Donderdag 22/08/2019

Een tumor in het hoofd, en tóch nog die film gemaakt

'Het is gelukt', zegt Bernard De Rycke (39). 'Voor mijn veertigste heb ik een film gemaakt, zoals ik altijd had gehoopt.' In a Landscape gaat vanavond in Gent in première. Debuut kan meteen ook afscheid zijn: in het hoofd van Bernard zit een tumor, niet te genezen.

"Ik hoop het", zegt hij zachtjes.

Ik heb zonet de laatste vraag van het interview op tafel gelegd. Of ik hem een groot feest voor zijn veertigste verjaardag mag toewensen? Hij lacht eens, zegt dat het lang niet zeker is dat hij zijn volgende verjaardag haalt, en zwijgt dan.

Hij hoopt het.

Het is de meest wankele zin die Bernard De Rycke in drie uur heeft uitgesproken.

Toen ik kort na de middag bij zijn huis in een straat met de naam Zonneschijn aankwam, had ik op de achterdeur een tekst gelezen: 'Deze dag is als geen andere gevuld met mogelijkheden. Je kan, je mag, je bent.' De geur van koffie vulde de keuken. Op de houten tafel in de woonkamer stond een laptop en een bos bloemen. In de tuin zag ik een houten speelhuisje, half ingezakt.

Ze wonen hier al acht jaar, zegt hij, en nog voor ik goed en wel kan gaan zitten, vertelt Bernard dat hij eigenlijk heel blij is dat hij ziek is geworden.

"Nee, echt. Nu kan ik eindelijk mijn goesting doen. Eerst denk je natuurlijk: 'Oei, wat zal ik nog allemaal kunnen en wat niet?' Maar voorlopig kan ik nog vrij veel en ik zit toch hele dagen thuis. Dus heb ik eindelijk de film kunnen maken waar ik al jaren over sprak. We stellen allemaal constant dingen uit - tot later, wanneer we tijd hebben - maar dat is nergens goed voor. Dankzij mijn doodvonnis ben ik veel beter gaan beseffen wat ik graag doe en wat niet. Ik laat me niet meer leven. Eigenlijk is mijn ziekte zo slecht nog niet."

Bernard spreekt vertraagd. Zijn stemgeluid doet me denken aan een VHS-cassette die een keer te veel is afgespeeld. Maar er zit wel vaart in zijn zinnen; hij stuwt ze voort, rondt ze vaak met een milde glimlach af. Als hij begint te spreken, vatten de donkere ogen vuur. Het zijn flakkerende kaarsen, omlijst door een zwarte montuur. Het haar ligt warrig. Het lijf is scherp, pezig haast.

Toch is Bernard ziek. In zijn hoofd woont onheil: een tumor, niet meer te genezen. De artsen gaven hem anderhalf, hoogstens twee jaar. Dat is bijna een jaar geleden.

"Sinds april vorig jaar ben ik in ziekteverlof. Allee, op pensioen, zeg ik altijd, want ik moet nooit meer terugkomen. Tenzij ik plots zou genezen, maar die kans is klein."

Hij neemt een koekje. "Negenendertig en al op pensioen, ik lach er soms eens mee. En iedereen altijd maar klagen dat we langer zullen moeten werken."

Machteld komt binnen. Kus op de mond van haar man, een hand die zachtjes door het haar glijdt.

Het voordeel van kanker, zegt Bernard, is de duidelijkheid. Je zegt sneller waar het op staat. Je ziet de dingen klaarder. Sinds hij weet wanneer hij ongeveer zal sterven, is hij eerlijker geworden, harder, strenger voor zichzelf. "Ziek zijn heeft ook voordelen."

Koffiezetten

Kanker komt altijd onverwacht. Je staat onder de douche en je voelt iets. Bij Bernard begint alles met een val. "Ik woonde nog bij mijn ouders, in Sint-Denijs-Westrem. Ik was met de fiets naar Gent gereden en terug thuis was ik naar een schilderij aan de muur van onze living aan het kijken toen ik plots viel. Knal, tegen het bureau van mijn vader, met mijn hoofd vooruit. Overal was er bloed. Mijn voorste tanden stonden helemaal los."

Een epilepsieaanval, zeggen de artsen. Verder onderzoek, een cyste in zijn hoofd. Niets om je zorgen over te maken, kom gewoon jaarlijks eens op controle.

Bernard vergeet de cyste. Hij is begin de twintig en droomt van een toekomst in de film. Aan de deur van zijn slaapkamer hangt een artikel over de Japanse regisseur Shinji Aoyama. Hij heeft net Eureka gezien, Aoyama's debuutfilm, en is onder de indruk. "In dat artikel zei Aoyama dat je als regisseur beter kunt wachten tot je veertigste om te debuteren. Het moment dat ik dat las, werd mijn toekomst opeens duidelijk: ik zou wachten tot ik veertig was en dan mijn eerste film maken."

