Zaterdag 16/01/2021

Een vuurwerk van zotte kleuren

Vergeet Parijs. Het modernisme werd geboren in het Zuiden, waar het verzengende licht de kleuren deed ontploffen en de vormen vervagen. In Marseille en Aix-en-Provence loopt een schitterende dubbeltentoonstelling over de kunstenaars die vanaf 1870 de kusten van de Middellandse Zee opzochten om zich te laven aan licht en kleur.

Het heeft er veel van weg dat in Frankrijk de regionalisering zich ook in de kunst en de kunstgeschiedenis doorzet. Parijs wordt niet langer beschouwd als het centrum van het universum. Zo loopt op dit moment in een aantal Normandische steden een serie tentoonstellingen in het kader van het Festival van het Impressionisme. Vanaf 1860 trok het eeuwig wisselende licht van Normandië schilders aan: van voorlopers als Jongkind en Boudin tot vernieuwers als Monet, Renoir en Pissarro. De boodschap van Normandië is duidelijk: niet in Parijs, maar in Honfleur, Le Havre en Rouen werd het impressionisme geboren.

Iets soortgelijks speelt zich nu in Zuid-Frankrijk af. De dubbeltentoonstelling Le grand atelier du Midi trekt resoluut de kaart van het Zuiden als bakermat van het modernisme: het fauvisme en het kubisme werden geboren aan de kusten van de Middellandse Zee, de plek waar volgens schilder André Derain "de kleuren staven dynamiet werden".

Volgens de tentoonstellingsmakers, Marie-Paule Vial en Bruno Ely, zijn de schilders in het zog van de schrijvers naar het Zuiden getrokken: de kust van de Middellandse Zee, van Barcelona tot Genua, en ook Corsica, Marokko en Algerije. "Vanaf 1880 tot diep in de twintigste eeuw streken schilders in het Zuiden neer", zeggen Vial en Ely. "De schilders werden aangetrokken door de nog ongerepte natuur en onbekende plekken." Hoe ongerept het toen was, blijkt uit het feit dat het dorp Saint-Tropez - inmiddels een zeer mondaine badplaats - in de jaren 1880 alleen maar met een bootje bereikt kon worden.

Hoogoplopende ruzie

'"Schilders werden in het Zuiden geconfronteerd met verzengend licht, dat hun zekerheden over kleur en toon ondermijnde. Van hun nieuwe verblijfplaats maakten ze een heus laboratorium, waar ze experimenteerden met verf en vorm. Claude Monet ontdekte in het Zuiden een ander soort licht, Paul Signac begon er alle mogelijke kleuren te verkennen. Het was daar dat de nieuwe kunstrichtingen werden geboren die de traditionele uitbeelding - zeg maar de realistische voorstelling van een tastbare werkelijkheid - dooreen zouden schudden: het fauvisme, het kubisme en de abstractie."

Kleuren zouden zich langzaam losmaken van het voorwerp waarmee ze altijd al verbonden waren: lucht kon groen zijn, heuvels rood en een korenveld paars. Vormen vervaagden en losten op in het verschroeiende licht van het Zuiden. Meer en meer zouden kunstenaars de werkelijkheid loslaten en zich bezighouden met vorm en verf. De werkelijkheid werd een constructie op een doek. Het schilderij als object was geboren.

Vincent Van Gogh was een van die kunstenaars die op zoek gingen naar het licht. De titel van de tentoonstelling Le grand atelier du Midi verwijst trouwens rechtstreeks naar hem: Van Gogh wilde in Arles een kunstenaarskolonie stichten, het 'Atelier van het Zuiden'. Gauguin was de eerste schilder met wie hij probeerde samen te werken op hetzelfde onderwerp. Helaas waren hun meningsverschillen onoverbrugbaar. Op de avond van 23 december barstte de bom: na een hoogoplopende ruzie sneed Vincent een stuk van zijn oorlel. Twee dagen later nam Gauguin de trein terug naar Parijs.

Van Gogh is met vier werken aanwezig op de tentoonstelling in Marseille, die zich vooral toelegt op de kleur in het modernisme. Behalve Bruegel, kon niemand een graanveld zo sensueel schilderen als Van Gogh. Vincents beroemde werk met zijn kamer in het Maison Jaune in Arles hangt er, vlak bij het schilderij, Les Alyscamps, dat Gauguin eveneens in Arles maakte. Er is ook een hommage aan Van Gogh, die Francis Bacon in 1957 schilderde.

Het pas gerestaureerde Palais Longchamp in Marseille is de ideale locatie voor de tentoonstelling: in twee grote, strak geënsceneerde zalen wordt een mooi en bijzonder sfeervol overzicht gepresenteerd van Van Gogh tot Bonnard in honderd schilderijen. Er zijn mooie ontdekkingen te doen zoals de heftige landschappen van Louis Valtat, de psychedelische kleuren van Georges Braque, en de licht naïeve havenzichten van Albert Marquet. En kijk hoe verschillend Monet en Renoir dezelfde landschappen schilderden.

Altijd ontevreden

Uiteraard is er aandacht voor wat er in 1905 in Collioure, aan de Frans-Spaanse grens, gebeurt, waar Matisse en Derain samen de basis leggen voor het fauvisme: een vuurwerk van zotte kleuren, waarbij de voorwerpen stilaan hun contouren verliezen. Pierre Bonnard is ten slotte present met monumentale werken: paradijselijke symfonieën van kleur, kleur en nog eens kleur.

In Aix-en-Provence is Cézanne de motor van de tentoonstelling. Paul Cézanne (1839-1906) keerde vanaf 1878 regelmatig terug naar het Zuiden om er onder meer in l'Estaque, vlak bij Marseille, te gaan schilderen. Later trekt hij zich definitief terug in zijn geboortestad Aix-en-Provence om er onafgebroken het ouderlijke huis Jas de Bouffan, de steengroeven Bibémus en de bijna mythische Mont Sainte-Victoire te schilderen. Cézanne was immer ontevreden in zijn zoektocht naar eenvoud: meer en meer wou hij dat zijn taferelen een samenspel zouden zijn van eenvoudige geometrische vormen zoals cirkel, driehoek en rechthoek. Tegelijk was hij een meesterlijk colorist met een combinatie van frisse en verzadigde kleuren: zijn groen en oker zijn onovertroffen.

De tentoonstelling in Aix zet meer in op de vorm en hoe die door diverse schilders stilaan gebroken wordt: zie hoe totaal verschillend Théo Van Rysselberghe, Francis Picabia en André Derain een zonbeschenen pijnboom schilderen. Het sensationele, beangstigende en duister-abstracte werk van Matisse Porte fenêtre à Collioure is er te zien. De meester maakte dit werk - vier verticale banden - al in 1914, maar hield het altijd bij zich. Het werd tijdens zijn leven nooit geëxposeerd.

Afgunstige Picasso

Deze tentoonstelling is enerzijds stoutmoediger dan die van Marseille, maar waaiert anderzijds te ver uit: ook het surrealisme wordt met Dalí binnengehaald en er is aandacht voor abstracten als Bram van Velde en Graham Sutherland, die in de jaren 1940 hun atelier in het Zuiden vestigden. Twee werken van de vroeggestorven Nicolas de Staël - tussen abstractie en figuratie in - hangen er wel op hun plaats: het is intrigerend, sterk grafisch werk, waarin een dorp en masten nauwelijks meer dan gesuggereerd worden.

Ten slotte is er Picasso, die zich in 1947 permanent in Vallauris, nabij Cannes, vestigt en later het kasteel van Vauvenargues koopt om, naar eigen zeggen, dicht bij Cézanne te zijn - "mijn enige meester".

Maar dé overheersende figuur blijft toch Matisse, die het modernisme van begin tot einde overspant en tot aan zijn dood in 1954 zijn kunst blijft heruitvinden. In een korte, bijna ontroerende film is te zien hoe hij in 1952 in Nice uit grote, in één kleur geschilderde bladen op meesterlijk eenvoudige wijze de motieven knipt waarmee hij collages maakt van baadsters, bladeren en bomen. Matisse zei dat hij zo rechtstreeks in de kleur kon tekenen. Picasso vatte zijn bewondering - of was het afgunst? - zo samen: "Au fond il n'y a que Matisse."

Moeten we Parijs nu echt vergeten? Welnee. Maar Le grand atelier du Midi biedt wel een terechte correctie op het centrumdenken. Het Zuiden heeft nu eenmaal een essentiële rol gespeeld in de ontwikkeling van het modernisme. Het verschroeiende licht haalde vorm en kleur definitief uit hun keurslijf.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234