Maandag 18/10/2021

Een Visa-affaire in de bananenrepubliek

In Nicaragua verdient de helft van de bevolking minder dan 1 dollar per dag. Ex-president Arnoldo Alemán hoort bij de andere helft, zelfs bij het rijkste deel. En toch vond hij het nodig om honderd miljoen dollar vanuit de staatskas in eigen zak te steken. Wat hem de das omdeed, waren de betalingen die hij uitvoerde met zijn American Express Card, die hem als president toekwam. Een Latijns-Amerikaanse variant van het Visa-schandaal.

Walter Pauli

Het centrum van Managua, de laatste weken voor de presidentsverkiezingen van 2001. Sirenes loeien, en ineens vliegt een colonne glimmend zwarte pick-ups met verduisterde ramen door de stoffige straten van de hoofdstad van Nicaragua met in hun kielzog een Amerikaanse slee. Onze gids kijkt de arrogante stoet met donkere ogen na, en sist: "El presidente Alemán."

We hadden die voormiddag de stad Managua doorkruist. Nu ja, 'stad'. Grote delen zijn nog altijd niet heropgebouwd sinds de grote aardschok van 1972. Toen we een door een eenzame Belg opgezet hulpproject voor straatkinderen wilden bezoeken, reden we door dermate armtierige steegjes dat we allemaal meenden dat we in de sloppenwijken beland waren. De gids corrigeerde ons: het was een behoorlijke middenklassewijk. Veel ergere sloppenwijken lagen er in de buurt van de zeer volkse Mercado Oriental: stoffige, niet verharde straten, straatkinderen die allemaal én lijmsnuiver én prostitué(e) waren, het laatste om het eerste te bekostigen. Daartussen lag er achteloos eentje te sterven, op een bank bij een speelpleintje.

Dat was de hoofdstad van het land van Arnoldo Alemán, vlak voor hij afscheid zou nemen als president. Nicaragua was weggezakt tot het op één na armste land van het Amerikaanse continent en de Caraïben, na het in deze moeilijk te kloppen Haïti.

Arnoldo Alemán schrijft al die ellende graag toe aan de periode dat de sandinisten (1979-1990) het in zijn land voor het zeggen hadden. Maar na tien jaar Liberale Alliantie en miljarden dollars steun uit de VS was dat eigenlijk niet meer vol te houden. Veel, heel veel Nicaraguanen hoopten in 2001 vurig dat er een einde zou komen aan de heerschappij van Alemáns Liberale Partij. Eigenlijk zou een benaming als 'Rechts Conservatief Verbond' veel beter de lading dekken.

Rechts-conservatief betekent in Latijns-Amerika nog iets anders dan in België of West-Europa. Als we hier aan rechts-conservatieven denken, zijn dat rijke, maar vaak oubollige heren, mannen die tegen abortus zijn, geen goed woord over hebben voor de vakbond, met hun zwart geld naar Luxemburg trekken en tevreden snoeven dat de vermaledijde groenen niet meer in de regering zitten. In Latijns-Amerika zijn rechts-conservatieven uit een ander hout gesneden. Tropisch hardhout. Ze vinden geen graten in kinderarbeid. Ze vinden het normaal om arbeiders te ontslaan, zonder sociaal vangnet, als de prijs van de cacao of de tabak daalt. Ze vinden het juist en rechtvaardig dat, als zulke ontslagen arbeiders zouden protesteren of, erger, zich in iets zouden verenigen dat op een vakbond lijkt, zij die als 'rood gevaar' bestempelen en hen in elkaar laten timmeren, of erger. Ze kunnen met hun pick-up, voorafgegaan door een bestelwagen met zwaarbewapende lijfwachten, naar de kerk gaan, en niet eens het hoofd afwenden als ze aan de kant van de weg iemand zien sterven van de honger. Latijns-Amerikaanse rechts-conservatieven kunnen met die realiteit best leven.