Hij trekt naar het RITS en studeert af als audiovisueel assistent. Op de set van Wittekerke vindt Bernard een eerste baan. "Het laagste van het laagste: koffiezetten en zo. Ik was een schuchter ventje en voelde snel dat het mij niet lag. Ik kon niet blijven meewerken aan iets waar ik niet in geloofde."

Het Filmfestival van Gent biedt een uitweg. "Daar heb ik een paar jaar gewerkt, al was dat steeds tijdelijk. De rest van het jaar deed ik interimjobs in het onderwijs. Film in Schaarbeek, beroeps- en technisch onderwijs in Mechelen en na een tijd ook godsdienst op verschillende scholen. Tot ik op een dag telefoon kreeg voor een voltijdse job in het Sint-Paulusinstituut in Gent. Als godsdienstleraar, een knelpuntberoep. Ik heb meteen toegehapt."

Intussen heeft hij Machteld leren kennen; in 2002, op het Filmfestival van Gent. Zij is getuige van Bernards tweede epilepsieaanval. Een vies zicht, noemt ze het. "En vooral een signaal om hem opnieuw te laten onderzoeken."

Slecht nieuws: de cyste is een gezwel geworden. Goedaardig, dat wel. Bernard ondergaat een bestralingskuur.

"Opereren was een optie, maar bleek uiteindelijk te gevaarlijk", zegt Machteld. "Het gezwel lag te dicht bij een aantal cruciale hersenfuncties. Bernard zou misschien nooit meer kunnen spreken, of zelfs deels verlamd zijn. De neurochirurgen wilden er niet aan beginnen."

Jaar na jaar na jaar gaat het goed. Bernard en Machteld huren een appartement, kopen een huis, krijgen een kind, een dochter, en daarna een zoon. In 2011, meer dan tien jaar na de eerste epilepsieaanval, voelt Bernard opnieuw hardnekkige hoofdpijn. Vermoeidheid, denkt hij. Logisch, met twee kleine kinderen en een veeleisende job.

Tijdens de jaarlijkse controle komt de waarheid aan het licht: het gezwel dat eerst cyste en daarna goedaardig was, is kwaadaardig geworden. Bestralen kan niet meer. Een chemokuur wel. Bernard kan weer voort, tot hij in april 2014 van oncoloog verandert en hoort dat de tijdbom in zijn hoofd op ontploffen staat. De tumor is hooggradig geworden.

Machteld: "De vorige oncoloog had altijd gezegd dat je lang kunt leven met een tumor in je hoofd. Maar ja, wat is dat: lang leven? Tachtig jaar? Zeventig ? Zestig? We hebben echt om duidelijkheid moeten vragen. Tot de nieuwe oncoloog zei dat Bernard nog anderhalf tot twee jaar te leven had, volgens de statistieken is dat het gemiddelde. Meer niet."

Bernard: "Ik heb gewoon pech gehad. Zoals jij daarnet de verkeerde weg bent ingeslagen om naar hier te komen, zo kijk ik naar de tumor in mijn hoofd. Pure pech."

Op aanraden van de artsen stopt Bernard met werken. Een moeilijke beslissing, zegt hij. Hij gaf graag les.

Tumor Humor

15 april 2014. Op 'Brainstorm Bernard', de blog waarmee Bernard en Machteld na de noodlottige diagnose zijn gestart, verschijnt een bericht met als titel 'Tumor Humor'. 'Brainstorm krijgt ineens een heel andere betekenis', schrijven ze. "Vandaar de titel van deze blog. Ook 'grappig' vonden wij de vraag van Eulalie (hun dochter, LD). We legden een hele tijd geleden in kindertaal uit dat papa een 'bol' in zijn hoofd heeft. Ze vroeg welke kleur die bol dan wel had. Waar zo'n kind toch allemaal bij stilstaat.'

We zijn bijna een jaar later. Ik vraag hoe de kinderen ermee omgaan.

Bernard: "Vertel jij dat maar, schat. Jij bent daar beter in dan ik."

Machteld: "We hebben lang gedacht dat ze de ernst van de situatie niet inzagen. Ze zijn 6 en 4.

"Maar sinds kort merk ik dat ze zeer goed beseffen wat er aan de hand is. Vorige week zat ik met mijn dochter in de auto en op de achterbank hoorde ik haar aan een vriendinnetje vertellen dat haar papa niet met de auto mag rijden omdat hij een bol in zijn hoofd heeft. En dat als die bol groter wordt, papa doodgaat. Twee seconden later waren ze weer over heel andere onderwerpen aan het praten, alsof de dood van haar vader niets wereldschokkends is."

