Woensdag 28/10/2020

‘Een vrouw kan verliefd worden op haar eigen ellende’

Als ze haar fiets vastmaakt, stralen vreugde en vrieskou van haar wangen. Aan het stuur bungelt een plastic tasje van de supermarkt. Daarin zit een thermoskan die ze vanochtend vroeg met hete koffie heeft gevuld en die nu, net voorbij het middaguur, tot op de bodem leeg is. In diezelfde boodschappentas bevindt zich ook een plastic farde. “Ik kom juist terug van mijn oude school. Van Studio Herman Teirlinck, ja. Ik heb aan de coördinator-conciërge van de school gevraagd of ik tijdens deze kerstvakantie, waarin het gebouw gesloten is, de theaterzaal mocht gebruiken. Dat mocht. Daar heb ik dus gedurende de hele voormiddag geoefend. En daarom zeul ik ook mijn koffie mee. Omdat ik er helemaal alleen ben, en omdat koffie elk verblijf gezelliger en warmer maakt. In deze farde gaat de hele tekst van de voorstelling schuil.”Pas in de eerste week van januari, enkele dagen voor de première dus, (vandaag, 9 januari, mvds) vinden in NTGent de generale repetities plaats. “Op het allerlaatste moment? Maar nee, ik zit al maanden ondergedompeld in dit bad. Ik ben de hele tijd met de voorstelling bezig. De teksten heb ik zeer goed gememoriseerd. Alles zit in me. En feliciteer me maar: drie maanden geleden ben ik, met het oog op een optimale stem, gestopt met roken, en het gaat me goed af ook. Nu spaar ik mijn stem nog vooral. Overal waar ik ben, zing ik in mijn hoofd. Aan de kassa van de supermarkt. Op de fiets. Als ik afwas. Thuis zing ik wel hardop. Mijn zonen lachen met me. Ze kennen die liedjes vanbuiten en hebben er hun eigen parodiërende versie van. Niet simpel hoor, om dan serieus te blijven.“Natuurlijk heb ik ook vertrouwen in het gezelschap van het NTGent, dat mijn vaste biotoop is. Met regisseur Johan Simons en drummer en bandbegeleider Ron Reuman werk ik al jaren nauw samen. We hebben ondermeer Ik val... Val in mijn armen in elkaar gebokst. Het is een luxe dat ik binnen mijn vaste gezelschap het platform krijg om Was will das Weib te maken. Want het is dan wel mijn voorstelling, in die zin dat ik voor de kiem heb gezorgd, en dat ik centraal op het podium sta, maar de vrucht die uit dat zaadje is gegroeid, is het resultaat van samenwerking. Ik kan rekenen op de voltallige ploeg, en die telt, de vijf muzikanten incluis, gauw een twintigtal koppen. Of ik nerveus ben? Nervositeit kan verlammend werken. Terwijl ik nu soms net het spannende gevoel heb dat ik vleugels krijg.”

Behoefte aan vernieuwing

“Ik heb altijd graag gezongen. Al in Wilde Lea van de Blauwe Maandagcompagnie moest, mocht ik zingen; en houd je vast, die productie dateert al van bijna twintig jaar geleden! Ik kan het niet rationeel verklaren, maar ik heb altijd ervaren dat muziek en zang de mens op een andere manier bereiken dan het geschreven en gesproken woord. Muziek dringt niet via het brein bij de mens binnen, maar neemt een andere, meer rechtstreekse weg. “Maar sinds Ik val... Val in mijn armen, het liedjesprogramma dat ik drie jaar geleden met Wim Opbrouck heb gebracht, is het pas echt tot me doorgedrongen dat ik via zang gemakkelijker mensen kan ontroeren, en veel meer mensen kan bereiken. Die ontdekking gaf me een enorm bevrijdend gevoel. Wat een mogelijkheden zag ik plots. En ik niet alleen. Ook mijn omgeving, mijn collega’s en mijn goede vrienden, zagen dit in, en begonnen me aan te moedigen om verder en dieper in die richting te gaan.