Zondag 09/05/2021

Een zeer geslaagd huwelijk

De Duitse Elke Schmitter treedt met haar debuutroman succesrijk in het spoor van Madame Bovary

Elke Schmitter

Mevrouw Sartoris

Uit het Duits vertaald door Gerda Meijerink

De Bezige Bij, Amsterdam, 143 p., 639 frank.

Literatuur en overspel, dat is altijd al een zeer geslaagd huwelijk geweest. Van Madame Bovary (1857) over Lady Chatterleys minnaar (1928) tot, bijvoorbeeld, Joost Zwagermans De buitenvrouw (1994) moeten aan echtbreuk kilometers romans zijn gewijd - kennelijk was het onderwerp na Flaubert, Tolstoj (Anna Karenina, 1877) en Fontane (Effi Briest, 1895) toch nog niet afdoende behandeld. Hoe zou dat trouwens zelfs maar denkbaar kunnen zijn zonder dat beide seksen zich erover hadden uitgesproken? In de genoemde grote negentiende-eeuwse romans spreken de titelheldinnen niet direct tot de lezer, maar via hun mannelijke scheppers, die in de derde persoon over hen berichten.

Ondertussen hebben vrouwelijke auteurs ruimschoots in die leemte voorzien - en niet alleen op de wijze van De schaamte voorbij, maar juist ook door de beroemde voorbeelden na te volgen. Neem de Duitse Elke Schmitter, die met haar korte debuutroman Frau Sartoris succesrijk in het spoor van Madame Bovary trad: Marcel Reich-Ranicki zwaaide haar in Das literarische Quartett de hoogste lof toe ("Dit is proza met charme, en stilistisch buitengewoon geslaagd. (...) Ik pleit voor dit boek met volle overtuiging"), en de roman heeft ondertussen ook de grenzen van het Duitse taalgebied achter zich gelaten.

"Ik stelde me hem voor in België, op een of ander klein stationnetje. Had hij een snor destijds? Was hij in India geweest, (...) had hij belangstelling gehad voor de armoede, voor de zielsverhuizing, voor opium?" Dat en nog heel wat meer vraagt in Mevrouw Sartoris de titelheldin zich over haar geheime minnaar Michael af, maar ook al is hun verhouding al vele maanden oud, ze weet "bijna niets van hem", zoals ze moet vaststellen.

Toch wil ze, niet ondrastisch, met hem weglopen, helemaal tot in Venetië zelfs. Weg uit de saaie provinciestad L., waar ze al haar hele leven woont. Weg van Ernst, haar goedmoedige en goed verdienende maar van iedere fantasie gespeende gezelligheidsmens van een echtgenoot, bij wie ze zich dood verveelt. (Een jaar of vijftien tevoren is ze weliswaar uit vrije wil met hem getrouwd, maar dan louter om zich te wreken op haar toenmalige grote liefde, Philip, een rijkeluiszoon die haar, het mooie en intelligente kind uit heel wat eenvoudiger omstandigheden, had laten zitten: "Het was immers ook niet zo belangrijk, Ernst of een ander; Ernst danste naar mijn pijpen, (...) met zijn karakter was niets mis, en zijn handicap (een in de oorlog gebleven onderbeen, HJ) maakte hem erg dankbaar.") Weg ook van hun dochter Daniela, die ze van haar geboorte af als 'vreemd' heeft ervaren en met wie ze nooit goed heeft kunnen opschieten.

Maar is niet het eeuwenoude patroon dat minnaressen, na genoegzaam gebruik, in de steek worden gelaten? En inderdaad. Hoe deerlijk vergist ook zij zich, deze mevrouw Sartoris (- zo oerdegelijk als haar voornaam ook is, trouwens, zo in het geheel niet minnaresachtig: Margarethe; als ze nu nog Sibylle had geheten, Myrthe, Véronique, geheimzinnig, licht of een tikje deugdzaam en wuft tegelijk...). Hoe tragisch voorspelbaar zit ze daar, de nacht dat ze hoopvol verwacht een heel nieuw leven te kunnen beginnen, in haar auto op het afgesproken parkeerterrein even buiten de stad, vergeefs te wachten.

