Dinsdag 21/09/2021

Een vierkant in een cirkel in een driehoek

Anthony Braxton is er weer. De eigenzinnigste van alle jazzmuzikanten is zeven jaar lang niet op onze podia geweest. Na twee mislukte pogingen slaagde deSingel er nu toch in het tentet van deze rietblazer en componist naar hier te halen. De kenners houden hun adem al in. Braxtons muziek is niet alleen mysterieus en verwarrend, maar ook helder en logisch. Volgende week vrijdag kan de nieuwsgierige luisteraar zijn tanden zetten in Braxtons nieuwste concept: de Ghost Trance Musics.

Braxton waarschuwt vooraf: "It's not a five minute affair," de Ghost Trance Musics zijn stukken van lange adem. De composities zijn opgebouwd rond een schoksgewijs voortbewegend ritmisch patroon met een typisch springerige melodielijn. Zoals de naam het al aangeeft, streeft Braxton hierbij expliciet naar een soort trance, maar het is niet de goedkope roes van de minimal music. Toevallige voorbijgangers zullen niet gauw op Braxtons kar springen, zo gemakkelijk ben je er bij hem nog nooit afgekomen. Ook niet als je met hem praat. De man kan urenlang filosoferen over de draagwijdte van zijn muziek. Hij doet dat in een volstrekt origineel jargon, met een vocabularium dat door hemzelf ontworpen werd, een beetje zoals het argot in Anthony Burgess' A Clockwork Orange. Soms lijkt het of de man in puzzels spreekt en denkt. Dat wordt soms cerebraal. Hier een klein citaatje uit een interview dat ik zeven jaar geleden met hem had: "Ik maak muziek die niet op dialectiek berust, maar op een triaxiaal principe. Anders gezegd: mijn muziek heeft een architecturale context, een filosofische context en een ritueel-ceremoniële dynamiek."

Let wel, de incrowd die deze taal begrijpt, wordt steeds groter. Op het internet vind je meer discussiegroepen over Braxton en zijn muziek dan er dagen in het jaar zijn. De reden is heel eenvoudig: Braxtons muziek en ideeën zijn, voor wie er de tijd voor neemt, ongelooflijk fascinerend.

Wie bij een van die internetdiscussiegroepen wil aansluiten, vindt nu een eerste gids in Francesco Martinelli's recentste boek Anthony Braxton Discography. Martinelli schetst hierin het leven en werk van Braxton aan de hand van 183 plaatopnamen. Het is een geannoteerde discografie in chronologische volgorde, met commentaarstukjes van critici van toen en nu. Het is een verademing tussen de steeds groeiende stapel hoogdravende publicaties over Braxton. Elke plaat krijgt één bladzijde: wat feitelijke informatie over de opnamesessie(s), de puntjes op de i inzake titels, speelduur, muzikanten, plaats en tijd en verder een commentaarstukje van Martinelli zelf of van een van de vele Braxton-watchers op deze planeet. Het is een erg prettige manier om Braxtons muziek te zien evolueren, vanaf de eerste Delmark-opnamen uit 1966 tot de recentste stroom Ghost Trance-platen. Intussen zie je ook een stukje jazzgeschiedenis voorbijschuiven.

Met die jazz leeft Braxton al vanaf het begin op gespannen voet. Hij is geboren in Chicago in 1945 en leerde de jazz kennen via Paul Desmond, de fijne altsaxofonist en componist naast pianist Dave Brubeck. Dat bleek een opwelling van eerlijke kalverliefde, want niet lang daarna verschoof Braxtons aandacht naar de avant-garde. Rond 1960 hoorde hij Ornette Colemans The Shape of Jazz to Come en tegelijk leerde hij de muziek van Arnold Schoenberg kennen. Hij legde een link tussen beide. Dat was absoluut ongebruikelijk in die tijd. Zelfs de meest avant-gardistische jazzmuzikanten van de jaren zestig (zeg maar Cecil Taylor, Albert Ayler, John Coltrane, Ornette Coleman) waren echte Afro-Amerikaanse musici. De jazz was zich toen aan het bevrijden van een heel pakket muzikale conventies zoals ook de Europese concertmuziek dat in de loop van de twintigste eeuw deed. Maar Braxton was niet geïnteresseerd in afbraak: hij had altijd al problemen met het begrip free jazz, omdat het volgens hem niet interessant is wat je ontmantelt, maar wel wat je opbouwt. Hij vond dan ook heel wat inspiratie in de Europese avant-garde, bijvoorbeeld in het werk van Karlheinz Stockhausen.

Dat werd hem niet in dank afgenomen. In traditionele jazzkringen werd zijn muziek verketterd. Een criticus schreef over Braxtons debuutplaat Three Compositions of New Jazz dat de muziek klinkt "zoals de zwerftochten van hedendaagse 'ernstige' componisten - koud, afstandelijk en een beetje statisch". Met andere woorden: uw muziek swingt niet, mijnheer Braxton, u mag gaan. Braxton was politiek niet correct, hij sloot 'verkeerde' bondgenootschappen.