Bernard: "Zoals die keer toen je voorstelde om in hun klas over mij te komen praten."

Machteld: "'Ja!' riepen ze.'Leuk!' Ze keken ernaar uit dat mama naar hun klas zou komen. Dat ik over de dood van papa kwam praten, maakte blijkbaar weinig uit."

Bernard: "Misschien moet ik meegaan, terwijl ik in een kist lig. Dan kunnen ze wat met mij spelen."

Met humor komen Bernard en Machteld de dagen door. Hun houding verrast veel mensen, zeggen ze.

Machteld: "Kort na de diagnose zijn we naar Parijs geweest. We waren ons goed aan het amuseren, maar ondertussen kregen we sms'en van mensen die het nieuws over Bernard te weten waren gekomen. 'Wat horen we nu toch?' schreven ze. 'Het is verschrikkelijk.' We waren echt verbaasd dat al die mensen zo met ons inzaten, terwijl wij gewoon van een weekendje Parijs aan het genieten waren."

Bernard: "Iedereen gaat dood. Jij misschien nog vroeger dan ik. Je weet maar nooit, door een stom ongeval of zo. Het leven is simpel: je kakt, je pist en je gaat dood. Dat staat voor iedereen vast." Machteld: "Maar soms is het andersom en ben ik overbezorgd. Dan luister ik 's nachts angstvallig of je nog ademt."

Bernard: "Sterven in mijn slaap, het zou wel een mooie dood zijn."

En weer is daar die milde lach.

"Je moet elke dag blij zijn dat je wakker wordt", zegt Bernard. "Zo bekijk ik het."

Het voorbije jaar kreeg hij vaak de vraag hoe zijn bucket list eruitziet. Bucket list? Heeft hij niet. Wel is hij naar IJsland geweest, met Machteld, en naar Lourdes, met zijn vader. "Mijn ouders hadden er echt hun hoop op gesteld dat ik nadien genezen zou zijn, mij interesseerde vooral de mooie natuur."

Hij vertelt dat hij vrijer leeft dan vroeger. "Ooit heeft iemand me een verhaal verteld over een vrouw die wist dat ze nog maar zes maanden te leven had. Ze was getrouwd en had een zoon, een tiener. "Ik ga weg van jullie", zei ze en ze heeft met een vriendin nog zes maanden haar goesting gedaan. Fuck, dacht ik vroeger, zo'n harde vrouw. Intussen denk ik er anders over: ik begrijp haar, ze zouden mij ook niet kunnen tegenhouden."

Kanker legt je karakter bloot, zeg ik. Bij jezelf, én bij je omgeving.

Bernard: "Ik heb dat sterk gevoeld. Dat er mensen van wie ik dacht dat het vrienden waren, me toch begonnen te mijden."

Machteld: "Het moeilijk hebben om erover te beginnen, dat vooral".

Bernard: "Hoe dikwijls heb ik het niet gehoord: 'Als er iets is wat ik kan doen, bel je maar. Je kunt op mij rekenen.' Tot ik ze eens echt nodig had, en ze toevallig juist iets belangrijks aan het doen waren. Tot drie keer toe. Sorry, dacht ik, ik schrap je, ik heb je niet meer nodig. Daar moet ik hard in zijn."

Machteld: "Maar het omgekeerde is ook waar. Mensen van wie we het nooit hadden verwacht, kwamen wel dikwijls langs en hebben ons goed geholpen."

Bernard: "Ik heb gemerkt dat het bij veel mensen in mijn omgeving iets in gang heeft gezet. Zoals bij mijn zus, die aan het scheiden is. Er speelden ongetwijfeld nog andere redenen mee, maar door mijn ziekte besefte ze blijkbaar dat ze nog van alles wou doen in haar leven."

Zinloos geweld

Al jaren broedt Bernard op een langspeelfilm. Het scenario staat stilaan op punt: een terminale lerares droomt ervan dat haar leerlingen een doodkist in elkaar timmeren. Het is gebaseerd op waargebeurde feiten en zelfs regisseur Lieven Debrauwer (Confituur, Pauline & Paulette) schreef mee. Omdat de tijd Bernard inhaalt, maakte hij eerst een kortfilm.

Het thema is zinloos geweld. "Sommige mensen vragen zich af waarom ik dit onderwerp heb gekozen, en niet dichter bij mezelf ben gebleven. Maar ik liep al lang met het idee rond om iets rond zinloos geweld te maken. Ik maak me zorgen over mijn kinderen, over de wereld waarin zij groot zullen worden. Daar heb ik helemaal geen goed gevoel bij."

