Zaterdag 19/10/2019

Een Vlaamse vloek in de linkse kerk deel I: De man die niet herdacht mocht worden

Beeld UNKNOWN

Kunstenaars en intellectuelen verbeelden de Vlaamse natie tegenwoordig het liefst van al als een bonte mix van weinig geciviliseerde blanke bangerds en kneuterige fermettebewoners. Ten bate van de eigen progressieve hipheid verdelen ze zo de samenleving. De man die de politieke winst opstrijkt heet Bart De Wever. Wie het rechtse Vlaams-nationalisme wil bestrijden en de vervloekte Vlaamse 'grondstroom' verleggen kan beter steunen op politieke argumenten dan op morele zelfgenoegzaamheid en culturele geringschatting van de ander, schrijft Kevin Absillis in dit vierdelige essay.

Kevin Absillis is docent moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij schreef Vechten tegen de bierkaai (2009) en co-redigeerde De manke usurpator: over Verkavelingsvlaams (2012).

Het heeft geen haar gescheeld of de 200ste verjaardag van Hendrik Conscience was geruisloos voorbijgegaan. De initiatieven om de vader van de Vlaamse letteren te gedenken waren te lokaal en te academisch om veel weerklank te oogsten. Oogverblindend is het verschil met die andere volksschrijver die in 2012 recht had op een jubileumviering. Wie niet in de gaten had dat Louis Paul Boon een eeuw geleden werd geboren, verbleef het voorbije jaar wellicht in een ander zonnestelsel: twee grote tentoonstellingen, voorleesmarathons, fiets-, wandel- en bustochten... De aandacht voor Vlaanderens beroemdste viezentist was bijna onstelpbaar. En dat allemaal zonder dat er veel blote borsten aan te pas hoefden te komen!

Dan kwam Conscience er maar bekaaid van af. Er bleek uiteindelijk een relletje voor nodig om zijn 200ste geboortejaar op de radar te krijgen. Van eerherstel was bovendien geen sprake. Het omgekeerde was kennelijk de bedoeling: een literaire organisatie suggereerde om het Antwerpse (Pieter) De Coninckplein om te dopen in het Herman De Coninckplein. Het listige personage uit De leeuw van Vlaenderen valt toch nauwelijks van een verzinsel te onderscheiden en kan dus maar beter uit de publieke ruimte verdwijnen, luidde de redenering. Toen Bart De Wever dit voorstel volstrekt "idioot" noemde, gingen de poesjenellen pas goed aan het dansen. De geviseerde "culturo's" kregen eindelijk de confrontatie die ze hadden gezocht en maakten zich op voor een moment de gloire. Was dit nu taal van een burgemeester in spe? Hoezo durfde die eeuwige Calimero wel, alle Vlaamse kunstenaars zomaar even ontaard verklaren! Koortsachtig speurwerk in De Wevers bestuursplannen volgde: was daar niet ergens sprake van een concentratiekamp voor al die volksvijandige elementen?

Natuurlijk kwam er niets van de glorie. In haar geestdrift om de handschoen tegen rechts op te nemen diende de culturele linkerzijde alleen zichzelf een lelijke kaakslag toe. In de eigen parochie werd gejuicht, maar zoals te voorspellen viel was het vooral die vervloekte 'grondstroom' die door de hele hetze vervaarlijk ging kolken: hoe lang moest men het dedain van die pedante volksverlakkers eigenlijk nog blijven sponsoren met belastinggeld? Het spreekt voor zich dat dit een kwalijke oprisping was, even dwaas als kortzichtig, maar het werd intussen almaar moeilijker om uit te leggen waarom.

Afbrokkelend draagvlak
Het is de hoogste tijd dat de culturele linkerzijde zich bezint over haar in een akelig tempo afbrokkelend draagvlak. In plaats van zich te vermeien in doorzichtige manoeuvres zou ze De Wever beter beconcurreren met een overtuigend verhaal dat diens achterban niet stigmatiseert als een probleem maar uitnodigt om deel uit te maken van een oplossing. Er is haast mee gemoeid. Eerder vroeg dan laat zal De Wever in zijn nieuwe rol van burgemeester en met het oog op zijn Vlaamse droom een inclusievere toon verkiezen. Wil de linkerzijde dan opnieuw achter de feiten aanhollen? Het verleden leert alvast dat ze met de hetze rond Conscience een grote kans miste.

