Maandag 30/11/2020

De Welkom

Een verslaving in Liedekerke: 'Nog drie maanden, en ik was er niet meer’

Beeld Jonas Lampens

In Vlaanderen vind je altijd wel ergens een café dat 'De Welkom’ heet. De éne heeft een sanseveria op de vensterbank, de andere een flipperkast in de hoek en overal hoor je verhalen. Over Trump, over Van Avermaet, over het leven. Dit is het verhaal van de onbekende man of vrouw naast u aan de toog. Vandaag, deel 1, een verslaving in Liedekerke.

Eén blik op de achterste muur van B.C. De Welkom in Liedekerke en je hebt een staalkaart van het Vlaamse verenigingsleven. Aan die wand hangt een paneel, in zwarte inkt bedrukt, waarop tientallen ploegen zijn onderverdeeld in klassementen. Er is een zaterdagreeks waarin Krijt Op Tijd nog kampioen kan spelen. In de 1ste afdeling moet Hoe Meer Hoe Liever nog knokken om het behoud en in de ereafdeling schuilt Babbelbox Westerlo in de buik van het peloton. Café De Welkom draait overal goed mee.

"Hier draait het om biljart, en niks anders", zegt Steve. Als toeschouwer ziet hij hoe een ex-Belgisch kampioen op routine een training afwerkt. "De vedetten zijn ’s weekends te herkennen aan hun zwarte broek, wit hemd en het langwerpig kistje onder de arm. Speelt De Welkom een wedstrijd dan zitten de fans al klaar rond de tafels. Ik vroeger ook, al heb ik maar weinig herinneringen aan die tijd. Laat staan goede herinneringen.

"Geert, voor mij een cola’ke, alstublieft."

Steve Vergauwen is 23 jaar. Hij werkt bij Traiteur Ronny, welbekend bij pendelaars op de E40 tussen Gent en Brussel, en Steve spreekt de taal van nonkel Petrol, nonkel Breejen en Celle uit De helaasheid der dingen. '’t Leiven begintj aske gepoept etj.’ Zijn leven ging dezelfde kant op als dat van nonkel Breejen. Barman Geert zet een flesje cola op tafel. Steve kijkt weg: "Ik voel schaamte als ik er aan terugdenk."

*

'God schiep de dag en wij slepen ons erdoorheen’ schrijft Dimitri Verhulst in zijn roman. Dat deed ook Steve. Hij kende een zachte jeugd. Vader rijdt nog altijd met de mestkar van de ontstoppingsdienst en moeder dekt thuis de tafel. Bij VK Liedekerke had Steve een goede voorzet in de benen. Op school liep het anders, daar duwde hij uit verveling de kleine bolletjes uit lege inktpatronen. Interesseerde hem geen hol, dat onderwijs. Sleutelen aan auto’s lukte wel. Garagist, dat zou hij worden.

"Op school kon ik mij niet concentreren. Dat lukte gewoon niet. Met mijn handen lukte alles, met mijn hoofd niet. Ik werd achttien jaar en gaf er de brui aan. Een diploma middelbaar onderwijs had ik niet, maar dat deerde mij toen niet. Achteraf bekeken was dat niet de slimste zet.

Hij rolde van de ene interimjob in de andere, werkte bij de vuilkar en de post en maakte zich in niets zorgen. "Ik woonde toen nog thuis, had dus geen zorgen noch verantwoordelijkheid en ging ’s weekends steeds steviger op de lappen. Het leven was fantastisch. Ik had een warme thuis, verdiende genoeg centen, had genoeg vrienden: wie zou mij wat maken?" Steve daalde af. Dag na week na maand. "Voor ik het wist, was mijn leven bijna om zeep."

*

"Had ik slechte vrienden? Ach, het is te makkelijk om het op hen af te schuiven. Ik kwam in een destructieve spiraal terecht die alleen maar in kracht toenam. In het weekend trok ik naar discotheken. Wat begon met een paar pintjes eindigde na een tijd met twintig whisky-cola’s. Alcohol was niet de enige verleiding die ik niet weerstond. Ik moet er geen tekeningetje bij maken: ik kwam met drugs in contact, probeerde dat een eerste keer, een tweede keer, een derde keer en raakte verslaafd. Een verslaving is zo moeilijk op te merken. Je rolt overal blindelings in en terwijl de put alleen maar dieper wordt denk je meester te zijn van de situatie. Niet dus.

