Vrijdag 23/04/2021

Een wereld in eeuwige verf

Rubens moet een tiental meter hoog hebben gestaan, vermoedelijk heeft hij de toren van Het Steen als uitzichtpunt gebruikt. Wat een ruimte kon hij toen zien. Of dat een realistisch beeld is, zullen we niet makkelijk meer te weten komen

1636 n Peter Paul Rubens, Herfstlandschap met gezicht op Het Steen in de vroege morgen

(olieverf op eiken paneel). (Foto National Gallery, Londen)

Tekst Eric Rinckhout

Foto Thomas Vanhaute

Ik sta op de plaats waar de jager samen met zijn hond een handvol patrijzen besluipt. Voor mij ligt kasteel Het Steen. In de vier eeuwen die mij van jager en hond scheiden, is het buitengoed van Peter Paul Rubens in Elewijt bij Zemst niet zó veel veranderd. Trapgeveltje, twee vleugels, brug, kasteelgracht, het is er nog allemaal. Het Steen ligt nog altijd wat verscholen. Afgescheiden van het kapotverkavelde Vlaanderen door een strook weilanden waar rubensiaanse koeien grazen. Een bescheiden bos onttrekt het domein grotendeels aan het zicht vanaf de grote weg.

Tegelijk is er veel veranderd. De forse, laatmiddeleeuwse stenen toren die het kasteel zijn naam gaf, is gesloopt. Om het landgoed heen staat nu deels een muur deels een afrastering. Bijgebouwen werden opgetrokken, een ervan zelfs kort na de dood van de meester: een gevelsteen vermeldt 1754. In de acht- en negentiende eeuw werd het kasteel ingrijpend verbouwd, de achterzijde in typisch Vlaamse neorenaissancestijl. Dat is goed te zien vanuit de statige dreef die links langs het nog altijd bewoonde domein loopt.

Waar de jager toen sloop, loopt nu een asfaltweg. Daar sta ik te kijken. Achter mij rukken de typisch Vlaamse verkavelingsvilla's genadeloos op in de Steendreef, een straat die al even typisch doodloopt op de geluidswal van de E19. Want hoe idyllisch het kleine eilandje rondom Het Steen mag lijken, de vooruitgang is niet te stuiten. De snelweg Antwerpen-Brussel ligt op nauwelijks enkele honderden meters hiervandaan, terwijl achter het kasteel de spoorweg loopt die dezelfde twee steden met elkaar verbindt. Al zie je de treinen niet, je hoort ze wel voorbij denderen. Rechts van waar ik sta, doorsnijdt de drukke weg Elewijt-Eppegem de weiden. Ook Zaventem is niet veraf: hoog boven mij stijgt een vliegtuig op - is dit de noordrand? Een jogger loopt voorbij, gevolgd door de postbode op een brommer. Wat later vliegt een politiehelikopter laag over. Dit is wel degelijk de eenentwintigste eeuw.

En toch. Af en toe hoor ik het gesnater van watervogels. Eksters vliegen op, net zoals bij Rubens. Ik maak mezelf wijs dat vóór mij dezelfde statige bomen staan die Rubens heeft geschilderd. Het is trouwens opvallend hoe accuraat de meester zijn Brabants landschap in beeld heeft gebracht, althans in de details. Met goudvinken, een ijsvogel en rijen knotwilgen. Hij laat de braambessenstruik in bloei staan, en enkele chrysanten. In het schilderij heerst de herfst, het zal september of oktober zijn. De Barebeek doorkruist zijn landschap, dat doet ze nu nog altijd. Rechts in het schilderij komt de zon op: daar moet dus het oosten liggen - dat lijkt niet helemaal te kloppen. Heel in de verte doemt Mechelen op, maar waar ik nu sta, kan ik dat onmogelijk zien. Rubens moet op een tiental meter hoogte hebben gestaan, vermoedelijk heeft hij de toren van Het Steen als uitzichtpunt gebruikt. Wat een ruimte kon hij toen zien in dit land, wat een weidsheid. Of dat een realistisch beeld is, zullen we niet makkelijk meer te weten komen. Wat we nog wel kunnen zien is dat Rubens zijn kasteel wat meer in de diepte heeft gezet en heeft zitten frunniken aan het verloop van het perspectief. Waarschijnlijk heeft hij, zoals toen gebruikelijk, een eigen landschap geconstrueerd aan de hand van vooraf gemaakte schetsen.

Rubens kocht zijn buitengoed in mei 1635 voor de prijs van 93.000 gulden, maar trok er pas in november van dat jaar in. Op de kop af 370 jaar geleden. Zijn woonhuis en atelier aan de Wapper in Antwerpen behield hij, maar hij wou een buitenverblijf om samen met zijn tweede vrouw, de toen 21-jarige Hélène Fourment, en zijn kinderen meer tijd op het platteland door te brengen. Ook toen al ging de Belg die het zich kon veroorloven buiten de stad wonen. Niets nieuws, dus.

Een jaar later, rond november 1636, zou hij dit schilderij hebben gemaakt. Het zit boordevol heerlijke details en verraadt het plezier dat Rubens, op dat moment 59, weer in het schilderen had gevonden. Kijk goed en dan zult u een visser op de brug van het kasteel zien. Een galant gezelschap is aan de wandel vlak bij het houten hek. In de ruitjes van het kasteel schittert de opkomende zon in witte vlekjes, terwijl bedienden met kar en paard onderweg zijn, ongetwijfeld naar de vroegmarkt: een kalf ligt gebonden op de kar, de vrouw heeft een koperen kan bij zich en zit op enkele houten vaten. Verhalende elementjes in een voor het overige vredig en vruchtbaar landschap, een land zoals Rubens wou dat het was na decennia van verwoestende Spaanse oorlogsvoering.

Rubens hield erg van dit schilderij en heeft het nooit verkocht. Na zijn dood, in 1640, stond het als nummer 135 genoteerd in de boedellijst. De oorspronkelijke Nederlandstalige versie is verloren, we moeten het doen met 'A great Landschap after the life, with littel figures in 't uppon a bord'. Het kwam later in Genua terecht, in het Palazzo Balbi, en sinds 1823 is het bezit van de National Gallery in Londen. Maar tijdens Rubens' leven hing het in een van de grote kamers van Het Steen, tegenover het even majes-tueuze Landschap met regenboog, nu in de Londense Wallace Collection. Zo kon Rubens zijn eigen landgoed en het schier eindeloze Brabantse landschap overschouwen terwijl hij gewoon binnenskamers bleef. Aan de ene muur de ochtend, aan de andere de middag. De hele wereld in eeuwige verf. Rubens zal voorbij zijn maar zijn landschap zal duren.

Met dank aan VTM voor het ter beschikking stellen van een hoogwerker.

2005 n Het Steen en omgeving nu. Een hoogwerker moest onze fotograaf

zo'n vijftien meter boven de grond tillen. (Foto Thomas Vanhaute)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234