Maandag 14/06/2021

OnderzoekDe migratiemaffia

‘Een uur later en we waren verdronken’: migranten over hun levensgevaarlijke tocht

null Beeld NurPhoto via Getty Images
Beeld NurPhoto via Getty Images

Ook in volle coronacrisis wagen migranten hun leven op zee. Deze week nog spoelden kinderlijkjes aan in Libië. Maar ook op land zijn ze allesbehalve veilig: vluchtelingen worden er ontvoerd, afgeperst en gefolterd. ‘Ze schoten in mijn handen en been.’

“We hebben al eerder onze gok op zee gewaagd, maar tevergeefs.” Hashim Awad Osman (49) en zijn vrouw Hanan (32) zijn wegens “de slechte omstandigheden in Soedan” samen met hun twee kinderen naar Libië gevlucht. Hun bedoeling? Doorreizen naar Europa.

Al meer dan een half jaar huren ze in de Libische hoofdstad Tripoli twee kamers in een woning, met geld van het UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN. De muren hebben last van vocht. Tapijten en dekens liggen op de aarden vloer. Voordat ze hier aankwamen, hadden ze er al een lange en gevaarlijke reis op zitten. Een tocht door de woestijn tussen Soedan en Libië was daarbij nog het eenvoudigste deel; de problemen begonnen zodra ze de grens over waren.

“Vanaf dan zagen we de zon niet meer”, zegt Hashim Awad Osman. “De smokkelaars bleven ons maar verhuizen van hangar naar hangar, van huis naar huis, van boerderij naar boerderij.”

Uiteindelijk kwamen ze toch aan in Sabratha, aan de Libische kust, ten westen van de hoofdstad Tripoli. Drie maanden bleven ze daar, tot ze op een nacht, bij een poging om naar Europa te varen, uit de zee werden gehaald en gevangengenomen.

“Het waren gewapende mannen, maar ik heb geen idee of het regeringstroepen of milities waren. Een maand hebben ze ons gevangengehouden, maar mijn vrouw heeft ons gered.”

Op dat moment was Hanan zwanger van hun derde kind. De stress en de vermoeidheid leidden tot een miskraam. Ze verloor daarbij veel bloed. “Ik kon niet meer zitten, ik kon niet meer slapen, ik droeg een dode foetus in mij”, zegt ze. “Ik dacht dat ik in gevangenschap zou sterven.”

“Ze hebben ons vrijgelaten omdat mijn vrouw het elke nacht uitschreeuwde van de pijn”, zegt Hashim. “Het bloed liep uit haar als water en het stonk. Onze medegevangenen konden de geur niet verdragen, tot het ook onze kidnappers te veel werd.”

Hashim en zijn vrouw Hanan uit Soedan werden in Libië vastgehouden. Hanan vertelt hoe ze een miskraam kreeg. De dode baby bleef gewoon in haar buik zitten. Beeld Mahmoud Elsobky
Hashim en zijn vrouw Hanan uit Soedan werden in Libië vastgehouden. Hanan vertelt hoe ze een miskraam kreeg. De dode baby bleef gewoon in haar buik zitten.Beeld Mahmoud Elsobky

Plots stonden ze buiten op straat. Ze begonnen te lopen. Hashim droeg zijn dochter op zijn schouders en zijn zoon in zijn armen, terwijl hij zijn vrouw zo goed mogelijk ondersteunde. Na lang stappen hielpen een aantal lokale bewoners hen naar een ziekenhuis in Tripoli.

“De herinnering eraan doet mij veel pijn, maar godzijdank zijn we gered”, zegt Hanan. “Het is de eerste keer dat ik erover vertel.”

De familie had de smokkelaars 1.500 euro betaald om tot in Libië te raken. In principe maken ze nu kans op hervestiging via het UNHCR, maar daarvoor moet hun vluchtverhaal wel voldoen aan de criteria, zoals de nood aan fysieke bescherming, dringende medische hulp of gezinshereniging.

