Dinsdag 29/11/2022

Een verhaal zonder woorden

De wonderlijke avonturen van Kavalier & Clay van Michael Chabon werd bekroond met de Pulitzer Prize. Het is een hommage aan het stripverhaal en aan zijn vader aan wie hij dit boek heeft opgedragen.

Interview door Gertjan Vincent

Michael Chabon

De wonderlijke avonturen van Kavalier & Clay

Anthos, Amsterdam, 540 p., 1.109 frank.

Met een welgemikte slag van zijn machtige vuisten treft de gemaskerde held de kaak van Hitler, die ruggelings achteroverstort. De striptekening op het omslag van De wonderlijke avonturen van Kavalier & Clay, de met de Pulitzer Prize bekroonde roman van de Amerikaanse schrijver Michael Chabon (1963), geeft de lezer alvast een voorproefje van wat hem in deze vuistdikke avonturenroman te wachten staat. Vanaf de achterflap kijkt de schrijver je doordringend aan. Priemende staalblauwe ogen in een door de Californische zon gebruind gezicht omlijst door donker golvend haar. Wat er nog aan ontbreekt is een cape rond zijn schouders, anders zou de gelijkenis met Superman nog frappanter zijn.

Maar de man die onderuitgezakt in de lounge van zijn Amsterdamse hotel de jetlag uit zijn ogen probeert te wrijven, heeft nou niet bepaald de energieke uitstraling van een superheld.

De wonderlijke avonturen van Kavalier & Clay, speelt zich af in New York aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het zijn ook de beginjaren van de Gouden Eeuw van het stripboek, goedkoop gedrukte pulpverhalen met superhelden als Superman, Batman en Wonderwoman, die de strijd aanbinden met Het Kwaad, vaak verpersoonlijkt door Hitler en zijn trawanten.

Josef Kavalier, een joodse jongen uit Praag, weet nog net op tijd de oversteek naar Amerika te maken en komt terecht bij zijn neef Samuel Louis Klayman. Ze raken in de ban van de nieuwe rage en besluiten hun geluk te beproeven met een zelfbedachte stripfiguur: The Escapist, weldra gevolgd door The Monitor en de vrouwelijke maanvlinder Luna Moth. Ze dromen allebei van het grote geld, maar voor Joe speelt er nog iets anders mee: hij legt alles opzij om zo snel mogelijk zijn familie uit Praag te kunnen laten overkomen. Maar hun creatieve enthousiasme is omgekeerd evenredig aan hun zakelijk inzicht. Ondanks het succes van hun helden is het voornamelijk de gewiekste zakenman Sheldon P. Anapol die met de revenuen gaat strijken. Wanneer de Verenigde Staten zelf betrokken raken in het slagveld in Europa, worden de razendpopulaire stripverhalen verscheept naar de soldaten aan het front, maar als de oorlog ten einde is, hebben ook de superhelden hun beste tijd gehad: de bittere realiteit heeft de verbeelding ingehaald.

"Ik ben zowat opgegroeid tussen de stripboeken", legt Chabon uit. "Het is bijna een familietraditie: mijn grootvader was drukker bij zo'n bedrijf dat stripverhalen produceerde en nam iedere week hele stapels mee naar huis. Toen ik met lezen begon, kocht mijn vader, die arts is, voor mij ook ieder weekend de nieuwste uitgaven. In het begin van de jaren zeventig had je van die dikke herdrukken van zo'n zestig tot tachtig pagina's. Het eerste verhaal was nieuw, maar de rest waren klassiekers, dus las ik op een gegeven moment dezelfde verhalen als waar mijn vader in zijn jeugd mee opgegroeid was. De discussie over de vraag of strips wel geschikt waren voor de kinderziel, aangewakkerd door de publicatie in 1954 van dr. Fredric Werthams Seduction of the innocent was toen allang achterhaald. Vergeleken met wat er in de jaren zestig op de markt verscheen, waren die stripverhalen volstrekt onschuldig! Mijn vader heeft er in ieder geval nooit een punt van gemaakt. Hij is altijd een groot liefhebber van populaire cultuur geweest: radioprogramma's, films, muziek, hij vond het allemaal prachtig. Hij groeide op in Brooklyn in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog. Ondanks het overweldigende succes van de stripverhalen uit die periode, is het genre nooit echt serieus genomen. De losse strips in de kranten hadden wel een soort status, die las iedereen. Maar zodra ze gebundeld in boekvorm verschenen, veranderde dat: de drukkwaliteit was beroerd en de verhaallijnen nogal primitief, dus geen volwassene durfde ervoor uit te komen dat hij ze stiekem verslond. Toen ik voor mezelf besloten had het Brooklyn van mijn vaders jeugd als uitgangspunt voor een roman te nemen, leek de Gouden Eeuw van de stripverhalen mij de ideale invalshoek. Het is een hommage aan deze kunstvorm en natuurlijk aan mijn vader aan wie ik dit boek heb opgedragen."

