Zaterdag 04/12/2021

Een ziel en wat vlees voor Europa

Anne Van Lancker (SP), Marianne Thyssen (CVP), Bart Staes (VU&ID), Dirk Sterckx (VLD) en Luckas Van der Taelen (Agalev) hopen dat premier Guy Verhofstadt met zijn Verklaring van Laken het Europees project opnieuw op het goede spoor kan zetten.

( Johan Corthouts Geert Van Hecke )

Kan het Belgische voorzitterschap Europa een nieuwe richting uitduwen? Komt deze discussie, vlak na de mislukte regeringsconferentie in Nice en vlak voor de Franse presidentsverkiezingen en de Duitse parlementsverkiezingen, niet veel te vroeg?

Van Lancker: "De discussie over de toekomst van Europa is volop aan de gang. Ze komt zeker niet te vroeg. Niet alleen Europese leiders zoals Joschka Fischer, Gerhard Schröder of Lionel Jospin praten erover. Ook in de politieke partijen is er een debat over Europa. Dat is een goede zaak, maar we moeten ervoor oppassen dat we niet alleen over ons institutioneel project praten. Als we beginnen te praten over de afbakening van de bevoegdheden in Europa, begrijpt de publieke opinie er niets meer van. Als we alleen maar praten over de rol van het Europees Parlement of het nationaal parlement, gaan we de bal misslaan. We moeten absoluut praten over welk project we voor een uitgebreid Europa voor ogen hebben. Verhofstadt en de Belgische regering hebben daarin een beslissende stem. Zij zitten aan het stuur en kunnen straks de eerste tekst op tafel leggen."

Staes: "Voor het eerst sinds lang is er opnieuw een echt debat over Europa. Asiel, defensie en voedselveiligheid bijvoorbeeld zijn thema's die in de toekomst door Europa moeten worden geregeld. We moeten opnieuw vlees geven aan het Europees lichaam. De mensen moeten zien dat Europa meer is dan zijn instellingen. Voor het overige moeten we ons ervoor hoeden dat mensen te hoge verwachtingen koesteren over het voorzitterschap. Mensen geloven dat België straks van alles kan regelen, maar dat is niet waar. We moeten de zaken relativeren."

Thyssen: "Ik weet dat jij een specialist van het vlees bent, maar Europa heeft ook nood aan een ziel en aan heel veel transparantie. Als de Europese verdragen zelfs te moeilijk zijn voor de mensen die dicht bij Europa staan, dan is er een probleem. De Verklaring van Laken moet daarin duidelijkheid brengen. Ik hoop alleen maar dat Verhofstadt de ziel van Europa niet zal verkopen en in ruil voor een paar mooie dingen instemt met een duidelijke afbakening van de bevoegdheden. Als in Laken een lijstje wordt opgesteld met de ultieme bevoegdheden van Europa in de zin van 'Europa gaat tot hier en niet verder', dan valt de Europese integratie binnen de kortste keren stil. Het enige wat er dan nog overblijft is de euro."

Sterckx: "Dat zal nooit gebeuren. We kunnen vanuit onze Belgische communautaire ervaring zeggen dat zoiets niet werkt. Met een precieze afbakening van bevoegdheden kom je nergens, maar het is momenteel nog veel te vroeg om te zeggen of de verklaring van Laken een succes zal worden. Je moet als voorzitter geluk hebben. Kijk alleen maar hoe ver de Franse en Duitse standpunten over de toekomst van Europa uit elkaar liggen, terwijl de Britten en de Spanjaarden nog niks hebben gezegd. Je kan in Laken beter niks op papier zetten waar je verder niks mee kan aanvangen. Het is eervoller voor een voorzitterschap om te constateren dat je er niet bent uitgeraakt dan dat je een slechte tekst hebt."

Van der Taelen: "België heeft een historische roeping. Ons land heeft de plicht om in alle duidelijkheid te zeggen waar de Unie naartoe moet en dat zowel de uitbreiding als een betere werking van de instellingen noodzakelijk zijn. Als het voorzitterschap daar vaag over blijft, dan houdt het op te bestaan. Niemand zal zich binnen twee jaar nog herinneren wat bijvoorbeeld het Zweedse, Finse of Portugese voorzitterschap hebben gedaan. België moet een mijlpaal uitzetten. De Verklaring van Laken moet een gedurfde uitspraak zijn, een duidelijke optie voor een betere werking van de instellingen. Anders heeft ze weinig zin."