Maar alleen al in Libië wachten daar meer dan 43.000 mensen op. Hun geduld raakt op. Als ze op eigen houtje Italië, het dichtsbijzijnde Europese land, willen bereiken, moeten ze nog eens 1.000 tot 1.500 euro per volwassene aan smokkelaars ophoesten. “De tocht over zee is een groot risico, maar we zijn vastberaden.”

Schending internationaal recht

Het aantal migranten dat op de Middellandse Zee overlijdt, gaat dit jaar opnieuw in stijgende lijn. Op de centrale route door de Middellandse Zee, van Libië naar Italië, vielen dit jaar volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) al meer dan 740 doden, terwijl dat er in dezelfde periode vorig jaar naar schatting 150 waren.

Steeds meer komt het Europese grensagentschap Frontex, waar jaarlijks 460 miljoen euro naar gaat, onder vuur te liggen vanwege zijn betrokkenheid. Sinds 2019 heeft de Europese Unie al haar reddingsoperaties op de Middellandse Zee stopgezet en surveilleert ze alleen nog vanuit de lucht.

Eind april zag een Frontex-vliegtuig twee afgeladen boten in nood voor de kust van Libië. De Libische kustwacht kon maar één boot redden, voor de andere had Libië geen schip meer operationeel. Zo keek Frontex toe hoe 130 mensen verdronken.

Uit data-onderzoek van het journalistieke collectief Lighthouse Reports blijkt dat Frontex in iets meer dan een jaar tijd bij zeker twintig onderscheppingen door de Libische kustwacht met een vliegtuigje aanwezig was. In twaalf gevallen zou Frontex de asielzoekers vermoedelijk als eerste hebben waargenomen.

Het Europees grensagentschap zou niet alleen passief toekijken. Uit het onderzoek van Lighthouse Reports en enkele Europese media blijkt dat Frontex naar alle waarschijnlijkheid de Libische kustwacht actief aanstuurt, iets wat Frontex altijd heeft ontkend.

De journalisten kregen bewijzen in handen dat Frontex foto’s van bootjes en coördinaten naar de Libische kustwacht doorstuurt. Dat zou een schending van het non-refoulement-principe kunnen zijn. Dat is een internationale rechtsregel die verbiedt om mensen op de vlucht naar een onveilig land terug te sturen.

De talloze problemen van migranten in Libië zijn de afgelopen jaren uitgebreid gedocumenteerd. Ook de diplomatieke diensten van de EU maakten dit jaar in een rapport melding dat in Libië ‘seksueel geweld, afpersing voor losgeld, gedwongen arbeid en moord nog steeds wijdverbreid zijn’.

Dat soort verhalen is in Libië schering en inslag. De 26-jarige Adam verblijft in de havenstad Tripoli als we hem via Zoom spreken. Hij trok met zeventien andere Soedanezen naar Libië met de bedoeling naar Europa te reizen, maar ze werden door het Libische leger wegens illegale immigratie gevangengezet. Na een week gevangenschap, waarin ze volgens Adam werden geslagen, kwam een van de militairen naar hen toe.

“Hij heette Abu Samra en zei dat hij goede bedoelingen had en ons wilde helpen”, zegt Adam. “Hij bracht me samen met twee andere Soedanezen naar een huis, waar jonge mensen zaten. Ze waren dronken, rookten hash en waren gewapend. ‘Jullie moeten me elk 700 dinar (130 euro, red.)’, zei Abu Samra. Als we niet betaalden, zou er iets ergs met ons gebeuren.”

Adam gaf zijn gsm af, het weinige geld dat hij nog had en moest een beroep doen op Soedanese vrienden om nog 500 dinar over te maken. Daarna werd hij vrijgelaten en werkte hij een jaar lang in Libië om opnieuw geld bijeen te sprokkelen. Dat werd bemoeilijkt door de op dat moment hevige oorlog tussen de verschillende Libische strijdkrachten. Al tien jaar, sinds de val van dictator Kadhafi, is Libië een instabiel kruitvat. “Meestal verdiende ik maar net genoeg voor eten en onderdak.”

Elektroshocks

Samen met enkele andere Soedanezen beslist Adam om eindelijk de tocht over zee te wagen en een Libische smokkelaar te contacteren die hen tot in Zawiya, aan de kust, moet brengen. Dat is een beruchte plek, vanwege Abd al-Rahman Milad, beter bekend als Al-Bidja.