Dat Michael Chabon schrijver zou worden, was welhaast onvermijdelijk: van jongs af aan was hij omringd door de reuzen van de Amerikaanse literatuur. Faulkner, Fitzgerald, Hemingway: iedere straat in zijn buurt was vernoemd naar de grote klassiekers. De stad waarin hij zijn jongensjaren sleet, zou zo als decor voor een stripverhaal hebben kunnen functioneren. Columbia, Maryland was typisch een product van planologen, van 'de verbeelding aan de macht'. Een utopische gemeenschap met een volledige integratie van mensen met uiteenlopende raciale en economische achtergronden. De verschillende religieuze denominaties hadden niet hun eigen kerkgebouwen, moskees of synagogen, maar moesten voor hun gebedsdiensten twee gemeenschapsgebouwen delen.

"Voor mijn ouders was het een bewuste keus om juist daar te gaan wonen. We voelden ons een soort pioniers, want toen we daar naartoe verhuisden, bestond de stad voornamelijk nog op papier. De straten, die er nog niet lagen, hadden al wel namen, dus ik kreeg al vroeg het gevoel dat je dingen eerst moest benoemen voordat ze werkelijkheid konden worden. In de loop der jaren heb ik de stad om me heen zien ontstaan en dat is zeker een stimulans geweest voor mijn wens om van het werken met mijn verbeelding mijn beroep te maken."

Dat Chabon een joodse achtergrond heeft - "en een joodse voorgrond", voegt hij daar volledigheidshalve aan toe - blijkt duidelijk uit de manier waarop hij de lotgevallen van Joe Kavalier beschrijft. Als de dreiging van de nazi's in Praag met de dag sterker wordt, slaagt Joe, die zich in zijn vrije tijd bekwaamd heeft als ontsnappingskunstenaar à la Houdini, erin om onopgemerkt de stad en het land te verlaten. Hij heeft zich laten opsluiten in een kist waarin zich ook de uit rivierklei geboetseerde Golem bevindt, de mythische creatie van de Praagse rabbijn Löw. Met valse vrachtpapieren wordt deze totem van de joodse gemeenschap naar Estland gesmokkeld en zo ziet ook Joe kans om net op tijd te ontsnappen aan de vloedgolf van antisemitisme, die zijn geboorteland overspoelt.

"Dat Joe uit Praag zou komen, leek me aanvankelijk een vrij willekeurige beslissing", zegt Chabon, "maar naarmate het verhaal vorderde, bleek dat toch niet zo toevallig te zijn. De Golem groeide uit tot een bindend element in het hele verhaal. Als Joe net in New York is, heeft ie nog nooit een stripverhaal gezien, dus als Sam hem vraagt een superheld te ontwerpen, tekent hij een Golem, hij kan op dat moment niks anders bedenken. Jaren later, als de superhelden uit de gratie zijn, begint Joe weer een Golemstrip te tekenen, een verhaal zonder woorden zoals veel striptekenaars dat eigenlijk willen: die tekstballonnetjes zitten de echte kunstenaar maar in de weg. Voor Joe is het een obsessie. Hij moet dat project voor zichzelf eerst afmaken om zich te kunnen bevrijden van het verleden en verder te gaan met zijn leven.