De regeringsconferentie van Nice en de Verklaring van Laken moeten de Unie helpen zich voor te bereiden op haar verdere uitbreiding, de komst van tien voormalige communistische landen uit Midden- en Oost-Europa, Malta en Cyprus. Opvallend is het gebrek aan een publiek debat over die gigantische operatie en het gebrek aan steun in de publieke opinie voor de uitbreiding.

Thyssen: "We moeten de mensen uitleggen en duidelijk maken dat de uitbreiding een noodzaak is, zelfs als dat ons iets kost. De publieke opinie zal dat wel begrijpen. Sinds de oorlog in ex-Joegoslavië vragen de mensen immers meer veiligheid en defensie. Ze hebben schrik van de georganiseerde criminaliteit. Ze vrezen dat die door de uitbreiding nog meer zal toenemen en dat er 'nog meer van die mannen naar hier zullen komen'. Wel, als je daar iets aan wil doen, kan je maar beter uitbreiden en samenwerken en de kandidaat-lidstaten aanmoedigen om hun administratie, justitie en politie te hervormen. Enkel op die manier kan je iets veranderen. Niet door gewoon voort te doen en te denken dat wel in orde zal komen."

Van Lancker: "Er bestaat een afgrijselijke paradox tussen de uitbreiding, een van de meest ambitieuze projecten in Europa, en de totale stilte daarrond, de beslotenheid waarin de onderhandelingen worden gevoerd. Het gebrek aan een publiek debat is een zeer groot probleem. Mensen zijn bang voor de uitbreiding. Ze denken dat onze welvaart zal worden aangetast. De gemiddelde welvaart in de kandidaat-lidstaten bedraagt in veel gevallen maar een derde van de onze. De mensen vrezen dat door de uitbreiding onze sociale zekerheid eraan zal gaan, dat onze lonen onder druk zullen komen te staan en dat onze sociale wetgeving erop achteruit zal gaan. Als de kandidaat-lidstaten toetreden tot de Europese Unie, betekent dat integendeel echter dat ze dezelfde spelregels zullen moeten respecteren, onder meer op sociaal vlak en milieuvlak. Als de uitbreiding goed gecoacht wordt, heeft iedereen er baat bij. In de openbaarheid wordt daar echter niet over gepraat. Intussen schuift de Europese Unie een aantal belangrijke beslissingen voor zich uit. Wat gaat Europa doen met de structuurfondsen? Steken we daar meer geld in of gaan de armere regio's in het huidige Europa moeten inleveren. Wat met het landbouwbeleid? Iedereen weet dat het huidig landbouwbeleid na de uitbreiding onhoudbaar is."

Staes: "Als we niet oppassen, speelt de uitbreiding in de kaart van extreem-rechts. De uitbreiding zal worden aangegrepen om angstthema's te bespelen, de angst voor de overspoeling van de arbeidsmarkt, de angst voor de georganiseerde criminaliteit. Daarover moet je praten. Voorts mag je niet uit het oog verliezen dat de uitbreiding niet kan slagen zonder 'inbreiding'. Bij de kandidaat-lidstaten zijn er tal van landen die niet groter zijn dan bepaalde naties zoals Baskenland, Catalonië, Schotland, Vlaanderen of Wallonië. Die komen momenteel moeilijk aan bod in Europa en kunnen enkel via hun hoofdsteden invloed uitoefenen. Als die zeer pro-Europese regio's zien dat landen zoals Estland of Letland wel kunnen meebouwen aan Europa en zij niet, dan zal die pro-Europese stemming omslaan."

Van der Taelen: "We doen aan struisvogelpolitiek. We steken onze kop in het zand. We moeten durven praten over de gevolgen van de uitbreiding voor de instellingen. We moeten ze dringend doorlichten en aan een kritisch onderzoek onderwerpen. Ik heb heel sterk het gevoel dat Europa is zoals zijn gebouwen eruit zien: een perfect functionerende afgesloten maatschappij, een beetje zoals Expeditie Robinson (een amusementsprogramma op de Vlaamse zender VT4, JCS/GVH), waarbij elke band met de buitenwereld totaal verdwijnt en waarin mensen zich urenlang bezighouden met onbelangrijke dingen. We verliezen in dit parlement tijd met onbelangrijke dingen, waardoor belangrijke dingen niet aan bod komen. Het is alarmerend dat men op de uitbreiding afstevent zonder dat een groot debat over de werking van de instellingen gevoerd wordt."

