Maandag 17/06/2019

Een videoconferentie met Marc Dutroux

Geen idee eigenlijk, wat ik daar stond te doen. Het was de avond na de ontdekking van de lijken van An Marchal en Eefje Lambrecks. Geen herinnering aan de ellendige chef die me hierheen had gestuurd of waarom. Het zou kunnen dat ik op eigen intuïtie naar Hasselt was gevlogen. De enige informatie die we hadden, was dat daar veel pers aanwezig was, en daar dus ongetwijfeld iets aan de hand moest zijn. Zo ging dat toen de hele tijd. Meestal gebeurde er niks. Niet erg, zei de man die zich voorstelde als de broer en die bij mijn bijdrage tot het omploegen van dat voortuintje in de Singelbeekstraat opmerkte dat Paul nu vast wat anders aan zijn hoofd had dan tulpenbollen. Geen idee ook, eigenlijk, hoe ik met hem in gesprek was geraakt. Hij leek niet op Paul Marchal. Andere ogen, wat molliger, warmer. Echt zo'n hartelijke Limburger. "Weet je waarom hij er altijd zo boos uitziet op televisie?", vroeg hij. Vreemde vraag. Nooit bij stilgestaan. "Hij heeft dat geoefend, voor de spiegel."

Ik vond Paul Marchal, die ik tot dan toe enkel kende van de televisie, niet aardig. Altijd zo druk, zo gespeeld boos, zo mediageil. Dan liever de poëzie van Marie-Noëlle Bouzet, de scherpte van Carine en Gino Russo of de innemende bescheidenheid van Jean-Denis Lejeune. Waar spreekt een mens over als hij urenlang staat te wachten tot één van die ouders - die nu toch ook niet naast hun schoenen moesten gaan lopen - zich wil verwaardigen om ons wat te komen zeggen? Wij, het journaille, hadden hen ingedeeld in categorieën. We hadden hen beoordeeld en meningen gevormd, zoals tieners doen over popsterren. Die is cooler dan die. Paul Marchal vonden we het minst cool van allemaal.

Ik ging terug bij die man staan, want bij gebrek aan enige gebeurtenis, hier in Hasselt, wou ik het opeens wel graag weten.

- Wát deed hij voor de spiegel?

- Heel boos kijken.

- Waarom dan?

Hij vertelde hoe Paul zichzelf er van de eerste dag af, 23 augustus 1995, van had overtuigd dat An nog moest leven. Hij voélde dat. En op momenten waarop hij dat niet voelde, had hij besloten dat die gedachte hem niet mocht hinderen. "Paul zag die camera's, dat hele ellendige jaar lang, als een rechtstreekse lijn met An, en met haar ontvoerders. Hij vond dat hij die gelegenheid moest aangrijpen. Hij wou bewust héél erg boos overkomen. Zo van: wie je ook bent, waar je ook zit, ik zal je weten te vinden. Het was ook een boodschap aan An: 'Je vader geeft niet op.' Die woeste trekjes op zijn gezicht, die zijn ingestudeerd. Stom eigenlijk, maar hoeveel andere mogelijkheden had hij?"

De zaak-Dutroux was alweer geluwd toen ik merkte dat het klopte. Paul Marchal werd gaandeweg een van die mensen die me om middernacht mocht bellen met een al of niet prangende vraag. Waarom, vroeg ik hem op een dag, ben je na 3 september 1996 niet terug jezelf geworden? Hij nam een slok van zijn Duvel.

"Ik bén mezelf niet meer", zei hij, even later ontkennend dat hij ooit echt voor de spiegel had gestaan. "Er is wel iets waar van wat mijn broer zegt. Die camera, dat was Marc Dutroux, al wist ik destijds nog niet dat hij zo heette. Door dat gaatje zag ik alleen hem. Dat er duizenden mensen meekeken, kon me niks schelen."

Een stilte. "Ik was een betekenisloze vader, een anonieme leraar. Ik zou er alles voor geven om dat ooit weer te kunnen zijn. Maar dat gebeurt, en er is maar één iets meer. Het is sterker dan jezelf. Is daar een camera, dan zit Dutroux tegenover je. Zo is het altijd geweest."

Hij heeft in zijn videoconferenties nooit de herinvoering van de doodstraf bepleit, ook al werd hij daarvan verdacht. Alleen een verbod op hypnoseshows, wat toch niet zo extreem is. Hij kondigde ook ooit aan dat hij klaar was om een nieuwe regering te leiden. "Ja stom, maar dat was op de dag van de ontsnapping van Dutroux, weet je nog. Opeens kwam het allemaal weer terug."

Hij heeft ooit, jaren later, in de rechtszaal Michel Lelièvre een oplawaai verkocht. "Oh nee, geen spijt van. Ik had misschien wel wat harder moeten slaan."

Wat later rij je vanuit Hasselt, iets minder gehaast dan destijds, terug naar huis, en tracht je die onvermijdelijke gedachte te bannen. Het zal niet gebeuren. Kan niet. Je dochter groeit nu op in een land waar dit soort geschiedenissen zich niet zal herhalen. Als het toch zou gebeuren, dat weet ik wel, dan zal ik Paul Marchal trachten te zijn.

Douglas De Coninck

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden