Zondag 08/12/2019

Een verhaaltje, papa, een verhaaltje!

Een web van samenzweringswaan: Jeroen Olyslaegers. 'Open gelijk een mond'

Jeroen Olyslaegers heeft iets gedaan wat men, volgens sommigen, eigenlijk niet doet: een roman schrijven over het Dutroux-tijdperk. Ook heeft hij iets gedaan wat men, volgens sommigen, eigenlijk veel meer hoort te doen: in een roman wat straatrumoer brengen. Of zoals hij zelf schreef in de verhalenbundel Il faut manger: "We moeten de woede in ere herstellen. Een aflossing van de wacht dient zich aan. We moeten de werkelijkheid weer in het theater sleuren. Nu ligt die buiten te stinken in vuilniszakken. Die smeerlapperij moet weer naar binnen."

Het Dutroux-tijdperk was een rumoerige tijd. De crisissituatie was ook nieuw voor de media, zelfs kwaliteitskranten moesten uit losse geruchten dagelijks verhalen in elkaar puzzelen. In die verhalen leken de grenzen tussen feit en fictie opgeblazen, de werkelijkheid overtrof de verbeelding. Deze overtreffende trap maakt het de schrijver niet gemakkelijk. Wat kan hier nog aan toegevoegd worden? Kan en mag van deze horror wel literatuur gemaakt worden? In Open gelijk een mond wordt een schrijver dat sterk afgeraden: "Laat u niet verleiden door alles wat er nu gebeurt, verbrand uw vingers niet aan de actualiteit. Haal uw verzet uit de grote verhalen." Olyslaegers heeft die raad zelf niet ter harte genomen. Hij wilde ontvankelijk zijn voor de paranoïde verhalen, de dolgedraaide geruchtenmachine waarmee men vat probeerde te krijgen op de onvatbare horror.

Plaats en handeling zijn bekend; we herkennen ze indirect in de roman. Door wat toen gebeurde veranderde ons wat komische koninkrijk in een hel, door Olyslaegers beschreven met een motto van L.P. Boon uit De paradijsvogel: "Het begin van Klooster ligt open gelijk een mond. Men slaat de smerige en ranzige hoek der Kromme Sabelstraat om, en men voelt zich instinctief een wezen in nood. Men vreest een labyrint te betreden waaruit men niet zal terugkeren zonder korsten vuil, beroofd van persoonlijk bezit, en besmet door nog naamloze ziekten."

Er is iets gebeurd met de Belgen. Kunnen we iets meer doen dan verbolgen zijn? Zal er iets veranderen na dit Dutroux-tijdperk? De karavaan trekt verder, lijkt Olyslaegers te suggereren, maar hij laat wel een paar blaffende honden aan het woord. In Open gelijk een mond volgen we een aantal personages in hun poging om op verhaal te komen - letterlijk. In een context, overigens, waarin een verhaal alleen bestaat als de media het vertellen.

De "Eerwaarde Heer Swami B", journalist, is op zoek naar een schandaal. Daarvoor interviewt hij een bevoorrechte getuige. Nou ja, 'bevoorrecht' is in dit soort verhalen een vreemd adjectief, en 'getuige' een niet zo passend substantief, want heel substantieel is zijn verhaal niet. De getuige wordt beschreven als "het mombakkes op het verhaal, het bewegend prentje, het slachtoffer". Zoekt de journalist trouwens nog wel naar de waarheid? Hij denkt in krantekoppen: "Schandknaap bekent Berichten uit de goot De bom ontploft. Regering in spoedberaad."

Swami krijgt concurrentie in de figuur van Baphomet, die van sekteleider in tv-ster omgetoverd wordt, en later in een politicus transformeert. Ook anderen proberen ondertussen een verhaal aan elkaar te breien: ex-filmrecensent Jerry schrijft een filmscenario over de gebeurtenissen, ex-DJ Zebra een roman.

Tussen al deze verhalen door loopt ook ene Jeroen Olyslaegers die als uitzendkracht werkt, de postmoderne baan bij uitstek. Hij blikt terug op zijn muziekband waarmee hij zijn eindeloze verontwaardiging ventileerde als antwoord op de leugen van het dagelijks bestaan. Zijn dagelijks bestaan is ondertussen echter veranderd, hij heeft een gezin. Een modern gezin wel, met barsten (overspel van de vrouw, misbruik van het kind), maar er valt toch wat licht naar binnen in de scènes waarin de ik-figuur zijn hulpeloze tederheid beschrijft voor een al even hulpeloos kind. Een kind dat bij het bekijken van Sesamstraat zijn hoofd onder het kussen verbergt, maar toch zijn ouders smeekt om te vertellen wat zij zien. Daardoor krijgt de verteller het gevoel dat zij iets "zien waarvan de obsceniteit alleen voor mijn zoon duidelijk was". Sesamstraat als metafoor voor onze wereld: "Vreemde wezens verschenen onaangekondigd en verdwenen verbijsterend snel. Gruwelijk veel personages deden alsof ze allemaal een eigen verhaal hadden. Ik kon geen onderscheid maken tussen al die stemmen. Ze kwaken de gruwel weg." De beschrijving klopt ook volmaakt voor de personages die de roman bevolken.

En in het kind kunnen we onszelf als lezer en als kijker herkennen. Ondanks de angst blijft het kind om verhalen vragen: "'Papa zal je een verhaaltje vertellen, Simon. Papa kan heel goed vertellen.' Linda slaat de deur van de kinderkamer dicht. 'Een verhaaltje!' gilt mijn zoon. 'Een verhaaltje!'" En verhaaltjes krijgen we, levensberichten die de lezer aan elkaar moet monteren, aan het lijntje gehouden door de auteur, die jongleert met perspectieven.