In 1912 werd de 100ste verjaardag van Consciences geboorte overal in België uitbundig gevierd met een pracht en praal waarnaast zelfs de recente huldeblijken voor Boon verschrompelen tot een veredeld straatfeest. Het hoogtepunt was een stoet in Antwerpen die naar schatting tweehonderdduizend kijklustigen lokte. Katholieken, liberalen en socialisten stonden er zij aan zij, net als Nederlandstaligen, Franstaligen en Esperantisten, vakbondsleden, ondernemers en zelfstandigen, flaminganten en oud-strijders. Vanzelfsprekend herdachten zoveel verschillende mensen niet allemaal dezelfde Conscience. Zijn werk bleek zich zoals zoveel literatuur tot uiteenlopende interpretaties te lenen. Toch toont zijn weergaloze populariteit in 1912 de algemene waardering voor zijn inzet om de Vlaamse Belgen te verheffen alsmede de verzoenende kracht die van zijn oeuvre uitging. Iedereen, van links tot rechts, van stedeling tot boer, van de onderste tot de bovenste regionen van de maatschappij, voelde zich uitgenodigd om deel te nemen aan het feest. Zelfs Albert I zakte af naar Antwerpen om hulde te brengen aan de grote schrijver.

Zou onze huidige vorst Hendrik Conscience nog kennen? Zou hij een boek van hem gelezen hebben? Zou hij weten dat de schrijver zijn overgrootvader Leopold II de beginselen van het Nederlands bijbracht? En dat zijn betovergrootvader hem vanaf het prilste begin vooruitgeholpen heeft? Inderdaad, verstokte liefhebber van de vrije boekenmarkt, ook Hendrik Conscience moest lange tijd tegen de wetten van vraag en aanbod in bescherming worden genomen. De poen die aan hem "verspild" is! Hele staatsruiven at Conscience leeg. Het was Leopold I in hoogsteigen persoon die voorkwam dat hij een "echte" job moest zoeken nadat zijn eerste literaire proeve In 't wonderjaer (1837) was geflopt. Le roi des Belges ontving de vijfentwintigjarige jongeman uit Antwerpen in privéaudiëntie en schonk hem 400 frank uit zijn schatkist. Ook voor zijn daaropvolgende, aanvankelijk niet minder verliesgevende boeken Phantasy (1838) en De leeuw van Vlaenderen (1838) kon Conscience rekenen op royale steun. Voor het nog altijd wervelende Belgische epos De Boerenkrijg (1853) schonk de vorst hem als "blyk Zyner hooge goedjonstigheid" zelfs een met briljanten bezette ring.

Het is deze Conscience, symbool van België in het kwadraat, die de culturele linkerzijde de voorbije weken met aan zinsverbijstering grenzend fanatisme heeft bestreden. "Omsmelten!", verordende Geert van Istendael aangaande het bronzen standbeeld van de schrijver (DM 4/12). "Herdopen!", stampvoette de literaire goegemeente over het naar Pieter De Coninck genoemde plein. De leeuw van Vlaenderen is toch maar een "hallucinant lachwekkend kutboek" bedacht Tom Lanoye nog snel een extra argument (DM 4/12). En daarmee hadden we op de valreep nog afgetekende winnaars in de categorieën onnozelste rel, respectievelijk relnicht van het jaar. Hoe futiel het echter ook oogt, het gesteggel is wel degelijk hoogst symptomatisch. Het wijst op een structureel onvermogen van Vlaamse intellectuelen en kunstenaars om op een intelligente en eerlijke manier om te gaan met hun culturele erfenis. Wat Conscience betreft is dat onvermogen al veel langer duidelijk.

Zo is het geen toeval dat Hendrik Conscience enkele jaren geleden de risee van de Grootste Belg Verkiezing was. De volksheld van weleer behoorde tot het kransje van tien kanshebbers, maar eindigde roemloos op de laatste plaats. Hoe had het anders gekund voor een schrijver die voor het laatst ernstig werd genomen omstreeks 1950? Bovendien had Hendrik het niet getroffen met de peter die het volk hoorde warm te maken om voor hem te kiezen. Over Conscience kon Marc Reynebeau vele wetenswaardigheden vertellen, maar hij had toch vooral onthouden dat deze Grote Belg zich als een lakei van het establishment had aangesteld en dat zijn nalatenschap onleesbaar prulwerk was.

Reynebeaus geringschatting kwam niet onverwacht. In Het klauwen van de leeuw. De Vlaamse identiteit van de 12de tot de 21ste eeuw (1995) had deze historicus aan de hand van het leven en werk van Conscience al geprobeerd te bewijzen dat traditionalisme en Vlaamsgezindheid voor elkaar waren "voorbestemd". Met het ruim uitmeten van Consciences behoudsgezindheid nam hij trouwens geen genoegen. Hij haalde de oprechtheid van dat in zijn ogen al zo benepen engagement onderuit door het te ontmaskeren als een "zelfbedieningsnationalisme" en het vervolgens te duiden als het roesmiddel van een oedipaal gefrustreerde, voortdurend naar bevestiging en erkenning hengelende petit bourgeois.

Boedelscheiding
Het een en ander is wel te begrijpen. De culturele en intellectuele beau monde wil tegen elke prijs een strikte boedelscheiding handhaven met die domme Vlaams-nationalisten. Dan is het natuurlijk vervelend om iets genuanceerds te moeten beweren over de man die sinds jaar en dag als stamvader van de Vlaamse natie wordt vereerd. Het is kennelijk eenvoudiger om Conscience van allerlei kwalijks te betichten dan hem te bevrijden uit de klauwen van de leeuw.

Ook Lode Wils, de meest gerenommeerde historiograaf van de Vlaamse Beweging, heeft hiertoe het zijne bijgedragen. In het boek Van Clovis tot Di Rupo (2005) associeert hij het Vlaams-nationalisme met een diepgewortelde angst voor "de bedreigingen van de moderniteit". De oorsprong van de vreemdelingenfobie die het Vlaams Belang tot voor kort de wind in de zeilen gaf, weet hij zelfs heel precies te dateren. Omstreeks 1850 begon de ellende. Toen had namelijk Hendrik Conscience durven aan te klagen dat het Antwerpse gemeentebestuur Gentenaars en Brusselaars op administratieve posten plaatste. Een fait divers? Tss-tss! Wils maant ons in alle ernst aan om in Consciences gedrag de kiemen te zien van de buitenproportionele Vlaamse aanleg tot racisme.

Wie wil staven dat de Vlaming vanaf het prilste begin van zijn emancipatie leed aan een ingebakken xenofobie en een niet uit te roeien moderniteitsallergie, richt zijn pijlen doorgaans eerder vroeg dan laat op Conscience. De schrijver die ooit bekendstond als de man die zijn volk leerde lezen wordt de laatste decennia tot op de draad versleten voor de man die zijn volk een misschien wel onuitroeibare argwaan bijbracht jegens de stad, vreemdelingen en verlichte denkbeelden. De schrijver is dan ook al lang niet meer de "nationale heilige" die Geert van Istendael zo dringend meent te moeten ontmaskeren. Anno 2012 is Conscience de man die volgens de regels der weldenkendheid niet serieus herdacht mag worden. Met het gewone volk dat hij leerde lezen deelt hij thans het lot dat hij in het beste geval mag worden geridiculiseerd. Als ik van deze godverdomse vloek niet de desastreuze impact besefte, zou ik ongegeneerd verzuchten: Arm Vlaanderen!

 
Het gesteggel over het Antwerpse De Coninckplein wijst op een structureel onvermogen van Vlaamse intellectuelen en kunstenaars om intelligent en eerlijk om te gaan met hun culturele erfenis
Beeld UNKNOWN
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234