Maandag 23/09/2019

Een wielercarrière begint blijkbaar pas vanaf dertig

Het grote eendagsgeweld van het voorjaar ligt achter de rug. Rittenkoersen en vooral dan de grote ronden krijgen nu alle aandacht. De eendagscoureurs mogen na een zware en slopende campagne op adem komen en terugblikken op het klassieke voorseizoen. Een lente die vooral gedomineerd werd door dertigers en renners uit de laars. Een balans.

TONY LANDUYT

'Die Italianen zullen wel weer een nieuw middel hebben gevonden dat hen doet vliegen." Het dominante optreden van de Italiaanse renners in de voorjaarswedstrijden maakte de zure lippen los. Dat zowel Petacchi (de man die in maart de pannen van het dak spurtte), Cipollini (Milaan-Sanremo en Gent-Wevelgem), Pieri (E3-Prijs Harelbeke), Tafi (Ronde van Vlaanderen), Bettini (Luik-Bastenaken-Luik) en Bartoli (Amstel Gold Race) voortdurend gecontroleerd werden op hun hematocrietgehalte en niets dan negatieve plasjes afleverden, deed er blijkbaar niet toe.

Het zal wel gewoon jaloezie zijn, want de hegemonie van de Italianen was indrukwekkend. Bovendien staan/stonden de meeste van die renners al meerdere jaren aan de top. Zij stonden daar al in volle epo-periode, maar laten zich ook in het post-epo-tijdperk niet wegdrummen van dat niveau. De 'oudjes' doen het nog altijd. Cipo (35), Tafi (36), Museeuw (37) en Bartoli (32) verdeelden onderling de WB-koek. Alleen Bettini (28) en Mario Aerts (27) konden de dertigers achter zich laten. Vormen die dertigers dan zo'n uitzonderlijke generatie?

"Ongetwijfeld, een zeer goede lichting", zegt bondscoach José De Cauwer. "Maar het feit dat zij nog altijd aan de top staan, heeft meer te maken met de nieuwe levensstijl die zich binnen de wielersport aftekent. Renners bakenen meer hun seizoen af, pieken naar een bepaalde periode en bouwen rustperiodes in, waardoor ze langer meegaan en aan de top kunnen blijven. Ik vermoed dat de huidige generatie over een hele carrière zoveel koerskilometers op de teller heeft staan als Eddy Merckx destijds in één seizoen."

Dertigers die nog steeds aan de top staan, is geen nieuw fenomeen. Joop Zoetemelk werd op zijn veertigste nog wereldkampioen. Raymond Poulidor fietste op die leeftijd nog voor een podiumplaats in de Tour. "Juist", zegt De Cauwer, "Zoetemelk en Poulidor waren ook wel op de afspraak in Parijs-Nice enzovoort, maar zij richtten zich vooral op de Tour. Betere voorbeelden lijken mij Sean Kelly en Adri Van der Poel. Zij hadden ook een heel lange carrière, en waren paraat van de eerste tot de laatste dag van het seizoen. Van der Poel ging zelfs nog verder. Tijdens de wintermaanden vertolkte hij nog een hoofdrol in het veld."

Markant gegeven is dat zij die voor de aflossing moeten instaan, zich nauwelijks met de dertigers konden meten. Alleen Yvan Basso (derde in Luik-Bastenaken-Luik) en Tom Boonen (derde in Parijs-Roubaix) waren in beeld. Niet te zien was Danilo Di Luca. "Daarmee kwam nogmaals aan het licht hoe betreurenswaardig de affaire-Vandenbroucke is", zegt De Cauwer. "Hij was de man die de oude generatie naar de kroon moest steken. Hij had voor de aflossing moeten zorgen en had nu zijn topjaren moeten kennen. Jammer, maar helaas. Maar we hoeven niet te wanhopen. Van de Belgische jongeren was Boonen in beeld. En ik reken voor de toekomst ook op een Kevin Hulsmans en Fabien De Waele." Dat de Italianen zo sterk door het voorjaar raasden, verbaast alvast Patrick Lefevere niet. Als ex-manager van Mapei-Quick Step werkte hij geruime tijd met renners als Tafi, Bettini en Bartoli. "Het ene jaar is het andere niet", zegt de huidige manager van Domo-Farm Frites. "Vorig jaar waren Tafi en Bartoli nauwelijks in beeld, maar dat had zijn redenen. Tafi kende gezondheidsproblemen, onderging een operatie aan het been en wilde te snel terugkeren. Dat leed is nu geleden en dat bewees hij in de Ronde van Vlaanderen."

"Tafi is altijd een steengoed renner geweest, zoals Bartoli altijd een groot talent is geweest. Zijn gebroken knieschijf (val in de Ronde van Duitsland 1999, TL) kwam op een zeer slecht moment in zijn carrière. Bovendien heeft hij niet gerevalideerd zoals Johan Museeuw en verliep de integratie in de Mapei-ploeg erg stroef voor hem. Bartoli heeft zich nooit goed in zijn vel gevoeld bij Mapei. Daardoor heeft hij twee seizoenen gemist. De terugkeer bij Ferretti doet hem duidelijk deugd."

Italië lag duidelijk boven. Zabel plukte nog wel een troostprijs mee in Frankfurt, maar voor de overigen, op de Belgen na, was er nauwelijks iets weggelegd. Vooral het optreden van de Fransen was schrijnend. Geen enkele prijs reden de Franse renners. "Ja, ze waren nergens", stelde ook Patrick Lefevere vast. "Toch hebben enkele jonge Fransen mij kunnen bekoren. Maar het is niet aan mij om de Franse wielersport te redden. Voorlopig heb ik aan Virenque genoeg. Hij krijgt carte blanche voor de Tour."

Voor de Belgen verliepen de klassiekers niet zo slecht. In 'zijn' klassiekers was Johan Museeuw overal op de afspraak. Tweede in de Ronde van Vlaanderen en winnaar van Parijs-Roubaix. Het leverde hem de leiderstrui in de wereldbeker op en na tochten door de Ardennen en het Limburgse heuvelland zit die trui nog steeds rond zijn lichaam. Nochtans kwam hij in Luik-Bastenaken-Luik (opgave) en de Amstel Gold Race (54ste op vijf minuten) niet in het stuk voor. Het zal Museeuw echter een zorg wezen. Het is zijn fout niet dat zijn concurrenten die hem konden bedreigen, nauwelijks beter waren of zelfs slechter, zoals George Hincapie.

Museeuw blijft op zijn 37ste nog altijd de vaandeldrager van het Belgische wielrennen en de hoofdrolspeler bij Domo. Het team van Patrick Lefevere kan overigens op een sterk klassiek voorjaar terugblikken. Tweede in Milaan-Sanremo (Fred Rodriguez), tweede in Harelbeke (Museeuw), tweede in de Ronde van Vlaanderen (Museeuw), tweede in Gent-Wevelgem (Rodriguez) en winnaar van Parijs-Roubaix (Museeuw). Alleen in de klimklassiekers waren de resultaten van Domo een stuk minder. Axel Merckx werd zesde in de Waalse Pijl. Dave Bruylandts finishte vijftiende en Axel Merckx een plaats verder in Luik-Bastenaken-Luik, en in de Amstel was Bruylandts eerste Domo op de 26ste plaats.

"De balans is meer dan positief", vindt Lefevere. "Zeker gezien de omstandigheden. Men mag vooral niet uit het oog verliezen dat we met een behoorlijk onthoofde ploeg het voorjaar moesten doormaken. Geen Vainsteins, geen Van Bon, geen Wadecki en geen Vandenbroucke. Van Vandenbroucke zullen we nooit weten tot wat hij nog in staat was. Maar door het uitvallen van de drie anderen moesten we heel wat kwaliteit missen voor de grote eendagswedstrijden. Vainsteins was vorig jaar derde in Milaan-Sanremo, derde in Parijs-Roubaix, derde in Hamburg en zesde in Parijs-Tours en Van Bon speelde de voorbije jaren vaker een hoofdrol in de 'Hel van het Noorden'. Met die renners erbij zou ons voorseizoen ongetwijfeld nog beter geweest zijn. Maar je hoort me niet klagen. We hebben een uitstekende campagne achter de rug."

Johan Museeuw blijft ook voor Lefevere de sterkhouder van de ploeg. "Was iedereen maar zoals Museeuw", zegt Lefevere. Eind dit jaar zijn 22 van de 25 Domo-renners einde contract. Museeuw is er daar een van. In principe is het voor de West-Vlaming na 13 oktober - hij wordt die dag ook 37 - in Zolder afgelopen. Maar als Museeuw nog wil doorgaan, zal Lefevere als eerste in de rij staan om hem een nieuwe verbintenis te laten ondertekenen. "Ik kan hem nog altijd niet missen", was een van de eerste uitspraken van Lefevere na de winst in Parijs-Roubaix. En dat kan Lefevere niet van iedereen zeggen. "Ik wil geen namen noemen, maar jongens die denken dat twee goede prestaties genoeg zijn voor een nieuw contract, zouden wel eens raar kunnen opkijken."

Ook in het andere Belgische kamp klinkt overwegend optimistische taal. Lotto-Adecco-ABX bleef dan wel met lege handen achter in het wereldbekercircuit, de ploeg was wel nadrukkelijk aanwezig. En dat zonder Andrei Tchmil, die de aprilklassiekers nagelbijtend voor televisie moest volgen. "Met Andrei erbij stonden we ongetwijfeld veel sterker en zou het wellicht anders geweest zijn", weet team-manager Christophe Sercu. "Maar op Parijs-Roubaix na, waarin de hele ploeg overmand werd door veel tegenslag, waren we overal paraat. We tellen al twintig overwinningen, waaronder niet de minste als Omloop Het Volk, ritten in Parijs-Nice, de Waalse Pijl en de Scheldeprijs."

Lotto kan een mooie rist resultaten voorleggen maar toch ontbrak zoals vorig jaar de kers op de taart: weer geen winst in een wereldbekerkoers. "Daar lig ik niet wakker van", zegt Sercu. "In iedere WB-wedstrijd hebben we meegespeeld. Van Petegem werd derde in de Ronde van Vlaanderen, zevende in Luik-Bastenaken-Luik en zesde in de Amstel Gold Race. En ik vraag me nog altijd af of McEwen, zonder die lekke band op een heel slecht moment, zich niet op het podium had gespurt in Milaan-Sanremo. Tchmil moest dan weer zijn mooiste wereldbekerwedstrijden missen en door blessures hebben we nooit helemaal kunnen rekenen op Eeckhout en De Clercq. Maar mij hoor je niet klagen. De balans is positief."

Tchmil blijkt ook niet de belangrijkste factor. "Vroeger was de ploeg louter afhankelijk van Tchmil", zegt Sercu. "Lotto was Tchmil. De ploeg stond en viel met Andrei. Dat fenomeen heb ik totaal omgekeerd, wat geen simpele opdracht was. Maar nu plukken we de vruchten van die omschakeling."

José De Cauwer: 'De huidige generatie heeft over een hele carrière evenveel koerskilometers op de teller staan als Eddy Merckx destijds in één seizoen'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234