Zondag 25/10/2020

Een v gel in een jasje

70 jaar Penguin Pockets

70 jaar Penguin, daar hoort een feestje bij, zo dachten ze in Londen, en dan hadden ze heus niet alleen het eigen personeel in gedachten. Nee, ook de lezer zou het weten en dus brachten ze een cassette uit met daarin 70 kleine boekjes die zowel het glorieuze verleden als de hoopvolle toekomst van de uitgeverij dienden uit te stralen. En het moet gezegd, het resultaat mag er zijn. Door Marnix Verplancke

Jeremy Lewis

Penguin Special. The Life and Times of Allen Lane

Viking, Londen, 484 p., 25 pond.

Phil Baines

Penguin by Design. A Cover Story 1935-2005

Allen Lane, Londen, 256 p., 16,99 pond.

e kunt er eindeloos over discussiëren en er zijn ongetwijfeld al heel wat literaire ruzies door ontstaan, maar een sluitend antwoord op de vraag is er niet: welke pinguïn is nu eigenlijk de mooiste? En dan hebben we het niet over die Antarctische pitteleirdragende schuifelaars met een kanjer van een ei op hun kuis samengevouwen poten, maar wel over het kleine beestje op de rug van de Engelstalige paperbacks die de wereld een ander uitzicht hebben gegeven. Niet zomaar een pinguïn dus, maar wel een Penguin. En die Penguin heeft heel wat veranderingen achter de rug. Regelmatig werd het diertje gerestyled, waardoor het nu eens stilstond, dan weer wandelde en zelfs een paar keer al dansend door het leven ging. Soms liet het de binnenkant van zijn vleugeltjes zien, een paar jaar later was het dan weer de buitenkant, en ga zo maar door. Het diertje leek zich keer op keer aan te passen aan de veranderende tijden en vormde daardoor de perfecte afspiegeling van de uitgeverij waarvoor het figureerde, want Penguin Books is pas een wereldspeler kunnen worden door in de voorbije zeventig jaar steeds weer op zoek te gaan naar het gat in de markt en dat daarna vol papier te storten.

Zoals praktisch alle successtories begon ook die van Penguin met een groot, visionair man, Allen Lane, de directeur van uitgeverij The Bodley Head. Toen deze in 1934 terugkwam van een weekendbezoekje aan Agatha Christie en haar man, merkte hij dat er in Exeter Station geen fatsoenlijk leesvoer te koop was. De boekjes die er al waren, overstegen de toepasselijke drempel van de stationslectuur niet en daar had Lane niet de minste interesse voor. Eens terug in Londen zette dit voorval hem aan het denken en hij kreeg het idee voor een nieuwe boekenreeks, misschien zelfs een nieuwe imprint, die goede boeken op paperbackformaat voor sixpence - wat toen de prijs van een pakje sigaretten van tien stuks was - aan de man zou brengen. Nu was dit op zich niet eens zo'n revolutionair idee. Aldus Manutius bracht in het zestiende-eeuwse Venetië al de eerste paperback uit en nu nog steeds bekende namen als de Everyman Library en de World Classics bestonden in 1934 al. Wat Lane echter inzag, was dat de boeken die deze uitgeverijen publiceerden te duur waren en daardoor slechts een klein publiek konden bereiken. De tijd van de massaconsument was aangebroken, zo had hij door, en daarom moest de prijs laag zijn.

De raad van bestuur van The Bodley Head zag niets in Lanes nieuwerwetse idee en daarom besliste hij er met zijn broers Richard en John alleen voor te gaan, maar wel onder de koepel van de firma. Het kind diende echter nog een naam te krijgen en dus werd er een ochtendje brainstormen op de agenda gezet. Om een of andere reden waren namen van vogels toen populair in de uitgeverswereld. Iemand opperde Phoenix als naam, omdat de nieuwe uitgeverij opstond uit de as van The Bodley Head, maar Chatto had al een Phoenix Library, dus dat kon niet. Albatross werd ook afgewezen omdat er al een Engels-Duitse joint venture was met die naam, en zo ging het een tijdje door, tot er opeens vanachter de typemachine van Lanes secretaresse Joan Coles een wat lacherige stem opging die zei: "Waarom neem je geen pinguïn?" Tot haar verbazing vond iedereen dat geen slechte naam, meer zelfs, Edward Young, de jongste medewerker van Lane werd meteen naar de London Zoo gestuurd om zo'n beest te schetsen en kwam een paar uur later terug met wat het wereldberoemde icoontje zou worden, en de memorabele woorden: "My God, how those beasts stink!"

Lane en zijn broers namen elk een deel van het land onder hun hoede en stroopten de boekhandels af op zoek naar bestellingen. Ze hadden immers berekend dat ze van ieder boek dat ze publiceerden, 17.000 exemplaren moesten verkopen om break even te draaien en dat was voor een beginnende uitgeverij ook in die dagen niet niks. Alle moeite leek vergeefs te zullen worden tot de winkelketen Woolworth's 63.500 exemplaren van de voorgestelde tien titels wou afnemen. De uitgeverij was daarmee van de wiegendood gered en op 30 juli 1935 lag Penguin nummer één in de winkels: Ariel van Andre Maurois - de foute e in de voornaam van de auteur zou pas vanaf de tweede druk gewijzigd worden in een juiste é. Van elk van de eerste tien paperbacks had Penguin er 20.000 laten drukken. De helft had het ongenaaid gelaten omdat het vreesde voor de verkoopcijfers, maar dat bleek onterecht. Na vier dagen waren er al 150.000 boekjes verkocht en na een jaar bleek dat getal opgelopen te zijn tot drie miljoen. Penguin werd een gigantische hit, maar voor nogal wat koele kankeraars was het ook een teken aan de wand. Volgens hen ging het instituut boek zo regelrecht naar de filistijnen. De Times Literary Supplement wou aanvankelijk geen aandacht besteden aan het fenomeen en George Orwell schreef dat dit het einde van de uitgeefbusiness zou betekenen: "The cheaper books become, the less money is spent on books. This is an advantage from the reader's point of view and doesn't hurt trade as a whole, but for the publisher, the compositor, the author and the bookseller it is a disaster." Lane liet het niet aan zijn hart komen en introduceerde niet veel later de Penguincubator, de eerste automaat die geen drank of sigaretten uitspuwde, maar wel boeken.

Allen Lanes Penguin-succes hoeft niet echt te verbazen. Hij kwam immers uit een familie die van wanten wist waar het literatuur aanging. Zijn oom John zette zelfs een wellicht nog sterkere prestatie neer. Als ongeschoold gelukzoeker startte hij samen met een partner in de jaren 1880 een boekhandel die naar de naam The Bodley Head luisterde, naar Thomas Bodley, stichter van de wereldberoemde Bodleian Library in Oxford. Omdat het zaakje goed draaide en ze inzagen dat bepaalde zwaar-literaire boeken geen uitgever vonden, zetten ze in 1889 een uitgeverijtje op dat naar dezelfde naam luisterde. John Lane maakte vooral naam door Aubrey Beardsley binnen te halen als artistiek medewerker en door The Yellow Book uit te geven, een tijdschrift dat een kort maar hevig leven gegund was en dat vooral decadente fin de siècle schrijvers opnam. Onsterfelijk werd het pas toen het gerucht de ronde deed dat Oscar Wilde een exemplaar van The Yellow Book in zijn handen had toen hij gearresteerd werd, wat enerzijds wel mogelijk was aangezien ook Wilde bij The Bodley Head zat, maar anderzijds onwaarschijnlijk doordat deze oneline-spuiter ooit zei dat hij weleens een exemplaar van het tijdschrift gekocht had om te lezen op de trein, maar dat hij het al uit het raam had gegooid nog voor hij alle pagina's had losgesneden.

John Lane hield van al die gratis reclame en wist zijn marginale uitgeefhuisje in een paar decennia uit te bouwen tot een van de grootste Engelse bedrijven in zijn soort. In 1913 verschenen er bij The Bodley Head - en dit speciaal voor al degenen die beweren dat er vandaag te veel boeken op de markt komen - zo maar eventjes 9.541 nieuwe titels. John Lane had tegen die tijd een heel gediversifieerde portefeuille opgebouwd, gaande van Chesterton en Wells, over Arnold Bennett tot Daniel Defoes Moll Flanders en Ovidius' schunnige Amores. Hij was dus niet minder dan een uitgeefgenie, en laat het nu net bij hem zijn dat neef Allen in 1918 op zijn zestiende in de leer gaat.

