Vrijdag 23/04/2021

'Een Van Eyck was toen al een statussymbool'

expo

tentoonstellingsmaker till-holger borchert over van eyck in noord en zuid

Van Eyck ís een beginpunt. 'Wij kunnen ons niet meer voorstellen welke impact het Lam Gods op Van Eycks tijdgenoten moet hebben gehad.' Maar tegelijk benadrukt curator Till-Holger Borchert dat hij geen tentoonstelling over Van Eyck heeft gemaakt. Het is wel een panorama van de vijftiende-eeuwse Europese schilderkunst. Borchert belooft een ontdekkingstocht vol verrassingen, maar het is ook een moeilijke tentoonstelling en een gok voor de makers ervan. 'Ook ik heb al die schilderijen nooit eerder bij elkaar gezien.'

Brugge / Van onze verslaggever

Eric Rinckhout

'Het is geen Van Eyck-tentoonstelling. Dat probeer ik al een hele tijd duidelijk te maken - zonder veel succes blijkbaar", zegt tentoonstellingsmaker Till-Holger Borchert. Ironie is hem niet vreemd - zo blijkt uit ons gesprek. Hij werd geboren in Hamburg, woont in Bonn maar resideert al een tijdlang in Brugge, waar hij de prestigieuze Brugge 2002-expositie Jan van Eyck, de Vlaamse Primitieven en het Zuiden voorbereidt.

Wat voor tentoonstelling is het dan wel?

Till-Holger Borchert: "Mijn idee was om een Europese tentoonstelling te maken: de Europese dimensie van de Vlaamse primitieven in de vijftiende eeuw. Ik probeer als een buitenstaander naar de Vlaamse primitieven te kijken - ik kom van over de grens en kan het dus met wat meer afstand bekijken, zonder al te veel invloed van Heimatgeschichte.

"Ik kan me voorstellen dat het voor sommige mensen erg saai moet lijken om nog maar eens de Vlaamse primitieven te doen. Anderzijds zou het toch vreemd zijn overgekomen als Brugge in dit cultuurjaar daar helemaal niets aan zou hebben gedaan."

Maar u wilt liever de naam Van Eyck vermijden en het over de Vlaamse primitieven hebben?

"Ik noem het liever 'vroeg-Nederlandse schilderkunst' of 'noordelijke renaissanceschilderkunst'. De naam Vlaamse primitieven is een Franse uitvinding, uit de Académie-traditie toen men de prerafaëlitische schilderkunst als 'primitief' beschouwde. Zowel Botticelli als Memling.

"Ik gebruik het liefst de term renaissancekunst. Maar wat betekent renaissance? Is dat een mentale houding of een stilistische term? Ik zie het als een ambiance, een levensstijl. Natuurlijk is er renaissance hier en renaissance ginder - in Italië.

"Als je kijkt naar 'de eeuw van Jan van Eyck' - wat de uitgever als titel van de catalogus heeft gekozen -, dan besef je dat er een nieuw bewustzijn ontstaat van de persoonlijkheid en het individu, een nieuwe aanpak van het landschap, en een mimetische (nabootsende, ER) manier om de realiteit uit te beelden. Wat er niet is - althans niet in het Noorden, niet in de schilderkunst en niet onmiddellijk -, is de interesse voor de klassieke Oudheid. Misschien wel in literatuur en muziek, maar niet in schilderkunst. Er wordt filologische arbeid verricht: er worden aan het hof vertalingen gemaakt van Latijnse teksten in het Frans, dat wel. Maar de ontdekking van de klassieke architectuur bijvoorbeeld, gebeurt in het Noorden pas in de zestiende eeuw. Je merkt wel dat Van Eyck kennis heeft van de klassieke literatuur."

Is Van Eyck het beginpunt van de tentoonstelling of gaat u naar zijn wortels op zoek?

