genetische foutje op te sporen: de erfelijke instructies voor de blauwe ogen en het blonde haar die zo alomtegenwoordig zijn in IJsland, zijn vijftig generaties lang 'onverdund' via de genen doorgegeven. Na duizend jaar waarin plagen, epidemieën, aardbevingen en vulkaanuitbarstingen stelselmatig de bevolking bleven uitdunnen, is wat overblijft middenin de turbulente visgronden van het noorden van de Atlantische Oceaan een natie van 270.000 van de meest genetisch verwante mensen ter wereld, een land waar de telefoongidsen op voornaam geordend zijn. Een amateur-genealoog met een computer van 20.000 frank heeft ongeveer drie minuten nodig om aan te tonen hoe twee willekeurige IJslanders met elkaar verwant zijn.

Het zoeken naar genetische fouten is de goudkoorts van deze tijd. Onderzoekers van Newfoundland tot Papoea-Nieuw-Guinea vlooien 's werelds volledige genetische erfgoed uit op zoek naar de oorzaken van gangbare ziekten. Ze doen dat door het DNA van zieke mensen te vergelijken met dat van gezonde verwanten. Dat gaat niet gemakkelijk op plaatsen met een grote raciale en etnische verscheidenheid zoals de Verenigde Staten. Wanneer de achtergronden, leefgewoonten, genetische samenstelling en leefmilieu van mensen allemaal verschillend zijn, dan zijn de oorzaken voor hun ziekten dat bijna zeker ook. Veel wetenschappers geloven daarom dat IJsland met zijn geïsoleerde geschiedenis het rijkste natuurlijke genetische laboratorium ter wereld is.

Recent kankeronderzoek helpt te illustreren waarom dat zo is. De meeste vormen van borstkanker zijn niet erfelijk. In de gevallen waar dat wel zo is, is de genetische component bijna altijd erg complex. Als vijf vrouwen in een willekeurige grootstad een erfelijke vorm van borstkanker hadden, zouden de oorzaken, de eigenlijke genetische mutaties, alle verschillend zijn. Sommigen zouden de ene mutatie hebben, anderen een andere; de kanker van weer andere patiënten kan het gevolg zijn van het subtiele samenspel van verschillende genen die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Maar als die vrouwen uit IJsland kwamen, zouden ze allemaal zo goed als zeker dezelfde genetische afwijking hebben: die die ze erfden van Einar.

"Dit is de absolute essentie van de menselijke genetica", zegt Mary-Claire King, professor aan de afdeling medische genetica van de universiteit van Washington. King, een van de prominentste genetici ter wereld, zocht bijna twee decennia lang naar het eerste borstkankergen. "Het feit dat je de genealogie van een hele natie tot duizend jaar terug kunt traceren, en dat je bovendien bloed- en weefselstalen van nog levende gezonde mensen kunt nemen en het DNA daarvan kunt vergelijken met het weefsel van mensen die al overleden zijn, die informatie zou wel eens een van de schatten van de moderne geneeskunde kunnen worden. Ik heb zeventien jaar nodig gehad om het eerste borstkankergen te lokaliseren. Vergelijkbaar onderzoek op het tweede gen werd in ongeveer twee jaar voltooid. Dat is voor een groot deel te danken aan de enorm verbeterde technologie, maar het is ook een feit dat die ene, oude BRCA2-mutatie een gouden sleutel was. IJsland is gewoon een fantastische plaats om genetisch onderzoek te verrichten. De bevolking hier is voor genetici een geschenk uit de hemel."

Het is onmogelijk somber weer in Reykjavik op de novemberochtend dat Kári Stefansson me komt oppikken om te laten zien hoe hij IJsland tot het Athene van het genetisch onderzoek wil omtoveren. Het keteldal dat de stad omgeeft, is volledig bedekt met iets wat sterk op as lijkt. De dag is om acht uur nat en donker begonnen, en dat blijft nog minstens twee uur zo tot de zon eindelijk net boven de horizon uitstijgt. Tegen de middag beginnen de obers van de lunchrestaurants kaarsjes op de tafels te zetten, en kort daarna is het opnieuw volledig donker. "Ach, je raakt eraan gewend", zegt de 49-jarige Stefansson, zonder twijfel de meest omstreden man in een land dat gewoonlijk meer aandacht heeft voor visrechten en de kwaliteit van de schapenhuiden. Stefansson, die neuroloog is, is de stichter van het eerste IJslandse biotechnologische bedrijf, Decode Genetics. Hij heeft een project ontwikkeld om alle onderzoeksfondsen die het land ter beschikking stelt op te nemen en er een enorme elektronische databank mee aan te leggen die zijn bedrijf in staat moet stellen om de oorzaken van de meest gangbare ziekten op te sporen. De meeste genetici zijn het erover eens dat zo'n databank een ongeëvenaard krachtig wetenschappelijk instrument kan worden, maar zijn voorstel heeft ook een van de hevigste openbare discussies uit de IJslandse geschiedenis ontketend.

In ruil voor het ontwerpen, opbouwen en financieren van die databank, waarvan Stefansson zegt dat ze zijn bedrijf ten minste 150 miljoen dollar (zo'n 5,5 miljard frank of 137 miljoen euro) zal kosten, zal de regering Decode het exclusieve recht geven om ze gedurende twaalf jaar in het buitenland te commercialiseren. Het plan is door onderzoekers overal ter wereld enthousiast onthaald. Geen enkel land - en zeker geen enkel privé-bedrijf - heeft immers ooit geprobeerd om het genetische erfgoed van een volledige natie te verzamelen, op te slaan, te verpakken en te verkopen. Volgens een wetsvoorstel dat nu is voorgesteld in het Althing, het IJslandse parlement, zou Decode het alleenbeheer over die enorme verzameling informatie krijgen. Veel critici zeggen dat IJsland op die manier het fundamentele mysterie van zijn bestaan uit handen aan het geven is.

Met een lichaamslengte van 1,93 meter is Stefansson zelfs voor een viking groot, en hij spreekt met een zwak accent dat hem een beetje als een geleerde Sean Connery doet klinken. Op de dag dat we elkaar ontmoeten, komt hij me met de auto afhalen. Als ik hem in het oog krijg, hangt hij over het stuurwiel gebogen somber tegen zichzelf te foeteren. Pas na een minuut of twee zie ik het kabeltje dat uit zijn oor bengelt: hij is aan de telefoon. "Het spijt me vreselijk", zegt hij schaapachtig terwijl hij inhaakt. "Als ik er een beetje bezorgd uitzie, is dat omdat mijn vijanden de kranten weer bestookt hebben met de gebruikelijke leugens en halve waarheden. Ze zeggen dat als we doorgaan met het genetisch onderzoek in dit land, als ik de toestemming krijg om de databank voor te bereiden die zoveel medische raadsels zal helpen oplossen en van de mensen hier echte helden zal maken, dat IJsland dan gestigmatiseerd zal raken en dat de mensen hier de paria's van de wereld zullen worden. Wat een ongelooflijk gezeik. Ik wil gewoon veelvoorkomende ziekten genezen, ik wil dit instrument gebruiken om ongelooflijke hoeveelheden levensnoodzakelijke kennis mee te genereren."

'Dit instrument' is zijn ambitieuze plan om een centrale gezondheidsdatabank aan te leggen die bijna elk significant medisch en genetisch gegeven van elke IJslandse burger zou bevatten. Het land heeft de wetenschappers trouwens nog veel meer te bieden dan ruwe gegevens: het heeft een nationale ziekteverzekering die al sinds 1915 een schat aan gegevens bijhoudt over bijna elke belangrijke ziekte; het heeft een immense weefselbank die als een moderne geschiedenis van het nationale DNA gebruikt kan worden; het heeft een populatie van patiënten die hun dokters vertrouwen en die veel bereidwilliger zijn om aan medisch onderzoek deel te nemen dan mensen in de meeste andere landen. En IJslanders hebben zo'n diepe passie voor alles wat met hun voorouders te maken heeft dat Decode al een databank aangelegd heeft met de familiegeschiedenissen van bijna 75 procent van alle 800.000 IJslanders die ooit geleefd hebben.

Genealogie is een nationale obsessie. De universiteit van IJsland heeft een professor in de genealogie, een van de nationale kranten heeft een dagelijkse rubriek over het onderwerp, het is bij wet verboden je familienaam te veranderen, en de overheid heeft stamboomgegevens uit de meest elementaire wetgeving op de bescherming van de privé-sfeer gelicht.

"Waarom al die genealogie?" vraagt Stefansson op een avond. "Kijk om je heen in dit barre land. Er zijn geen overblijfselen van onze geschiedenis. Geen beeldhouwwerken. Geen kathedralen van honderden jaren oud. Het land was te arm voor al die dingen. Er is hier 1.100 jaar lang cultuur geweest, maar probeer ze maar te vinden. Er zijn boeken die de geschiedenis overleefden, en die zijn het enige wat we hebben om ons ervan te overtuigen dat we onze eigen plaats hebben in de menselijke geschiedenis", zegt hij, verwijzend naar het enige tastbare overblijfsel van het oude IJsland, de saga's of familielegenden: het compleetste profiel dat ooit van een westerse middeleeuwse samenleving werd opgesteld. Ze beginnen bijna altijd met lange lijsten genealogische informatie en zijn ook voor het hedendaagse IJsland nog heel toegankelijk: in tegenstelling tot het oud Engels, Zweeds of Noors is het IJslands in wezen hetzelfde gebleven. "Dit was onze manier om te overleven", zegt Stefansson. "De mensen zaten in de bergen in elkaar gedoken terwijl de wind om hen heen gierde. Elfhonderd jaar lang heeft alles in IJsland rond die lijst met namen gedraaid. Dat is we allemaal gemeen hebben. Zonder die banden hebben we geen echt erfgoed."

Genetici baseren zich bij hun zoektocht naar de oorzaken van menselijke ziekten al op familiestambomen sinds ten minste de negentiende eeuw, toen Charles Darwins neef Francis Galton de term 'eugenetica' invoerde. Galton was ervan overtuigd dat eigenschappen zoals intelligentie erfelijk waren en dat een samenleving ze kon kweken zoals je een Ierse setter kweekt. IJslandse onderzoekers erkennen al jaren de bijzondere eigenschappen van het geïsoleerde IJslandse DNA, maar Kári Stefansson was blijkbaar de eerste die begreep dat IJsland een grote bijdrage kon leveren aan de huidige koortsachtige zoektocht naar de genetische oorzaken van menselijke ziekten. Het idee van een gecomputeriseerde databank die alle medische en genetische gegevens van het land zou bevatten heeft de steun van eerste minister David Oddsson en heeft ook in peilingen veel goedkeuring geoogst. Een voor de hand liggende reden voor de steun is de mogelijke opbrengst ervan: farmaceutische bedrijven zullen naar alle waarschijnlijkheid miljarden dollars in IJsland investeren als Decode inderdaad genen kan identificeren die een rol spelen bij belangrijke ziekten. Meer dan één IJslandse politicus heeft al de hoop geuit dat de databank van Decode voor IJsland zou doen wat de Noordzee-olie eerder deed voor Noorwegen.

Toch worden wetenschappers in IJsland, en ook velen erbuiten, razend bij de gedachte dat een dergelijke schat zomaar aan Decode overhandigd zou worden. Zij voeren aan dat het afstaan van een dergelijke informatiebron aan een privé-bedrijf de privacy van de patiënten op de helling zet, de medische ethiek in gevaar brengt en het voor andere onderzoekers onmogelijk maakt om mee te genieten van dit onschatbare nieuwe hulpmiddel. Daarnaast is er ook de wijdverbreide opvatting dat, als het DNA van het IJslandse volk inderdaad een goudmijn blijkt te zijn, de opbrengst daarvan naar de natie zou moeten gaan, en niet naar Decode. "Dit is wat koloniale schattenjagers honderden jaren lang hebben gedaan", zegt Marie-Claire King, die het onderzoek wel veelbelovend vindt maar er ook de mogelijke gevaren van inziet. "Het is niet dat het niet belangrijk was om goud, diamanten of mineralen te vinden in Afrika of Mexico", zegt ze. "Het waren het weghalen van die schatten en de totale ontwrichting van de plaatselijke samenlevingen die fout waren. Dit is de eenentwintigste-eeuwse versie daarvan."