Omdat de gebroeders Lane meteen zagen dat Penguin een succes zou worden, besloten ze de vogel weg te halen bij zijn moeder en op 1 januari 1936 werd de uitgeverij een onafhankelijk bedrijf, met een beurskapitaal van honderd pond. Net als zijn oom John had Allen Lane een neus voor niches. Zo ongeveer om de zes maanden kwam hij met een nieuwe lijn en met de meeste daarvan verdiende hij goed geld. In mei 1937 kwam de eerste Pelican uit, wat de non-fictietak van Penguin zou worden. Het was Bernard Shaws The Intelligent Women's Guide to Socialism, Capitalism, Sovietism & Fascism die de spits mocht afbijten, in feite een herdruk van een bestaand werk waar Shaw het stuk over het fascisme aan had toegevoegd, en daardoor werd het ook het eerste oorspronkelijke boek (of toch een deeltje ervan) dat Penguin uitgaf. Tot dan toe had de uitgeverij zich immers steeds beperkt tot goedkope heruitgaven. In november van dat jaar verscheen het eerste tijdschrift, Penguin Parade, en werd de Specials-reeks opgestart met Edgar Mowrens Germany Puts the Clock Back, een boek dat waarschuwde voor Hitler en waarvan in een paar weken tijd 100.000 exemplaren werden verkocht. Binnen het jaar volgden ook nog de reisgidsen en de King Penguins, geïllustreerde hardbacks.

Penguin ervoer wat 'een geluk bij een ongeluk' betekent toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Met zijn formaat van 181 bij 111 millimeter pasten de boekjes wonderwel in het borstzakje van een Engels legeruniform, waardoor ze een populair cadeau werden voor de vertrekkende troepen. Een tweede meevaller werd de rantsoenering. Er diende weliswaar bespaard te worden op papier, maar de exacte besparing werd berekend op de hoeveelheid die de uitgevers het jaar voor de oorlog gebruikt hadden, wat voor Penguin een heel druk jaar was geweest, waardoor Lane over meer dan genoeg kon beschikken. En gelukkig maar, want de nieuwe markten lagen voor het rapen. In 1941 verschenen de eerste Penguin Poets en de kunstboeken, eind 1942 de handboeken en een half jaar later de naslagwerken. Lane had ook gemerkt dat bij de aanvang van de oorlog de kinderen uit de steden werden gehaald en naar het platteland werden gestuurd. Om hen te troosten stichtte hij eind 1940 Puffin Picture Books, een half jaar later gevolgd door Puffin Story Books. Hoezeer Penguin de wereld wel veranderd had, bleek toen de uitgeverij tien jaar oud was en moest vaststellen dat niemand nog van een paperback sprak, maar wel van een Penguin. Het merk was een soortnaam geworden, het had macht gekregen, en daar was niet iedereen gelukkig mee. Toen Winston Churchill na de oorlog de verkiezingen smadelijk verloor, liet hij niet alleen zijn geliefde Pol Roger-bubbels in de kelder liggen, hij verwaardigde zich zelfs tot het even uit de mond nemen van zijn onafscheidelijke sigaar: het was allemaal de schuld van die Allen Lane en zijn linkse boekskes.