Al-Bidja leidt de kustwacht in Zawiya, maar het is uitgebreid gedocumenteerd, onder andere door de VN en door Italiaanse journalisten, hoe hij tegelijk als smokkelaar optreedt. Op die manier kan hij bijvoorbeeld vier boten de zee opsturen, waarvan hij er twee tegenhoudt en twee doorlaat, getuigen migranten. Zo profileert hij zich voor de schermen als krachtdadig handhaver, terwijl hij achter de schermen geld verdient met mensensmokkel.

Al-Bidja staat sinds 2018 bovenaan een VN-lijst met personen uit het Libische veiligheidsapparaat die betrokken zijn bij de mensensmokkel. Volgens de VN is hij te linken aan het doen zinken van migrantenboten door ze lek te schieten. Hij zou migranten ook naar detentiecentra overbrengen, waar ze vervolgens worden gefolterd.

Eerder kwamen foto’s naar buiten van een vergadering in 2017 met de Italiaanse geheime diensten en de Libische kustwacht, waarbij Al-Bidja aanwezig was. In het najaar van 2020 werd hij opgepakt, maar enkele weken geleden kwam hij opnieuw vrij, waarna hij op sociale media trots met supporters poseerde.

Adam valt niet in de handen van Al-Bidja. Zover raakt hij zelfs niet. De smokkelaar die hen tot Zawiya moet brengen, verhuist hen van de ene boerderij naar een andere. Ze moeten er werken tegen een laag loon, tot ze opnieuw worden weggebracht.

Deze van zee geredde vluchtelingen komen onder meer uit Soedan, Ethiopië, Sierra Leone, Bangladesh en Syrië. Beeld AP
Deze van zee geredde vluchtelingen komen onder meer uit Soedan, Ethiopië, Sierra Leone, Bangladesh en Syrië.Beeld AP

“Een witte Toyota pikte ons op en na drie uren rijden, moesten we uitstappen. Een andere auto zou ons ophalen om ons naar de kust te brengen. Twee gepantserde voertuigen met mannen die in de lucht schoten, kwamen aangereden. We moesten instappen en de mannen in de Toyota kregen een zak geld overhandigd. Pas dan beseften we: we zijn zojuist verkocht.”

Ze worden naar Beni Walid gebracht, een dorp in het binnenland. Daar moeten ze met hun handen op hun hoofd op de grond liggen en worden ze geboeid. “Ze hebben ons dan zwaar gemarteld. Plots kwam hun baas, een Libiër, gemaskerd binnen. Hij eiste van elk van ons 4.000 dollar als we nog in leven wilden blijven. Tot slot zei hij tegen zijn mannen dat ze ons koekjes en drank moesten geven, maar dat bleek codetaal om ons te slaan.”

De omstandigheden zijn volgens hem verschrikkelijk. Adam zit er met zeventien anderen: Soedanezen, Nigerianen, Ethiopiërs en Somaliërs. Ze zijn volledig beroofd en moeten zelfs betalen om naar de wc te gaan. Doen ze het in hun broek, dan krijgen ze klappen. Na drie dagen zegt Adam dat zijn familie het geld kan overmaken, maar dat blijkt een leugen.

“Ze sloegen me op het hoofd en schoten twee kogels door mijn handen, en een in mijn been. Daarna lieten ze me vijf dagen met rust, tot ze me opnieuw met elektroshocks begonnen te folteren.”

Maximiliaanpark

Of Adam echt drie kogels door zijn lijf kreeg, valt moeilijk te achterhalen, maar op beelden zijn in elk geval ernstige verwondingen te zien. Zijn ontvoerders sturen die beelden naar Adams familie, om hen te doen betalen. Dat gebeurt ook, zij het in verschillende schijven. Tussendoor wordt Adam telkens weer gefolterd en sturen de folteraars audiobestanden naar zijn familie. Ze horen hoe hun zoon kermt door de zweepslagen. Alleen tijdens de ramadanmaand gaat het er iets milder aan toe: er wordt alleen tussen zonsondergang en dageraad gefolterd.