Stefansson heeft wit haar en een witte baard die kort maar modieus slordig zijn, en zijn gebruikelijke garderobe - zachte bruintinten afgewisseld met zwart en grijs - geven hem meer het uiterlijk van de zorgvuldig onverzorgde directeur van een experimenteel theatergezelschap dan van een dokter, ondernemer en professor. Zijn vader was IJslands beroemdste radiofiguur en een veel gepubliceerd schrijver; diens vrouw bracht hun vijf kinderen groot. Stefansson was duidelijk al vanaf het begin een ondernemend baasje. Toen hij twaalf was, deed zijn vader hem een voorstel: als hij leerde tikken, mocht hij alle manuscripten van zijn vader uitschrijven. Jarenlang had Kári zo een leuke bijverdienste tijdens de vakantie, tot zijn vader toevallig een van zijn gepubliceerde boeken nog een keer doorlas. "Hij ontdekte dat ik een paar zinnen veranderd had", zegt Stefansson. "Het waren maar kleine veranderingen, maar ze waren absoluut noodzakelijk. Maar zo zag hij het niet, natuurlijk, en mijn carrière als typist was nog dezelfde minuut afgelopen."

Hij bracht vijftien jaar aan het medisch centrum van de Chicago University door, waar hij professor in de neurologie werd. Hij keerde kortstondig naar IJsland terug om het Instituut voor Pathologie te leiden, en trok daarna vijf jaar als professor in de neurologie en de pathologie naar Harvard Medical School. In het begin van de jaren negentig, nadat hij voor eigen onderzoek naar IJsland was gereisd, besefte hij dat het eiland een ideale plaats was om de oorsprong te proberen achterhalen van bijna elke gangbare ziekte waarin een genetische component een belangrijke rol speelt. Hoewel genetische ziekten zoals mucoviscidose en sikkelcelanemie veroorzaakt worden door mutaties van individuele genen die het best opgespoord worden binnen families, kunnen de meest voorkomende ziekten zoals kanker, hartziekten en veel psychiatrische stoornissen alleen volledig doorgrond worden door veel grotere populaties te onderzoeken. Die ziekten hebben naast een genetische bijna zeker ook een milieugebonden component, en die complexiteit maakt ze buitengewoon moeilijk te doorgronden. Er zijn drie miljard chemische basisparen - de bouwstenen van het DNA - in iemands lichaam en ongeveer honderdduizend genen in het menselijke genoom. Daarin de oorzaken van gangbare ziekten opsporen is een van de ontzagwekkendste taken waar de medische wereld ooit voor heeft gestaan.

Genetici hebben lang geleden al ingezien dat de IJslanders ondanks hun relatief geïsoleerde bestaan toch ook met ernstige moderne aandoeningen te maken krijgen zoals kanker en hartziekten, en zelfs in min of meer dezelfde verhoudingen als mensen in andere geïndustrialiseerde landen. IJsland is geen bizarre uitloper van de mensheid zoals het minuscule Atlantische eiland Tristan da Cunha, waar bijna een derde van de driehonderd inwoners astma heeft. "IJsland is een afspiegeling van het Noord-Europese genetische profiel van rond het jaar 800", zegt Jeff Gulcher, een Amerikaanse voormalige doctoraalstudent van Stefansson die nu aan het hoofd staat van de R&D-afdeling van Decode. "Dit is geen zeldzame, speciale zijtak van de evolutie. Het is een centrale tak. Als je hier een ziekte bestudeert, moet je daaruit veel kunnen leren over de ziekte in het algemeen."

Dat is in ieder geval waar Decode op rekent. In 1996 begon Stefansson kapitaal aan te trekken, precies op een ogenblik dat investeerders sceptisch geworden waren over de niet-waargemaakte beloftes van bedrijven die beweerden dat genetisch onderzoek de menselijke ziekten de wereld uit zou helpen. Maar Stefansson bleek een doortastend verkoper en kreeg in drie maanden tijd 12 miljoen dollar bijeen (ongeveer 445 miljoen frank of 11 miljoen euro). Hij gaf zijn baan in Harvard op, keerde naar huis terug en ging met dokters en hun patiënten samenwerken om ziekmakende genen op te sporen.