"Het weekend liep nadien over in de week. Ik ging op de duur dagelijks op café, tot een gat in de nacht, stond ’s morgens op met trillende handen, kocht een sixpack in een benzinestation en dronk in de voormiddag zes halve liters bier. Ondertussen reed ik rond met een camionette. Het was een compleet onverantwoorde situatie. Ik leefde in een ononderbroken roes en slaagde er niet in mijn eigen situatie te overzien. Had een politiecombi mij maar een keer onderschept om te blazen, dan was ik veel eerder tegen de lamp gelopen. Maar helaas, van mijn achttiende tot eenentwintigste, de periode van doorgedreven alcohol- en drugsgebruik, had ik het geluk en het ongeluk nooit door de politie te worden gecontroleerd.

"Mijn ouders maakten zich zorgen en gaven mij Antabuse, een ontwenningsmiddel. Slik je zo’n pilletje, en drink je nadien een glas bier, dan word je doodziek. Antabuse hielp aanvankelijk, maar ik was intussen danig verslaafd dat ik me door die misselijkheid heen dronk. Cocaïne versterkte de roes en maakte mij onoverwinnelijk. Ik kon drinken als een beer. Onaantastbaar, dat dacht ik te zijn. Vrienden en familie waren getuige van de neergang, probeerden mij op het rechte pad te houden, maar ik blokte iedere poging af. Probeerde iemand in te grijpen, dan reageerde ik eerst choleriek en vervolgens agressief.

Beeld Jonas Lampens

"Ik voel de schaamte in me opborrelen.

"Geert, nog een cola alsjeblieft.

"Mijn tanden poetste ik niet meer, douchen deed ik amper, het enige wat telde was de roes. Mensen bekeken me met afkeer, vertelden ze later. Ik werd een karikatuur van mezelf. Hier in De Welkom liet ik mijn haar afscheren voor een paar pintjes. Iemand haalde de tondeuse boven, ik liet begaan en het hele café moest er om lachen. Niemand durfde nog tegen mij ingaan. Wekelijks ging ik op de vuist en mijn strafblad kreeg een extra addendum toen ik in een vechtpartij verwikkeld raakte, midden de nacht, waarbij een vriend een wapen bovenhaalde en wij allemaal een nachtje in de cel sliepen. En nog kwam ik niet tot inkeer. Drank, drugs en blijven gaan. Tot die éne dag. Tot woensdag 17 juni 2015."

Beeld Jonas Lampens

*

"Ik zat hier, in De Welkom. Het was 17.30 uur en ik had ambras met een stamgast. Ik was bezopen, gaf die man een slag in zijn gezicht en ging naar huis. Mijn moeder was de wanhoop nabij. Ze schreeuwde. Zo kon het niet verder. De agressie raasde in mijn bloed. Bijna sloeg ik mijn moeder. In plaats daarvan sloeg ik een gat in de muur. Ik nam een rugzak, een paar onderbroeken, een paar kousen en wandelde De Welkom opnieuw binnen. 'Ik ga nù naar de kliniek’, zei ik, en trok naar het station. Familie en vrienden boden aan mij met de auto naar daar te brengen. Ik weigerde en stapte de trein op naar Aalst. Daar zette een buschauffeur mij af in de buurt van het ziekenhuis. Ik ging een laatste café binnen, dronk een glas bier en zei: 'Dit was mijn laatste pint.’ De receptioniste van het ziekenhuis zag de ernst van de situatie in en bracht me naar de spoed. Ik wandelde die zaal binnen. 'Alstublieft, help mij’, dat is het enige wat ik zei, waarop een verpleegster eerst een alcoholtest afnam. Ik had 2,9 promille in mijn bloed. Mijn leverwaarden waren dramatisch. Een arts zei toen: 'Steve, nog drie maanden en je dronk jezelf het graf in.’

"Eén beeld zie ik nog voor ogen. Ik lag op een ziekenbed naast een man met een gelijkaardig probleem. Er hing een televisie aan de muur en ik zag een wazige Batman. Ik waande mij een held en viel in slaap."

*

"Het was de ergste ochtend uit mijn leven. Ik werd wakker, keek om me heen en zag een man naast me liggen. Ik lag in een ziekenbed en probeerde me de vorige nacht te herinneren. Langzaam overzag ik mijn situatie en overviel mij eerst een vernietigend besef en vervolgens een golf aan schaamte.

"Wat heb ik in godsnaam gedaan? Wat heb ik gisteren gedaan? De week voordien? De maand voordien? Zelfs het jaar voordien? Het besef schraapte de grond van onder mijn voeten: Ik ben een alcohol- en drugsverslaafde twintiger. Ik lig in het ziekenhuis. Ik ben graatmager, lijkbleek, en ik ben een landloper. Mijn moeder kwam de kamer binnen. Ik durfde haar bijna niet aan te kijken. Ik stond voor een berg en ik moest er over."

Beeld Jonas Lampens

*

"Vijf weken lang lag ik in het ziekenhuis. Ik kwam 12 kilogram aan en kreeg dagelijks 19 pillen in een potje, waaronder Campral, een medicijn dat een ontwenningskuur ondersteunt. Na een tijd kon ik sporten in de fitnessruimte van het ziekenhuis. Ik voelde me gesterkt door medepatiënten die eenzelfde traject aflegden. Vrienden kwamen op bezoek in het ziekenhuis, familie, stamgasten van De Welkom, en altijd was ik beschaamd, maar ik voelde de kracht toenemen om mijn leven om te gooien. Ik nam een blad papier en rekende uit hoeveel geld ik verbraste de jaren voordien en kwam tot het onthutsende bedrag van 58.000 euro. Ik sla mezelf voor het hoofd als ik daar aan terugdenk.

"Na mijn ontslag uit het ziekenhuis kwam mijn vader mij halen aan de balie. 'Pa’, zei ik, 'nu gaan we biljarten.' We reden naar café De Welkom. Ik deed de deur open, wandelde het café in en zag iedereen naar mij kijken. Ik was een andere mens. 'Amai Steve, jij ziet er goed uit’, zei iemand. Ik dacht meteen: 'Hoe slecht moet ik er vroeger hebben uitgezien.’ Ik liep naar de toog en bestelde een cola. 'Dit is mijn nieuw leven’, zei ik, speelde nog een spelletje biljart en ging korte tijd later naar huis. Ik was een nieuwe mens en ik zou dat aan iedereen bewijzen. Niemand geloofde in mij. Iedereen verwachtte een snel verval, een nieuwe verslaving en een nieuwe opname. Niks van. We zijn twee jaar later en ik ben nog altijd clean.

"Het verleden sleep ik wel nog als een zandzakje met mij mee. Wekelijks ga ik naar een psycholoog om bij te praten. Dat helpt. Zoals ook dit gesprek helpt. Ik ben ontzettend beschaamd voor wat is gebeurd. Tegelijk ben ik trots op wat komen gaat. Ik geloof in de toekomst, ik geloof in mezelf, ik drink niet meer, ik gebruik niet meer, ik heb sinds een jaar een schat van een vriendin, ik werk nog altijd bij Traiteur Ronny en ik zie opnieuw respect in de ogen van de mensen om me heen. Stoot er een dronken man tegen mij aan, dan voel ik afgrijzen. Onlangs zei een vriend: 'Jij was nog veel erger, kerel. Je doolde hier rond en iedereen ontweek je.’ Alcohol is in onze cultuur danig ingeburgerd, dat mensen de gevaren niet meer zien. Wie na een verslaving terug wordt opgenomen in de maatschappij moet sterk zijn. De verleiding is groot. Overal waar je komt, drinken mensen een glaasje wijn, een pint bier, een Duvel. Op een verjaardagsfeestje, op café, op kerstdag, op het einde van de week. Wie verslaafd is geweest, merkt dat de verleiding zich overal verschuilt. Maar ik ben sterk genoeg om te weerstaan, dat durf ik u zeggen. Thuis heb ik Duvel in huis, pintjes, whisky, alles wat je maar wil, en dat alleen voor mensen die op bezoek komen. Ik slaag er in om alcohol niet meer met roes te associëren, wel met gevaar."

*

"Voilà, het ligt er uit. Bedankt om naar me te luisteren. Ik ga naar huis."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234