"Van Eyck ís in zekere zin een beginpunt. Generaties kunsthistorici hebben zich uitgesloofd om de artistieke continuïteit bloot te leggen, maar door dat te zeer te benadrukken, verlies je het perspectief dat het toentertijd echt om een revolutie ging. Het Lam Gods is gewoon fundamenteel anders, het is een nieuw begin. Wij kunnen ons niet meer voorstellen welke impact dat altaarstuk op Van Eycks tijdgenoten moet hebben gehad. We kennen evenmin veel werken met zulke afmetingen uit die periode. Wat Van Eyck vóór het Lam Gods heeft uitgericht, weten we eigenlijk niet zo goed. En dat geldt ook voor zijn steeds vager wordende broer Hubert."

Is het Lam Gods het vroegste, ons nog bekende werk van Van Eyck?

"Dat kunnen we met enige zekerheid zeggen. Onze kennis van wat Van Eyck voordien heeft geschilderd, is gebaseerd op verloren werk en kopieën. Op dit moment ben ik geneigd te zeggen dat de evolutie van Van Eyck verloopt van ambitie naar classicisme. Ik heb de indruk dat de virtuositeit na verloop van tijd minder belangrijk werd en Van Eyck een 'stillere', meer ingetogen manier vond om zich uit te drukken. Het idee van de visuele verrassing vermindert naar het eind van zijn carrière. Maar het blijft zeer complex, want ik baseer me daarvoor ook op werk uit zijn atelier, waar vroegere modellen soms pas jaren later gekopieerd werden.

"Wat mij meer en meer interesseert, is hoe de naam van een schilder zich verspreidt: door zijn werk maar ook door literaire overdracht. Denk aan de anekdotes die verzameld werden door Plinius: niemand kende de werken van Zeuxis of Phidias uit de klassieke Oudheid, maar iedereen wist door de beschrijvingen hoe ze er vermoedelijk uit hebben gezien. Literatuur en mond-tot-mondreclame speelt ook een rol in de verspreiding van Van Eycks faam in Italië, Spanje en zelfs Portugal."

Wat is er zo revolutionair aan Van Eycks schilderkunst?

"Tot kort voordien werd bijvoorbeeld het landschap - zeker in de Italiaanse schilderkunst - zeer schematisch weergegeven. Ik mag zoiets als Duitser misschien niet zeggen, maar jullie hebben waarschijnlijk het saaiste landschap van heel Europa en tegelijkertijd de belangrijkste landschapschilders. Daar kan ik nog altijd door verrast worden. Blijkbaar waren Italiaanse schilders niet echt onder de indruk van hun eigen, toch wel zeer diverse landschap - wat buitengewoon is, wordt ervaren als doodnormaal en vanzelfsprekend. De Italianen wilden vooral noordelijke, eyckiaanse landschappen trachten te evenaren, op hun eigen manier. Van Eyck leerde hen blijkbaar met frisse ogen naar hun eigen landschap kijken.

"Maar het Lam Gods is een zeer complex en monumentaal werk, dat op zoveel niveaus wérkt."

De personages zijn levensecht, bijna tastbaar.

"Zeker, maar ook daar spelen antieke modellen in mee. Eva is gemodelleerd op de Venus Pudica... Maar u beseft toch dat we weer de hele tijd over Van Eyck zitten te praten?"

Wat is dan de verhaallijn in de expositie?

"Eindelijk! (lacht). Er zit een eenvoudig idee achter. We wilden zien hoe concepten geëvolueerd zijn als reactie op de esthetische ervaring van de bezoekers van de grote tentoonstelling in 1902 (toen vond in Brugge de immense tentoonstelling Les Primitifs Flamands à Bruges plaats, met meer dan 400 schilderijen en 200 kunstvoorwerpen, ER). En we benadrukken opnieuw het belang van de relaties tussen de vorstenhoven in de verspreiding van een kunststijl door Europa. We hadden het daarstraks over de mond-tot-mondreclame. Maar wie lag ten grondslag aan een bericht en in wiens belang werd bepaald nieuws verspreid? Kunstenaars trokken rond --zij waren erg mobiel - en ook kunstwerken reisden heen en weer. Veel kunstvoorwerpen werden verzonden via dynastieke netwerken."

Wat bedoelt u met 'dynastieke netwerken'?

"Het huis van de hertogen van Bourgondië had een groot uitstraling en was nauw verbonden met dat van enkele andere Europese koningen, prinsen en keizers. Die politieke, dynastieke banden bleken erg belangrijk te zijn voor het verspreiden van de faam van een kunstenaar en van een bepaalde stijl. En ze vergrootten ook het verlangen om schilderijen uit het Noorden te bezitten.

"Een van de sleutelfiguren in Zuid-Europa is Alfonso Il Magnanimo, koning van Aragon en vanaf 1442 ook van Napels. Hij is een van de eersten die systematisch werk van Van Eyck verzamelt. Hij koopt - via een handelaar - op de Brugse kunstmarkt het beroemde schilderij Sint-Joris, dat inmiddels verloren gegaan is. Alfonso heeft meer dan waarschijnlijk Van Eyck ontmoet, in 1426 in Spanje, toen Van Eyck daar was om - zonder resultaat - een huwelijk te regelen tussen Isabella, Alfonso's nicht, en Filips de Goede. Een jaar later in Lissabon had Van Eyck meer succes, met Isabella van Portugal.

"Alfonso zond zijn eigen schilders naar het Noorden om er kennis op te doen. De schilder Luis Dalmau wordt naar Brugge gestuurd voor iets wat sterk lijkt op industriële spionage. Alfonso wilde immers in Spanje een manufactuur van wandtapijten opzetten. Er zat dus ook een economisch aspect aan vast.

"Wat meespeelde bij Alfonso is dat hij zich door het verzamelen van kunst wou onderscheiden van andere heersers op het Iberisch schiereiland, hij wou een 'grandezza' nastreven en een mecenas zijn zoals Jean, Duc de Berry (de broer van Filips de Stoute, ER). Kortom Alfonso bezat een schilderij van de vermaarde Jan van Eyck, die bovendien hofschilder was van de luisterrijke Hertog van Bourgondië. Ja, het ging toen ook om prestige."

Kortom, een schilderij van Van Eyck was een statussymbool, zoals het bezit van een grote auto nu?

"Zeer zeker. En ik ben blij dat onze ontwerpers op de affiche van de tentoonstelling die sfeer hebben kunnen oproepen - de esthetica van het productmanagement.

"Ook in Italië waren het de hoven - zoals het huis D'Este - waar je de interesse voor de noordelijke schilderkunst aantreft, vanaf 1440 en zelfs al vroeger. Bij de De Medici's en andere bankiersfamilies vind je dat pas twintig jaar later. Wat we dus willen zeggen is: er waren economische en commerciële betrekkingen tussen Noord en Zuid maar laten we ook naar de relaties tussen de vorstenhuizen kijken en naar hun invloed op de verspreiding van schilderkunst in het Bourgondische rijk en aan de grenzen daarvan. Dat is zowat het verhaal van de tentoonstelling.

"Problematisch is wel dat we nauwelijks bewijzen hebben van opdrachten. We weten dat de Bourgondische hertogen schilders in dienst hadden, maar een mecenas als Nicolas Rolin is voor ons zoveel tastbaarder (zijn portret door Van Eyck hangt in het Louvre;,ER). Het heeft er ook mee te maken dat burgers vooral schilderijen als memoriaal bestelden en ze ook op een vaste plaats hingen. De hertogen hadden wel een residentie in het Zuiden - Champmol vlak bij Dijon - maar niets vergelijkbaars in het Noorden: ze reisden veel rond en de herkomst van veel schilderijen is onzeker. Binnenkort zal uitgebreid onderzoek in de VS verricht worden naar het mecenaat van Jan zonder Vrees en Filips de Schone.

Vervolg op pagina 26

'Jullie hebben waarschijnlijk het saaiste landschap van heel Europa en tegelijkertijd de belangrijkste landschapschilders'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234