Hoe verklaren jullie het gebrek aan een publiek debat over de uitbreiding en over Europa in het algemeen?

Van der Taelen: "Dat heeft veel te maken met het verdwijnen van Europa in de media. Als we willen uitleggen wat Europa doet, dan moeten journalisten gaan beseffen dat er drie parlementen zijn, dat er naast het Vlaamse en het federale ook een Europees parlement bestaat. Wanneer bellen journalisten? Als er computers worden gestolen of fraude wordt gepleegd. In Vlaanderen wordt te veel genavelstaard. De mensen hebben te veel het idee dat Europa een machine is die draait en waar we niks mee te maken hebben. Dat was verkeerd. Een belangrijk dossier als de auteursrechten kreeg op de VRT welgeteld 30 seconden, en dat dank zij Axelle Red. Daar moet iets aan veranderen als we Europa van dat eiland willen weghalen. Door het gebrek aan aandacht in de media krijgen we Europa ook niet op de politieke agenda. Ik voel dat Europa op partijvergaderingen evenmin een rol speelt. Ik zeg wel een paar dingen, maar er is daarvoor enkel beleefd kuchende aandacht."

Staes: "We hebben een megafoon nodig om het Europees debat aan te zwengelen. De media investeren nauwelijks nog in journalisten die permanent Europa volgen. Daarnaast is er een groot gebrek aan controle vanuit de nationale parlementen. Het Vlaams Parlement moet controleren wat ministers van Onderwijs en Cultuur op Europese ministerraden doen. Daarin schiet het totaal tekort."

Van Lancker: "De nationale parlementen moeten de eigen ministers meer controleren. Ze moeten vóór de Europese besluitvorming in actie schieten, niet twee jaar na de goedkeuring van een Europese richtlijn, om dan te constateren dat er tal van problemen zijn. Dan is het kalf al lang verdronken. De parlementsleden moeten beseffen hoe belangrijk de Europese dossiers zijn voor de Vlaamse en Belgische actualiteit over een paar jaar. In Europa lopen we immers telkens een paar jaar voorop. We zitten in de stuurcabine. Waar er gestuurd wordt, voel je pas een tijd daarna. Dat tijdsprobleem is zeer groot, maar onoplosbaar."

Thyssen: "De CVP-ministers zegden indertijd dat ze zich veel meer konden veroorloven op Europees dan op nationaal vlak, omdat er toch geen kat was die Europa volgde. Nu er opnieuw een Belgisch voorzitterschap is, worden we overspoeld met de vraag hoe het nu ook alweer zit met Europa. De kwestie is niet zozeer dat andere politici geen belangstelling hebben voor Europa. Het probleem is dat ze met ander dossiers omgaan. Bovendien is er een groot verschil tussen ons werk en dat in het Vlaamse of het Belgische parlement. In Europa is het Parlement medebeslisser. Wij bepalen bijvoorbeeld puntje voor puntje wat straks nog in de voeding mag. Belgische parlementsleden zijn niet gewoon zo technisch te werken. Zij vragen zich niet af waar we mee bezig zijn, laat staan dat ze vragen gaan stellen nog voordat een Europese richtlijn tot stand komt."

Sterckx: "Voor geen enkel onderwerp dat op Europees niveau beslist wordt, is er bij ons een politiek debat. Wat doen de media? Zij volgen het politieke debat. Pas als in België ruzie wordt gemaakt over de toepassing van het Europees beleid, komt dat in de media, anders niet. Als wij, europarlementsleden, daarover ruziën, doet dat niets ter zake. De Belgische ministers en parlementsleden treffen schuld. Een nieuwe Europese norm die we pas in 2008 of 2012 moeten halen? Waarom zouden we daar nu al van wakker liggen? Een nieuwe Europese richtlijn voor 2005? Daar zitten minstens nog twee verkiezingen tussen. Zo wordt geredeneerd."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234