Donderdag 28/10/2021

Een vernieuwd Middelheim in 2000

Schepen van Cultuur Eric Antonis vroeg een tijd geleden aan architect Stéphan Beel om een masterplan op te maken dat tegemoetkomt aan de functionele behoeften van de stedelijke musea. Voor het openluchtmuseum voor beeldhouwkunst in het Middelheim, dat uitbreidt met de aangrenzende gronden in de richting van het Middelheim Ziekenhuis, werkte Beel een omvattend ontwerp uit dat op sommige punten klaar is voor uitvoering. Zo wordt binnenkort de bouwvergunning verwacht voor een nieuw depot- en werkplaatsgebouw dat in het park zal worden opgetrokken. Dat depot is van een 'Beelse' eenvoud: het ontwerp laat zien dat de eerste bekommering van de architect niet de realisatie van een opmerkelijke architectuur was. De verschijningsvorm vloeit integendeel voort uit de zorg om het functionele programma zo adequaat mogelijk om te zetten. In het geval van het 42 meter lange depot betekent dit dat de ruimte niet alleen geschikt moet zijn als stapel- en conserveringsplaats en als atelier, maar dat het ook bruikbaar moet zijn voor tentoonstellingen. De glaspartijen aan de ene lange gevel moeten ervoor zorgen dat de bezoekers dwalend door het park niet op een gesloten blok botsen, maar inzicht krijgen in de activiteiten in het gebouw.

In zijn algemene analyse stelt Beel dat het openluchtmuseum vooral kampt met een gebrek aan ruimte, zowel binnen als buiten. Dat geldt ook voor de uit haar voegen barstende bibliotheek, die samen met de leeszaal op de eerste verdieping van de Oranjerie is gevestigd. De architect wil de bibliotheek en de leeszaal onder de grond stoppen, omdat hij het uitzicht van de Oranjerie en de portierswoning niet wil verknoeien. Die portierswoning wordt trouwens ook verbouwd tot enerzijds een personeelsruimte en anderzijds een duidelijk plaats voor onthaal en voor een boekenwinkel.

De uitbreiding van het tentoonstellingspark zelf gebeurt, zoals vermeld, door de annexatie van de gronden tussen Middelheim-hoog en het Middelheim Ziekenhuis. Dit terrein, waarop zich de verluchtingskokers van de onderliggende autoweg bevinden, zal met de medewerking van een landschapsarchitect worden ontsloten als een gebied voor tijdelijke tentoonstellingen. Daardoor zal het museum binnenkort uit drie duidelijke delen bestaan: de collectie moderne beeldhouwkunst op Middelheim-hoog, de collectie hedendaagse beeldhouwkunst aan de overkant op Middelheim-laag, en tijdelijke tentoonstellingen op de nieuwe gronden.

Over de mobiele paviljoenen op een spoor, waarmee Beel de verbinding wil leggen tussen het oude en het nieuwe stuk, bestaat wel enige controverse. De paviljoenen, ongeveer 15 meter lang en waarvan de wielen onzichtbaar blijven, beantwoorden aan de behoefte om fragiele werken of voorbereidende schetsen die verband houden met de openluchtsculpturen in een binnenklimaat te exposeren. Het Braem-paviljoen, waar nu de werken van Wim Delvoye, Michel François en Patrick Van Caeckenbergh te zien zijn, schenkt op dat punt geen voldoening.(EB)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234