Zondag 13/06/2021

Een vrouw in de Russische aarde

Requiem voor Rusland is een verzamelbekken van zowat alle clichés en vooroordelen die een Russische schrijver kan debiteren

Andreï Makine

Requiem voor Rusland

Uit het Frans vertaald door Jan Versteeg

De Geus, Breda, 318 p., 910 frank.

"Ik dacht dat ik twee mensen zag, maar het was alleen maar een man met zijn vrouw," luidt een van de seksistische gezegden die in Rusland voor het rapen liggen. Mooie vrouwen die zich een beetje eigengereid opstellen, worden in de traditionele orthodoxe cultuur gezien als een gevaar voor beschaving en zielenheil. Lev Tolstoj vond er in Oorlog en vrede al plezier in om de mooie, kleine en krullerige Natasja te laten verloederen tot een ongekamde fokzeug in een vuile ochtendjas die thuis de tiran speelde en ervoor zorgde dat haar echtgenoot goed onder de plak zat. Maar natuurlijk is dat lang geleden. Inmiddels leven we in de eenentwintigste eeuw en is de emancipatie van de vrouw er dankzij de verworvenheden van de Russische revolutie met reuzenschreden op vooruitgegaan. Dat zou je tenminste mogen denken. Maar na de lectuur van Andreï Makines Requiem voor Rusland moet je die mening wel herzien. Het verhaal gaat over drie generaties Russen van boerenafkomst waarvan de lotgevallen in de twintigste eeuw (revolutie, oorlog, ineenstorting van het imperium) vanuit verschillende invalshoeken worden verteld. Het is pijnlijk om vast te stellen dat Makines lange verblijf in Frankrijk de schrijver niet heeft kunnen behoeden voor een standpunt dat hem steeds meer in de armen drijft van de reactionaire pan-Slavisten en van de dorpsprozaschrijvers.

Requiem voor Rusland is helaas een verzamelbekken van zowat alle clichés en vooroordelen die een Russische schrijver kan debiteren. Onderweg door het toegetakelde landschap van de revolutie treft Nikolai, die zich van de moordzuchtige Roden heeft afgekeerd, in een bos een jonge vrouw aan die tot aan haar nek in de grond begraven zit. Ze heeft de wreedheid van de Roden overleefd en wordt door Nikolai gered. Dat ingegraven zijn is natuurlijk een treffend beeld voor de verbondenheid van de vrouw met de Russische aarde. Maar dat beeld wordt grotesk als later blijkt dat deze Anna, die bovendien zwanger is, geen woord kan uitbrengen. Haar tong is afgesneden. Daardoor is ze letterlijk een superlatief van het tolstojaanse ideaal van de stomme vrouw die alles oplost met haar intuïtie. De morele waarde van dit type vrouw wordt pas duidelijk als Makine het cliché van de onontwikkelde en dus per definitie moreel hoogstaande Russische vrouw laat contrasteren met de dames die Nikolai's kleinzoon, een spion, in de salons van de westerse hoofdsteden tegen het lijf loopt.

Al die vrouwen, die intellectueel en vandaar hypocriet zijn, zijn in de ogen van de held onderling verwisselbaar. De blonde vrouw in Parijs lijkt als twee druppels water op die in West-Berlijn: "Het enige verschil tussen de laatste ontmoeting was dat ze er tien jaar jonger uitzag, dat haar ogen een andere kleur en haar gezicht een andere vorm hadden, dat haar neus langer was, dat ze anders heette en een ander beroep had. Het was natuurlijk iemand anders, maar nog steeds volgens het type vrouw met blond haar, een glimlach en op een bijna aangename manier nietszeggend." Hier trekt Makine helemaal het register open van de tolstojaanse slonzen die hun aseksuele boodschap verkondigen: onaantrekkelijk als we zijn, staan we moreel op een veel hoger voetstuk dan de westerse vrouwen die zo wuft zijn dat ze hun uiterlijk zelfs na hun huwelijk blijven verzorgen.

De verheerlijking van de Russische boerin en de verguizing van de westerse intellectuele vrouw gaan in Makines verhaal samen met een groteske schildering van de (pseudo)intellectuele kringen in de westerse hoofdsteden. De westerse intellectueel is altijd een snob die in de ogen van de held de belichaming van het ontaarde Westen wordt. Als de Russische spion in West-Berlijn een vrouw ziet die "echt verrukt" naar een schilderij kijkt, schiet de volgende reflectie door zijn hoofd: "Daar stond het Westen ten voeten uit, met die extatische huichelachtigheid ten overstaan van waardeloos geklieder dat voor iets geniaals moest doorgaan." Het is natuurlijk juist dat de schrijver niet verantwoordelijk is voor de gedachten van zijn helden, maar het is toch ergerlijk dat Makine geen enkele moeite doet om de plompe denkbeelden van zijn personages ietwat bij te stellen. Zeker had het anders gekund. Een moderne auteur als Tatjana Tolstaja parodieert in haar verhalen juist het thema van de zelfopoffering van de Russische vrouw. Wie een scherp zicht wil krijgen op het linkse prosovjet-cynisme in de Parijse salons is nog altijd aangewezen op de pakkende en scherpzinnige memoires van iemand als Nina Berberova die in Cursivering van mij (1972) een van alle illusies ontdaan beeld schetste van de Russische emigratie "in al haar glorie, armzaligheid en kinderlijke onnozelheid".

Wat een verschil met de clichés van Makine, die het zelfs niet kan laten om enkele antisemitische schimpscheuten te ventileren. Een passage als die over de joodse soldaat Marelst, wiens vader door Lenin was uitverkoren om commissaris te worden en de boeren mee te helpen uitmoorden, is in de Russische literatuur nog altijd goed voor het opwekken van een pogromachtige stemming tegen de joden, die in Rusland nog vaak verantwoordelijk worden gehouden voor alle catastrofes die zich in de geschiedenis hebben voorgedaan. Wat gaat er door het hoofd van de Rus Pavel als hij in de oorlog optrekt met de jood Marelst? "Hij moest weer aan zijn wantrouwen denken, aan zijn teleurstelling toen hij hoorde dat het een jood betrof. Met tegenzin stelde hij vast dat die teleurstelling hem op een onverklaarbare wijze gerechtvaardigd leek en zelfs onlosmakelijk verbonden met het feit Rus te zijn." Is er dan in de zogenaamde geëmancipeerde Russische literatuur die vandaag in Parijs geschreven wordt geen plaats voor een boeiende joodse figuur met de allure van een Ilja Ehrenburg, die ondanks zijn nabijheid tot de macht in het Kremlin er toch in slaagde om voor zijn vrienden een meer dan fatsoenlijke rol te spelen in de tragedie van het stalinisme, een ondankbare en levensgevaarlijke rol bovendien waar heel wat Russen in dezelfde positie voor bedankt zouden hebben?

Ik weet niet wat de recensenten er bij het verschijnen van elke nieuw boek van Andreï Makine toe drijft om deze schrijver telkens weer op te hemelen. Behalve misschien Het Franse testament, waarvoor de auteur in 1995 de Prix Goncourt kreeg, vallen zijn romans vooral op door hun nodeloos chaotische opbouw, hun clichématige denkbeelden, hun zeurderig-moraliserend en sentimentele toontje, hun ongenuanceerde meningen en vooroordelen, hun ergerlijke veralgemeningen, hun psychologische onnozelheid, hun arrogante antiwesterse standpunten, hun houterige stijl, hun volstrekt gebrek aan lyrische of beeldende kracht en hun absolute onvermogen tot ook maar een vleugje humor.

Betekent dit nu dat er nooit te lachen valt in het werk van Makine? Zeker niet. De lachwekkende scènes zijn legio. Het is natuurlijk gemeen om zo'n passage te citeren, maar ik vind wel dat Makine het er zelf naar maakt. Ik houd het bij die ene zin, waarin de naamloze Russische spionne ergens in Afrika de liefde bedrijft met haar al even anonieme geliefde: "Alsof het diepzeeduiken was, verkende ze mij met haar lichaam, onderzocht ze de man die haar nieuwsgierig had gemaakt, wilde ze er een herinnering aan bewaren als aan een exotisch land waar we dingen zien die nieuw zijn voor onze ogen." Als deze passage al een stilistische kwaliteit heeft, dan is het wel die van een medische handleiding bij een scanner die per ongeluk in een toeristische folder is terechtgekomen.

Piet de Moor

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234