“Dit besef, of noem het inzicht, kun je niet loskoppelen van mijn eigen professionele en private levenscyclus. Het is geen toeval dat ik uitgerekend nu met een eigen voorstelling aankom. Twintig jaar geleden koesterde ik deze ambitie niet. Toen had ik talloze andere uitdagingen. Maar het is eigen aan het bioritme van een acteur: op een gegeven moment - en meestal bevindt hij zich dan in de buurt van de veertig - krijgt hij de nijpende behoefte aan zelfstandigheid. Dat loopt bij mij niet anders. Ik had een verzadigingspunt bereikt. Ik had behoefte aan een radicalere vernieuwing. Want intussen weet ik hoe het is om met regisseurs samen te werken, om met anderen te spelen, om auteursteksten te spelen, enzovoort. Niet dat je, voor je aan een theaterproductie begint, al weet hoe ze zal eindigen. Niet dat je niet meer verwonderd en verbaasd kunt zijn van de resultaten van die samenwerking. Dat bedoel ik niet. Ik kan de (meer)waarde van zo'n samenwerking zeer goed inschatten. Ik ben een groepsmens, geen solist. Met andere woorden: ik heb een ploeg nodig om te kunnen presteren. Maar toch verlangde ik naar meer onafhankelijkheid. Naar eens helemaal mijn eigen ding te doen. “Ik ben vijfenveertig. Dat is een leeftijd waarop je normaliter, zowel in je beroeps- als in je privéleven, enige maturiteit hebt vergaard. Alleen al omdat je zoveel ervaring hebt opgedaan, sta je anders tegenover het leven dan toen je jeugdig en roekeloos was. Bovendien ben ik een moeder. Het moederschap verandert een vrouw. Vandaag zijn onze twee zonen geen kleine kinderen meer, maar jongens die meer en meer zelfstandig voor de dag komen. Dat maakt het er thuis, met een freelancende acteur als echtgenoot, ook zo veel rustiger op (Els Dottermans is gehuwd met de Nederlandse Han Kerckhoffs, nu te zien als Johan Schmidt in de zevendelige reeks Annie M.G. op Nederland 2, mvds). De stress die bij een drukke tot hectische gezinsorganisatie te kijken komt, is veel minder. Mijn geest is ook niet langer in suiker gedrenkt, zoals de eerste jaren na hun geboorte. Ik wilde na hun geboorte meteen weer aan de slag. Vlak na de bevalling van mijn oudste heb ik Ten Oorlog! gespeeld, en vlak na de geboorte van de tweede vertolkte ik de hoofdrol in Mamma Medea, ook in een bewerking van Tom Lanoye. In Mamma Medea, van Euripides, speelde ik samen met mijn man. We waren juist ouders geworden, en op het podium moest ik mijn kinderen vermoorden, als wraak op mijn overspelige echtgenoot. Als tegenstelling kon dat tellen.“Ik kom uit een gezin met een moeder als kostwinner, en een vader die als beeldhouwer nooit een vast inkomen kon garanderen. Mijn grootmoeder was een verpleegster, net als mijn moeder. Alle vrouwen in mijn familie - en ik heb vier zussen, mijn broer is overleden - hebben altijd op hun eigen benen gestaan. Ik heb die gang van zaken dus nooit in vraag gesteld. Alleen: achteraf bekeken zijn de jaren na de geboorte van mijn kinderen duidelijk niet de meest creatieve. Of ik dat nu wilde of niet: door hun geboorte werd ik letterlijk en figuurlijk dik. Ik denk dat ik een zestal jaar ingekapseld heb gezeten in een soort zoetigheid die me week maakte, en die voorkwam dat ik beroepshalve helemaal op scherp stond. Je weet dat op dat moment niet. Je ervaart alleen dat je lastig bent. Dat je begint te zeuren. Ik herinner me ook dat ik bang was dat die plakkerige periode niet meer voorbij zou gaan. Maar na een zestal jaar was die fase gelukkig voorbij. Nu ben ik er dus dubbel en dik overheen. Ik ben er volledig klaar voor. Voor dit eigen ding.”