Want anders dan zij is de man die haar de vervulling van al haar dromen toeschijnt, Michael Schäfer, de nieuwe directeur van het kunst- en cultuurbureau in het stadje L. (41 jaar oud, donkerblond, getrouwd, twee kinderen), bij lange na geen beginneling in de kunst van het overspel - en onder zijn charmante omgangsvormen verbergt hij een egelig karakter. Waar hij gaat, vindt hij vraat, om zo te zeggen, maar al dat genoeglijke geslachtsverkeer in de betere rendez-vousbedden uit de omgeving moet wel niet in een echte relatie ontaarden. Als zulks dreigt te gebeuren, zet hij zijn stekels op en schuift elders heen, terug naar zijn wettige echtgenote bijvoorbeeld.

Enige jaren na dit fiasco - tot overmaat van ramp heeft Ernst diezelfde nacht nog haar achteraf gezien voorbarige afscheidsbriefje gevonden - blikt Margarethe Sartoris terug op haar weinig vervulde leven in de provincie. En daarmee voert Elke Schmitter, die overigens voor de liefhebber zeer genietbare knipoogjes naar haar grote voorganger werpt (zo vinden Margarethe en Michael zichzelf, net als Emma B. en haar amant Rodolphe, op zeker zeer gepassioneerd ogenblik terug in een paardenkoets), haar verhaal de grenzen van Madame Bovary voorbij. Want, ondanks alles, háár heldin berooft niet zichzelf van het leven.

Integendeel. Wie is die man die in de allereerste alinea uit de schemering opdoemt en zijn ontmoeting met haar, zoals geleidelijk blijkt, niet meer zelf in de krant heeft kunnen nalezen? (Philip? Michael?) Dit thrillerelement heeft Elke Schmitter handig door het boek heen geweven, maar alles welbeschouwd is het toch niet meer dan een truc van de foor - zij het dat Margarethes dochter Daniela, om één tipje van de sluier op te lichten, haar moeder dankbaar mag zijn voor haar rigoureuze ingrijpen. Margarethe heeft in haar leven één keer te veel ervaren hoe graag mannen mogen manipuleren en hoe geil ze erop zijn vrouwen in hun macht te hebben om werkeloos toe te zien.

Maar in laatste instantie ontleent Mevrouw Sartoris zijn aantrekkelijkheid dus niet aan die eigenzinnige (en op zichzelf overigens toe te juichen) afwijking van het beproefde verhaal. Reich-Ranicki mag dan misschien wel wat érg enthousiast zijn geweest, wat dit nu ook weer niet spectaculaire boekje toch boven de middelmaat doet uitrijzen is inderdaad de stijl.

Margarethe Sartoris komt niet als een jammerklachten slakende, verbitterde vrouw tot ons; de levendigheid en intelligentie waardoor ze wellicht een gelukkiger leven had verdiend zijn bewaard gebleven in haar niet van zelfironie verstoken toon ("Ik ben vaak in gedachten verzonken. Niet dat het veel oplevert"). En in haar beste momenten is ze zo adembenemend lucide als genadeloze eerlijkheid maar kan zijn zonder in hoon of bitter cynisme te vervallen. Terugblikkend tekent ze zichzelf als jonggehuwde vrouw aldus: "Ik zou in het prospectus van een warenhuis geen slecht figuur hebben geslagen als een vrouw die een nieuwe stofzuiger uitprobeert of een hoed opzet en intussen tevreden in de spiegel kijkt." En wat Ernst betreft: "Hij had gekregen wat hij wilde - mij - en dat maakte hem toegeeflijk en nog geduldiger dan hij toch al was; hij had niets meer te wensen, maar daar ging hij niet dood aan, daar leefde hij mee, zoals een hond met een langzaam vervettende lever die uiteindelijk met mooie dromen inslaapt." Een zin zo onvergetelijk schrijnend dat hij op zichzelf al het bestaan van het hele boek ruimschoots rechtvaardigt.

Herman Jacobs

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234