"Naarmate ik me meer in het fenomeen van de Golem verdiepte, werd het me duidelijk dat het eigenlijk een prachtige metafoor voor het creatieve proces is. Het gaat natuurlijk terug op de oeroude scheppingsverhalen en komt tegemoet aan de hunkering van de mens om de wetten van de natuur naar je eigen hand te zetten. Dat is een riskant proces: de creatie kan een eigen leven gaan leiden en een regelrechte bedreiging voor zijn schepper worden. Zo is het ook met personages in een verhaal. Je roept ze als schrijver op, maar uiteindelijk bepalen zij de loop van de gebeurtenissen." Via de lotgevallen van Joe's familie - voordat de hereniging kan plaatsvinden, komen ze stuk voor stuk ellendig aan hun einde - haalt Chabon de Tweede Wereldoorlog zijn roman binnen.

"Ik wist dat ik daar niet omheen kon", zegt hij. "De oorlog is onlosmakelijk verbonden met de enorme populariteit van het stripverhaal. Heel dat leger van superhelden kon onder het banier van 'Justice Society of America' uitrukken om De Vijand te bestrijden, die nu een wel heel concrete vorm had gekregen. Joe reageert zijn agressie tegen de onderdrukkers van zijn familie af door in zijn stripverhalen de Duitsers op steeds gewelddadiger wijze te laten verpletteren. Maar het einde van de Tweede Wereldoorlog markeert ook het einde van de Gouden Jaren van het stripverhaal. Het oorspronkelijke lezerspubliek was ondertussen volwassen geworden en bij mensen die geconfronteerd waren met de verschrikkingen van Hitler en Hirohito hoefde je natuurlijk niet meer met Superman aan te komen. Naïeve jongensfantasieën waren door de harde werkelijkheid achterhaald."

Hoewel het verhaal van a tot z verzonnen is, schemert de historische realiteit er voortdurend doorheen. Chabon heeft zich uitvoerig gedocumenteerd en dat leidt af en toe tot voetnoten die suggereren dat ze verwijzen naar controleerbare feiten.

"Ik houd ervan om de lezer te verwarren, om geschiedenis en fictie zo met elkaar te vermengen dat het onontwarbaar wordt. Dat vind ik ook het leuke aan zo'n boek als The Mambo Kings: je wordt er zo door meegesleept, dat je na afloop naar de platenwinkel wilt lopen om oude opnames van ze te vinden. Door het inlassen van historische gebeurtenissen en personages als Salvador Dalí en Max Ernst, die in die tijd prominent in de kunstscene van New York aanwezig waren, kun je de werkelijkheid en de verbeelding naadloos in elkaar over laten vloeien."

En daarmee is Chabon bij zijn stokpaardje beland: de kunst van het schrijven. Want je kunt natuurlijk allerlei opmerkingen maken over de thematiek en de gelaagdheid van het verhaal, maar waar het bij hem op de allereerste plaats om gaat is toch het plezier van het schrijven, het vinden van pakkende formuleringen, pregnante beschrijvingen en het hanteren van beeldspraken, die lang nadat je het boek hebt dichtgeslagen nog door je hoofd blijven gonzen: "Bubbie was een omvangrijke, krachteloze vrouw die zich als een oude deken over de stoelen in het appartement drapeerde, en met haar grijze ogen urenlang zat te staren naar geesten, spinsels, herinneringen en stof dat gevangen werd in schuinvallende zonnestralen, haar armen gestreept en gepokt als reliëfkaarten van reusachtige planeten, haar enorme kuiten als worstvulling in longkleurige steunkousen gepropt. Dat soort werk."

"Taal is voor mij het belangrijkst. Dan volgen personages, de plot en als laatste de thematiek. Ik wil dat de lezer ontroerd of geschokt wordt door het lezen van mijn boeken of dat hij iets ervaart van het plezier waarmee het geschreven is. Dankzij de Pulitzer Prize heeft dit boek een breder publiek bereikt dan mijn twee vorige romans. Gelukkig maar, want in het begin van mijn carrière werd ik vaak op één hoop gegooid met de bratpack van Brett Easton Ellis en Jay McInerney. Van dat imago ben ik nu wel losgekomen en dat ervaar ik als een echte bevrijding."

'Ik wil dat de lezer ontroerd of geschokt wordt door het lezen van mijn boeken'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234