Zaterdag 26/09/2020

Een zetel als een soufflé, made in Italy

Zo'n unieke mix van handwerk, topdesign en industriële productie vind je wellicht nergens meer in West-Europa, behalve in Brianza. De Noord-Italiaanse regio is wereldwijd de onbetwiste hofleverancier van designmeubelen. Op bezoek bij B&B Italia, Molteni&C en Flexform.

Heel zorgvuldig en omzichtig, alsof hij zijn mooiste zondagse hemd klaarstoomt voor een bruiloft, strijkt een al wat grijzende man de laatste plooitjes weg uit de stoffen zitting van een zetel. De massief ijzeren strijkbout, voor het gemak gemonteerd op een soort karretje, dateert ongetwijfeld nog uit grootmoeders tijd. Mochten we ons - na de rondleiding doorheen het doolhof van ateliers, opslagruimtes met grote lappen leer en een ultramoderne designstudio - alsnog afvragen hoe belangrijk handenarbeid anno 2017 nog is bij B&B Italia, dan volgt hier het ultieme antwoord.

Hier, dat is het hoofdkwartier van de Italiaanse meubelreus in Novedrate, een uurtje rijden van Milaan. Dankzij de opvallende buizenstructuur roept het futuristische gebouw uit 1973 meteen associaties op met het Centre Pompidou in Parijs. Die link blijkt niet eens zo vergezocht: ontwerper van dienst was hier immers Renzo Piano, een van de meest gerenommeerde Italiaanse architecten van de twintigste eeuw die enkele jaren later ook mee aan de basis lag van het echte Centre Pompidou.

"Welja, noem het maar a building as a statement", klinkt het bij communicatiedirecteur Fiorella Villa. "Misschien wel het beste visitekaartje dat een bedrijf zoals het onze zich kan wensen." Waarna ze er lachend aan toevoegt: "Al heeft een aantal buurtbewoners ons de voorbije jaren wel eens gevraagd hoe lang die 'stellingen' rond het gebouw nog zouden blijven staan." Dat een meubelbedrijf als B&B Italia ruim veertig jaar geleden al in zee ging met een echte sterarchitect is geen toeval. Alle grote meubel- en designmerken, die hier in de regio Brianza op een kluitje bij elkaar zitten, koketteren maar al te graag met hun samenwerking met bekende architecten en topdesigners uit de meest diverse sectoren. Van de Fransman Jean Nouvel over een handvol Italianen tot de Brit Norman Foster. Zij tekenen hier en daar een eigen meubellijn, uiteraard, maar ze moeten vooral garant staan voor de creatieve inspiratie en de kruisbestuiving met andere sectoren.

Duizenden schrijnwerkers

Die samenwerking gaat al terug tot de jaren 60, toen in Milaan een volledig nieuwe generatie van beloftevolle en vaak zeer vernieuwende architecten, designers en productontwikkelaars opstond. Zij kwamen in contact met een aantal sleutelfiguren uit de artisanale meubelindustrie in het vlakbij gelegen Brianza, met zijn duizenden schrijnwerkers en andere vaklui al eeuwenlang de 'meubelschuur' van Italië. Die kruisbestuiving leidde tot een wereldwijde Italiaanse dominantie op het vlak van exclusief designmeubilair. Het epicentrum daarvan? Een handvol doordeweekse dorpjes in de al even weinig opwindende regio Brianza.

"Kijk", zegt Fiorella Vella, wanneer ze ons meetroont naar een van de grootste productiehallen. "Wat je hier ziet, vormt al decennialang de basis van onze unieke meubels en van ons wereldwijd succes." Voor ons duikt een installatie op die je eerder in een chemische fabriek zou thuisbrengen. Ze produceert een dik, witachtig schuim, dat vervolgens in een metalen mal gespoten wordt. Daarna zwelt het goedje als een soufflé en vervolgens mag het een twintigtal minuten uitharden. "Polyurethaanschuim", klinkt het. Hét geheim achter de sofa's en zetels in de meest uiteenlopende, vaak heel welvende vormen, die B&B Italia wereldwijd op de designkaart zetten. In tegenstelling tot de meeste andere meubelbedrijven uit Brianza werkt B&B Italia al decennialang niet meer met een houten karkas, maar gebruikt het een combinatie van metaal en deze bijzonder sterke en soepele kunststof als basis voor de sofa's.

Het verhaal wil dat Pierro Busnelli, de charismatische oprichter van het bedrijf, op dat idee kwam toen hij toevallig ergens zag hoe speelgoedeendjes gemaakt worden. De koppige Italiaan moest hemel en aarde bewegen om een chemisch bedrijf te vinden dat met hem in zee wilde, maar vandaag zijn de glooiende vormen het handelsmerk van B&B Italia. Fiorella Villa: "Toen Busnelli finaal de productie kon opstarten, wierf hij massaal boeren aan uit de streek, ook al stikte het hier van de ervaren timmerlui. Maar hij wilde iets anders, een materiaal dat hem een haast grenzeloze artistieke vrijheid zou geven."

"Deze productietechniek heeft maar een nadeel: ze is peperduur. Het prijskaartje voor de productie van een mal loopt al snel op tot 25.000 euro, maar de mogelijkheden zijn zo goed als onbeperkt. Wij werken enkel op bestelling: de klant bestelt exact het type sofa dat hij wil. Het model, de grootte en de hardheid van de zitting: elk stuk dat hier de fabriek buitengaat, is gepersonaliseerd. Wil een klant morgen een acht meter lange sofa, dan bouwen we die ook. Netjes uit één stuk. Met een houten frame ligt zoiets moeilijker, dan moet je al van een volledige boom vertrekken. We hebben onze eigen 'polyurethaanrecepten', van heel zacht tot hard, voor elk meubelstuk."

"Voor zover ik weet, zijn wij het enige Italiaanse designbedrijf hier uit de regio dat dit materiaal gebruikt. Een aantal grote Amerikaanse meubelproducenten werkt ook zo, maar daar gaat het om echte massaproductie. Dit soort productie zal nooit naar het verre oosten verhuizen: het vakmanschap en handwerk zijn cruciaal in onze ontwerpen, we leren hier letterlijk nog elke dag bij. In deze business zit innovatie niet enkel in de producten, maar minstens evenzeer in het hele productieproces."

Schatkamer

Helemaal op het einde van het bezoek zal Fiorella Vella ons meenemen naar de kelders, waar het 'archief' van het bedrijf - al lijkt het eerder een schatkamer - een veilig onderkomen heeft gevonden. Minstens 350 originele mallen worden er zorgvuldig bewaard en gekoesterd in lange rekken, als een langgerekte rondleiding doorheen het Italiaanse topdesign van de voorbije decennia.

Een deur blijft ook voor ons gesloten: die van het research and development center. "Top secret", klinkt het met de glimlach. "Hier worden nieuwe ideeën en prototypes uitgewerkt en getest, samen met onze twintig eigen designers. Waarna het uiteindelijk de CEO is die de knoop doorhakt en beslist of een nieuw prototype echt in productie gaat. Soms komt er geen groen licht, en dat is dan jammer voor de honderden uren arbeid die daar al in gekropen zijn, maar in deze business moet je nu eenmaal bereid zijn om te investeren in ideeën. En als we vandaag met een nieuw concept komen, dan moet dat sowieso iets zijn dat wereldwijd kan aanslaan. Van Italië over de VS tot China. We zijn een globaal merk, en globalisering kun je niet overlaten aan de improvisatie van de dag. De afwerking van onze producten is vaak lokaal gestuurd, maar de producten zelf zijn globaal van inspiratie en ontwerp."

Dat vakmanschap en de daaruit ontstane meubelactiviteit hier zouden al enkele eeuwen teruggaan, van toen almaar meer rijke Milanese families hier kwamen aankloppen, op zoek naar exclusieve meubels om hun peperdure, luxueuze huizen en appartementen in te richten. Later, toen Milaan zich almaar meer ontpopte tot de wereldhoofdstad van het design, speelden een aantal gereputeerde designscholen een belangrijke rol. Onder meer de Politecnico di Milano is tot vandaag hofleverancier van topdesigners en hoogopgeleide specialisten voor de meubelindustrie in de wijde regio.

"Ik krijg vaker de vraag waarom wij niet meer last hebben van concurrentie uit het verre oosten", geeft Fiorella Villa van B&B Italia aan. "Het antwoord is eenvoudig: deze business draait nog altijd grotendeels op puur vakmanschap. Het is nu eenmaal niet iedereen gegeven om het DNA van een topdesigner zomaar in een product te vertalen. Hoe ingewikkelder en technisch geavanceerder een meubelstuk is, hoe lastiger het wordt om het te kopiëren. Deze sector is een mix van passie, cultuur en het verlangen om mooie dingen te produceren. Dat zit de mensen hier echt in de genen. Het is overigens een hardnekkig misverstand dat wij enkel zouden produceren voor de rich and famous. Ruim 80 procent van onze productie gaat naar het buitenland, jawel, maar heel wat Italiaanse middenklasse-gezinnen hebben minstens één duur stuk van een gereputeerd Italiaans merk in de woonkamer staan. Vaak hebben ze daar dan jarenlang voor gespaard."

Giussano is een al even onooglijk, wat ingeslapen dorpje op een boogscheut van Novedrate. Pal in het centrum bevindt zich het hoofdkwartier van Molteni&C, net als B&B Italia een van de reuzen uit het Italiaanse meubeldesign. Wanneer we er ons net na de middag aanmelden aan de receptie, druppelen de werknemers één voor één opnieuw naar binnen. "Het grootste gedeelte van onze mensen woont vlakbij en gaat gewoon rustig thuis eten", klinkt het haast verontschuldigend bij communicatiedirecteur Giulia Molteni. "We hebben onlangs in het dorp zelfs een nieuwe technische school geopend, met de steun van de regionale overheid. Net omdat die lokale expertise voor ons zo ontzettend belangrijk blijft."

Molteni&C is tot vandaag gewoon een familiebedrijf gebleven. Giulia's grootvader Angelo richtte het bedrijf op in 1934 en stond ooit mee aan de wieg van het wereldbefaamde Salone del Mobile in Milaan. Vandaag zwaait haar vader de plak in het familiebedrijf, en samen met haar broer lijkt zij voorbestemd om op termijn de fakkel over te nemen.

Stevig verankerd

Bij zowat alle andere meubelbedrijven hier in de regio net hetzelfde verhaal: hoewel het stuk voor stuk om intussen wereldberoemde meubelmerken gaat, blijven de bedrijven zelf opvallend stevig verankerd in de lokale gemeenschap, vaak zelfs binnen een familie. Meer 'made in Italy' dan deze designmeubels lijkt lastig te vinden. Van de houten frames over de metalen onderstellen, tot het fijne leer waarmee de meeste zetels bekleed worden: zowat alles wordt in Italië geproduceerd. Het lijkt haast een anachronisme, in tijden waarin de race to the bottom zowat alle mogelijke industrieën uit Europa heeft weggegejaagd, wegens te arbeidsintensief en dus ook te duur. Tot vandaag telt de regio Brianza nog 8.000 bedrijven en eenmanszaken die actief zijn in de meubelindustrie.