Na 28 dagen is er 4.000 dollar (3.270 euro) overgemaakt: ze laten Adam gaan. Via Soedanese vrienden bereikt hij het UNHCR in Tripoli. Hij maakt nu kans om hervestigd te worden in Rwanda. Adam is ervan overtuigd dat Libische militairen onder één hoedje spelen met de folteraars, iets wat ook de Italiaanse ngo Medu vorig jaar concludeerde in een rapport met de titel ‘Folterfabriek’. Ook Amnesty International heeft de praktijken uitgebreid gedocumenteerd.

Een interviewaanvraag bij de communicatiedienst van de Libische regering blijft onbeantwoord, zowel via e-mail als Whatsapp.

Ook Ibrahim Sa’fan (25), die we voor het eerst ontmoetten in Brussel, getuigde over de wreedheden in Libië. De Soedanees zwierf rond in de buurt van het Noordstation, waar hij kon schuilen voor de regen, maar toen de politie hem daar wegjoeg, nam hij zijn toevlucht tot het Maximiliaanpark.

Ook hij werd in Libië gearresteerd, opgesloten en mishandeld door militairen. Alleen door geld af te staan, konden ze vrijkomen. Ibrahim besloot te ontsnappen, hoewel pas nog twee Egyptenaren geslagen waren op de buik, benen en rug na een mislukte ontsnappingspoging.

“Toen onze situatie erger werd dan die waarschuwing, zijn we ontsnapt”, zegt Ibrahim. Vervolgens deed hij een beroep op de ene smokkelaar na de andere, in de hoop tot in Europa te raken, maar telkens eindigde het in afpersing, onbetaalde arbeid of mishandeling. Toch bleef hij proberen.

“Je komt in de situatie waarin je niet naar Soedan terug kunt, omwille van de oorlog, maar ook niet langer in Libië kunt blijven. Zodra je in Libië bent, kun je nog maar één kant op: de zee.”

Het beetje geld dat Ibrahim door te werken heeft verzameld, geeft hij aan een smokkelaar, die hem op een boot zet. Na twee dagen varen komt een vissersboot hen redden. “Onze boot bleek lek te zijn. Een uur later en het bootje zou gezonken zijn. Twee dagen later kwamen we in Sicilië aan.”

Van daaruit kwam Ibrahim Sa’fan naar België. Hij is een van de vele Soedanezen die hier alleen als transitmigrant verblijven. Zijn einddoel blijft het Verenigd Koninkrijk. Toen hij in de Brusselse Noordwijk rondhing, was hij al vijf maanden aan het proberen om als verstekeling in vrachtwagens tot in Engeland te raken. Daarna verdween hij maandenlang van de radar, tot Ibrahim plots weer een teken van leven gaf.

“Ik ben in Antwerpen rond middernacht aan boord van een vrachtwagen gegaan, die duidelijk goederen voor het Verenigd Koninkrijk vervoerde. Vier uur later begon hij te rijden, en op mijn gsm kon ik de richting volgen.

“Aan de grens begon een hond te blaffen. Een uur lang stonden we stil voor inspectie en ik was zeker dat ze me zouden ontdekken, want ik bevond me vlak bij de deur. Maar ik zat in een doos, met een andere doos erbovenop en de deuren gingen weer dicht. We begonnen te rijden en toen ik uur later mijn gsm checkte, bleken we in het Verenigd Koninkrijk te zijn. Vier uur later stopte de vrachtwagen en dan heb ik op de deur gebonkt. De bestuurder kwam opendoen, met politie bij hem. Ik bleek in Birmingham te zijn.”

Ibrahim heeft intussen verblijfspapieren ontvangen. Hij studeert nu Engels, in de hoop om in het Verenigd Koninkrijk een nieuw leven te starten. “Eindelijk ben ik waar ik moet zijn.”

Deze reportage kwam tot stand dankzij de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Maandag deel 2: Migranten kiezen steeds vaker voor de Westelijke route, langs Marokko, om de hel van Libië te vermijden. Maar op dat pad ­liggen smokkelaars en corrupte overheden op de loer.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234