Woensdag 02/12/2020

Een vergeten genie uit de animatiefilm

Hij wordt de Kandinsky van de film genoemd, en de grootvader van de videoclip. Het EYE Filminstituut in Amsterdam haalt het werk van de Duitse animatiefilmer Oskar Fischinger (1900-1967) uit de mottenballen.

Is het kunst? Film? Filmkunst? Wie de tentoonstelling over Oskar Fischinger in EYE in Amsterdam bezoekt, begrijpt wel waarom hij een halve eeuw geleden berooid aan zijn einde kwam. Niet dat zijn werk niet goed is - integendeel: het is verbluffend goed - maar waar laat je het zien? Voor een volwaardige bioscoopvertoning zijn zijn abstracte animatiefilms te kort, maar voor een steriele museumomgeving lijken ze evenmin erg geschikt.

In EYE, dat sinds de opening dit voorjaar al zo'n 220.000 betalende bezoekers trok, heeft men dit probleem adequaat opgelost. Door een gedeelte van de tentoonstellingsruimtes te verduisteren, en deze te behangen met grote schermen, ontstaat een soort reuzenbioscoop waar je Fischingers films zo vaak kunt bekijken als je wilt, en naar hartenlust kunt ronddwalen.

De expo in Amsterdam is opmerkelijk genoeg het eerste overzicht ooit van het werk van Fischinger, die na zijn dood in de vergetelheid raakte. In de eerste helft van de vorige eeuw werd hij nochtans gerekend tot de belangrijkste Europese pioniers van de abstracte film. Hij gebruikte animatietechnieken om bewegende abstracte schilderijen te maken, en werd vergeleken met Kandinsky en Paul Klee. Ook vond hij apparaten uit, zoals een wassnijmachine, en verzorgde hij de special effects voor de klassieker Frau im Mond van Fritz Lang.

Stomme filmpjes

De nazi's moesten echter niets hebben van Fischingers abstracte werk, en dus verhuisde hij in 1936, op uitnodiging van regisseur Ernst Lubitsch, naar Hollywood. Daar kwam hij terecht tussen Aldous Huxley, Bertolt Brecht en tal van andere uitgeweken Europese kunstenaars. Doch net als de meesten van hen had Fischinger in Tinseltown weinig succes. Hij werkte voor diverse filmstudio's, en ontwierp een animatiesequentie voor Disney's Fantasia. Maar zijn integriteit en koppigheid deden hem de das om, vertelde zijn dochter Barbara in EYE: "Disney wilde dat mijn vader realistischer ging werken. Maar dat weigerde hij pertinent. Dat leidde tot enorme ruzies. Het verhaal gaat zelfs dat hij iemand een typemachine naar zijn hoofd heeft gegooid."

Na tien jaar had Fischinger definitief zijn bekomst van de filmindustrie, en hield hij zich alleen nog bezig met schilderen. Na zijn dood keek niemand meer naar zijn werk om, tot zijn erfenis in 1997 werd herontdekt door Cindy Keefer. Zij bracht Fischingers films en bezittingen onder in het Center of Visual Music (CVM) in Los Angeles, waar ze worden geconserveerd en gerestaureerd. Samen met de Amsterdamse curator Jaap Guldemond stelde Keefer ook de expo in EYE samen.

Deze begint met Fischingers vroege zwart-witwerk. In stomme filmpjes uit de jaren twintig valt prachtig te zien hoe Fischinger de overgang maakt van realistisch naar abstract. Silhouetten van menselijke figuren vloeien langzaam over in vormen, lijnen en objecten. Wonderschoon zijn ook Fischingers, met houtskool geanimeerde, Studies, waarvan de beelden synchroon lopen op muziek. Zij worden wel beschouwd als de eerste videoclips.

Zuurstokkleuren

Toch wordt het hoogtepunt van de expo gevormd door de kleurenfilms die Fischinger vanaf halverwege de jaren dertig maakte, zoals Kreise, Komposition in Blau en zijn meesterwerk Motion Painting No. 1. Met hun heldere zuurstokkleuren en inventieve, welhaast psychedelische vormen, kunnen ze gemakkelijk wedijveren met het werk van de grote abstracte schilders. Soms is de scheidslijn ook dun, want voor Motion Painting No.1 fotografeerde Fischinger zes maanden lang iedere kwaststreek die hij aanbracht op een schilderij.

Behalve Fischingers films toont de expo ook een selectie uit zijn schilderijen, tekeningen, schetsen, bladmuziek en brieven. Daaronder is ook een brief aan Jacques Ledoux, conservator van het Koninklijk Belgisch Filmarchief. Fischinger bedankt hem voor de eerste prijs die Motion Painting No.1 in 1949 won op het festival voor experimentele film in Knokke. Ook in België werd de filmmaker bij leven dus volop gewaardeerd. Vijftig jaar na zijn overlijden is het tijd voor een herontdekking.

'Disney wilde dat mijn vader realistischer ging werken. Maar dat weigerde hij pertinent. Dat leidde tot enorme ruzies'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234