Vrijdag 04/12/2020

Reportage

Een week op de IC van het UZ Gent: ‘Dat winkelweekend was voor ons het genadeschot’

Patiënten die ‘in slaap’ worden gebracht, blijven al snel twee weken in die toestand voor ze aan de beterende hand raken. Of ze halen het niet.Beeld Franky Verdickt

Tientallen patiënten op intensieve zorg. Vier afdelingen van het UZ Gent liggen zo goed als vol. Voor het personeel was het lang bang afwachten of er ‘harde keuzes’ gemaakt moesten worden. ‘We bereiden ons voor op een marathon.’

Even is er het beschamende gevoel van voyeurisme. Van dieren kijken in de zoo. Alleen zijn dit geen dieren, maar covidpatiënten op de afdeling intensieve zorg van het UZ Gent. Wij staren door het raam op de gang. En zij staren terug. De kamers waarin ze elk afzonderlijk liggen zijn zo groot dat hun bed, omgeven door medische apparatuur, er bijna nietig in lijkt. En zij er des te eenzamer uitzien in die verder zo lege ruimte.

Een vrouw met een mooi gezicht en donker haar – ze lijkt vooraan in de 50 – kijkt ons ontredderd aan. Alsof ze het ook allemaal niet meer weet. “Ze spreekt geen Nederlands”, zegt de verpleegkundige. “Dat maakt het lastig, want ze begrijpt niet wat wij zeggen en andersom. Ik denk dat het haar eenzaamheid vergroot.”

In het brandwondencentrum, drie weken geleden omgevormd tot dienst intensieve zorg voor covidpatiënten, liggen nu vijf mensen. In het UZ Gent zagen ze het deze zomer al van mijlenver aankomen: in de herfst zou er zich een tweede coronagolf aandienen. Het ziekenhuis bereidde zich voor en nam de lessen mee die in de eerste golf waren geleerd. Toen de ziekenhuisopnames in oktober weer in ijltempo stegen, werden er twee extra ruimtes voorzien waar coronapatiënten terechtkonden voor intensieve zorg.

Naast het brandwondencentrum is ook de post-anesthesie-zorgafdeling (PAZA), ofwel de ‘ontwaakzaal’ na een operatie onder verdoving, omgebouwd tot covidafdeling intensieve zorg.

In het UZ Gent zagen ze de tweede coronagolf al van mijlenver aankomen.Beeld Franky Verdickt

Natuurlijk liggen er ook covidpatiënten op de reguliere intensieve zorg, de dienst heelkunde en de dienst inwendige geneeskunde. In totaal herbergt het ziekenhuis op de dagen dat wij er zijn 122 covidpatiënten van wie 48 op intensieve zorg (IZ). Met dat aantal, dat al verschillende weken aanhoudt, zit het ziekenhuis op zijn piek, zegt woordvoerster Karlien Wouters. “Met een piek bedoel ik niet dat we aan onze maximumcapaciteit zitten; ik heb het over het maximale aantal patiënten dat we denken te krijgen in deze tweede golf. Dat aantal kan nog stijgen, al hopen we natuurlijk van niet. Als het nog omhoog gaat, dan zullen we opnieuw kijken waar we extra bedden voorzien of andere oplossingen creëren.”

Band tussen collega’s

“Het is te doen.” Dat zegt hoofdverpleegkundige Stijn Witdouck in het brandwondencentrum waar vier covidpatiënten liggen, samen met één andere patiënt die intensieve zorg nodig heeft. We ontmoeten hem in een vergaderzaaltje dat onlangs tot ontspanningsruimte voor de verpleegkundigen is omgebouwd. In het midden staan twee massagestoelen, via een projector kijk je naar natuurbeelden op de muur. “Vorige keer is duidelijk geworden dat een aantal medewerkers van de covidafdeling er echt wel deugd van had, dus hebben de psychologen het opnieuw ingericht.”

Het brandwondencentrum kan altijd intensieve-zorgpatiënten ontvangen, legt de hoofdverpleegkundige uit. Toen de provinciale gezondheidsinspecteur het ziekenhuis enkele weken geleden liet weten dat er extra bedden moesten komen voor de opvang van covidpatiënten, was de keuze gauw gemaakt.

“Maar mensen met brandwonden zijn natuurlijk niet hetzelfde als covidpatiënten”, zegt Witdouck. “Al zien we wel gelijkenissen op het vlak van beademing. De brandwondenpatiënten die er het ergst aan toe waren, zijn overgebracht naar het militair hospitaal in Neder-Over-Heembeek. Daar zaten ze trouwens al snel op hun limiet omdat andere ziekenhuizen hun brandwondenpatiënten ook naar hen doorstuurden. Maar goed, we hebben ruimte nu. Vijf van onze zes beschikbare bedden zijn bezet.”

Het is bekend dat er doorgaans meer mannen dan vrouwen op de covidafdelingen liggen. Hier blijkt dat fiftyfifty; van de vier patiënten zijn er twee vrouwen. De man in de kamer naast de dame met het donkere haar is ook wakker en kijkt ons vanaf zijn bed met een even moedeloze blik aan als zijn buurvrouw. De twee andere coronapatiënten slapen. Degenen met zware ademhalingsproblemen zijn volledig uitgeput, vertelt Witdouck. “Ze worden in een kunstmatige coma gebracht en krijgen machinale beademing. De anderen krijgen zuurstof via optiflow, een systeem dat werkt door middel van hoge druk. De lucht gaat door een slangetje in de neus. Door de druk openen de luchtwegen zich.”

Niet iedereen die machinaal wordt beademd, ligt in een kunstmatige coma, klinkt het. Maar degenen die wel ‘in slaap’ worden gebracht, blijven al snel twee weken in die toestand voor ze aan de beterende hand raken.

Of ze halen het niet.

Normaliter zorgt één verpleegkundige voor twee patiënten op intensieve zorg. Door de forse toename van nieuwe covidpatiënten is dat nu vaak één gespecialiseerde IZ-verpleegkundige voor drie patiënten. Alle IZ-afdelingen krijgen hulp van collega’s van andere diensten en van studenten verpleegkunde.

De vrouwen hebben andere hoofdkapjes dan de mannen, ‘vanwege de langere haren’, zegt adjunct-hoofdverpleegkundige Kim Byn.Beeld Franky Verdickt

Tussen de kamers zit een viertal verpleegkundigen en twee studenten rond de tafel. Of de tweede golf doenbaar is? “We máken het doenbaar”, zeggen ze. Een opmerking die vandaag verschillende keren terugkomt. Op alle afdelingen horen we hetzelfde: “We máken dat het lukt. Het moet toch gebeuren. In plaats van te zagen en te klagen, kunnen we ons beter focussen op de positieve zaken. De mensen willen de negatieve berichten over zorgpersoneel dat op zijn tanden zit niet meer horen. Wij ook niet. We maken er iets van door de onderlinge band tussen de collega’s. En humor, dat is ook belangrijk.”

Daar ligt de held

Op de PAZA is de covidafdeling voor intensieve zorg anders ingericht dan in het brandwondencentrum. Hier geen grote kamers met ramen. De ‘ontwaakzaal’ is aan het begin van de tweede golf door een verplaatsbare wand in tweeën gedeeld.

De patiënten liggen bij elkaar, achter de raamloze wand. Om ze te kunnen zien, gaan we mee de vloer op. Eerst moeten we een kapje over ons hoofd trekken om ons haar in te pakken. De vrouwen hebben andere hoofdkapjes dan de mannen, wijst adjunct-hoofdverpleegkundige Kim Byn aan. “Vanwege de langere haren.”

Mannen met baard moeten zich eigenlijk scheren, want de baardharen kunnen voor lekken in het mondmasker zorgen, weet Byn. Na het kapje volgt het FFP2-masker. “Snijdt enorm”, zegt ze. “Nu valt het mee, maar als je het een kwartier draagt, voel je het.” Ik moet denken aan de foto’s op Facebook van de Italiaanse verpleegkundige tijdens de eerste golf. Na haar shift van acht uur toonde ze de blauwe plekken op haar gezicht door het knellende gezichtsmasker. De foto’s gingen viraal.

We zetten nog een spatmasker op, ontsmetten onze handen en wandelen achter Byn aan naar binnen. Links van ons liggen twee coronapatiënten in een donkere zaal. “Eén patiënt komt van een operatie”, legt Byn uit. Aan de rechterkant zien we vier patiënten, in rijen van twee bedden tegenover elkaar. De eerste twee zijn in een kunstmatige coma gebracht. Grote beademingsmachines staan rondom hen. Alleen hun borstkas gaat op en neer. Hun monden half open, de beademingsbuizen schuin aan een kant. Hun lichaam hier en daar bedekt door een laken. We zien dikke en minder dikke buiken, met daaronder in witte kousen gestoken benen, om trombose te voorkomen.

Beeld Franky Verdickt

“Ze liggen bijna tien dagen in deze toestand”, zegt een verpleegkundige. Twee van hen liggen ook aan de nierdialyse. In de twee bedden op het einde van de zaal liggen de patiënten die straks ontslagen worden van de intensieve zorg. Beiden zijn wakker. Een man met een baard is de jongste. Hij oogt halfweg de vijftig. Hij kijkt ons aan, grimast en zwaait.

De andere man is ouder en zwaarder van gestalte. “Daar, dat is de held”, zegt de man met de baard, wijzend op de patiënt tegenover hem. Ze glimlachen beiden, ook zij proberen er samen de moed in te houden. Meer kan de man met de baard niet zeggen, zo erg is hij buiten adem. Hij ziet er volkomen uitgeput en verzwakt uit. Begint te hoesten. En weer is er die blik. Ontreddering, er is geen ander woord voor. De man tegenover hem zegt niets. Kijkt alleen maar.

Plots komt het bij ons binnen. En niet zo’n beetje ook; dít zijn de gevolgen van covid. Zover kan het gaan. En deze mensen hebben het dan nog overleefd.

In het brandwondencentrum zijn twee coronapatiënten gestorven. “Bij ons nog niemand”, zegt Byn. “Maar er zijn aangrijpende verhalen. We zijn het op de PAZA niet gewend dat veel patiënten overlijden. Nu is dat ineens heel dichtbij. Vorige week vertelde een collega dat een patiënt hem plots bij zijn arm vastpakte en zei: ‘Ik ga doodgaan, niet meneer?’ Heel aangrijpend om mee te maken voor een verpleegkundige die niet gewend is om met stervenden om te gaan.”

Momenteel drijven ze op adrenaline, zegt Byn. “Pas als je rust, voel je hoe moe je bent. Na een week werken, was ik het afgelopen weekend helemaal op.” Angst om zelf besmet te raken, is er nauwelijks meer. “Tijdens de eerste golf was dat anders”, zegt Byn. “Toen raakten heel wat collega’s in paniek. Nu zijn we er een stuk geruster in. Vorige week is wel een van mijn medewerkers positief getest. We hebben een uur bij elkaar gezeten, hadden allebei een mondmasker aan. Het toont aan dat een mondmasker wel degelijk helpt, want ik ben niet ziek geworden. Gelukkig.”

De benen van de patiënten zijn in witte kousen gestoken, om trombose te voorkomen.Beeld Franky Verdickt

Op de PAZA zijn een ‘stuk of vijf’ personeelsleden uitgevallen door covid, klinkt het. Op een totaal van negentig werknemers valt dat mee, vindt Byn. De totale personeelsuitval in het UZ Gent is ongeveer hetzelfde als vorig jaar, weet Karlien Wouters ons te vertellen. De mensen raken overigens vooral thuis besmet, niet op het werk.

Grenzen overschreden

Eind vorige week bestond de vrees dat de ziekenhuizen rekening moesten houden met het worstcasescenario. Sinds enkele dagen neemt de druk af en worden er minder mensen opgenomen met corona. Toch liggen er nog heel wat patiënten in de ziekenhuizen: volgens de cijfers van gezondheidsinstituut Sciensano lagen er donderdag 6.876 coronapatiënten in het ziekenhuis van wie 1.463 op intensieve zorg. Het aantal sterfgevallen blijft ook stijgen. In de week van 2 tot en met 8 november overleden dagelijks gemiddeld 199 mensen aan de gevolgen van covid.

“Het profiel van de patiënten is hetzelfde als tijdens de eerste golf”, zegt longarts en intensivist Pieter Depuydt. “Ze zijn ook even zwaar ziek. Maar er is inmiddels wel vooruitgang geboekt in de behandeling. Ten eerste gebruiken we nu het geneesmiddel dexamethason. Afgelopen zomer bleek die ontstekingsremmer voor een doorbraak te zorgen in de strijd tegen Covid-19.

“Het is bewezen dat een matige dosis cortisone de ziekte wat afremt”, zegt Depuydt. “Bij ernstige covid wordt vooral het immuunsysteem ontregeld. Je kunt het vergelijken met een brand die niet geblust raakt. Het immuunsysteem valt eigenlijk het eigen lichaam aan. Dat veroorzaakt schade die weer nieuwe ontstekingsreacties oproept; het is een vicieuze cirkel. Door die ontstekingen met cortisone af te remmen, kun je bij een aantal mensen voorkomen dat ze werkelijk afglijden.”

Studies wijzen uit dat gebruik van dexamethason het aantal overlijdens met een derde reduceert. “Het werkt dus niet bij iedereen”, zegt de longarts. “Maar bij een derde van de mensen kan het voorkomen dat ze op intensieve zorg terechtkomen. Tenminste: als ze er in een vroeg stadium bij zijn.”

Longarts en intensivist Pieter Depuydt. ‘Er is inmiddels wel vooruitgang geboekt in de behandeling.’Beeld Franky Verdickt

Komen ze wel op intensieve zorg, dan is er nog een nieuwe verdedigingslinie. “De bloedverdunners. Tijdens de eerste golf hebben we gezien dat er een verhoogde neiging tot stollen van het bloed optreedt. Het virus bereikt de binnenzijde van de bloedvaten en maakt de bekleding ervan kapot. Dat veroorzaakt onder andere een bloedstolling. Daardoor kunnen bloedklonters ontstaan. Als die naar de longen schieten, heb je een embolie. Tijdens de eerste golf is een aantal patiënten overleden aan een trombose of embolie. Nu proberen we dat door een strikter stollingsbeleid te voorkomen.”

Het coronavirus levert nog altijd veel verrassingen op, stelt de longarts. “We hebben het einde ervan nog lang niet gezien. Het langdurige verloop van een ernstige vorm van covid is een van de lastigste zaken. De ontsteking flakkert op, dooft vervolgens uit en flakkert dan opnieuw op. We weten niet goed hoe dat komt. Het is als de processie van Echternach: drie stappen vooruit, twee stappen achteruit.” Wat ze er wel uit geleerd hebben, zegt Depuydt, is dat ze nu selectiever antibiotica toedienen. “Zodat er minder resistentievorming ontstaat.”

Toch is niet alles gemakkelijker ten opzichte van de eerste golf, zegt Dominique Benoit, diensthoofd van de afdeling intensieve zorg. “Tijdens de eerste golf hebben we altijd binnen onze veilige capaciteit kunnen werken. Dat betekent dat we niet met gemengde equipes aan de slag moesten. Nu werken medewerkers van intensieve zorg samen met verpleegkundigen van het operatiekamerpersoneel, van de post-operatieve zone, studenten geneeskunde, studenten verpleging en noem maar op. Het is dus duidelijk dat we voorbij onze kwaliteitsnormen bezig zijn, terwijl iedereen extreme inspanningen levert. Het is te veel, al is de chaos nog voor een stuk beheersbaar. Maar de kwaliteit van onze zorg gaat achteruit en dat is op z’n zachtst gezegd frustrerend. Vooral omdat we de afgelopen weken al wisten wat er ging komen. En dat er op politiek vlak geen of te laat keuzes zijn gemaakt.”

Mooie natuurbeelden moeten op deze drukke afdeling voor de nodige rust zorgen.Beeld Franky Verdickt

“Anticipatie en transparante communicatie zit duidelijk niet in onze Belgische mentaliteit. Een probleem bestaat niet zolang we er niet letterlijk mee geconfronteerd worden. Ondertussen hopen we nog steeds dat er een oplossing uit de lucht valt. Als die niet komt, verschieten we en is het plots alle hens aan dek. Dan gaan we er plots volledig voor. Terwijl we er echt wel op hadden kunnen anticiperen en ons vooral beter hadden kunnen organiseren. De overheid is daar tekortgeschoten. Dit had voorkomen kunnen worden. Dat laatste winkelweekend voor de lockdown was voor ons het genadeschot. Op zo’n moment vraag je je echt af wat je aan het doen bent. Als zorgverleners zijn we het gewend om voor anderen in te staan, maar opoffering heeft zijn grenzen. En dat weekend zijn die grenzen compleet overschreden.”

Ook al wil het personeel geen negatief woord meer horen, het blijft zwaar. En wat het nog zwaarder maakt, is het gebrek aan perspectief, klinkt het. De belofte van een vaccin is ondanks de hoeraberichten van Pfizer en andere fabrikanten nog ver weg. Niemand kan met zekerheid zeggen hoelang dit nog gaat duren.

“We bereiden ons voor op een marathon”, zegt dokter Depuydt. “We hebben de komende maanden geen perspectief, dat is heel belastend voor iedereen die betrokken is bij de covidzorg.”

Op de twaalfde verdieping van het UZ is de klassieke IZ-afdeling voor interne geneeskunde gevestigd. Er liggen veertien coronapatiënten. De gemiddelde leeftijd is er wat jonger dan tijdens de eerste golf, zegt hoofdverpleegkundige Claus Verdonck. “Omdat we nu meer patiënten uit Brussel hebben, daar zitten wat jongere uitschieters bij. Al met al is de doorsneeleeftijd nog altijd rond de 75.”

Het is nog relatief vroeg, zegt de verpleegkundige. Maar ze hebben hier al ‘een paar’ sterfgevallen gehad. “De sterfgevallen zijn de laatste in het proces. Dat kan dus nog toenemen. Net als het aantal opnames. Misschien gaan patiënten op andere afdelingen er straks op achteruit en komen ze bij ons terecht.”

Genoeg drinken

We trekken opnieuw beschermende kleding aan en gaan de intensieve zorg binnen. Daar zien we hoe de ene patiënt na de andere in een kunstmatige coma ligt, elk opnieuw met open mond en beademingsbuis, omgeven door piepende medische apparatuur. De meesten zijn mannen, hier en daar zien we een vrouw. Echt bejaarde mensen zijn er niet, het merendeel lijkt ergens in de zestig. Een van hen is wakker, wijst Verdonck. “Zijn ademhaling begint te verbeteren.”

Buiten wordt het stilaan donker. In de schemering doemen de blauwe lichten van de Ghelamco Arena op. De man op het bed lijkt zich weinig bewust van het indrukwekkende uitzicht. Hoe zou hij zich voelen, nu hij net ontwaakt is? De tijd lijkt hier trager te bewegen dan in de rest van het ziekenhuis. Al geldt dat geenszins voor de verpleegkundigen die er werken. Er is bij ons geen uitval door ziekte, vertelt Verdonck. In totaal werken er zestig mensen.

Ewout Dauw heeft zich juist aangekleed voor de covidafdeling. Ik zie twee doordringende ogen achter een bril boven een gezichtsmasker. Ze priemen door zijn spathelm. Hij werkt al zes jaar op intensieve zorg, waarvan een jaar op deze dienst in het UZ Gent. “We zijn het gewend om onregelmatige uren te werken, dit komt er nu bovenop. Het is zwaar, maar we redden ons zeker wel.”

Beeld Franky Verdickt

Het is warm met de beschermende schorten en de spatmaskers, zegt Dauw. “Je moet vooraf zorgen dat je genoeg drinkt, want je kunt je masker hier niet afzetten. Tja, je moet flexibel zijn.”

De warmte neemt nog toe door de onderdruk in de kamers van de covidpatiënten. Dat is nieuw vergeleken bij de eerste golf. Door onderdruk te creëren, blijft het virus in de kamer als je de deur opendoet. Per kamer is er een inblaas- en een afzuigrooster. Het inblaasrooster wordt afgesloten zodat er alleen lucht weggetrokken wordt uit de kamer, de ‘box’ zoals de verpleegkundigen zeggen. De ventilatie in de plafonds is op de IZ-diensten van de covidafdelingen dan ook overal dichtgeplakt.

Op de dienst intensieve zorg hart- en heelkunde staat een vrouw aan de deur van een kamer waar een covidpatiënt ligt. Ze kijkt door het raam, doet verder niets. Ze mag niet naar binnen, maar kan dus wel aan de deur blijven staan. De familie van covidpatiënten op intensieve zorg mag twee keer per week langskomen, telkens voor een half uur. “In de eerste golf zijn heel wat mensen alléén gestorven, een van de meest tragische aspecten van covid”, zegt longarts Depuydt. “We hebben de familie wel altijd de kans gegeven om afscheid te nemen. Maar nu geven we ze dus ook meer gelegenheid om op bezoek te komen.”

Vraagtekens

Waarmee hij bij een andere moeilijke factor uitkomt, zegt Depuydt: “Voor ons is het belangrijk om contact te hebben met de familie, want de patiënt zelf is vaak gesedeerd en in slaap. Door iemands familie te leren kennen, krijgt de patiënt voor ons een gezicht. Maar door covid hebben we weinig rechtstreeks contact met de familie waardoor we een groot stuk informatie over de patiënt missen. Als je er niet voor waakt, wordt de patiënt gereduceerd tot een zuiver medisch probleem. De mens erachter blijft verborgen.”

Wat ook voor de familie geldt, is dat ze, net als een patiënt op intensieve zorg, een jaar later of zelfs langer posttraumatische stress kunnen ontwikkelen. “Bij de covidpatiënten zullen we het pas achteraf weten”, zegt Depuydt. “Maar we vrezen dat het bij hen nog erger zal zijn omdat het isolement het risico op depressie en posttraumatische stress nog meer doet toenemen. Sowieso lopen IZ-patiënten met zware ademhalingsproblemen meer risico op concentratie- en emotionele stoornissen achteraf. Dat zal bij covidpatiënten zeker niet anders zijn. Eerder nog slechter. Positief is dan weer dat de schade aan de longen zich na een paar maanden helemaal of grotendeels herstelt.”

Maar het blijft een ernstige dodelijke ziekte, besluit de arts. “Ik weet dat er mensen zijn die daar vraagtekens bij zetten en het zich niet kunnen voorstellen. Maar het is zo. En het zijn niet alleen de ouderen die sterven, ook vijftigers en zestigers die voor de rest vrij gezond waren. Het kan echt iedereen treffen. Ik weet ook wel dat die boodschap al heel veel keren is gegeven, maar ze moet herhaald blijven worden.”

Of zoals Claus Verdonck van de intensieve zorg op de twaalfde verdieping het zegt: “Natuurlijk worden wij kwaad als we de beelden zien van overvolle winkelstraten pal voor de lockdown. Maar ach, als je dan toch in de rij hebt gestaan voor Louis Vuitton, vergeet je mooie kleren dan zeker niet mee te nemen naar de intensieve zorg.” Om spottend te eindigen: “Hier zul je ze zéker nodig hebben.”

Met dank aan de artsen, verpleegkundigen en vrijwilligers van het UZ Gent.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234