Die afwijzing van zijn muziek had duidelijke materiële consequenties. Vanaf het begin heeft Anthony Braxton moeite gehad om de eindjes aan elkaar te knopen, een situatie die pas enigszins verbeterd is in de jaren tachtig, toen hij zijn muzikantenbestaan kon aanvullen met een academische loopbaan. In Chicago vond Braxton eind jaren zestig nochtans heel wat soortgenoten. Roscoe Mitchell en Muhal Richard Abrams bijvoorbeeld, twee boegbeelden van de Association for the Advancement of Creative Musicians (AACM). Hij speelde onder meer met Muhals Creative Construction Company. Maar materiële omstandigheden dwongen hem in 1969 naar andere bezigheden. Een jaar lang hield Braxton zich toen voltijds bezig met schaken. "Ik werd een schaak-ritselaar in die tijd. (...) Het was heel spannend, Fischer was pas teruggekeerd en had Petrosian verslagen net voor hij tegen Spasski zou spelen." Schaken, wiskunde, logica: het zijn essentiële elementen in de complexe puzzel van Braxtons carrière.

Na zijn herintrede in de muziekwereld zou zijn werkterrein vooral naar Europese bodem verschuiven. De groep Circle (met Chick Corea, Dave Holland en Barry Altschul) was een begrip op de Europese podia. In de jaren zeventig zou hij de basis leggen van zijn compositorisch werk. En hij bracht grote ensembles op de been. Hij bedacht nieuwe methoden om met dergelijke ensembles te werken, sterk verwant aan de vernieuwingen van Stockhausen en co. Even leek het er zelfs op dat die strategie vruchten zou afwerpen in het klimaat van de jaren zeventig. De traditionele jazz beleefde toen een dieptepunt. Braxton versierde zowaar een prestigieus contract bij Arista Records, maar die liaison met de platenindustrie was van korte duur.

Het jazzklimaat keerde helemaal om in de jaren tachtig. Na het sloopwerk van de free jazz herontdekten heel wat Afro-Amerikanen de bebop en zijn derivaten. Een periode van restauratie brak aan. Het metier van de jazzmuzikant werd in ere hersteld, onder meer door jazzopleidingen. 'Swingen' werd weer het sleutelwoord. Anthony Braxton roeide op zijn manier tegen de stroom in. Hij vormde een kwartet volgens traditioneel formaat: saxofoon (Braxton), piano (Marilyn Crispell), bas (eerst John Lindberg, later Mark Dresser) en drums (Gerry Hemingway). Qua snit duidelijk een small band in de traditie van Charlie Parker en John Coltrane. Maar geen heruitgave of kopie. Als Braxton iets uit de jazzgeschiedenis wil leren, dan is het wel het vermogen tot innoveren. Hij wil op zijn beurt een 'restructuralist' zijn, iemand die de grenzen van de genres verlegt en het perspectief verandert.

Het kwartet zou tien jaar lang de belangrijkste ambassadeur van Braxtons muziek worden. Auteur Graham Lock volgde de groep gefascineerd tijdens haar Britse tournee in 1985 en maakte nadien het reisverslag Forces In Motion, vol met interviews en commentaar bij de composities. Hier werd de virtuele Braxton-gemeenschap gesticht. De compositiemethoden werden uiteengezet, het hele arsenaal aan improvisatietechnieken werd geïllustreerd. Kenners spreken sindsdien over pulse tracks, structural criteria en sound attacks alsof het begrippen uit een kookboek zijn. Maar tot op het einde is de muziek van dit kwartet mysterieus en ondoorgrondelijk gebleven. Braxton heeft de groep opgedoekt op het hoogtepunt van haar kunnen, zonder veel commentaar.

Dat was in 1994. Er is toen heel wat veranderd. Braxton was al een tijdje benoemd tot professor aan Wesleyan University in Connecticut. In 1994 begon hij jazzstandards te spelen met een kwartet waarin hijzelf aan de piano zat: een beetje onbehouwen en slordig, tegenover de melodieuze altsax van Marty Ehrlich. En heel belangrijk: er viel een fantastische financiële meevaller uit de lucht. De MacArthur Foundation schonk hem een fellowship van enkele honderdduizenden dollars. Financiële steun zonder enige verplichting, dat is het principe van dit gulle fonds (een van de grootste, met een jaarlijks budget van 170 miljoen dollar). Braxton heeft het geld geïnvesteerd in een eigen organisatie, de Tri-Centric Foundation. Hij heeft eindelijk zijn opera kunnen maken: Trillium R - Shala Fears for the Poor.

Intussen heeft hij studenten gerekruteerd aan Wesleyan University om zijn nieuw concept Ghost Trance Musics gestalte te geven. Ghost Trance Musics is een concept dat Braxton omschrijft als "een vierkant in een cirkel in een driehoek". Hij illustreert het principe met een voorbeeld: "In het vierkant (staande voor compositie) reflecteert een zangstem over het heden op een cognitieve wijze aan de hand van gecomponeerd materiaal. Op het cirkelniveau reageren improvisatoren op het materiaal aangebracht door de zangstem. Zij kneden materiaal uit het (recente) verleden. Op het niveau van de driehoek gaan de figuranten een ritueel-ceremoniële interactie aan met de mix van het cognitieve en het onbekende waarvan het resultaat toekomstgericht is." Misschien zijn dat dure woorden om de magie van de eigentijdse jazz te ontleden, maar het eindresultaat is absoluut indrukwekkend.

Het Anthony Braxton Tentet concerteert op vrijdag 1 december om 20 uur in deSingel in Antwerpen (03/248.28.28). Het boek van Francesco Martinelli (Bandecchi & Vivaldi editore) is er die avond te koop (750 frank).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234