"Het belang van onze Italiaanse roots kun je amper overschatten", vertelt Giulia Molteni, terwijl ze ons rondleidt in het kleine bedrijfsmuseum. "Hoewel Italië en een aantal andere Europese landen tot vandaag een bijzonder belangrijke afzetmarkt blijven voor ons, richten we de blik natuurlijk almaar meer richting VS en het Verre Oosten. Het verbaast me altijd weer hoeveel belang bijvoorbeeld Aziaten hechten aan die Italiaanse traditie. Wij verkopen niet enkel designmeubels, we verkopen ook the Italian way of life. In die zin is de globalisering min of meer een zegen voor ons en deze sector: ze hielp ons om onze stijl, aanpak en traditie over de hele wereld te verspreiden.

"De grootste uitdaging voor een bedrijf als het onze was de omschakeling van een kleinschalig familiebedrijf naar een echt industriële meubelfabrikant die in staat was de wereldmarkt te bedienen. We proberen een goed evenwicht te bewaren tussen het authentieke vakmanschap en een meer industriële schaal van productie. Met het oog daarop trok mijn vader vele jaren geleden al onder meer naar Duitsland, om daar te leren hoe je die industrialisering in de praktijk moest doorvoeren."

Net doordat heel wat meubelbedrijven in de regio in familiebezit gebleven zijn, konden zij zich aanpassen aan de nieuwe markten en veranderende marktvraag.

Giulia Molteni: "Deze business valt of staat met design en productinnovatie. In een familiebedrijf zit je met de neus op de business, we kunnen heel kort op de bal spelen. Voelen we de nood om meer te investeren, of om ergens van koers te veranderen, dan moeten we geen rekening houden met aandeelhouders of externe investeerders. Dat geeft ons zeker een stevig competitief voordeel. Bovendien zitten we in het bovenste marktsegment: daarin spelen creativiteit en kwaliteit een veel grotere rol dan de pure prijs. De verzamelde traditie en knowhow die in heel deze streek samengebundeld zit, kun je niet zomaar eventjes verhuizen naar het Verre Oosten of Oost-Europa."

Vincent Van Duysen

Ruim een jaar terug werd architect en landgenoot Vincent Van Duysen bij Molteni&C benoemd tot creatief directeur. "Voor een Italiaans bedrijf is dat een niet zo evidente keuze, al was het maar omdat de taal in het verleden vaak een stevige barrière vormde", glimlacht Giulia. "Nu, Vincent spreekt wél Italiaans, maar hij is vooral een outsider die veel reist en zo ook een ander perspectief in het bedrijf brengt. De verhouding met de familie is uitstekend en hij heeft een gelijkaardige visie op hoe een moderne woning er moet uitzien."

Hoewel ze grosso modo allemaal op dezelfde markt mikken - van vermogende particulieren over luxehotels en musea tot flagshipstores van luxemerken genre Cartier of Tiffany - benadrukken al onze gesprekspartners het eigen karakter en specifieke DNA van het eigen bedrijf. Marketing? Deels wellicht wel, maar tegelijk wordt een beproefde strategie gebruikt: enigszins uit elkaars vaarwater blijven. Zo staat B&B Italia wereldwijd bekend omwille van de luxueuze sofa's in vaak zeer aparte vormen, en legt Molteni&C veel nadruk op het gebruik van hout en innovatieve technieken.

Flexform verwierf dan weer wereldfaam dankzij zijn uiterst comfortabele sofa's en salons. Maar wat ons overal en telkens opnieuw opvalt: handwerk is hier nog wijd en zijd, en de aandacht voor de allerkleinste details is haast maniakaal te noemen. "Kijk", legt Flexform-communicatieverantwoordelijke Elisa Velluto uit, terwijl ze ons langs een indrukwekkende rij kussens leidt. "Elk kussen hier is genummerd, zodat we van elke zetel de gebruikte materialen kunnen traceren. Als er een probleem is met een bepaalde zetel, dan kunnen klanten bij ons aankloppen en kunnen we het volledige productieproces reconstrueren. Ook de herkomst van het leer, of de producent van het onderstel, noem maar op. Het dons in de kussens is afkomstig van dieren die in goede omstandigheden worden gekweekt zodat het uiterst zacht is, daar houden wijzelf strikt toezicht op."