Decode wist al snel voor tweehonderd vijftig goedbetaalde onderzoeksbanen te zorgen, en dat in een land dat bijna driekwart van zijn inkomen uit de visserij haalt. "Kári werd als een god onthaald toen hij terugkeerde", zegt Jorunn Erla Eyfjord, directeur van de afdeling moleculaire genetica van de IJslandse Kankerliga. Eyfjord, die essentieel onderzoek deed om het tweede borstkankergen te lokaliseren, heeft felle kritiek op Stefanssons plannen. "De mensen deden alsof hij de geneeskunde had uitgevonden en naar IJsland had gebracht."

In februari 1998 tekende Decode een contract met Hoffman-LaRoche, een van de grootste die ooit tussen een biotech-bedrijf en een grote farmaceutische firma afgesloten werden. Roche, dat in Zwitserland gevestigd is, zal Decode de komende vijf jaar meer dan 200 miljoen dollar (zowat 7,4 miljard frank of 183 miljoen euro) betalen als het bedrijf erin slaagt genen te identificeren die een rol spelen bij het ontstaan van ziekten, zoals bijvoorbeeld schizofrenie, de ziekte van Alzheimer, beroertes, hartziekten en longemfyseem. Roche krijgt het recht om op basis van die gegevens diagnostische tests te ontwikkelen en, zo hoopt het, geneesmiddelen. In ruil belooft het bedrijf om gratis dergelijke tests en medicijnen ter beschikking te stellen van alle IJslanders die er behoefte aan hebben. Het is een overeenkomst waar beide partijen veel bij te winnen hebben.

Als de informatie uit de databank een keer beschikbaar wordt, lijdt het weinig twijfel dat andere bedrijven en misschien zelfs landen een hoge prijs zullen betalen voor wat ze kan genereren. In het verleden werden medicijnen bijna per toeval ontdekt. Onderzoekers identificeerden de eiwitten die verband leken te houden met een bepaalde ziekte - vaak na giswerk - en probeerden vervolgens duizenden dierlijke en plantaardige verbindingen uit om iets te vinden dat het eiwit kan blokkeren zonder de rest van het lichaam te schaden. Met name geneesmiddelen tegen kanker kunnen gevaarlijk zijn, want om tumorcellen te doden moeten vaak chemische stoffen gebruikt worden die ook gezonde cellen vernietigen. De studie van het menselijke genoom moet daar een volwaardig alternatief voor bieden. Zodra een gen in verband is gebracht met een bepaalde ziekte, zouden onderzoekers in theorie de moleculaire basis van de ziekte moeten kunnen begrijpen en geneesmiddelen kunnen ontwerpen die de schade voorkomen of herstellen. Er zijn nog veel horden te nemen, maar telkens wanneer een gen ontdekt wordt dat een belangrijke rol speelt bij een ziekte, zullen de financiële en medische implicaties enorm zijn.

Kort nadat Decode de overeenkomst tekende met Roche, werden de laboratoria van het bedrijf volgestouwd met dure apparatuur om gensequenties te bepalen en met een twintigtal supermoderne PCR-machines, robots die polymerase-kettingreacties kunnen nabootsen. PCR is het werkpaard van de genetische revolutie: de techniek wordt gebruikt om een klein stukje DNA uit te vergroten, waarna onderzoekers het in kaart kunnen brengen en daarna vergelijken met ander DNA. Langzamerhand begonnen ook meer en meer jonge IJslandse wetenschappers terug te keren vanuit instellingen als het Massachusetts Institute of Technology, Berkeley en Harvard: eindelijk was er weer een reden om naar huis te komen.

