Zaterdag 19/10/2019

Een Vlaamse vloek in de linkse kerk deel II: De vloek van Arm Vlaanderen

Beeld UNKNOWN

Kunstenaars en intellectuelen verbeelden de Vlaamse natie het liefst van al als een bonte mix van blanke bangerds en kneuterige fermettebewoners. Ten bate van de eigen progressieve hipheid verdelen ze zo de samenleving. De man die de politieke winst opstrijkt heet Bart De Wever. Wie het rechtse Vlaams-nationalisme wil bestrijden en de vervloekte Vlaamse 'grondstroom' verleggen kan beter steunen op politieke argumenten dan op morele zelfgenoegzaamheid en culturele geringschatting van de ander. Dit is de tweede aflevering van een vierdelig essay.

Kevin Absillis is docent moderne Nederlandse letterkunde aan de Universteit Antwerpen. Hij schreef o.a. Vechten tegen de bierkaai (2009) en co-redigeerde De manke usurpator: over Verkavelingsvlaams (2012).

"Arm Vlaanderen!" Zonder concurrentie is dit al lang de populairste verzuchting in het publieke debat in Vlaanderen. Wat niet betekent dat alle zuchters er hetzelfde mee willen uitdrukken. Laat staan dat ze beseffen waar de kreet vandaan komt en hoe die mettertijd een heuse vloek werd.

De eerste auteur die "Arm Vlaanderen" als motief uitspeelde, was - hoe kan het ook anders? - Hendrik Conscience. In De kerels van Vlaanderen (1871) legde hij de legendarische woorden in de mond van Segher Wulf. Deze nobele ridder uit het 12de-eeuwse Brugge lanceert de kreet "Arm Vlaanderen" op het moment dat hij beseft dat de eeuwenoude vrijheid van zijn Kerelsvolk bedreigd is en zijn persoonlijke streven naar een respectabele politieke oplossing op niets is uitgedraaid. Niet veel later worden de Kerels op sleeptouw genomen door ene Burchard Knap. Na een gruwelijke provocatie van de Tancmars, dit zijn de 'verfranste' erfvijanden van de oer-Vlaamse Kerels, zal deze weinig geciviliseerde bruut een aanslag plegen op Karel van Denemarken, de leenheer van de Franse vorst. De kettingreactie die de politieke moord uitlokt, eindigt met de ondergang van de Kerels. Zowel Dakerlia Wulf, de dappere en bevallige dochter van de steedse ridder Segher, als de burgers van Brugge zullen op weg naar het einde de kreet "Arm Vlaanderen" overnemen.

Subversieve kracht
Wie staande houdt dat Conscience onleesbaar is, kent alvast De kerels van Vlaanderen niet. En wie beweert dat hier slechts belegen folklore te rapen valt - genre "Vliegt de blauwvoet? Storm op zee!" - heeft er maar weinig van begrepen. Tijdens een Conscienceherdenking eerder dit jaar wees de Antwerpse hoogleraar Kris Humbeeck op de subversieve kracht die uitgaat van deze nog altijd genietbare politieke allegorie.

Een van de cruciale vragen is natuurlijk wie Conscience verantwoordelijk houdt voor de ondergang van de Kerels, een volk dat hij in het nawoord van zijn roman tot de voorouders van de Vlamingen uitroept. Weinig verrassend legt de auteur een deel van de schuld bij de perfide Tancmars, in de verbeelding van Conscience het 12de-eeuwse equivalent van de 19de-eeuwse franskiljons. Een ander deel van de rekening wordt gepresenteerd aan de te weinig daadkrachtig optredende Karel van Denemarken (lees: het Belgische gezag). Minstens zo opmerkelijk is evenwel dat Conscience ook wijst op de beschavingsachterstand die het Vlaamse volk heeft opgelopen. Een deel van de natie dreigde volgens hem de trein van de moderniteit te missen: het mist de nodige beleefdheid, diplomatieke finesse en culturele geletterdheid. Vroeg of laat komen daar moeilijkheden van, zo waarschuwt de volksschrijver.

In het leidmotief "Arm Vlaanderen" resoneerde zo van meet af aan naast veel mededogen een gezonde portie zelfkritiek. Helaas hebben nogal wat lezers van De kerels van Vlaanderen dit laatste aspect over het hoofd gezien. Dit geldt in de allereerste plaats voor Albrecht Rodenbach (1856-1880), die door Consciences epos in enthousiasme voor de Vlaamse zaak ontstoken, de blauwvoeterij oprichtte, een jeugdbeweging die de Kerelsmythologie plunderde en naar haar hand zette. Op zijn beurt zou de jong gestorven dichter uit Roeselaere de nodige inspiratie verschaffen aan figuren als Wies Moens en Cyriel Verschaeve.

Verwant met deze traditie is voorts Desiderius Stracke, een jezuïet die in 1913 een geruchtmakende, later in brochurevorm gepubliceerde lezing gaf met als titel "Arm Vlaanderen". Pater Stracke betreurde in die lezing de "zielsarmoede" van het Vlaamse ras, die hij weet aan een alles verpestende "Fransche lucht". De tijd was aangebroken dat racistische ideeën het flamingantische discours beetje bij beetje vergiftigden en de massa ontvankelijk maakten voor de rechts-totalitaire ideologieën die in de jaren 1930 de parlementaire democratie in ademnood brachten. Moens, Verschaeve en Stracke zouden een luidruchtig deel van de Vlaamse Beweging doen bezwijken voor de lokroep van het nationaalsocialisme en het antisemitisme.

De collaboratie bracht de Vlaamse Beweging ernstige schade toe. Het Vlaams-nationalisme raakte moreel in diskrediet en de zogenaamde repressie zadelde vele 'zwarten' met grote frustraties op. De stoplap "Arm Vlaanderen" bleef in dit milieu in trek als de van elke zelfkritiek gespeende verklanking van een op wrok drijvende, niet meer te stillen haat voor Belgikske (nikske). Het is een discours waar de N-VA weinig afstand van durft te nemen - zeker in dit opzicht komt de weerzin van artiesten en intellectuelen niet uit de lucht gevallen. Dat De Wever in 2007 de verontschuldigingen van Patrick Janssens voor het Antwerpse aandeel in de Jodenvervolging gratuit noemde, was pijnlijk misplaatst. In plaats van de toenmalige burgemeester opportunisme aan te wrijven had hij kunnen erkennen dat de Vlaamse Beweging een aandeel heeft gehad in het gruwelijke lot van de Joodse gemeenschap tijdens de nazibezetting. Het is een veeg teken dat De Wever die kans voorbij liet gaan en sindsdien maar liever zwijgt over de donkere bladzijden van een Vlaams verleden.

Intussen mag alle rechtse rancune ons niet doen vergeten dat "Arm Vlaanderen" lange tijd ook het motto was van linkse, verlichte en sociaal-progressieve flaminganten. Eigenlijk waren het zelfs vooral Vlaamse Bewegers uit deze kringen die het motto in het collectieve geheugen etsten. Legendarisch in dit opzicht was de roman Arm Vlaanderen uit 1884, geschreven door de schoonbroers Reimond Stijns en Isidoor Teirlinck. Hun verhaal over de idealistische dorpsonderwijzer Everaart Vanderlaen was opgezet als een striemende aanklacht tegen de clerus en hoe die samen met een Franstalige aristocratie het Vlaamse volk dom hield. Vanderlaen (een anagram van Vlaanderen) omhelst Conscience en gebruikt diens geschriften om in zijn dorpje de minder geprivilegieerden te leren lezen en politiek bewust te maken.

Verwees "Arm Vlaanderen" bij Stijns en Teirlinck vooral naar een vorm van geestelijke armoede, dan bleek de uitdrukking zich goed te lenen tot meer voor de hand liggende betekenissen. In 1902 ondernam de Franstalige journalist August de Winne in opdracht van het socialistische dagblad Le Peuple een reis door Vlaanderen. Gedurende weken bracht hij verslag uit van de schrijnende toestanden die hij onderweg tegenkwam. Het resultaat was een aangrijpend document humain dat in 1903 onder de titel Door Arm Vlaanderen in een Nederlandse vertaling verscheen en lang bleef nagalmen.

Keerzijde van succes
Het succes van het "Arm Vlaanderen"-motief had evenwel een keerzijde. De systematische associatie van de Vlaamse natie met alle mogelijke vormen van geestelijke nooddruft ontketende uiteindelijk een soort vloek. Het Vlaamse volk bleek op den duur altijd tekort te schieten, achterop te hinken of de trein te hebben gemist. Terwijl "Arm Vlaanderen" voor Conscience of het duo Teirlinck & Stijns uitnodigde tot sympathie en mededogen, ging de spreuk in de loop van de 20ste eeuw hoofdzakelijk afkeer en schaamte uitdrukken. Deze schaamte werkt intussen zo verlammend, en de politieke correctheid op dit punt is zo benepen, dat het ternauwernood overdreven mag heten om het toonaangevende intellectuele discours over Vlaanderen te definiëren als een vorm van averechts nationalisme. De verspreiders van deze leer willen alles behalve tot de door hen verbeelde natie behoren. Ze tekenen eerst een karikatuur waarvan ze zich vervolgens met ontstellend gemak distantiëren. Deze karikatuur is min of meer tweeledig. Enerzijds verbeeldt ze een economische elite die uitblinkt in zelfgenoegzaamheid, egoïsme en intellectuele vadsigheid. Jozef Deleu kleefde er in de jaren 1980 het etiket "Vlaamskiljon" op. Het plaatje is dat van de bange blanke hufter, die een diesel verslindende SUV bestuurt en op vakantie vertrekt in een beige bermuda. Zijn Verkavelingsvlaamse tongval verraadt dat hij zich 's avonds met zijn gezin schuilhoudt in Fermettegem en dat zijn culturele bagage niet veel groter is dan die van de tuinkabouters op zijn zorgvuldig getrimde gazon.

Naast dat van de botte Vlaamskiljon is er het beeld van de Vlaamse onderbuik, white trash dat zich volgens de heersende karikatuur zo mogelijk nog onbeholpener uitdrukt dan de residenten van Fermettegem, schreeuwerige trainingsbroeken draagt en in de zomer massaal afzakt naar de wonderschone stad Blankenberge. De vetrollen aan deze buik zijn de schuld van Amerikaanse fastfoodketens en de popcornmachines in de zalen van de Kinepolisgroep. Kinderen uit dit milieu heetten in de jaren 1980 Kevin, Kimberley en Sabrina, tegenwoordig gaan ze als Keano, Chelsea en Shania door het leven. Samen met hun ouders worden ze door de week gezellig dom gehouden door commerciële zenders. Het laatste blijkt doorgaans de stigmatisering wat te kunnen temperen: Vlaamse hillbillies kunnen aan hun eigen onderontwikkeldheid naar verluidt weinig doen. Dat ze een gemakkelijke prooi zijn voor politieke mestkevers mag de schuld heten van de dramademocratie. Met die term willen hippe sociologen vooral aangeven dat de VTM de links-progressieve bewustwording van de Vlaming fnuikte.

Arm Vlaanderen?

 
De systematische associatie van de Vlaamse natie met alle mogelijke vormen van geestelijke nooddruft ontketende een soort vloek. Het Vlaamse volk bleek altijd tekort te schieten, achterop te hinken of de trein te hebben gemist
Beeld UNKNOWN
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234