Dinsdag 18/01/2022

Een Wagner na de shoah

In het park van het Festspielhaus van Bayreuth staat een buste van Richard Wagner, na de oorlog gebeeldhouwd door de ex-hofkunstenaar van het Derde Rijk, Arno Breker. In de jaren zestig was ze het doelwit van een graffitispuiter. 'Uiteindelijk hebben ze mij daarvoor in een internaat gestopt,' zegt de man in kwestie mij nu, meer dan dertig jaar later. Hij is intussen grijs geworden maar daarom niet minder strijdbaar, zelfs verbeten. Hij heet Gottfried en is de achterkleinzoon van de geportretteerde en het zwarte schaap van de familie.

Gottfried Wagner heeft een autobiografie geschreven, Wer nicht mit dem Wolf heult, die door sommigen wordt beschouwd als een - naar gelang van de invalshoek - infame of gefrustreerde afrekening met zijn vader, zijn familie en zijn overgrootvader. Vanwege dat boek mag hij zich niet meer in Bayreuth vertonen. Daarenboven heeft hij gedoctoreerd over Kurt Weill, maakt hij omstreden ensceneringen van opera's (van Wagner en anderen), reist hij de wereld af om voordrachten te geven over Wagner en de holocaust (recent nog in Brussel, op uitnodiging van het Centraal Israëlitisch Consistorie en het Europees Parlement) en organiseert hij congressen over hetzelfde onderwerp. Waarom? Moet hier een schuld worden gedelgd?

"De vraag naar de schuld zal wat Bayreuth, Richard Wagner en de hele geschiedenis daarrond betreft, van generatie tot generatie erg verschillend beantwoord worden. Voor mijn generatie van Duitsers, die na de Tweede Wereldoorlog is geboren, verwerp ik - en ook de Post-Holocaust-Dialooggroep waar ik deel van uitmaak - principieel het begrip schuld. Schuld is niet erfelijk. Maar ik geloof wel dat er bij mijn generatie, en zeker in mijn geval, een bijzondere gevoeligheid en een verantwoordelijkheidszin moeten bestaan in de omgang met het onderwerp.

"Bayreuth moeten we bekijken als een cultuurpolitiek fenomeen. Dat was het van het begin af aan, en dan bedoel ik niet alleen Wagners geschriften vanaf Das Judenthum in der Musik. Ik ben het er niet mee eens dat men Richard Wagner ex post facto als het slachtoffer van zijn eigen geschiedenis voorstelt: eerst de vreselijke Cosima, dan de nog vreselijker Houston Stewart Chamberlain (een antisemitisch publicist, die veel over Wagner heeft geschreven, SM) en uiteindelijk Winifred. Wie echt de moeite neemt de vijftig jaargangen van de Bayreuther Blätter sinds 1878 door te lezen, zal zien wat daar al aan humus lag.

"Voor mij persoonlijk rijst de schuldvraag niet maar ik voel wel een grotere verantwoordelijkheid in de omgang met dat stuk Duitse geschiedenis, dat vervlochten is met mijn familiegeschiedenis. Ik kan niet doen alsof ik met al die dingen niets te maken heb. Omdat mijn familie nooit een poging heeft ondernomen om haar verantwoordelijkheid op te nemen en iets met die geschiedenis aan te vangen, heb ik een specifiek probleem: ik ben een Wagner en een Duitser na de shoah. Die druk van de geschiedenis heb ik heel sterk ervaren: ik ben in de Villa Wahnfried opgegroeid, ik ben geconfronteerd geweest met de Amerikaanse bezettingssoldaten, ik ben opgegroeid in een milieu waar alles geloochend, verdrongen en vervalst werd.

"Ik heb toen gevoeld - niet begrepen - dat er iets moest zijn achter die muur van zwijgen wat niet in orde was. En dat is voor mij een van de redenen geworden om de geschiedenis van mijn land en mijn familie te onderzoeken; van daaruit heb ik dan op een dag dat boek geschreven. Maar dat was een lange, ingewikkelde weg. Als je mijn boek nauwkeurig leest, zul je zien dat het begint in Bayreuth en eindigt met mijn reis naar Auschwitz. Van Bayreuth naar Auschwitz: natuurlijk heeft mij dat erg aangegrepen maar door de aanwezigheid op die plaats van gruwel is mij nogmaals de eigen verantwoordelijkheid duidelijk geworden, en de plicht daar iets opbouwends tegenover te stellen."

Als de weg begint in Bayreuth, dan begint hij bij de antisemiet Richard Wagner.

"Richard Wagners ontwikkeling naar het antisemitisme moet je ook in relatie tot zijn kindertijd en jeugd zien. Tot zijn veertiende levensjaar heette hij Geyer; nog in zijn autobiografie Mein Leben had hij het idee-fixe dat zijn adoptiefvader een jood was. Hij was geboren in de joodse pelshandelarenwijk in Leipzig; op school werd hij vanwege zijn uitzicht en zijn naam - Richard Geyer - bespot, want hij beantwoordde aan de christelijke stereotypen over joden: een haakneus en zo. De jonge Wagner, die van de symfonie in C-groot en Rienzi, kun je je niet voorstellen zonder Mendelssohn en Meyerbeer, beiden joden. Dat moet je dan weer zien in het wereldhistorisch kader van de joodse emancipatie. Met de naam Mendelssohn is voor de emancipatie van het Duitse jodendom ongelooflijk veel verbonden. Je kunt Wagners anonieme en postume aanval op Mendelssohn in Das Judenthum in der Musik dus niet reduceren tot goedkope concurrentiestrijd en jaloezie; dat zou een ontoelaatbare banalisering zijn."

Kun je zeggen dat het ook de andere grote thema's, zoals het verlossingsthema, heeft bepaald?

"Ik ben ervan overtuigd dat het antisemitisme een motor voor de creativiteit van Richard Wagner is geweest, een vorm van negatieve, destructieve kracht om zelf te scheppen. Het omen daarvan is in het licht van de latere ervaring uiteraard erg bedenkelijk en moet opnieuw bediscussieerd worden. Dat heeft ook gevolgen voor de structuur van het libretto en van de werken als geheel. Hoe kun je een personage als Sixtus Beckmesser in Die Meistersinger von Nürnberg anders begrijpen dan als een voorbeeld van het 'Jodendom in de muziek', door Wagner beschreven als de parasiet die van elke natie cultuur opneemt en geen eigen cultuur kan scheppen. Dat is een schoolvoorbeeld, zeker wanneer op het einde, als Stoltzing nogmaals het - tevoren door Beckmesser gedeformeerde - Preislied zingt, de superioriteit van de Duitse cultuur de wereld in wordt gebruld. Die slotzang is voor mij nauwelijks nog te redden, daar krijg ik elke keer een panische angst bij."

Die verbinding van antisemitisme en Duits nationalisme was in Wagners tijd nochtans schering en inslag.

"Maar alleen bij Richard Wagner vind je de uitvergroting van alle elementen. Deze man creëert de partituur in alle details: muziek, libretto, decorbeschrijving, regiebeschrijving. Daarnaast schrijft hij zijn theorieën neer, die enerzijds refereren aan het werk zelf en anderzijds aan concrete politieke gebeurtenissen in zijn tijd. Hij positioneert zijn oeuvre bewust in zijn tijd. Wij weten heel goed dat in de Meistersinger niet enkel de vijftiende eeuw wordt bedoeld; zijn muziek is in vormen van de negentiende eeuw geschreven, het libretto is van die aard, en in het licht van zijn theoretische geschriften wordt duidelijk dat hij daarmee ook analyses maakte van het toenmalige Duitsland en denkbeelden ontwikkelde voor een toekomstig Duitsland. Voeg daarbij - en dat is uniek voor Richard Wagner - de Bayreuther Festspiele. Met de Bayreuther Festspiele en de Bayreuther Blätter wil hij concrete cultuurpolitieke richtingen aanwijzen. Daardoor kunnen wij niet meer de kunstwerken op zichzelf zien en er dan die stukken uit verwijderen die ons storen."

Wat betekent dat dan voor onze omgang met Wagners werken?

"Richard Wagner noemt de dirigent niet voor niets de 'muzikale regisseur'. Dat betekent dat hij een intellectueel vermogen tot analyse veronderstelt. Hij wil dat het orkest als een bijkomende taaldrager inhoudelijk meewerkt. Dat betekent voor ons dat wij ons altijd bewust moeten blijven van de donkere, problematische kanten en vanuit ons totaalbeeld van datgene waar Richard Wagner voor staat zijn partituren moeten analyseren en presenteren, misschien zelfs met de consequentie dat regisseurs de negatieve aspecten als het ware als een waarschuwing tentoonstellen."

Hoe zit het dan met de positieve waarden in het werk van Richard Wagner?

"Richard Wagner is vreselijk pretentieus in zijn thematiek. Een steeds terugkerend thema is bijvoorbeeld de verlossing. Welke verlossing, welke vorm van religie wordt in Parsifal en de Ring geprojecteerd? Dat kunnen we nalezen in geschriften als Kunst und Religion. Welnu, ik vind Richard Wagner als filosoof en theoloog niet alleen in hoge mate problematisch maar uiteindelijk ook een valse profeet. Hij legt richtingen vast die als reactie en als invloed zeer negatief gebleken zijn.

"Volgens mij is Richard Wagner vooral psychologisch interessant, daar waar hij principes omzet in personages. Neem bijvoorbeeld Alberich en Mime in de Ring. Telkens wanneer hij personages wil uittekenen in de omgang met macht, toont hij kanten die een archetypisch karakter hebben. Personages als Wotan en Alberich zijn prototypes van een tot de gewelddadigheid reikend streven naar macht. Dat is nog altijd geldig en blijft ook voor mij in zekere zin fascinerend. Het consumerende publiek kan zich met bepaalde personages gemakkelijk identificeren: Wagner verlost mij op het einde wel, want hij toont mij de slechte kant in mezelf en geeft mij de mogelijkheid fatalistisch mijn lot te dragen. Daarom ook de bedwelmende epilogen.

"Bij een Ring van vijftien uur gebeuren er veertien uur en vijftig minuten lang alleen catastrofale, gruwelijke dingen. Dat is eigenlijk te beangstigend; je kijkt, om Büchner te parafraseren, in de afgrond van de mens. Daarom is het einde altijd waanzinnig mooi; daar is Wagner de totale verleider. De mensen genieten ervan als van een drug, ze kunnen er gewoon niet aan weerstaan. Wel: wij mogen ons door de schoonheid die de muziek van Richard Wagner op beslissende muziekdramaturgische momenten heeft, niet meer laten verleiden. We moeten goed begrijpen dat deze man een genie is, een centrale figuur van de negentiende eeuw, met alle consequenties van dien voor onze eeuw: Mahler, Schoenberg, de Hollywood-muziek, essentiële joodse componisten kunnen niet begrepen worden zonder Richard Wagner. En toch moeten we steeds weer het geheel bedenken met al zijn gevolgen. Met die grote dubbelzinnigheid zullen wij, als met een doorn in ons vlees, moeten blijven leven.

"Daarom ben ik ook tegen de monocultuur in Bayreuth, die al bewezen heeft gevaarlijk te zijn: enkel de Wagner van De Vliegende Hollander tot Parsifal, in modieuze prullen verpakt maar met dezelfde inhoud als vroeger. Net in Bayreuth zou men modelarbeid kunnen leveren door het volledige fenomeen Richard Wagner voor te stellen. Zo kun je Rienzi naast Les Huguenots plaatsen en naast essentiële werken van Mendelssohn. Maar deze stap zet men niet, omdat de Verlossings-bvba een enorme economische onderneming is met sponsors die deze manier van omgaan met het verleden niet moeten. Zij willen een volledig versteend, steriel cultuurbedrijf, dat eigenlijk meer het karakter heeft van een licht verteerbaar religieus dessert."

Dat zou betekenen dat in Bayreuth een van de belangrijkste componisten van de negentiende eeuw misbruikt wordt om perifere behoeften te bevredigen.

"Juist. De eerste Bayreuther Festspiele waren door Richard Wagner geconcipieerd als een houten keet, een kunsthappening, een ontmoeting rond hedendaagse opera. Dat idee moet radicaal opnieuw op de agenda worden geplaatst. We moeten hedendaagse kunst commentaar laten leveren op de voorgegeven inhouden van Wagner. Ik stel voor dat men het festivalpark ter beschikking stelt van jonge kunstenaars, ook uit Israël, en hen laat nadenken over de vraag: 'Wat betekenen voor u Richard Wagner en Arno Breker?' Laat die maar eens een spanningsveld creëren.

"Ik vind ook niet aanvaardbaar wat in de statuten van de stichting Bayreuther Festspiele als doel staat: de grote kunst van Richard Wagner te bevorderen. Daar zou moeten staan: we hebben hier te maken met een ongelooflijk gecompromitteerd nationaal erfgoed. Wij, de nakomelingen, moeten ons bewust zijn van die springstof, van die negatieve energie en er navenant mee omgaan. Daarom moeten wij de structuur ervan veranderen, want Bayreuth was nooit een echt democratische structuur."

Kan er wel iets veranderen in Bayreuth? Of is dat utopisch?

"Er moet iets veranderen. Maar zal mijn vaders gedesigneerde opvolger, Daniel Barenboim, dat doen? Barenboim is in het bedrijf binnengekomen onder voorwaarden die ongeveer een volledige zelfverloochening betekenen, ook voor hem als jood. In 1984-'85 was er in de Villa Wahnfried een tentoonstelling onder de titel Wagner und die Juden. Daar bestaat een brochure bij die je niet anders kunt noemen dan een perfide geschiedvervalsing. Op zoiets zou Barenboim moeten zeggen: dat accepteer ik niet, je kunt uit Richard Wagner geen filosemiet maken. Maar Barenboim is een opportunist.

"De marketing van Bayreuth berust op een tamelijk infame en sublieme manier op een filosemitische pose. Ik spreek nu ook als individu, als mens die een zoon heeft aan wie hij waarden wil doorgeven. Welnu, waarden als racisme, chauvinisme, antifeminisme zijn bestanddelen van het Wagner-complex maar ik vind ze niet bepaald positief om door te geven aan de volgende generatie, helemaal afgezien van het feit of ik nu christen, jood, moslim of atheïst ben. Als daar dan nog antisemitisme bijkomt, dan zou dat voor een Barenboim toch nog problematischer moeten worden."

Wat zou hij dan moeten doen?

"Natuurlijk moet ook iemand met een joodse familiegeschiedenis zich met Wagner beziggehouden, maar toch wel met een zekere kritische afstand. Maar dat iemand als Daniel Barenboim volledig dronken is van de muziek van Richard Wagner, dat hij daar ook zo over praat, dat vind ik geen attitude meer. Dat kan niet."

De vraag is nog niet beantwoord: kan dat wel in Bayreuth?

"Net in Bayreuth moet het. Als je net in Bayreuth, die waanzinnig gecompromitteerde plaats, die belasting tentoonstelt, zoals men dat nu in Weimar met Buchenwald doet, zou dat een model kunnen zijn. Ik zou het als grootheid ervaren mocht men iets doen om de mensen ertoe te brengen uit de geschiedenis te leren. Tot rouw kan men enkel in staat zijn als men wil leren uit de geschiedenis."

Vindt u dat in Bayreuth ook het post-Wagner-tijdperk aan bod moet komen, inclusief de hedendaagse opera?

"Uiteraard, voorzover het thematisch met Richard Wagner samenhangt. Je zou bijvoorbeeld Götterdämmerung met Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny van Kurt Weill kunnen verbinden. Die grote ondergangsvisioenen horen bij elkaar, je kunt daar nog Der Kaiser von Atlantis van Ullmann en Ein Überlebender von Warschau van Schoenberg aan toevoegen. Natuurlijk moet het Bayreuther Festspielhaus ook als bioscoop worden gebruikt en de enorme repetitieruimten zijn ideale workshops. Men zou compositieopdrachten moeten geven, in een eigen videostudio producten zelf ontwerpen die men zelf verkoopt, eigen cd's maken... Waarom zou dat enkel via Deutsche Grammophon en Sony kunnen? Op die manier zou je economisch onafhankelijk kunnen worden van kringen die ook sociaal bedenkelijk zijn. Ik vind het niet goed dat meneer Le Pen bij zijn partijdagen ongestoord Richard Wagner kan spelen en zich dan nog over Auschwitz kan uitspreken. Daar kan ik niet bij zwijgen. Dat betekent natuurlijk concreet dat ik met dat gespuis te maken krijg, u kunt zich wel voorstellen hoe."

Over één persoon hebben we het nog niet gehad, over Winifred Wagner, de vertrouwelinge van Adolf Hitler. Dat is wel de duisterste periode.

"Wat zou Winifred Wagner geweest zijn zonder Richard? In haar verderfelijke geest - zij was een ongelooflijk domme vrouw - was ze een cynische realpolitica. Aan de andere kant was ze gefascineerd door de persoon Adolf Hitler, die ze al in 1923 steunde. Winifred Wagner is in een weeshuis in Engeland opgegroeid; daar heeft haar ziel zeker veel onder geleden. Dat heeft haar niet vermenselijkt maar verhard. Daar kwam nog de homoseksualiteit van haar man Siegfried, mijn grootvader, bij. Zij heeft, zoals men dat noemt, de dynastie voortgezet en daarna was het huwelijk voorbij. Dat is moeilijk voor een vrouw; en toen kwam de sterke man in de vorm van Hitler."

Lag de verbinding tussen het huis Wagner en de jonge Hitler dan zo voor de hand?

"Zeer zeker. De onlangs overleden historicus Sebastian Haffner heeft daar belangrijke dingen over geschreven, waarin hij aan de hand van de gebeurtenissen in 1935 een korte samenvatting geeft van heel het fenomeen Bayreuth. Haffner heeft ook goed ingezien dat Hitlers ontwikkeling in een zeer vroeg stadium is blijven stilstaan; zijn infantiele verhouding tot Wagner is gewoon blijven bestaan. Dat infantilisme heeft dan een wereldhistorische dimensie gekregen. Hitler had iets met muziek en architectuur. Welnu, de muziek van Richard Wagner is architectuur. Daarom moet net op die plaats, in Bayreuth, aan een systematische demontage van de Wagnercultus, van het monumentaliseren van Wagner worden gewerkt. De Amerikaanse bezetters hebben na de oorlog in het Festspielhaus My Fair Lady gespeeld. Dat was al een soort duiveluitbanning. Ik vind dat erg sympathiek; het Festspielhaus is toch een theater als een ander?"

Het boek Wer nicht mit dem Wolf heult is uitgegeven bij Kiepenheuer & Witsch.

'Na de oorlog hebben de Amerikanen in Bayreuth My Fair Lady gespeeld, als een soort duiveluitbanning. Dat vind ik erg sympathiek'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234