Donderdag 21/01/2021

Een vis met harige poten

Elvis Presley voerde een kwarteeuw na zijn dood weer de hitlijsten aan. De Nederlandse knip-en-plakartiest Spinvis kwam met een spraakmakend debuut op de proppen. Belgische muzikanten zagen zich almaar vaker verplicht hun platen in eigen beheer uit te brengen. De jonge gitaarliga rukte verder op en grunge bleek nog steeds niet helemaal dood. Dat waren, in een notendop, de krachtlijnen van het rockjaar 2002.

Brussel

Eigen berichtgeving

Dirk Steenhaut

Veel spectaculairs of overrompelends hebben we het afgelopen jaar niet te horen gekregen. De muziekbusiness ligt immers meer dan ooit op apegapen. Bij gebrek aan een afdoend antwoord op het digitaal kopiëren en andere vormen van piraterij, blijft de cd-verkoop dalen, nemen platenmaatschappijen steeds minder risico's en verliezen minder rendabele artiesten hun contract. Jong talent krijgt het dan weer steeds moeilijker om nog aan de bak te komen. Al die factoren leiden onvermijdelijk tot een verschraling van het aanbod. En als het avontuur uit de muziek verdwijnt, worden uiteraard ook de uitschieters schaars. Een plaat die ons leven heeft veranderd, zijn we dit jaar helaas niet tegengekomen. Daar hoeft u echter niet uit af te leiden dat er helemaal niets te genieten viel. Voor de parels verwijzen we graag naar de hiernavolgende voorkeurlijstjes.

Gelukkig voor de industrie valt er af en toe wat te recycleren. Zo gaf de 25ste verjaardag van het overlijden van Elvis Presley niet alleen aanleiding tot een goedverkopende Greatest Hits-verzameling, maar ook tot de internationale nummer-eenhit 'A Little Less Conversation', een obscuur Elvis-nummer dat, na een eigentijdse remix van de Nederlander Tom Tolkenborg (alias Junkie XL), zelfs het dance-minnende volkje voor de troon van The King deed knielen. Het feit dat eigenlijk een reclamebureau aan de oorsprong van Holkenborgs kunstje lag, zegt wel iets over de huidige staat van het popwezen: de auditieve facelift kwam er immers in opdracht van sportschoenenfabrikant Nike, die erin slaagde de rechten van de song in de wacht te slepen met het oog op een reclamespot.

Maar Elvis was niet de enige dode artiest die het afgelopen jaar geld in het laatje bracht. Zowel Jeff Buckley als George Harrison vuurden vanuit het hiernamaals 'nieuwe' platen af en ook de dagboeken van Kurt Cobain en een Best Of van Nirvana, met één onuitgegeven nummer als lokkertje, kregen de kassa aan het rinkelen. Gelukkig werd de erfenis van grunge en Nirvana ook op minder opportunistische manieren levend gehouden: de Foo Fighters (met One By One) en Queens of the Stone Age (Songs For the Deaf) hielden, allebei met Dave Grohl aan de zwavelstokjes, met succes de fakkel brandend.

Bij de nieuwkomers sprongen dit jaar vooral de doe-het-zelvers in het oor. Mike Skinner, een 22-jarige, straatwijze britrapper uit Birmingham, openbaarde zich aan de wereld als The Streets en maakte met Original Pirate Material meteen een klassieker. Skinner diende zich aan als een soort Irvine Welsh op beats: zijn gevatte, soms hilarische observaties van het working class-leven werden met behulp van een sampler en een computer van een soundtrack voorzien, die verwees naar funk, reggae, ska en garage. In zijn songs leverde Skinner commentaar op intolerantie, machismo, gratuit geweld en de paradoxen van de undergroundcultuur. En passant bewees hij ook dat dansmuziek met inhoud allang geen onhaalbare kaart meer is.