De strategie zit sindsdien als volgt in elkaar. Het bedrijf werkt met dokters uit heel IJsland samen om de meest uiteenlopende ziekten te onderzoeken, van diabetes over darmkanker tot psoriasis. De artsen nemen bloedstalen van patiënten die daarmee instemmen, vervangen de naam van de patiënt door een codenummer en sturen die naar het bedrijf. Onderzoekers van Decode verwerken daarna het DNA en speuren bij elke patiënt naar genetische markers. De genetische gegevens (de zogenaamde genotypes) worden dan vergeleken met de werkelijke lichamelijke toestand van elke patiënt (het fenotype). Terzelfder tijd gaat Decode in de genealogische databank op zoek naar familiegebonden ziektebeelden. Op die manier kunnen specialisten bijzonder verfijnde statistische interpretaties opstellen van de genetische banden tussen patiënten, en binnen het onbevattelijk grote universum van het menselijke DNA de beste plaatsen vinden om naar genen te speuren die de ziekte zouden kunnen veroorzaken.

Decode boekte al vrij snel succes met de lokalisering van een van de genen die verantwoordelijk zijn voor FET of familial essential tremor, een aandoening die onbeheersbare bevingen van handen en hoofd veroorzaakt. Recenter heeft Decode zijn zoektocht naar de oorzaken van multiple sclerose al tot één stukje DNA kunnen beperken met drie of vier genen erop - net alsof je op zoek bent naar één bepaalde zandkorrel en eindelijk weet op welk strand je moet zoeken.

In de zomer van 1998 begon het bedrijf samen met een van Reykjaviks meest vooraanstaande dokters de oorzaken te onderzoeken van endometriose, de belangrijkste verwekker van onvruchtbaarheid in de Verenigde Staten. Die ziekte wordt, om het met Stefanssons woorden te zeggen, al lang beschouwd als "een afschuwelijke, verbijsterende en compleet sporadische ziekte", omdat "niemand zou kunnen zeggen waarom sommige vrouwen de ziekte wel krijgen en andere niet". Decode zit nu middenin zijn computergestuurde speurwerk over het onderwerp. Nadat de namen van de patiënten in de studie vervangen werden door geheime identificatienummers, liet Decode al die nummers door de genealogische databank lopen. Met één blik op de stambomen van de familie kan zelfs een leek zien dat velen van hen verwanten waren.

Stefansson heeft nu ook een soortgelijk onderzoek aangevat naar hoge ouderdom. Er wordt al een hele tijd aangenomen dat er genetische factoren zijn die er minstens ten dele voor zorgen dat sommige mensen langer leven dan anderen. "Vlak voor ik in 1993 de universiteit van Chicago verliet, liet ik de oudste levende Amerikaanse in het ziekenhuis opnemen", vertelt Stefansson. "Ze was 116 jaar oud. Ik vroeg me gewoon af waarom ze zo lang leefde, en ik vroeg het haar. Ze vertelde me dat ze gestopt was met drinken toen ze negentig was. Dat was grappig, maar duidelijk niet de echte oorzaak." En dus ging hij opnieuw in de computer kijken. Hij en Gulcher selecteerden uit de databank de 5 procent langstlevende IJslanders. Daarna konden de twee wetenschappers een antwoord zoeken op een simpele vraag: zijn deze mensen die zo lang leven verwant met elkaar? Het antwoord werd snel duidelijk. Mensen van meer dan negentig zijn veel nauwer verwant met elkaar dan de bevolking als geheel, en hun kinderen hebben meer kans om ook zelf lang te leven dan kinderen van anderen: twee sterke aanwijzingen dat het kenmerk wel degelijk erfelijk is. De volgende stap bestaat erin uit te zoeken waarom dat zo is, en het is hier dat de informatie uit de controversiële medische databank zo waardevol kan blijken. Als je het DNA van de mensen die het langst leven zou kunnen vergelijken met het DNA van hun overleden voorouders (en dan in de genealogie naar nog meer gelijkenissen zou zoeken), zou dat de zoektocht naar een speciaal gen of een groep genen die een rol spelen bij de levensduur enorm vooruit kunnen helpen."