Over het vertellen van verhalen gaat het dus. Het gebrek aan en het wantrouwen jegens overkoepelende theorieën en ideologieën leidt volgens de postmoderne filosoof Richard Rorty tot een verschuiving in onze aandacht: verhalen zijn belangrijker geworden dan theorie, literatuur is belangrijker geworden dan filosofie. Het begrip literatuur wordt door Rorty echter verruimd tot film, documentaire, kritiek. Olyslaegers sluit aan bij deze aandacht voor verhalen, maar verruimt het begrip verder door erop te wijzen hoe diverse media, de populaire cultuur, de subculturen de leveranciers van onze wereldbeelden zijn.

Hoe fragmentarischer de wereld, hoe weerlozer we lijken te worden tegenover een overzichtelijk verhaal, met een begin en een einde. We worden binnengeloodst in een labyrint van verhalen, een netwerk waar we ons amper tegen kunnen verweren, zoals de ik-figuur tegen zijn vriend vertelt: "De klootzakken willen ons vel. (...) Elke dag vreten de leugens zich naar binnen, packmannetjes die telkens weer een eind verder knabbelen, steeds dieper in alles wat jou en mij sterk houdt in deze poel van drek. Kleine leugentjes in kranten, in de onophoudelijke stroom televisiebeelden, in de sentimentele terreur van al die derderangsfilms waarmee ze ons hopen te entertainen. Het zijn kleine leugens maar uiteindelijk zullen ze ons naar de totale waanzin drijven, ons compleet afsnijden van wat ècht is. Op het einde zullen we niks meer weten, Floris."

En dus zullen we overspoeld worden met samenzweringswaan en paranoia. "Iedereen heeft zijn kleine theorie, zijn samenzwering van obscure details, vreemde toevalligheden en dubieuze personages." Waartoe leidt dat allemaal? Tot bevrijdende onthullingen?

De sekteleider Baphomet wordt als volgt aangekondigd: "Dit land zal dingen zien die het nog nooit heeft gezien. Dit land zal in zijn voegen kraken. De afschuw zal zijn haat voeden, maar zijn pijn zal uitmonden in loutering. Witte bloemen zullen bloeien op de graven van de slachtoffers." En zo mijmert Jerry over zijn filmscenario: "dan ontspinnen zijn dromen zich als thrillers. Met een begin, een middenstuk en een einde. En daarna een epiloog waarin alles weer heel wordt en de glimlach verschijnt, de ontspanning omdat het kwaad opnieuw is bezworen."

Het is nauwelijks denkbaar dat Olyslaegers hetzelfde verwacht van zijn roman. Misschien een beetje hoop, maar dan onuitgesproken. Kunnen deze verhalen de politiek beïnvloeden? Was de uitslag van de verkiezingen de verwachte blijde boodschap, de catharsis na de horror? Om dat te beweren of te suggereren is Olyslaegers te intelligent. Wel confronteert hij ons op een intelligente manier met onze cultuur. De wereld als mediashow, als paranoïde verhalenmachine. De roman doet denken aan De slinger van Foucault van Umberto Eco: ook daar raken de personages verstrikt in het gevoel dat zij betrokken zijn in een groot complot. Mensen zijn dieren die interpreteren, besloot Eco. Hij schreef een satire op de mythomanen die via verbanden samenzweringstheorieën scheppen, en zo een geheim creëren waarin ze zichzelf inwijden. Hetzelfde thema herken je bij Olyslaegers. Open gelijk een mond overstijgt ook de zaak-Dutroux en de affaires eromheen. Nadien kregen we de Kosovo-oorlog, waarin we ook overweldigd werden door een niet aflatende stroom aan feiten, achtergronden, standpunten. En waarin dezelfde informatieparadox ontstond (trouwens ook door Eco geformuleerd): de enorme hoeveelheid informatie veroorzaakt een groeiend gevoel van onoverzichtelijkheid en machteloosheid. De betrokkenen discussieerden over de oorlogsbeelden in een welles-nietesspel, alles kon immers gemanipuleerd worden. Zo wordt elk verhaal herleid tot een item uit Schalkse Ruiters: is het waar of niet waar? En de media bepalen wat de waarheid is, aangezien ze die waarheden ook mediëren.

Misschien krijgt de literatuur de kans deze show ter discussie te stellen. In elk geval is Olyslaegers zich goed bewust van de manier waarop de media ons bespelen. Hij heeft een goed oor voor het discours - zeg maar het geklets. Dat blijkt uit de dialogen, de tv- en radiogesprekken, de toespraken in deze roman. En ook de eigen soort wordt niet gespaard, bijvoorbeeld de moraalfilosoof die hij aan het woord laat: "Wij schrijvers drijven de zaak graag in een knellende fuik van schimmige waarheden, potsierlijke ongerijmdheden en onversneden roddels." Waarop de interviewster: "Mooi gezegd, Peter. Heeft het ook iets te betekenen?"

Pertinente vraag. Olyslaegers heeft een jachtige en prangende roman geschreven over hoe we opgejaagd worden door de verhalen die we zelf vertellen - alleen, wat heeft dit verhaal in hemelsnaam allemaal te betekenen? Maar in elk geval heeft Olyslaegers onze ogen geopend voor die vraag. Dat bewijst dat hij dit tijdperk met open ogen beleefd heeft. En hij weet het zo te verwoorden dat hij deze lezer overtuigd heeft van zijn schrijverschap.

Jeroen Olyslaegers, Open gelijk een mond, Prometheus, Amsterdam, 184 p., 495 frank.

Jeroen Olyslaegers: 'Elke dag vreten de leugens zich naar binnen.' (Foto RV)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234