Ik en mijn kleine obsessie

“Ik wist al enige tijd, al minstens vier tot vijf jaar, dat ik iets met het leven en werk van de Vlaamse zangeres Ann Christy wilde doen. Haar zangtalent én persoonlijkheid hebben me altijd geïntrigeerd, net als haar aandacht voor teksten. Maar om de een of andere reden wilde die idee maar niet helemaal van de grond komen. Terwijl Ann Christy wel constant in mijn achterhoofd zat. En terwijl ik, gedurende jaren, iedereen die ook maar wilde luisteren over mijn vage plannen aansprak.“Dag vreemde man, De roos, Dat heet dan gelukkig zijn: het zijn maar enkele van Ann Christy’s bekende nummers die overigens allemaal geschreven werden door de Nederlandse Mary Boduin. Haar heb ik tijdens mijn zoektocht naar een voorstelling ook nog bezocht. Werkelijk, niemand kon aan mij en mijn kleine obsessie ontsnappen. Zelfs met Wim Helsen heb ik het er nog uitgebreid over gehad. Hij gaf me schrijfoefeningen. Hij zei: 'Schrijf eens een brief aan Ann Christy’. En dat heb ik allemaal gedaan. Ik gaf niet op. Ik bleef zoeken. Maar verder dan een rijpingsproces in mijn geest kwam het niet. Alsof de ware noodzaak om de voorstelling te maken, bleef ontbreken. Ik voelde intuïtief een gemis aan. En ik weet - nog zo’n voordeel dat de jaren met zich meebrengen - dat ik aan mijn intuïtie best gehoorzaam. Je mag nooit zomaar iets maken. Je moet een sterke drijfveer hebben om juist dat ene ding te doen, en niet iets anders.“Ik heb dus gewacht. Dat ging niet altijd vanzelf. Ongeduld is me eigen, dus nu en dan werd ik behoorlijk prikkelbaar. Onuitstaanbaar, volgens mijn man, en ik geloof hem. Tot ik dan op een dag Lucifer van Connie Palmen las. De scherpe en onverbiddelijke wijze waarop Connie Palmen het lijden van de vrouw neerzette, bezorgde me het kippenvel waarop ik blijkbaar onbewust had zitten wachten. Het drong tot me door dat ik Ann Christy moest los laten. En dat ik het persoonlijke levensverhaal van deze magnifieke Vlaamse zangeres moest opentrekken. Dat die ene vrouw voor vele archetypes van haar sekse kon staan. De rode draad van mijn verhaal openbaarde zich: wat wil de vrouw, hoe zit ze in elkaar, weet ze zelf hoe ze in elkaar zit, en waarom vergissen zoveel vrouwen zich in de invulling van echte liefde, waarom denken zo vele vrouwen dat echte liefde opoffering inhoudt, en lijden, altijd maar lijden?Van het ene kwam het andere. “Enige tijd na de lectuur van Lucifer zat ik bij Connie Palmen aan tafel, en liet ik haar Ann Christy horen, en Ne me quitte pas van Jacques Brel, Jolene van Dolly Parton en een flamenconummer van Amparo Cortés horen; zij is de Sevillaanse gitana die ook samen met Wannes Van de Velde heeft gezongen. “Nog een tijdje later lagen we allebei krom van het lachen. Connie kan geweldig goed en heel diep lachen. Toen we het samen uitgierden, zag ik dat als een goed teken. Die mening bleek ook Connie toegedaan: volgens haar is lachen zelfs de grootste vorm van liefhebben, in die zin dat als een man samen met jou lacht, hij aangeeft dat hij jou helemaal begrijpt.“Het liedjesprogramma Ik Val...Val in mijn armen was puur plezier. Zo’n feest van vreugde, waarbij het publiek uitgenodigd werd om mee te zingen, is Was will das Weib niet. Dit keer gaat het om een voorstelling waarin ik me op het snijvlak van vanalles en nog wat bevind. Er is ontroering. En relativering. Er is nuchterheid. En droom. Drama. Hilariteit en zelfspot. Ernst. En ironie. Cabaret. Literatuur. Zang. Tekst. “De intelligente bindteksten van Connie zijn cruciaal, precies omdat ze zo rationeel, zo cerebraal zijn. Connie is een filosofe, en dan niet alleen in titel, maar vooral in daad. Ze heeft haar leven in functie van het denken gesteld, ze heeft geen kinderen, bewust geen kinderen. Ze zoekt verdieping en reflectie. En dus plaatst ze de sentimentaliteit die in sommige liedjes zindert, meteen onder een koude douche. Met haar teksten schudt ze vrouwen en mannen wakker. Ze dwingt hen, ons, om na te denken. Ze ondergraaft ook de vrouwelijke drang naar slachtofferschap. Alleen al in die ene zin die mij toen heeft doen opveren, zit een waarheid die tot nadenken stemt, en die zeer confronterend kan zijn: ‘Neem een vrouw haar lijden niet af, want het is het enige waarin ze groots kan zijn’. “Ann Christy komt uiteindelijk in de hele voorstelling, op een enkele passage van Connie Palmen na, zelfs niet meer voor. Dat heeft mede te maken met het feit dat het vijfentwintig jaar overlijden van de zangeres vorig jaar werd herdacht, en dat er al allerhande producties aan haar werden gewijd. Ook daarom heb ik afstand van haar genomen.“Als ik zing, benadruk ik de tekst van de nummers. Ik imiteer de oorspronkelijke zangers en versies zeker niet. Ik probeer er iets van mezelf van te maken. Dat is geen simpele evenwichtsoefening. Vooral de juiste toon vinden én vasthouden, is belangrijk.“Alle teksten zijn speciaal voor mij naar het Nederlands vertaald, meestal door schrijvers, dichters of andere literatoren. Zo heeft Peter Verhelst Ne Me Quitte Pas van Brel opnieuw vertaald; heb ik Crying van Roy Orbison door Bernard Dewulf laten aanpakken en Jolene van Dolly Parton door Eva De Roovere. Oscar van den Boogaard heeft Woman in Love van Barbra Streisand onder handen genomen, en Thé Lau boog zich over de Nederlandstalige versie van k.d. Langs Ain’t it Funny. Ook mijn droom om meerdere auteurs aan mijn project te laten meewerken, is dus werkelijkheid geworden. Ik weet het. De druk kan nu, juist omdat ik zoveel literaire namen heb ingeschakeld, hoog liggen. Maar daar probeer ik afstand van te nemen. Ik probeer vooral de schoonheid van deze samenwerking in te zien.

Oneindigheid van antwoorden

“Ik heb niet voor niets een vraagstelling als titel gekozen. Ik weet niet wat de vrouw wil. En ik wil zeker niet oordelen. Ik kan dat zelfs niet meer, een oordeel vellen. Met lafheid heeft dat niets te maken. Ik bevind me statistisch gezien al voorbij het midden van mijn leven; en in al die tijd heb ik begrepen dat de wereld en het leven al te complex zijn om ze in zwart en wit op te delen. Niets is zomaar wat het is. Alles hangt ergens aan vast; aan verleden, heden en toekomst. “De zowel ernstige als licht spottende vraag uit de titel komt zoals bekend van Sigmund Freud. Was will das Weib, maar zelfs de vader van de psychoanalyse heeft na decennialang intens onderzoek geen inzicht gekregen in de vrouwelijke psyche. De vraag ‘Wat wil de vrouw nu eigenlijk’ kent een oneindigheid van antwoorden. En die veelheid ligt in mijn uiteenlopende selectie van liedjes en teksten besloten. “Ik geloof niet dat het lijden van mannen en vrouwen zo zeer verschilt. Mannen kunnen ongelooflijk diep gaan in hun pijn. Ik denk dat pijn, liefdesverdriet, meer door de eigenheid van de persoon wordt bepaald dan door zijn sekse. Toch staat het vast dat een vrouw, meer dan een man, verliefd kan worden op haar eigen ellende en dat ze de opoffering die haar leven is, als teken van echte liefde interpreteert. In die perceptie, die de rode draad van Was will das Weib is, vergissen vrouwen zich. “Ook ik heb, zoals alle vrouwen van mijn leeftijd, minstens een enkele liefde gekend die vooral pijn deed. Juist omdat deze liefde me zo kapot maakte, dacht ik dat ze echt was. Echte hartstocht en ware passie moesten mij, madame Bovary indachtig, helemaal verteren. Alleen als ik van de liefde bijna zou sterven, alleen als ik bijna dood zou gaan van liefdesverdriet, konden mijn gevoelens authentiek zijn. Intussen hebben het leven en de echte liefde me het tegendeel geleerd. Maar ik zie vrouwen bij wie dit niet doordringt. Of die de knop niet omgeschakeld krijgen, om welke redenen dan ook. Zij blijven almaar op de onmogelijke mannen vallen. En zij blijven de pijn die deze mannen veroorzaken, als een bewijs van ware liefde interpreteren. Diep vanbinnen voelt dit archetype