Toen de wet over de oprichting van de medische databank in de lente van vorig jaar werd voorgesteld, reageerden veel mensen stomverbaasd over de haast waarmee Stefansson en de overheid te werk gingen. "Dat is het moment waarop we allemaal afgehaakt hebben", zegt Sigmundur Gudbjarnarson, professor biochemie aan de universiteit van IJsland. Gudbjarnarson, die in Reykjavik vaak gezien wordt als de vader van de IJslandse biotechnologie, hielp het verzet tegen Stefanssons plannen organiseren. "De problemen begonnen toen ze met die databank op de proppen kwamen. Die is flagrant in strijd met het recht op privacy en met de rechten van de patiënt. Ze zal van Decode een wetenschappelijk monopolie maken." Sinds het prille begin vragen IJslandse wetenschappers zich immers af hoe ze in 's hemelsnaam om onderzoeksdollars moeten wedijveren met een bedrijf dat toegang heeft tot alle essentiële genetische informatie die het land maar te bieden heeft. Bovendien vrezen veel mensen dat zo'n databank ook al te gemakkelijk gekraakt en misbruikt kan worden.

Stefansson doet dergelijke verzuchtingen af als enggeestigheid. "Ons recht om de geneeskunde verder te ontwikkelen heeft een prijs", zegt hij. "We hebben een morele verplichting om alles te doen wat we kunnen om vooruitgang te boeken. Er zou vandaag gewoon geen geneeskunde zijn als privacy het enige criterium was, het enige recht waar men altijd belang aan heeft gehecht."

Hijzelf heeft altijd volgehouden dat een exclusief contract noodzakelijk was om genoeg geld bij elkaar te krijgen om de klus te klaren, en hij belooft dat IJslandse onderzoekers gratis gebruik mogen maken van de gegevens zolang ze niet samenwerken met concurrerende bedrijven. "Ik heb gewoon niet het geld om deze databank op te bouwen als iemand anders maar hoeft te wachten tot we klaar zijn en dan even langsloopt om er zijn rechten op te doen gelden", zegt hij, en hij voegt eraan toe dat het plan niet zou werken als alle 270.000 IJslanders hun toestemming zouden moeten geven voor elk experiment dat Decode hoopt uit te voeren. Daardoor wordt de gebruikelijke regeling over informed consent op zijn kop gezet: er wordt aangenomen dat patiënten onderzoeksobjecten zijn tenzij iemand uitdrukkelijk verzoekt om uit het onderzoek verwijderd te worden. Op dit ogenblik moet iedereen die met Decode meewerkt in de endometriose-studie en andere daar echter schriftelijk mee instemmen.

Tegen de tijd dat ik in Reykjavik aankwam, had het conflict tussen Stefansson en zijn tegenstanders een constant, smerig en erg openlijk karakter gekregen. Stefansson had al maanden campagne gevoerd en was bijna onafgebroken op radio en televisie geweest. In december, vlak voor de beslissende stemronde in het Althing, besloot hij - "hoe kwellend het voor een impulsieve man als ik ook is om zijn grote bek te houden" - dat hij zich niet langer zou verdedigen tegen de vele persoonlijke verwijten die hem gemaakt werden. Toen ik weer vertrok, zei hij: "De mensen steunen me nog altijd, maar de dokters denken dat ik de duivel ben. Het is dus tijd om de zaken op hun beloop te laten."

De betreffende wet werd op 17 december door het Althing goedgekeurd met 37 stemmen tegen 20 (en zes onthoudingen). Maar de campagne tegen Decode werd nog heviger. De wet was een "totalitaire daad die een donkere schaduw wierp over IJsland in de internationale wetenschappelijke gemeenschap", zei het linkse parlementslid Hjorleifur Guttormsson die dag. Door hun nederlaag overmand vergeleken critici het databankproject met de nazi-experimenten inzake raciale hygiëne en met de uitbuiting van arme zwarten in de beruchte Tuskegee-studie (een omstreden medische studie die tussen 1932 en 1972 aan de universiteit van Tuskegee, Alabama, werd uitgevoerd, en waarbij zwarte syfilispatiënten uit de armste bevolkingsgroepen met opzet niet behandeld werden omdat men wilde zien hoe de aandoening zich verder zou ontwikkelen, wc).

"Iedereen die nazi-experimenten en deze databank in één zin vermeldt, verdient het niet in IJsland te wonen", zei Stefansson, terwijl de retoriek van zijn tegenstanders steeds driester werd. Eerder had ik hem al gevraagd of hij nooit spijt had van zijn beslissing om naar IJsland terug te keren. "Geen moment." En met zachtere stem, bijna fluisterend: "Weet je, mijn broer is schizofreen. Ik zeg niet dat dat hetgene is wat me drijft. Dat is het niet. Maar het is natuurlijk altijd vaag op de achtergrond aanwezig. En ik ben me er altijd van bewust. Ik kan nooit weten wie het zal treffen. Misschien mijn zoon, mijn neef, een kleinkind. Het is een barbaarse waarheid." Vervolgens vroeg hij: "Moet de overheid deze databank beheren of een privé-bedrijf? Laten we maar aannemen dat de overheid er geen idee van heeft hoe ze een onderneming als deze moet laten renderen. Daar ga ik van uit, ik heb niet voor niets vijftien jaar aan de universiteit van Milton Friedman doorgebracht. Heeft de overheid dan het recht om, nadat ik het heb opgezet, het aan iemand anders over te dragen? Ja, technisch is dat haar volste recht. Maar het is mijn intellectuele eigendom."

Stefansson zal minstens de komende zes maanden nodig hebben voor de licentieonderhandelingen met de regering. Daarnaast zal hij aan zijn relatie moeten werken met heel wat mensen die hij het afgelopen jaar van zich vervreemd heeft. Sommige IJslandse wetenschappers dreigen nu al met gerechtelijke stappen omdat de wet Decode een oneerlijk monopolie zou verlenen, en omdat het bedrijf bij de behandeling van de proefpersonen de mensenrechten schendt. Stefansson zal bovendien ook de volledige medewerking nodig hebben van de IJslandse dokters. De databank zal met accurate informatie gevuld moeten worden - over patiënten, hun ziekten, symptomen, medicatie en behandelingen - of ze zal compleet waardeloos zijn. "Vergeet niet dat er verschillende mogelijkheden zijn", zei hij op de dag dat de wet werd goedgekeurd. "Dit mislukt. We gaan bankroet. Of misschien verdienen we een fortuin. Er zijn wel degelijk risico's. En de mensen die me bekritiseren, weten in de verste verte niet waarover ze praten."

Alleen weten velen van hen dat natuurlijk maar al te goed. Er is niet veel verbeelding nodig om te zien hoe genetische informatie misbruikt kan worden. Om het over één voor de hand liggende bekommernis te hebben: moeten verzekeringsmaatschappijen het recht krijgen om informatie te kopen waaruit ze kunnen afleiden wie het grootste risico loopt om op jonge leeftijd aan een hartziekte of aan kanker te overlijden? Dat is geen probleem in IJsland zelf, waar de toegang tot de gezondheidszorg voor alle burgers verzekerd is, maar dat is het in de meeste andere landen wel. En wat met een genetische eigenschap die de virale slagkracht van HIV vergroot, of waardoor je meer kans loopt om een alcoholist of drugsverslaafde te worden?

"Geen van deze vragen kan beantwoord worden", zegt Sigurdur Gudmundsson, de pas benoemde directeur-generaal van de IJslandse gezondheidsdienst. "Natuurlijk zijn er grote gevaren. Is dat beangstigend? Zeer. Maar de voordelen wegen net zwaarder door dan de problemen. Dat betekent niet dat er geen twijfels zijn. We wandelen een nieuwe wereld binnen. Maar ik denk niet dat het buitensporig is om te stellen dat dit een uniek medisch hulpmiddel kan worden. En ik vind niet dat dit land zomaar kan blijven stilzitten en zeggen: 'Het spijt ons, maar dit gaat niet door, we gaan ons aan regels houden die in een ander tijdperk golden voor een andere wereld.' Uiteindelijk gelooft Gudmundsson, net als vele anderen die even behoedzaam en bezorgd zijn als hij, dat dat nog het allerdomste zou zijn.

Dit artikel verscheen eerder in The New Yorker

Vertaling: Wim Coessens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234