Donderdag 23/01/2020

'Een zeker lyrisch elan'

POËZIE. De vorige maand zeventig geworden Patrick Conrad is cineast, (misdaad)romanschrijver, beeldend kunstenaar, maar beschouwt zichzelf vooral als dichter. Met reden, zo blijkt uit zijn verzamelde gedichten.

"Ik beschouw mezelf in de eerste plaats als een dichter: een dichter die schrijft, een dichter die tekent en een dichter die een paar films gemaakt heeft", beweerde Patrick Conrad ooit. Ik kan hem geen ongelijk geven. In al zijn werk komt de fascinatie voor het esthetische terug, als een manier om het alledaagse te snel af te zijn, net zoals voor het spel met schijn en werkelijkheid, voor verval en dood, voor de manier waarop vriendschap in verraad en liefde in haat kunnen omslaan.

Ernst en speelsheid wisselen elkaar af. Zijn werk zit vol tegenstellingen, die vaak een zinnenprikkelende tango met elkaar dansen. Patrick Conrad weet in die dans voor een stuk ongrijpbaar te blijven.

In Conrads eerste bundels Cesar en Jezabel (1963) en Ik lig in de dalaï-lama (1964) is de invloed van de Vijfenvijftigers, de tweede groep experimentelen, zoals Hugues C. Pernath, Gust Gils en Paul Snoek bestempeld werden, nog goed merkbaar. Conrad was tenslotte niet eens twintig toen hij de bundels publiceerde. In zijn later werk merken we vooral een esthetische preoccupatie: met schoonheid moeten het al te alledaagse, banale en lelijke bezworen worden. De dichter neemt in zijn vroege werk een dandyeske houding aan en schept op een speelse manier een erotische sfeer. Eros en Thanatos raken in zijn poëzie permanent verstrengeld, zoals uit het bijgevoegde gedicht, een van de recentste in de verzamelde gedichten, blijkt. Niet alleen de houding van het dichterlijke ik, maar ook de maniëristische stijl valt op in Conrads werk. Typisch voor zijn poëzie waarin tegenstellingen flirten met elkaar zijn de antagonismen. Zo schrijft hij in de bundel Mercantile Marine Engineering (1967): Haar handen, zo verschrikkelijk mooi,/ als bedekt met onzichtbaar warme wonden,/ hebben haperend deze wenende gevel gestreeld.// Zoals de enige en ware schande/ Schoonheid is.

Illusie

Het maniërisme in de poëzie kent zijn weelderigste bloei in de periode van het bestaan van het artistieke genootschap Pink Poets, dat Conrad eind 1972 naar eigen zeggen met die andere dichter die we niet mogen vergeten, Nic van Bruggen, oprichtte, terwijl ze "in de vanouds bekende Patisserie Thys aan de Antwerpse Keyserlei rose ijsroom" lepelden. Conrads bundel Continental Hotel of De duisternis der dingen loert (1975) verscheen bij de uitgeverij die toen ontstond, Pink Editions & Productions. Vanaf die bundel merken we in de evolutie van Conrads poëzie een meer autobiografische tendens op. Conrad verleent zijn gedichten weliswaar het karakter van een enscenering, waarbij hij zijn ik opvoert, maar achter die distantiëring en de ironie wordt het persoonlijke toch sterk tastbaar.

Existentiële angst komt mettertijd meer om de hoek loeren in zijn poëzie. Meer en meer groeit bij Conrad het besef dat we in een illusie leven en ons in een schijnwerkelijkheid bevinden. Dat zien we in een van zijn sterkste bundels, De tranen van Mary Pickford (1991), waarin hij filmdiva's opvoert, niet zomaar in al hun glans en glorie, maar vooral in hun menselijke kwetsbaarheid, een aspect dat door de schijnwerkelijkheid maar al te graag verdoezeld wordt. In dat opzicht doet de bundel enigszins denken aan Conrads beste film, Mascara (1987), met de onweerstaanbare Charlotte Rampling in de hoofdrol.

De bundel Annalen (1998) werd gepresenteerd als een 'autobiografie in gedichten', maar Conrad zou Conrad niet zijn als hij niet, om het met een titel van Cees Nooteboom te zeggen, een 'lied van schijn en wezen' zou opvoeren. En toch komt zijn persoonlijkheid meer bloot te liggen. Zo lezen we onder andere: Daar toon ik wat schuilt achter de schors:/ het zelfportret van de angst.

Nieuwe gedichten

Die angst is existentieel. We vinden ze ook terug in de poëzie die Conrad na Annalen, zijn recentste afzonderlijk verschenen bundel, gepubliceerd heeft. Gelukkig heeft Matthijs de Ridder, de samensteller van dit redactioneel keurig uitgegeven werk, ook nieuwe gedichten opgenomen.

Daardoor merken we hoe de dichter blijft verlangen naar de liefde en hoe hij de praal van de taal, zij het veel minder exuberant en daardoor des te pregnanter, blijft inzetten tegen wat ons wellicht het meest beangstigt: verlies. Omdat dit alles/ al bij al/ niet van een zeker/ lyrisch elan verstoken was, merkt Conrad laconiek op. Dat we dat kunnen blijven zien, hebben we aan Conrads boeiende dichterlijke oeuvre te danken.

Patrick Conrad is op 20 september te gast op het Eilandfestival. www.eilandfestival.be.

Patrick Conrad, As. Gedichten 1963-2014, Poëziecentrum Gent, 760 p., 29,90 euro.

---

Hier heeft ooit een man bemind.
Verblind door zijn verhaal

en de vrouw die er in zwerft.
Verblind als een kind
in de tropische greep
van de bijtende moeder.

Op tafels, in grachten
in gedachten, tijdens eindeloze nachten.
Of wanneer de zon in zijn dromen op haar schouders viel,
op stralende stranden die niet meer bestaan.

De tijd heeft geen vat op hem
wanneer hij in haar zwemt
en op dit zinkende eiland
hun kreunen de wind in de kruinen
een laatste maal overstemt.

Hier heeft ooit een man bemind.
Met dodemansdag
is hij heengegaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234