Het memorabelste debuut dat de voorbije maanden aan ons oor kwam knagen was echter dat van Spinvis, een 41-jarige geluidsknutselaar uit Nieuwegein die de voorbije twintig jaar, in de beslotenheid van zijn zolderkamertje, al honderden cassettes had volgespeeld. Zijn liedjes en soundscapes, gemaakt op de computer volgens het knip-en-plakprincipe, waren eigenlijk bedoeld voor eigen gebruik, maar nu ze eenmaal aan de openbaarheid zijn prijsgegeven blijkt vrijwel iedereen er verliefd op te zijn. Erik de Jong, zoals Spinvis werkelijk heet, vat zijn introspectieve mijmeringen en verhaaltjes over beschadigde mensen in simpele, alledaagse woorden. Toch klinken ze poëtisch en authentiek: nu eens zijn het impressionistische sfeerschilderingen met een hoog zintuiglijk gehalte, dan weer zijn het surrealistische bewustzijnsstromen die schijnbaar uit een jongensboek zijn gelicht. De gelaagde, elektronische lofi-sound van Spinvis mag dan al verwantschappen vertonen met die van Grandaddy en Air, live kiest de artiest voor een weinig voor de hand liggende, akoestische aanpak. Een ding is zeker: De Jong is een man van wie we in de toekomst nog veel moois mogen verwachten. Zijn 'Bagagedrager' is nu al een van de sterkste Nederlandstalige songs ooit geschreven. De opmerkelijkste comeback van het afgelopen jaar was ongetwijfeld die van r&b-zanger Solomon Burke, de nu 72-jarige King of Rock & Soul die tijdens de jaren zestig The Stones op de goede weg zette en later onder meer carrière maakte als predikant, begrafenisondernemer en popcornproducent. Met een cd waarvoor songwriters als Tom Waits, Elvis Costello, Brian Wilson en Van Morrison het materiaal aandroegen, bewees hij dat zijn doorvoelde stem nog altijd niet voor die van Sam Cooke of Otis Redding hoeft onder te doen. De redactie van het Britse blad Mojo was dermate onder de indruk dat het Don't Give Up On Me tot beste langspeler van 2002 bombardeerde. Lee Hazlewood was een andere legende die eindelijk opnieuw van zich liet spreken. Maar het opwindendst was de terugkeer van het artpunkcombo Wire. Die leverde voorlopig slechts twee ep'tjes op, maar de scherpte, de gebalde energie en de gedrevenheid van de muziek had het effect van een fragmentatiebom. Mogen Colin Newman en zijn vrienden nog vaak uit de doden opstaan. Furieuze gitaren met de volumeknop op elf bleven, sinds ze in 2001 werden geherintroduceerd door The Strokes en The White Stripes, overigens behoorlijk populair. De Australische Vines bleek een over het paard getilde hype te zijn, maar de Zweedse Hives, de Nieuw-Zeelandse Datsuns, de New Yorkse Liars en de Britse Libertines (onlangs prima op dreef in de kelders van de Botanique) bleken wel over de juiste attitude te beschikken. Het Canadese collectief Godspeed You! Black Emperor wist met zijn symfonische noise zowel op het podium als op plaat te overtuigen: meteen het bewijs dat lawaai maken bevrijdend kan werken zonder dat het verstand per se op nul dient te worden gezet. Voor het overige werden we vooral geboeid door vaste waarden als Tom Waits, een man die met twee meesterwerken tegelijk kwam aanzetten, Peter Gabriel die, tien jaar na Us, aangaf nog altijd mee te tellen, Neil Young en Elvis Costello. De Duitse formatie The Notwist, het IJslandse Sigur Rós en Amerikanen als The Flaming Lips en Sonic Youth verpakten hun experimenten in een toegankelijke vorm en kwamen, zoals verwacht, andermaal briljant uit de hoek. Als we achteraf nog eens met genoegen aan 2002 terug zullen denken, is dat in ruime mate te danken aan de soundtrack die er door de net genoemde groepen bij werd geschreven.

Meer over het jaar in rock, pagina 20

Morgen in deel 2: pop, folk en dance.

De muziekbusiness ligt meer dan ooit op apegapen en het aanbod verschraalt

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234