Zondag 09/08/2020

Een welgestelde burgerschildert ‘modern’ Parijs

Het toeval wil dat niet alleen Manet maar ook diens jongere tijdgenoot en collega-schilder Caillebotte een tentoonstelling in Parijs krijgt. Musée Jacquemart-André wijdt een intieme expositie aan Gustave Caillebotte en zijn broer Martial, die fotograaf was. Caillebotte woonde lange tijd in de buurt van de Gare Saint Lazare, die om de hoek van het museum ligt en een belangrijke rol in zijn oeuvre speelde.

Gustave Caillebotte (1848-1894) is nog altijd een geheimtip. Hij is redelijk onbekend hoewel werk van hem in het Musée d’Orsay, het Art Institute of Chicago en de National Gallery in Londen hangt. Het gaat om uitstekend werk dat in die drie musea een prominente plaats inneemt.

Zo is het grootschalige schilderij Rue de Paris, temps de pluie uit 1877 een van de uithangborden van het museum in Chicago: het stelt een man en een vrouw voor die arm in arm onder een grote paraplu over een van de toentertijd door stadsarchitect Haussmann pas aangelegde Parijse boulevards wandelen. In Londen hangt een mannelijk naakt - een man is net uit een bad gestapt en droogt zich af - terwijl in Musée d’Orsay het ronduit schitterende Les raboteurs de parquet hangt, een werk dat drie ‘parketschavers’ in beeld brengt. Het schilderij van de raboteurs werd geweigerd op de officiële Salon van 1875 omdat het onderwerp ‘vulgair’ was, waarna Caillebotte het instuurde voor de ‘alternatieve’ tentoonstelling van de impressionisten. Zijn Raboteurs was een van de eerste werken die arbeiders in de stad uitbeeldden, boeren en buitenlui waren eerder al door Millet en Courbet geportretteerd. Na Caillebotte zou Degas strijksters beginnen schilderen en Manet bracht in 1878 een adembenemend tafereel met stratenmakers, Les paveurs rue Mosnier.

Maar het was Caillebotte met zijn Raboteurs niet om sociale kritiek te doen. Hij bracht zijn werkers gewoon zo accuraat en zintuiglijk mogelijk in beeld: drie bijna klassiek gespierde mannen die in bloot bovenlijf een parket afschrapen, een plankenvloer die dus deels dof is en deels het daglicht nog weerspiegelt, een uitdaging voor een klassiek geschoold schilder.

Caillebotte was een burger die, net als Manet, uit een zeer welgestelde familie kwam en zich zijn leven lang aan zijn liefhebberij, het schilderen, kon wijden. Zijn onderwerpen waren heel gewoon en daardoor modern. Ze kwamen steevast uit zijn onmiddellijke omgeving: de straten en boulevards in het nieuwe Parijs van Haussmann, burgerlijke interieurs vol ‘ennui’, portretten van vrienden en familieleden, onbekommerde vakantiegenoegens op het familiedomein van Yerres ten zuiden van Parijs, vrouwen die zich onledig houden met naaiwerkjes of het lezen van een boek, zeilplezier op de Seine, en paren en passanten in de omgeving van de Gare Saint Lazare, waar de moderniteit van trein en spoor Parijs binnensluipt.

De drie grootschalige werken uit Chicago, Londen en Orsay mogen dan niet te zien zijn in Musée Jacquemart-André, de tentoonstelling Dans l’Intimité des frères Caillebotte. Peintre et Photographe brengt werk samen dat eraan verwant is en bovendien bijna uitsluitend uit privécollecties komt. Alleen al daarom is het de moeite van het bezoek waard. Bovendien is het grootste deel van de getoonde schilderijen gewoonweg van superieure kwaliteit en laten enkele werken zien hoe modern Caillebotte wel was: hier en daar neemt hij een bijzonder gedurfde kadrering uit de fotografie over en heeft hij vaak oog voor momentopnames. De invloed van de foto’s van zijn broer, die als spiegelbeelden in de tentoonstelling worden getoond, is daar zeker niet vreemd aan.

In 1879 gaat Gustave samen met zijn broer wonen op Boulevard Haussmann. En het is ongetwijfeld op het balkon van hun woning dat hij een van zijn adembenemendste werken schildert: Le Boulevard vue d’en haut (1880) is een experimenteel vogelperspectief, pal naar beneden, zoals ze pas tientallen jaren later in de fotografie van Kertész en Moholy Nagy zouden opduiken. In diezelfde periode schildert Caillebotte straten en pleinen, die soms leeg en schrilwit oplichten à la Tuymans.

Maar laat er geen onduidelijkheid over bestaan: een echt experimenteel schilder is Caillebotte natuurlijk niet. Hij zit ergens tussen naturalisme en impressionisme in, met zijn figuratieve werken die hij opbouwt met korte penseeltrekken in matte maar heldere kleuren. Een moderne schilder is hij dus wel: hij heeft oog voor het gewone volk, waaronder de gevelschilders, brengt de nieuwe boulevards in beeld aan de hand van ijlende perspectieven, en zorgt voor bijna fotografische momentopnames van een duik in het water, een voortjagende zeilboot (kijk naar de zigzaggende weerspiegeling in het water) en zelfs een etentje (Le Déjeuner), dat trouwens lijkt geschilderd te zijn met een vertekenende groothoeklens. Opvallend is zijn interesse voor de spoorweg en nieuwe constructies zoals Le Pont de l’Europe vlak bij de Gare Saint Lazare. Caillebotte zoomt daarbij in op de ruitvorm van de ijzeren balken, opnieuw alsof hij een fotograaf was.

Het kan dan ook nauwelijks verbazen dat Caillebotte zich als ‘moderne’ tot het impressionisme bekeerd heeft. Door zijn ruim familievermogen kon hij zich ook als mecenas voor zijn collega-schilders opwerpen. Al in 1876 kocht hij schilderijen van Claude Monet, met wie hij bevriend zou blijven tot aan zijn vroege dood - Caillebotte stierf op z’n 45ste in 1894 aan een hersenbloeding. Caillebotte steunde Monet ook op andere manieren, onder meer door de huur te betalen, en kocht voorts schilderijen van impressionisten als Pissarro en Renoir. Ook nog op een andere manier was Caillebotte van groot belang: hij organiseerde en financierde de impressionistische tentoonstellingen van 1877 en 1879.

Bij zijn dood liet Caillebotte een collectie van zo’n zestig werken na, met onder meer schilderijen van Degas, Cézanne, Manet, Monet, Renoir, Pissarro, Sisley en Millet. Hij schonk ze aan de Franse staat, maar het zou toch twee jaar duren voordat de overheid veertig van de zestig werken uiteindelijk wilde aanvaarden. De werken waren nu eenmaal zó modern. Ze werden tentoongesteld in het toenmalige Musée du Luxembourg en zouden er in elk geval toe bijdragen dat het impressionisme stilaan au sérieux werd genomen.

De tentoonstelling in Musée Jacquemart-André biedt zo’n zeventig doeken en 150 foto’s van de gebroeders Caillebotte. Het is een bijzonder verscheiden en superieure tentoonstelling, die bovendien de transformatie van Parijs in het laatste kwart van de negentiende eeuw in beeld brengt. Een absolute aanrader.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234