Wereldberoemde foyer

Flexform mag met 135 medewerkers dan al een van de kleinere designmerken in de regio zijn, ook dit familiebedrijf is al decennialang een vaste waarde in het absolute topsegment. Een kapitale rol in de steile opgang van het merk in de jaren 70 was weggelegd voor Antonio Citterio, een intussen wereldberoemde architect en industrieel ontwerper. Hij werd geboren in Meda, het dorp waar het bedrijf tot vandaag nog altijd gevestigd is. Flexform staat voor tijdloos en sober meubilair, wat de populariteit van het merk bij flink wat hotelketens uit het topsegment verklaart.

De foyer van het wereldberoemde Teatro alla Scala in Milaan werd door Flexform ingericht. "Elk topmerk hier heeft intussen een beetje een eigen niche en identiteit gevonden", klinkt het. "En ik kan je verzekeren: onze klanten weten heel goed waarom ze precies bij ons en niet bij een concurrent 5 kilometer verderop aankloppen. Toen we voor het eerst in China neerstreken, waren we aanvankelijk wat bang dat de Chinezen ons design zouden kopiëren. Die angst bleek ongegrond: er is een nieuwe generatie van jonge, heel kapitaalkrachtige Chinezen opgestaan die echt het originele product willen. Crisis of niet, de vraag naar designmeubels 'made in Italy' zit al enkele jaren wereldwijd stevig in de lift. En eigenlijk zitten onze enige concurrenten hier allemaal in een straal van pakweg 20 kilometer."

Winnende strategie

Voor een grote Flexform-sofa tel je al snel 15.000 euro neer. "Veel geld natuurlijk," geeft huidig CEO Giuliano Galimberti aan, "maar we mikken heel bewust op dat absolute topsegment. Daardoor kunnen we het ons veroorloven om hier te blijven produceren: al onze leveranciers zitten hier bij wijze van spreken ook om de hoek. Dat is wat mij betreft de winnende strategie voor dit soort business: minder maar beter. Heel wat bedrijfjes uit deze regio die eerder op het middensegment mikten, hebben de voorbije jaren de deuren moeten sluiten, omdat ze niet langer konden opboksen tegen de concurrentie uit de lageloonlanden. Wij doen het daarentegen heel goed. Zowat elk jaar openen we wel ergens ter wereld een nieuwe flagshipstore, en voorlopig lukt dat allemaal opperbest als familiebedrijf, zonder inbreng van extern kapitaal."

Wanneer we hem bij het afscheid vragen wat deze business voor hem nu zo fijn maakt, blijft het even stil. "Als ik heel eerlijk ben, moet ik toegeven dat ik weinig keuze had: wanneer je in deze regio woont en ook nog eens geboren wordt in een familie die al twee generaties in de sector zit, dan is het bijna een evidentie dat je zelf in het bedrijf stapt. Wat niet betekent dat ik me die keuze beklaag: als je hier in de streek een bar binnenstapt en vertelt dat je niét in de meubelbranche zit, dan durft men je wel al eens vreemd aanstaren. (lacht) Ik denk dat ik niet overdrijf als ik stel dat 70 procent van de zakendeals die hier in de streek gesloten worden rond meubels draaien. Dit is mijn natuurlijke habitat, dat maakt het gewoon ook heel comfortabel."

Links: Zetels als soufflés bij B&B Italia. Dankzij het gebruikte polyurethaanschuim kan een bankstel elke vorm krijgen. Onder: bij B&B Italia zorgt een werknemer voor de finishing touch met een stoomstrijkijzer en een borsteltje.

Voor elk meubel dat gemaakt wordt bij B&B Italia, wordt een mal gemaakt. Daarin wordt het polyurethaan gegoten. Daarna zwelt het op en hardt het uit.

Bij de leerbewerking bij B&B Italia komt er nog veel handwerk aan te pas.

Een stoel van Molteni&C, tot op vandaag gewoon een familiebedrijf.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234