Woensdag 24/07/2019

Een wereld op papier

De tentoonstelling De ziel van de meester is niet allleen voor liefhebbers van tekeningen verplichte kost. De expo overspant vijf eeuwen Antwerpse meesters in honderd tekeningen. Kwaliteit en diversiteit, figuratie en abstractie, landschappen en portretten. De wereld, in al haar gedaanten, hangt in Plantin-Moretus.

De ziel van de meester tot 16 december in Museum Plantin-Moretus, Vrijdagmarkt 22, Antwerpen. Di-zo 10-17u. Toegang 8 euro. Gratis viertalige bezoekersgids.

Het Prentenkabinet van Museum Plantin-Moretus in Antwerpen is een schatkamer met 3.500 oude en 18.000 moderne tekeningen, die helaas haar deuren al te zelden opengooit. Daarin speelt ongetwijfeld de fragiliteit van de tekeningen en prenten, die de instelling bewaart, een grote rol. Met werk op papier moet men nu eenmaal voorzichtig omspringen: het kan telkens maar tien à twaalf weken tentoongesteld worden, en moet dan weer voor geruime tijd in de kluis. En het mag nooit blootgesteld worden aan veel licht.

Toch heeft het Prentenkabinet in het verleden veel te weinig haar fantastische troeven uitgespeeld. Het nieuwe team, met directeur Iris Kockelbergh en conservator Marijke Hellemans, belooft daarin verandering te brengen.

De ziel van de meester is meteen een overtuigende aanzet, die ook nog eens origineel opgevat werd. Elf gastcuratoren werd gevraagd een persoonlijke selectie te maken uit het tekeningenbezit. Onder hen bevinden zich modeontwerper Dries Van Noten, tekenaar en schilder Benoît, galeriehouder Adriaan Raemdonck, kunsthistorica Katlijne Van der Stighelen, directeur van de Fondation Custodia in Parijs Ger Luijten, en conservator Prenten van de Koninklijke Musea in Brussel Stefaan Hautekeete, maar evengoed een buurtbewoner en een vrijwilliger met een hart voor het museum. Zij komen aan het woord in de audiogids en een video.

De gastcuratoren brengen oud en nieuw werk samen, leggen eigenzinnige verbanden en serveren mooie verrassingen. Ger Luijten speelt tekeningen 'naar model', zoals een kwaadaardig blaffende hond van Frans Snyders (1579-1657), uit tegen werken 'van de geest', zoals pentekeningen vol erotische spanning van Antoon van Dyck (ca 1620) en Bartholomeus Spranger (1546-1611). Adriaan Raemdonck laat een een bijzonder atmosferisch Dorp aan de rand van de rivier van Jan Brueghel contrasteren met een constructivistische Haveninspiratie van de nagenoeg vergeten Antoon Marstboom (1905-1960) en kiest voorts ook een van de ondeugende 'poezeloezen' (1949) van eeuwige kwajongen en onhandelbare mens Paul Joostens.

De getoonde werken zijn van zeer hoge kwaliteit en de presentatie zit vol spankracht, dialoog, confrontatie en beeldrijm: mensen op de rug gezien (Jan Vanriet en de onbekende John Michaux), de oerkracht van Constant Permeke tegen de Oosterse kalligrafie van Rik Wouters, de primitieve potloodtekening Jazz Middelheim (1978) van Karel Roelants versus een haarfijn uitgewerkt havenzicht van Henri François Schaefels (1877), en een portret in houtskool van Sam Dillemans (1997) hangt naast een ragfijn vroeg-19de-eeuws portret van Matthias Van Bree.

Spankracht

Dries Van Noten zegt dat in zijn selectie van drie tekeningen zowel de vloeiende lijn als het contrast een belangrijke rol speelt. Hij koos een hond van de 17de-eeuwer Joannes Fijt, een salamander van Antoon Haenen (1952) en Figuur van Vic Estercam (1953). De uitwerking wordt steeds eenvoudiger tot er bij Estercam alleen één rechte en twee golvende lijnen overblijven. Ook Van Noten tekent zelf: een nieuw modeontwerp wil hij altijd eerst met de hand tekenen omdat hij dan pas voelt of het klopt of niet.

In de eerste twee historische kamers van het Plantin-Moretus Museum werden wanden opgezet in een zacht okergeel om de tekeningen aan op te hangen. Dat is een noodzakelijk kwaad, maar de constructie is sober en smaakvol en de enige manier om de tekeningen in het museum zelf te integreren. Verderop, bij de selectie van Benoît en Dries Van Noten, wordt er telkens maar één wand in een kamer gebruikt.

Aan de selectie van de gastcuratoren heeft de museumploeg nog een hele reeks topstukken en representatieve tekeningen toegevoegd, waarvan zij vond dat ze niet mochten ontbreken: Ensor en Van Mieghem, Fabre en Panamarenko, maar evengoed een prachtig, anoniem 17de-eeuws gezicht op de Liefkenshoek een een constructivistische danseres uit 1920 van de vergeten Jan Kiemeney. De tentoonstelling blijft op zeer hoog niveau, maar verliest naar het einde toe aan spankracht, vooral omdat de tekeningen dan naar onderwerp geklasseerd zijn. Maar dat is detailkritiek.

De ziel van de meester toont nog maar eens dat tekenen de meest directe en meest intieme kunstvorm is. Het is de hand die denkt. Eén lijn in potlood, krijt, bic, pastel of verf, één lijn op papier, en er ontstaat een wereld. En die wereld, in al haar gedaanten, is in Museum Plantin-Moretus te zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden