Zondag 29/11/2020

Een wreker in tweestrijd

Alvaro Cunqueiro. 'Een man die op Orestes leek': de mythe herschreven

Peter Venmans

De oorlog in Kosovo heeft het weer eens bewezen: dit fin de siècle is meer dan ooit een tijd van mythen. Neem nu de Groot-Servische gedachte. In 1389 vond in Kosovo Polje een veldslag plaats tussen lokale troepen en het Turkse leger, door de laatste gewonnen. Inmiddels is die veldslag nog altijd geen academisch of literair onderwerp. Dat was nochtans beter geweest, want dan was er niets aan de hand. In de negentiende eeuw, op onze eeuw na de meest nationalistische die er ooit geweest is, ging die veldslag echter weer tot het politieke discours behoren. De mythologie bestond dus al als hersenspinsel van een paar verwaaide geesten. Milosevic maakte er in zijn propaganda dankbaar gebruik van. Met de gevolgen die we kennen.

Een mythe ontstaat wanneer men de geschiedenis tot lotsbestemming maakt, wanneer het verleden zo geïnterpreteerd wordt dat de toekomst er onwrikbaar in besloten ligt. Rampen zijn dan nooit ver weg. Het gevangenzitten in de mythe is ook het centrale thema van de Griekse tragedie. Aischylos, Sofokles en Euripides schreven over helden die gebukt gingen onder het juk van een vreeswekkend lot. Er was geen ontsnappen aan; de toekomst lag onherroepelijk vast. Orestes was voorbestemd om de moord op zijn vader Agamemnon te wreken. Tragisch is dat hij door deze daad van gerechtigheid tegelijk de moordenaar van zijn moeder moest worden. Als hij zijn vader niet wreekte, verzaakte hij zijn plicht en werd hij door de goden gestraft. Vermoordde hij echter zijn moeder, dan zouden diezelfde goden hem met hun wraak achtervolgen. Wat Orestes te doen stond, was menselijkerwijs onmogelijk, maar tegelijk rechtvaardig en noodzakelijk. Rechtvaardig en noodzakelijk: het blijkt nog steeds een dodelijke formule. We hebben er al genoeg gezien die alleen hun rechtvaardige en noodzakelijke plicht deden. Wie wil nadenken over de trieste actualiteit van mythe en tragedie, kan sinds kort terecht bij een nieuwe editie van vertalingen door Gerard Koolschijn. Onder de titel Eén familie, acht tragedies heeft Koolschijn zowat een kwart van alle Griekse tragedies gebundeld. Ongeveer tegelijk, maar bij een andere uitgeverij, verscheen de curieuze roman Een man die op Orestes leek van Alvaro Cunqueiro. Cunqueiro: de naam klinkt Portugees, maar de man is afkomstig uit Galicië. Cunqueiro leefde van 1911 tot 1980 en was actief als dichter, romancier, essayist en journalist. Meestal schreef hij in het Spaans, want onder Franco kon dat bijna niet anders (de Groot-Spaanse gedachte): Spanje moest één en ongedeeld zijn en daarom werd het Galicisch als taal verboden. Twintig jaar na zijn dood is Cunqueiro 'in eigen land' een semi-klassiek auteur. Er worden proefschriften gewijd aan zijn werk, maar bij het lezerspubliek is hij niet langer een bekende naam. Zijn introductie in het Nederlands hebben we te danken aan het goudzoeken van uitgever Coppens. In zijn bekendste werk, Een man die op Orestes leek (1969), gaat Cunqueiro terug op Aischylos, maar interessanter dan de imitatie is de afwijking van het model. Bij Cunqueiro komt Orestes niet tot handelen. Hij twijfelt, laat de tijd voorbijgaan en wanneer hij ten langen leste naar Mycene afreist om de daad te plegen, is het al te laat. Waarom zou hij zijn moeder en haar minnaar nog doden? Waarom die zielige oude mensen nog de duivel aandoen? Een leven lang leefden ze in de ban van de angst. Hen doden zou bijna een daad van clementie zijn. Onverrichter zake vertrekt Orestes weer uit Mycene.