De film heet In a Landscape en is vorige zomer gedraaid in een landschap in Munte, Oost-Vlaanderen. In acht takes stond het erop. "We hadden geluk met het weer. We kregen alle seizoenen in één dag."

In a Landscape is een stijloefening. De camera beweegt nauwelijks, de maïs ritselt onheilspellend, er is weinig dialoog. "Ik ben een enorme liefhebber van slow cinema. Béla Tarr, Tsai Ming-liang, Theo Angelopoulos: hun werk vind ik geweldig. Of Violet van Bas Devos, ook een fantastische film."

In Leuven en Gent werd In a Landscape eind vorig jaar al getoond aan vrienden en familie. Ook enkele van Bernards voormalige studenten kregen de film te zien. "De reacties waren verrassend goed. De film duurt bijna twintig minuten, maar toch heb ik maar weinig gasten op hun horloge zien kijken."

Op het Gentse filmfestival Ciné Privé volgt vandaag de wereldpremière. Ook 20,000 Days on Earth, over Nick Cave, en Billy the Bully van Wannes Destoop (Badpakje 46) staan er op de affiche.

Net op tijd maakt Bernard zijn filmdebuut. Hij verjaart op 1 oktober. "Het is gelukt", zegt hij. "Ik heb voor mijn veertigste een film gemaakt, zoals ik altijd had gehoopt."

Thuis opgebaard

Anders dan gedacht moet hij nu al afstand van het leven nemen. Tenminste, dat zou je denken. Zittend aan zijn eettafel zie ik vooral een man die nog vol in het leven staat.

"Ik heb een lege agenda, ik doe wat ik wil. Ik ga regelmatig wandelen en ik kan een aantal vrienden meer bezoeken dan vroeger. In het weekend zijn ze dikwijls bezet, maar door mijn ziekte kan ik nu zelf kiezen wanneer ik langsga. Ik heb ook een tijdje in de gevangenis van Gent gewerkt, op vrijwilligersbasis. Ik ging er praten met gedetineerden die door iedereen in de steek waren gelaten. De allereerste man die ik heb bezocht, is inmiddels vrij. Af en toe gaan we samen naar zee of naar Antwerpen. Ik beschouw hem als een vriend. Ik wil er altijd voor hem zijn."

Autorijden mag Bernard niet meer. Soms heeft hij last van 'petit mals', steken in het hoofd. Hij zet nog steeds de vuilniszakken buiten, zoals vroeger. Machteld stopt nog steeds de kinderen in bad, zoals vroeger. Het lijkt een huishouden als een ander.

Dat is het niet.

Een tijd geleden gingen Bernard en Machteld naar de begrafenis van een oom. Daar deden ze ideeën op, zeggen ze.

Over de beschildering van de kist, de balseming van de overledene.

Bernard: "Ik zou graag thuis opgebaard worden. Niet in een frigo in een mortuarium."

Zoals het vroeger was, zeg ik.

Machteld: "Ja, inderdaad. Tegenwoordig vinden de meeste mensen dat vies, een lijk in huis. Ze zijn vol afschuw over de dood. Wij vinden dat net mooi, al is 'mooi' misschien niet het juiste woord. Maar als het dan toch moet gebeuren, kun je maar beter thuis liggen."

Bernard: "Ik zal wel nog iemand moeten aanstellen die ik zeker kan vertrouwen. Je hoort vaak dat de familie de laatste wensen van de overledene uiteindelijk toch niet uitvoert, omdat het te duur blijkt. Daar krijg ik het al van."

Machteld: "Het enige waar ik echt tegenop zie, is de massa volk die ik thuis zal moeten ontvangen om je te begroeten."

Bernard: "Dat is jouw probleem, niet het mijne. Leg wat bloed op mijn gezicht, ze zullen rap weg zijn."

Het wordt stilaan donker in de woonkamer. Machteld moet weg, de kinderen ophalen aan school. "Breng je nog een brood mee?" roept Bernard. Ook de koffie is op. Uit een kast haalt hij een groot wit blad. Hij ontrolt het, legt het op tafel. Op het blad is een raster getekend. In het raster staan data en locaties. Bernard zegt dat het een kalender is van alle filmfestivals waarvoor hij In a Landscape heeft ingezonden.

Ik zie festivals in Hamburg, Leuven en Rotterdam. In de lente, de zomer, het najaar.

"Inderdaad", zegt Bernard. "Ik zit vol plannen. Binnenkort zou ik aan mijn volgende kortfilm willen beginnen. Het scenario ligt al klaar."

---

In a Landscape wordt vanavond vertoond op Ciné Privé. Om 20u in het Havenrestaurant, Singel 31 Gent. cineprive.be

De blog van Bernard en Machteld is te volgen op brainstormbernard.wordpress.com

Info over In a landscape: www.facebook.com/kortfilminalandscape

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden