Vrijdag 06/12/2019

Een universiteit op zichzelf

TWINTIG GENIALE DENKERS. Van Socrates tot Freud: 20 weken lang vindt u bij de zaterdagkrant een boekje over een befaamde filosoof. Maar wat kunnen we anno 2016 nog opsteken van die 'denker van de week'? Vandaag: Johan Braeckman over Aristoteles

Aristoteles (384-322 v.C.) is een van de grootste geleerden aller tijden. Zijn overgebleven teksten tellen samen bijna anderhalf miljoen woorden, naar schatting een kwart van wat hij schreef. De man lijkt een universiteit op zichzelf. Hij onderzocht alles wat zijn aandacht trok, van het voortplantingsgedrag van vissen en schaaldieren tot de aard en beweging van de hemellichamen; van metafysische problemen tot denkfouten. Terecht wordt hij geroemd als de eerste bioloog en de grondlegger van de logica.

Aristoteles vond het belangeloos verwerven van kennis de beste manier om een zinvol leven te leiden. Dante had het in de late middeleeuwen in zijn Goddelijke komedie over "de meester aller wetenschappen". Andere middeleeuwers noemden hem gewoon "de filosoof".

Hoewel hij overwegend helder en steeds systematisch schrijft, vergt het enige inspanning om de weg te vinden in zijn universum. Hij leeft en werkt in een geheel andere wereld dan de onze en hanteert een terminologie die ons soms vreemd en exotisch toeschijnt. Maar na verloop van tijd begrijp je wat de problemen zijn die hij behandelt.

Hij stelt in essentie de vragen die ons ook vandaag nog bezighouden, in meerdere wetenschappelijke en filosofische disciplines. Wat zijn de oorzaken van de verschijnselen rondom ons? Wat is leven? Hoe werkt erfelijkheid? Hoe ontwikkelen organismen zich? Hoe raken ze aangepast aan hun omgeving? Hoe kunnen we de kosmos begrijpen? Wat is helder denken? Hoe kan men een waardevol leven leiden? Wat is een goede samenleving? Wat maakt een gedicht mooi?

Hoe ver hij ook van ons lijkt af te staan, de problemen die hij tracht op te lossen zijn verrassend herkenbaar. Ook het inzicht in datgene waartegen hij zich afzet, helpt om zijn teksten te doorgronden. Hij kende het werk van zijn voorgangers, in het bijzonder dat van zijn leermeester Plato, bijzonder goed. Vaak legt hij zijn eigen positie uit door die van een andere auteur onderuit te halen. Hij is zelden bescheiden; over het algemeen is hij ervan overtuigd het bij het rechte eind te hebben. Hij weet maar al te goed dat zijn voorgangers, filosofen zoals Thales van Milete, Anaximander, Pythagoras en Democritus, enkel speculeerden. Ze waren uitermate intelligent, maar toch zijn hun opvattingen onbetrouwbaar, omdat ze geen ernstige waarnemingen deden.

Dat geldt ook voor Plato, waarbij Aristoteles als jongeling in de leer ging. Uiteindelijk bleef hij twintig jaar verbonden aan Plato's Academie. "Ik heb Plato lief", schreef Aristoteles, "maar de waarheid nog meer." Anders dan Plato vond Aristoteles geen mythes uit over de ontwikkeling van het leven, maar onderzocht hij daadwerkelijk hoe bijvoorbeeld een embryo zich ontwikkelt in een ei. Zelfs zijn metafysisch werk is doordrongen van zijn nuchtere aanpak. Zo verwerpt hij de opvatting dat er bovennatuurlijke krachten nodig zijn om het leven vorm te geven: de natuurkrachten kunnen dat zelf.

Vanzelfsprekend zijn lang niet al zijn waarnemingen correct. Hij beschrijft het hart als de zetel van de emoties en het bewustzijn, en denkt dat het brein een soort afkoelingsmechanisme is. Hij gelooft in spontane generatie van sommige organismen en meent dat mannen meer tanden hebben dan vrouwen. Zijn astronomische en fysische opvattingen blokkeerden eeuwenlang de wetenschappelijke vooruitgang.

Cruciaal is natuurlijk dat hij geen experimenten uitvoerde. Hij deed zo veel mogelijk waarnemingen, informeerde zich bij eenieder met enige kennis van zaken en ontleedde het ene dier na het andere, maar het bedenken en uitvoeren van experimenten was een mentale sprong die hij niet kon maken. Het leidde ertoe dat men hem na het werk van experimentele wetenschappers zoals Galili afschreef als hopeloos verouderd. In de wijsbegeerte behield hij zijn status van grootmeester.

Natuurlijk is het overgrote deel van zijn natuurkundig werk al lang achterhaald. Dat is op termijn het lot van wetenschappelijke kennis in het algemeen. Het blijft evenwel een heel bijzondere ervaring om ermee kennis te maken, alleen al om inzicht te krijgen in de wijze waarop hij de werkelijkheid wil doorgronden. Je leert naar de wereld kijken zoals een van de meest briljante geesten van de voorbije millennia dat deed.

Zoiets kan geen tijdverspilling zijn. Zelfs daar waar hij helemaal fout zit, is hij verrijkend. Niet slecht voor een migrant uit Macedonië die als tiener naar Athene trok, op zoek naar kennis en wijsheid, zijn belangrijkste bronnen van geluk.

Volgende week: Bregje Hofstede over Voltaire

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234