Door zijn getob heeft de Orestes van Cunqueiro veel van Hamlet. Zijn Orestes is dan ook moderner dan het antieke voorbeeld, bijna postmythologisch. In plaats van zich aan het noodlot over te leveren begint Orestes te prakkiseren en uiteindelijk neemt hij de vrijheid om niet te doen wat de goden van hem eisen. Zo'n opstelling maakt het leven er niet eenvoudiger op, want de mens staat nu helemaal alleen en een verlossende catharsis is niet meer mogelijk. De twijfelaar heeft alleen zijn twijfel. Toch is die twijfel voor Cunqueiro's Orestes honderdmaal te verkiezen boven een doffe berusting in het lot.

De moraal van het verhaal lijkt dan ook te zijn dat men zich niet door het verleden moet laten bepalen, dat men zelf moet nadenken, dat men van zijn menselijke vrijheid gebruik moet maken om nee te zeggen. De enige oplossing houdt in dat men de diabolische cirkel van misdaad en genoegdoening doorbreekt. Toch is Cunqueiro's boodschap niet zo eenduidig als wel lijkt. De hele roman blijft hoe dan ook doordrenkt van een tragisch, premodern levensgevoel. Orestes is nog niet echt een vrij en zelfbewust mens. Als hij niet tot doden komt, ligt dat meer aan onmacht dan aan een grote morele moed.

Volgens de Spaanse critica Ana-Sofía Pérez-Bustamante, van wie in deze uitgave een uitstekend nawoord opgenomen is, kan men in Een man die op Orestes leek een allegorie lezen van het franquistische Spanje, met Franco in de rol van Aigisthos, de minnaar van de moeder, en de verliezers van de Burgeroorlog als wrekers tegen wil en dank. Gedurende bijna veertig jaar, ongeveer even lang als Orestes uit Mycene wegblijft, was Franco bang voor een wraak die nooit komen zou. Hij stierf gewoon op zijn ziekbed, maar met hem had Spanje een halve eeuw verspild aan zinloos wachten. Na 1975 diende de democratie zich aan. Dat de politieke overgang zonder bloedvergieten verliep, is een bewijs dat men wel degelijk kan ontsnappen aan mythische scenario's. Het vraagt alleen veel tijd en geduld.

Voor de volledigheid moet ik hieraan toevoegen dat het allegorische aspect slechts een deel van het verhaal uitmaakt, en waarschijnlijk niet eens het belangrijkste deel. Cunqueiro was namelijk allesbehalve een sociaal geëngageerde schrijver, zoals dat nochtans in zijn tijd in Spanje de mode was. Als Cunqueiro nog niet definitief afrekent met de mythe, heeft dat ook literaire redenen. Hij heeft de mythe namelijk nodig als inspiratiebron. De sage van Orestes is dan ook maar het geraamte waaraan veel literair fraais opgehangen wordt. Cunqueiro behoudt de magie van de mythe en dikt die zelfs aan. Hij schuwt daarbij de groteske overdrijving niet. Deze roman staat vol absurdistische, wrede sprookjes en weinig terzake doende uitweidingen. Aan lezers met een grote behoefte aan zakelijkheid is dit boek dan ook niet besteed. De anderen hebben er een mooie kluif aan. Het is volkomen terecht dat deze roman zo schitterend uitgegeven is.

Alvaro Cunqueiro (uit het Spaans vertaald door Elly Bovée), Een man die op Orestes leek, Coppens & Frenks, Amsterdam, 267 p., 1.138 frank. Aischylos, Sofokles, Euripides (uit het Oudgrieks vertaald door Gerard Koolschijn), Eén familie, acht tragedies, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 590 p., 799 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234