vrouwen zich heilig. Ze offeren zich op voor het hogere doel dat hun man, hun liefde is. Hun lijden is hun manier van leven geworden. De rechtvaardiging van hun bestaan. Neem hun pijn weg, en er blijft niet veel meer van hen over. “Connie Palmen weet deze patronen in een haarscherpe taal te gieten. Ik houd van de beweging die haar woorden teweeg brengt. Ik ben een groot voorstander van heftige scheldpartijen. Omdat die de zaken aan het rollen brengen. Diplomatie is niet mijn grootste talent. Ik wik en weeg mijn woorden lang niet altijd. ‘Els, je bent net een tank’, zeggen mijn zussen soms; bijvoorbeeld als ik weer eens heftig fulmineer en stellige beweringen in de mond neem, beweringen waarvan mensen kunnen schrikken omdat ze zoveel onomwondenheid niet gewoon zijn. Ik vind voorzichtigheid lang niet altijd geboden. Ik kan nogal goed overtuigd zijn van mijn zaak. En van het feit dat je nu en dan moet doordrammen om verandering en inzicht te bereiken. “Met verbazing kan ik kijken naar mensen die zichzelf vanalles en nog wat blijven wijs maken. Ik neem het hen niet kwalijk. Het is moeilijk om je eigen ellende te onderkennen, om niet blind te zijn voor je eigen tekortkomingen. Dat is bijvoorbeeld een van de redenen waarom wij onze zonen proberen te leren om goed te kijken. We leren ze kijken naar zichzelf, en kijken naar de ander. Want dat is heus zo: een van de grootste talenten op weg naar het geluk, is het talent om in te zien wat je kan en wat je niet kan. Want vanaf het moment dat je je eigen troeven en gebreken kent, kan je in functie daarvan je doelstellingen uitzetten, en je erop toeleggen om die te bereiken. “Streven naar een resultaat dat inspanningen vergt en dat tegelijkertijd haalbaar is, behoort tot de mooiste en meest bevredigende facetten van het leven. Ik weet dat. Was will das Weib, net als andere producties waaraan ik heb meegewerkt, leveren daar een bewijs van. Maar ik ga niet naar Hollywood, want daar zal ik niet kunnen wat ik hier kan. En dat is een understatement: ik zou er zelfs geheel niet bestaan. Waarmee ik niet wil zeggen dat elke uitdaging die ik in dit Vlaanderen wil aangaan, altijd succesvol eindigt. Maar het gevecht hoort er nu eenmaal bij, en vallen en opstaan natuurlijk ook. Ik zou bijvoorbeeld heel graag nog interessante filmrollen krijgen. Alleen zijn die er voor een vrouw van mijn leeftijd te weinig. In theater is er nog plaats voor verbeelding; daar kán en mag ik zelfs een meisje van vijftien of een vrouw van negentig spelen. In de cinema gelden andere wetten, en regeert typecasting. Je bent je personage. “Kortom, vrouwen voorbij de veertig kunnen alleen maar een moeder spelen, of ze worden met enige lagen make-up ouder gemaakt en mogen als een grootmoeder opdraven. Filmmakers eisen sexy vrouwen als personages. En filmregisseurs hebben het geld van deze makers nodig, en dus gehoorzamen ze aan dat geld, veel meer dan aan bepaalde waarden en/of principes. Zowel de film- als de theaterwereld zijn trouwens overwegend mannenbastions. Er spelen vrouwen mee, uiteraard, maar ze zijn in de minderheid. In getal en in macht. Het zijn toch vooral de mannen die de smaak bepalen. Is het niet als regisseur, dan als producent, distributeur, enzovoort. “Maar soit, dat wilde ik niet vertellen. Wat ik wil duidelijk maken is dat je over een abonnement op het ongeluk beschikt, zolang je je meet aan voorbeelden en prestaties die boven je petje gaan, en zolang je doelstellingen beoogt die je nooit zal kunnen waarmaken. Je moet de lat hoog leggen, zeer zeker. Je mag jezelf niet onderschatten. Maar je moet jezelf zeker ook niet overschatten. De ontplooiing van je persoonlijke troeven én de onderkenning van je gebreken zijn sleutels tot een gelukkig leven. En dat gelukkig leven, of dat leven dat dicht tegen het geluk aanleunt, is dat niet wat zowel mannen als vrouwen willen?'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234