Arnoldo Alemán was in Nicaragua jarenlang het boegbeeld van die rechts-conservatieven. Hij was zelf niet afkomstig van de klassieke oligarchie, een paar families grootgrondbezitters die alle macht en inkomen onder elkaar verdeelden. Die échte rijken zouden een nouveau riche als Alemán trouwens altijd een beetje met de nek aankijken, alleen konden ze hem wel goed gebruiken om hun belangen te verdedigen. Alemán werkte immers vanaf het beëindigen van zijn universitaire studies in hun dienst, en zou zijn leven lang de taal van zijn eerste broodheren spreken.

Dat was de zogenaamde regering-Somoza, genoemd naar de familie Somoza die al jaren Nicaragua in haar macht had. Een van haar telgen, Anastasio Somoza, was de laatste president van Nicaragua. Want het Somoza-regime was zo berucht om zijn onrechtvaardigheid dat zelfs de Amerikaanse president Jimmy Carter er in de tweede helft van de jaren zeventig zijn handen van aftrok. Mensen als de Somoza's, of hun aanhangers zoals Arnoldo Alemán, die zelf jurist en een eigenaar van plantages was, voelden zich toen door de VS verraden.

Zij zagen niet in dat het zelfs voor de VS, die toen officieel een politiek van 'mensenrechten' huldigden, erg moeilijk was om een regime te blijven steunen waar één familie een landgoed had van meer dan 8.000 vierkante kilometer, en bovendien eigenaar was van de 26 grootste industriële ondernemingen van het land. Die rijke families breidden hun landgoederen niet alleen gestaag uit, ze joegen zo ook honderdduizenden kleine boeren samen op de meest onvruchtbare delen van het land. En wie protesteerde, werd afgeknald.

Er was internationaal protest toen de Nationale Garde, zoals de Nicaraguaanse elitetroepen toen heetten, een dorpje in Zelaya uitmoordden, tot vrouwen en kinderen toe, en daarbij een baasje van acht jaar ophingen en hem vervolgens onthoofdden.

Voor de Somoza-getrouwen gebeurde dat nu eenmaal als je een harde maar in wezen juiste strijd voerde tegen 'communisten'. Ze zagen niet dat je zo pas communisten kweekte. In Nicaragua heetten die 'sandinisten', links georiënteerde opstandelingen die de steun kregen van het liberale deel van de burgerij en van de katholieke kerk. Pedro Chamorro maakte van zijn krant La Prensa een oppositieorgaan, de nieuwe aartsbisschop Obando y Bravo's eerste beleidsdaad was het terugzenden van de Mercedes Benz die Somoza hem als 'welkomstcadeau' had gezonden - Somoza controleerde ook de import van Mercedes in Nicaragua. Uiteindelijk was het die brede coalitie die het zeer gehate Somoza-regime ten val bracht. Weinigen treurden daarom. Alemán wel. Hij stond sowieso achter Somoza, als advocaat van veel grote banken en bedrijven. Bovendien was hij woordvoerder van de belangengroepering van de grootgrondbezitters in de koffie-industrie.

Toen de sandinisten in 1979 de macht grepen, moest Alemán zich onder huisarrest terugtrekken op zijn landgoed, maar in 1989 werd ook dat genationaliseerd. Die onteigening gebeurde bovendien toen zijn echtgenote op sterven lag met een hersentumor. Daniel Ortega, de president van de Republiek en de leider van de Sandinistische Partij FSLN, wist toen wellicht nog niet dat hij er een aartsvijand bij had.

In 1989 was het tij in Nicaragua aan het keren. Carter was in het Witte Huis opgevolgd door Ronald Reagan en die moest van al dat mensenrechtendiscours en landhervormingsgedoe niks hebben. Sociaal en socialistisch waren voor hem synoniemen en moesten worden bestreden. De beruchte Amerikaanse blokkade was daarvan het gevolg, en de moordpartijen van de Nationale Garde werden nu voortgezet door even dodelijke 'contra's'. Paus Johannes-Paulus II had de officiële kerkhiërarchie ook al tegen de sandinisten in stelling gebracht. En met hun collectivistische politiek, en onder druk van de VS, én door een aantal grove politieke fouten van de sandinistische leiders zelf waren ook de voormalige burgerlijke bondgenoten zoals Chamorro in de oppositie geraakt. Kort na de val van de Muur werden in Nicaragua in 1990 verkiezingen georganiseerd. De sandinisten stonden tegenover de Liberale Alliantie, die geleid werd door Violeta Chamorro, de weduwe van Pedro Chamorro. Onder meer door massale financiële steun door de VS won de Liberale Alliantie, met ruim verschil.