Zijn grootste triomf behaalde Penguin in 1960, toen het de eerste ongekuiste versie van D.H. Lawrences Lady Chatterley's Lover uitgaf. Tot een jaar eerder was er een wet van kracht geweest uit 1868 die stipuleerde dat iedere publicatie die de geesten kon corrumperen verboden was. Met die wet kon men zowat alles en niets verbieden, met als resultaat dat literaire basiswerken als de dagboeken van Samuel Pepys en Laurence Sternes Tristram Shandy in Engeland niet uitgegeven konden worden. Zelfs de jonge Sartre was persona non grata. In 1959 kwam er een nieuwe wet, Roy Jenkins' Obscene Publications Act, heel wat duidelijker, maar daarom nog niet meteen soepeler. Lady Chatterley's Lover was oorspronkelijk in 1928 verschenen in Florence. Er bestonden eind jaren vijftig een heel aantal piraatuitgaven van die op het Europese vasteland werden gedrukt en een gecensureerde Britse versie. Om 25 jaar Penguin te vieren wou Lane een ongekuiste Chatterley uitgeven - een uitdagende prestatie die hem in 1936 al voorgedaan was door The Bodley Head toen die de eerste ongekuiste Ulysses uitgaf. Zoals te verwachten kwam het tot een klacht en een proces. Openbaar aanklager Mervyn Griffith-Jones legde vooraf zijn manier van werken uit aan de pers - "I put my feet up on the desk and start reading. If I get an erection, we prosecute" - en op 20 oktober 1960 kon de zaak voor de Old Bailey van start gaan: het boek werd op een fluwelen kussen de rechtszaal binnengedragen en de verdediging eiste meteen dat het helemaal voorgelezen zou worden voor de twaalf leden van de jury, wat de rechter meteen toestond. Het werd een klucht van jewelste, met Aldous Huxley die vanuit Californië liet weten dat Chatterley "an essentially wholesome book" was. Alle door de verdediging opgeroepen getuigen - critici en schrijvers - beaamden dit en toen zelfs de bisschop van Woolwich oreerde dat iedereen Chatterley zou moeten lezen was het proces in feite al afgelopen. Griffith-Jones probeerde nog wel krampachtig om al die intellectuelen belachelijk te maken, maar de jury was eenduidig: "not guilty", waardoor Penguin binnen de kortste keren drie miljoen exemplaren van het boek aan de man bracht en velen na het lezen van wat toch ongetwijfeld Lawrences langdradigste en slechtste boek is verzuchtten dat het toch beter verboden was geweest. Maar daar ging het natuurlijk niet om, want door de vrijspraak van Penguin konden nadien de Kama Sutra en Fanny Hill in Engeland verschijnen, net zoals de boeken van Henry Miller en William Burroughs. Het proces had de dood van de repressieve jaren vijftig ingeluid en de geboorte van de permissieve jaren zestig. Niet toevallig is ervoor gekozen het verslag van het Chatterley-proces als nummer 1 op te nemen in de 70 years Penguin-cassette.

In 1970, op het einde van zijn leven, verkocht Allen Lane Penguin aan Pearson Longman. Even leek het dat de uitgeverij geen toekomst meer had en de stuurloosheid nam hand over hand toe. Van de 800 voor 1974 geplande boeken verschenen er bijvoorbeeld maar 450. Hele lijnen werden van de ene dag op de andere opgedoekt. De Specials gingen ten onder in hun strijd tegen actualiteitenprogramma's op de tv en in 1984 werd zelfs Pelican stopgezet. Midden jaren negentig haakten ook de grootste fans af nadat de directie besliste dat de oranje rugjes - het handelsmerk van de echte Penguin - voor haar niet meer hoefden. Maar in stilte was de ijselijke vogel aan een comeback bezig. Van een uitgeverij wist Penguin zich om te vormen tot een echt concern. In 1993 werd begonnen met audioboeken. Drie jaar later werden de Rough Guides binnengehaald. Frederick Warne - uitgever van de Beatrix Potter-boeken - en Hamish Hamilton waren toen al aan boord en later volgden nog andere, minder bekende uitgeverijen. De ouwe Penguin is dus zeker nog niet moe. Na zeventig jaar ziet hij er zoals ieder van ons ongetwijfeld anders uit, maar het feit dat hij een paar jaar geleden zijn hoofdkantoor in de Londense Strand heeft gevestigd, op een boogscheut van de Old Bailey, spreekt boekdelen.

Marnix Verplancke

Om 25 jaar Penguin te vieren wou Lane een ongekuiste Chatterley uitgeven. Zoals te verwachten kwam het tot een klacht en een proces

De Times Literary Supplement wou aanvankelijk geen aandacht besteden aan het fenomeen en George Orwell schreef dat Pinguin het einde van de uitgeefbusiness zou betekenen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234