Zondag 28/11/2021

Een ware bloemlezing

Vierenveertig bekende en minder bekende Nederlandse schrijvers en dichters schreven een origineel verhaal of een gedicht over hun meest geliefde of gehate plant voor de bloemlezing In geuren en kleuren. Met die uitgave lanceert Reintje Gianotten haar nieuwe uitgeverij, die zich wil toeleggen op het uitgeven van literaire tuinboeken uit binnen- en buitenland.

Renate Dorrestein schreef over haar geliefde dotterbloem, de "Doris Day onder de bloemen", Maarten 't Hart over de door hem gehate haagwinde, "het gemeenste onkruid". Jan Donkers, die als kind in de Resedastraat woont, komt tot de ontdekking dat Reseda, "deze selderijstengel met pukkels", nog veel erger is dan hij altijd al had gedacht. Sarah Hart voert ons mee naar haar 'cyclamenhemel'. Volkstuinier Simon Vinkenoog houdt een lofzang op de clematis en op de tuin die "het springlevende bewijs levert dat er plekken op aarde bestaan waar de wereldvrede te vinden is, ook al wordt die in de waanzinwereld, door hebzucht en angst geregeerd, voortdurend onteerd en geschonden".

Anneke Brassinga gaat op zoek naar de azalea, maar "mijn enige echte azalea is onzichtbaar, zij groeit en bloeit in laag-bij-de-grondse dikke plakken boven op de hoge berg Pietravecchia, in Piemonte, tussen de lariksen die daar, al even onvergetelijk om niet te zeggen legendarisch, in de voorzomer hun roze bloei staan te vieren, tussen de wilde spinazie en de wilde tulpjes, tussen de verblindend blauwe gentianen en de groezelige resten sneeuw waar primula's doorheen priemen. Onzichtbaar, want wie de Pietravecchia beklimt, wandelt in de wolken en ziet niets dan mist om zich heen."

seks

Maarten Asscher, die zegt helemaal niet van bloemen te houden, beschrijft de geschiedenis van de Camellia, die als geen ander herinnert aan het feit dat "bloemen de geslachtsdelen zijn van de planten waaraan ze groeien". Seks zonder verliefdheid is als kamperfoelie zonder geur, weet Carla Bogaards. Rutger Kopland dicht over "de veel te mooie te gele narcis", terwijl Barber van der Pol schrijft dat ze "dat knalgele gekrijs in april (haat), als de lucht nog vlokken maakt en de kou 's morgens uit de grond dampt! IJdeltuiterij is het!"

Zat van symboliek is dan weer de rode papaver. "Tussen het Romaanse graan ben ik Christus' bloed," schrijft Desanne van Brederode. "In Treblinka en Birkenau de vlinder, Pools als de rode driehoek op de jas van de te weinig herdachte Poolse kampgevangenen... ongezien en onbeweend fladder ik tussen de monumentale rotsen en museale barakken, zelfs joodse nabestaanden gaan aan mij voorbij, of ik aan hen, vrolijk als altijd... Ik ben de communistische vlag, naast roestige hamers en sikkels bloei ik op, in kolchoz en strafkamp deed ik mijn rode boekje open. In Afghanistan teelt men mij. Mijn witte en roze zusters. Ik ben, in de meest letterlijke betekenis van het woord, opium voor het volk. De Britten delen mijn papieren evenbeeld uit op Poppy Day, 11 november, het einde van de Eerste Wereldoorlog... ja, ik kan oorlogen draaglijk maken want zelfs de tweede wordt thans herdacht met mijn bloem... Ik ben de Scorpio onder de bloemen. Een blozende, iets te uitbundige hoer. De kelk wijd open en glanzend van dorst. Ook al schrijnt de huid rondom mijn grotdonkere sieraad, ik blijf gulzig verlangen naar de bom die zich in mijn hel van genot waagt. Ik animeer niet, maar troost met mijn duistere passie: ongrijpbare geisha van loopgraaf en massagraf."

geraniums

Adriaan van Dis moet bij het zien van geraniums terug denken aan zijn kindertijd. "De geraniums thuis groeiden wel anderhalve meter hoog, fors en breed waren ze, met bloemen als vuisten zo groot. Ze werden op antroposofische wijze gekweekt, dat wil zeggen bij volle maan gestekt, regelmatig toegesproken en tot groeien aangemoedigd met behulp van de zachtste tonen, in de ochtend liefst een lied van Kathleen Ferrier en na de middagboterham, als de zon pal op de vensterbank stond, veel Mozart. Vooral Mozart deed in de natuur wonderen, dat wist iedere soof, een paar deunen bij het voer en de kippen legden vaker, een dagelijks duet in de stal en de koeien gaven meer melk en zo ging het ook met onze geraniums, Eine kleine Nachtmusik deed ze bij ons de pot uit schieten. Rudolf Steiner was in deze onze leidsman.

"En vergeet de geheime krachten van mijn vader niet, jaren stond hij voor het raam naar het niets te staren, de warmte van zijn asem moet de planten beslist uit de pot hebben gejaagd, en wellicht zijn binnensmondse vloeken, omdat hij dacht dat alles wat klein en broos was door zijn woede weerbaar werd (maar daar wil ik het dit keer even niet over hebben). De werkelijke eer van onze reuzengeraniums komt moeder toe: zij draaide de potten als de stelen scheef tegen het glas leunden, zij gaf water, krabde de aarde open en zorgde op z'n tijd voor een kloddertje paardenmest. Het binnengroen moest voor haar goed maken wat er buiten op de duingrond niet wilde groeien."

Geraniums voeren hem ook terug naar het vulkaaneiland Réunion in de Indische Oceaan, waar hij ooit enkele dagen vakantie doorbracht om te ontsnappen "aan wie ik geworden was: een man ongelukkig in de liefde, een journalist die binnenkort weer terug moest naar zijn krant en zijn land (waar de winter zowaar wereldnieuws was geworden, met ingesneeuwde noordelijke provincies en een leger dat geïsoleerde dorpen moest ontzetten), een dromer die naar een grootser leven verlangde, maar die er in werkelijkheid veel te bang voor was."

Een beeldmooie airhostess maakte hij wijs dat hij uit Noorwegen kwam en handelaar was in parels en houten huizen. "Ze was dolblij dat ze nooit op Noorwegen had gevlogen. Ik ook, want hoe later op de avond, des te nieuwsgieriger ze naar Noorwegen werd. Enfin. We dronken veel whisky, te veel, en mijn lippen zochten haar nek. Ik snoof... en rook een vertrouwde geur. 'Geraniums', zei ze. Haar wijsvinger trok een glimmend spoor van achter haar oor langs haar diepbruine nek... Geraniumolie, de basis voor veel Franse parfums, boven in de bergen van Réunion geperst, het eiland was er beroemd om. De volgende morgen - mijn neus nog vol van haar geur - reden we in een auto met open dak de bergen in, naar de hoogvlakten waar geraniums en vetiver werden verbouwd. De stewardess zou mijn gids zijn, zonnebril in haar zwarte ontkroeste haar. Ze was elegant gekleed, meer voor het Bois de Boulogne dan voor vulkaanhellingen. Op en top Française, ook al was ze op Réunion geboren. Haar ouders hadden haar niet zomaar Marianne gedoopt! (...)

"Nu reed ik, hoog gezeten in een cabriolet, met een weelderige Marianne aan mijn zijde, langs de geraniumperken; stevig en houterig oogden de stelen, struikhoog, maar de bloemen waren kleiner dan die bij ons thuis, véél kleiner. Ik rook de paardenmest, Mozart klonk uit de autoradio, even leek het of de geraniums hun blaadjes spitsten, mijn vinger schreef onzichtbare tekens in de lucht... alsof we langs de vensterbank van mijn jeugd reden, eindelijk ontvoerd. Lang mocht ons geluk niet duren. Ik viel door de mand, begon over de geraniums thuis te praten, over bloemen als vuisten zo groot, over paardenmest en koloniën... over Nederland. 'Ligt dat in Noorwegen?' vroeg Marianne. Ik bloosde (alleen al daarom zou ik zwart willen zijn). Ik werd weer de man aan wie ik wilde ontsnappen en eenmaal mezelf lukte het me niet meer het spel met Marianne te spelen. Rien ne va plus."

tuinliteratuur

Het initiatief voor deze bloemlezing komt van Reintje Gianotten, die als redacteur en uitgeefster voor verschillende Nederlandse literaire uitgeverijen heeft gewerkt en nu een eigen literaire uitgeverij heeft opgericht. In geuren en kleuren is niet alleen haar eerste boek, maar is ook een soort programmaverklaring. Ze wil namelijk een aantal hoogtepunten uit de tuinliteratuur publiceren. "Boeken waarin de nadruk niet ligt op hoe het moet, maar hoe erover na te denken", zegt Gianotten, die zelf een volkstuintje in Amsterdam heeft waar ze totaal onmodieuze afrikaantjes en goudsbloemen koestert. "De genoegens van het tuinieren zijn door vele auteurs bezongen, al eeuwenlang. Het is het soort tuinboeken waar ik zelf van hou, maar die in ons taalgebied nauwelijks te vinden zijn. Vandaar dat ik ze wil uitgeven."

Voor de komende maanden staan twee vertalingen van literaire tuinklassiekers op het programma: Elisabeth en haar Duitse tuin van Elisabeth von Arnim uit 1898 en De tuin die wij maakten van Margery Fish uit 1956. Naast die 'klassiekers' hoopt Reintje Gianotten ook oorspronkelijk Nederlandstalig werk te kunnen uitgeven.

"De ervaring met In geuren en kleuren doet mij het beste verhopen. Toen ik de auteurs contacteerde voor dit boek, hebben ze allemaal enorm positief gereageerd. Ik heb hen ook gezegd over welke bloem ze iets moesten schrijven en ook dat hebben ze op een enkele uitzondering na aanvaard. Maarten 't Hart bijvoorbeeld wilde liever over de haagwinde schrijven dan over zuring en Adriaan van Dis koos de geranium boven de duizendschoon."

In geuren en kleuren, Uitg. Gianotten, Amsterdam (voor België: Roularta Books, Roeselare), 2003, ISBN 90 772 76 01 7

Uitgeefster tuinliteratuur Reintje Gianotten publiceert 'boeken waarin de nadruk niet ligt op hoe het moet, maar hoe erover na te denken'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234