Het was het begin van de terugkeer van Arnoldo Alemán. In de sandinistische periode had hij goede contacten gelegd met de Nicaraguaanse ballingen in Miami. Het was niet toevallig dat die in het zuiden van Florida terechtkwamen, in de stad waarin ook de anti-Castro-beweging haar hoofdkwartier had. Telkens ging het om mensen die in hun jonge jaren (of, in het geval van de Cubanen, in de jaren van hun ouders) tot de staf of het leger van de verjaagde dictator hadden gehoord en hoopten op een terugkeer. Zij zagen alleen maar negatiefs in het beleid van Castro of Ortega, hadden voor geen enkele sociale maatregel een goed woord, en maakten plannen die maar op één zaak moesten uitdraaien: als zij ooit weer aan de macht zou komen, dan zou álles anders zijn.

Bij de verkiezingen van 1990 werd Alemán burgemeester van Managua. Alemán toonde wat 'beleid' voor hem betekende. Hij ontsloeg duizenden sandinistische ambtenaren. Hij liet de sandinistische muurschilderingen witkalken en overschilderen. Hij sloot zelfs de gastoevoer af naar de 'eeuwige vlam' die brandde op het graf van Carlos Fonseca, de grondlegger van het FSLN. In die periode (1991-1996) was zijn partijgenote Violeta Chamorro president. Hij zou haar opvolgen, in een verkiezing waarin hij zijn opponent Ortega met ruime marge versloeg. Daarvoor had hij wel hulp gekregen van zijn vrienden uit Washington. Toen Ortega kort voor de verkiezingen sterk inliep op Alemán liet de speciale VS-gezant voor Latijns-Amerika prompt weten dat zijn regering liever een overwinning van de Liberale Alliantie zag. Hij milderde dat weliswaar een beetje - Clinton was inmiddels aan de macht in Washington -, maar ook niet te veel opdat de boodschap niet meer zou overkomen. Alemán won. In zijn regering nam hij tal van kopstukken op van de politieke en militaire leiding van de rechts-terroristische 'contra's'.

Alemán zou zogezegd een 'liberaal' beleid voeren, net zoals zijn voorgangster Chamorro. Dat klopte maar gedeeltelijk. Economisch hing hij minstens zo liberale principes aan. Maar terwijl Chamorro nog een zekere mate van onafhankelijkheid jegens de VS had nagestreefd, en vooral het een en ander in het werk had gesteld om intern tot een zekere verzoening te komen met de sandinisten, was dat niet meer zo onder Alemán. Net zoals in zijn tijd als burgemeester, en ondanks de verzoenende taal bij zijn ambtsaanvaarding, begon hij de oppositie te tergen en te kwetsen, sociale projecten af te schaffen of op droog zaad te zetten.

Het volk lustte hem niet, de man die ze spottend 'El Gordo' noemden, 'de Vette'. Ondanks zijn mooie liberale principes bleef de economie onder het nulpunt. Er werden in de hoofdstad een paar prestigieuze projecten van openbare werken doorgevoerd, en ook de infrastructuur in het land verbeterde, maar voor de gewone Nicaraguaan werd de armoede alleen maar bitterder, de honger nijpender. Waarom er in 2001 met Enrique Bolaños dan toch opnieuw een lid van Alemáns Liberale Alliantie de nieuwe presidentsverkiezingen won, weer voor Ortega? In de peilingen deed Ortega het weer erg goed, maar dat veranderde op 11 september van dat jaar. Amerika trok ten oorlog tegen het internationale terrorisme, Washington maakte bekend dat onder meer Cuba tot de vermaledijde schurkenstaten behoorde, en in Nicaragua hadden ze ineens géén zin meer in een linkse kandidaat met een verleden als bondgenoot van Castro.

Was dat goed nieuws voor Alemán? Niet echt, want Bolaños, nochtans zijn eigen vice-president, zag in dat de strijd tegen de corruptie een prioriteit was om Nicaragua uit het moeras te krijgen. 'Stop met het stelen van de armen' was zijn een van zijn slogans. En de dikste vis die zijn onderzoekers te pakken kregen, was De Vette. El Gordo, Arnoldo Alemán. Razend waren ze, de Nicaraguanen, toen ze vernamen wat Alemán had uitgevreten toen hij president was. Zelfs de familie Chamorro keerde zich hem af.

Het is nog erger dan ze konden vermoeden. De officiële aanklacht luidt "oplichting, witwassen van geld, verduistering, misbruik van staatsgoederen en electorale fraude", maar vooral de concrete voorbeelden spreken tot de verbeelding. Ook hier is een betaalkaart een cruciaal bewijsstuk. Geen Visa-kaart, maar een in de VS zeer courante American Express-kaart. Alleen is het niveau van de uitgaven van Alemán nog iets anders dan de parfum, de smoking of de Pecotex-kleedjes van Antwerpse notabelen. In 2001 gingen Alemán, zijn vrouw en vijftien vrienden voor zestien dagen op vakantie naar Egypte. Kostprijs: 14.278 dollar aan hotelkosten, 22.530 dollar aan tapijten, en 1.029 aan parfum. Die reis was een vervolg op zijn trip naar Parijs, waar hij moest zijn voor een internationale conferentie tegen de armoede.

Hij gaf er 15.348 dollar uit aan 'ontspanning' en 1.852 in een winkel. En zo gaat het door. In India betaalt hij in één restaurant 10.656 dollar, en in Bali kostte het de Nicaraguaanse staat 13.775 dollar voor een verblijf in het Ritz-Carlton-Hotel. En dat, het moge worden herhaald, in een land waar meer dan 80 procent van de bevolking onder de internationaal aanvaarde armoedegrens leeft, en meer dan de helft rond moet komen met minder dan 1 dollar per dag. En dat waren de kleine zaken. In totaal verdween er meer dan 100 miljoen dollar in zijn zakken. Voor verkiezingscampagnes, voor omkoping, of om opzij te zetten als appeltje voor de dorst, op buitenlandse rekeningen.

Alemán kan niet zomaar vergeleken worden met de beruchte Zuid-Amerikaanse dictators van de jaren zeventig - er was onder zijn bewind geen algemene terreur van doodseskaders in Nicaragua, al liep ook hij niet hoog op met mensenrechtenorganisaties, en bleef de politie, zo zegt Amnesty International, gespierde methoden gebruiken. Maar de schaamteloze uitbuiting van zijn eigen land, de ostentatieve verrijking van de eigen kliek, terwijl zijn land tot de allerarmste behoort van een continent dat sowieso al aan verpaupering onderhevig is - kijk naar Argentinië - maken van het presidentschap van Alemán een donkere passage in de Nicaraguaanse geschiedenis en is in die zin haast even erg als de Somoza-tijd. Maar was Alemán dat niet, de nieuwe Somoza?

Deze week werd hij dus veroordeeld, ondanks een poging om onschendbaar te blijven als 'ex-president'. Hij is razend op zijn opvolger Bolaños, die hij "ondankbaarheid" verwijt. Maar hij moet niet klagen. Alemán belandt niet in de gevangenis. Net zoals die andere ex-president, de Chileen Pinochet, heeft hij last van oudersdomskwaaltjes.

Ongelofelijk maar waar, maar zijn 'overgewicht' was een argument om hem uit de gevangenis te houden. Alemán krijgt vier jaar 'huisarrest' op zijn ruime landgoed El Chile, ten zuiden van Managua. Hij moet ook een boete betalen van tien miljoen dollar. Dan blijft er nog voldoende over om per dag véél meer te kunnen spenderen dan die ene dollar waarmee de helft van zijn landgenoten het doet. El Gordo zal niet snel vermageren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234