Vrijdag 07/10/2022

Een tuberculeuze muze

Enkele dagen voor haar dood bedacht Catherine Pozzi (1882-1934) dat slechts haar laatste zes gedichten echt goed genoeg waren om gepubliceerd te worden. Een halve eeuw geleden werd het bundeltje Poèmes uiteindelijk in Frankrijk gepubliceerd; sindsdien was het bijna onvindbaar geworden. De schrijfster, die jarenlang een stormachtige verhouding had met Paul Valéry, doemt weer even op uit de mist van de geschiedenis.

Catherine Pozzi

Die sechs Gedichte - Les six poèmes - The six poems

Vertaald door Friedhelm Kemp

en Howard Fine

Scalo/Edition 7L, 84 p., 27 euro.

Valéry kon het weten: in het hoofd van de vrouw die hem op een avond in Parijs anno 1920 een reeks emotionele implosies had bezorgd en met wie hij een intellectuele en erotische relatie was begonnen, woonde "een echte, wijze man die behekst werd door een stoet van personages - een knaap, een danseres, een actrice, een clergyman, Don Quichot, een onderofficier van de huzaren, een profeet, een braaf wicht en een zigeunerin, een Engelse cocotte, een protestantse juffer, een eerstejaarsstudent, Jeanne d'Arc, een vrouw van de wereld, een halve Savonarola en nog een hoop bekende figuren die elk om beurt bezit namen van haar lichaam". Catherine, die Valéry's aantekeningen netjes overschreef, becommentarieerde en redigeerde, had het kladje tussen zijn papieren aangetroffen en schreef de tekst over in haar dagboek. Haar geliefde Lionardo (het koosnaampje verwees naar Valéry's Introduction à la méthode de Léonard de Vinci) had echter één belangrijk personage over het hoofd gezien: 'het kind van goede wil' dat, zo noteerde de schrijfster trots, onbevlekt en eerlijk door het leven wilde gaan. Voor het overige zal ze wel in de wolken geweest zijn met het portret dat haar minnaar had geborsteld. Pozzi dweepte immers met noties als ziel en intuïtie, schreef over mystieke krachten die de mensen als golven, stralen of velden van energie omringden. Onze onzichtbare tweede huid, iets tussen boomschors en maliënkolder, kon zich dingen van vroeger herinneren, zelfs van voor onze geboorte. De schrijfster had haar theorie ineengeknutseld met wisselstukken uit de christelijke theologie, oosterse wijsheden en elementen die we vandaag in begrippen als 'erfelijkheid' of 'genetische code' zouden vatten. Voor dichters is dit gedachtegoed een geschenk van de goden: ze hoeven maar te wachten op signalen die oude, dichtgeslibde en nog onontgonnen lagen van onze herinnering aanboren, waarna associaties en assonanties hun werk doen. Ze moeten zich vooral te pletter schrijven, de ene versie van een vers na de andere op het papier gooien - als houtskooltekeningen die steeds opnieuw uitgeveegd worden en de herinnering van alle vorige vormen in zich meedragen, tot de figuren op het blad eindelijk hun draai hebben gevonden en tevreden zijn over het resultaat. Ook Pozzi schreef meerdere varianten van een zelfde gedicht, soms twee of drie per dag; over Ave deed ze een half jaar, Maya werd tussen januari 1932 en november 1933 geciseleerd. De dichteres becommentarieerde de verzen uitgebreid in haar (deels nog onuitgegeven) dagboeken en brieven - de correspondentie die Valéry met haar voerde, moest na de dood van de schrijfster verbrand worden, terwijl Catherines brieven aan Lionardo niet toegankelijk zijn voor onderzoekers. Wel heeft haar biograaf Lawrence Joseph Pozzi's Oeuvre poétique en haar correspondentie met Rilke gepubliceerd. Friedhelm Kemp, die de zes gedichten in het Duits heeft vertaald en ook een interessant commentaar schreef, merkt op dat haast alle woorden en beelden als afkortingen kunnen worden gelezen. Ze verwijzen naar betekenissen uit de wijde omgeving van het gedicht, naar biografische elementen en naar andere teksten. Elk van Pozzi's classicistisch ogende, in de Franse traditie van de zeventiende eeuw gecomponeerde gedichten is een klankbord, een conversation piece. Verzen van Valéry, Catullus of Louise Labé klinken op tussen de regels, terwijl de boze werkelijkheid ongeremd naar binnen waait. 'Scopolamine', de ene titel die zo schril afsteekt tegenover de klassieke en nadrukkelijk poëtische namen van de overige gedichten, is gewoon een van de pijnstillers die Catherine, die aan astma en tuberculose leed (en ook door tbc werd geveld), slikte. 'Vale' ontstond in 1926 in de nachttrein tussen Vence en Parijs, onder de invloed van een morfine-inspuiting; na een mislukte poging om Valéry te verlaten kwam Catherine zo tot rust en bedacht ze, zachtjes zingend in haar arme hoofd, "op het ritme van de trein, vers na vers, een vorm voor het lijden". Op 5 november 1934, net voor haar dood, schreef ze Nyx (Grieks voor 'nacht'), naar een sonnet van Louise Labé. Paul Claes heeft het gedicht ooit knap vertaald. Dit zijn alvast de laatste twee strofen:

O groot verlangen, o verrast ontladen O mooie reis van de verrukte geest O ergste kwaad, o dalende genade O open poort waar niemand was geweest Ik weet niet waarom dood me moet verdrinken Eer ik kom in het eeuwige domein. Ik weet niet in wiens macht ik zal verzinken. Ik weet niet wiens beminde ik zal zijn.

Je ne sais pas pourquoi je meurs et noie: hoe helder kan een zieke, stervende geest nog zijn? Hoeveel 'ik' is er nog in het lijf dat uitdooft en verdwijnt? Dichters als Catherine Pozzi hebben het Recht op Waardig Sterven uitgevonden. Poëzie is een vorm van euthanasie.

Eric Min

Paul Valéry vergeleek haar met een knaap, een danseres, een onderofficier van de huzaren, een profeet, een braaf wicht en een zigeunerin, Jeanne d'Arc en nog een hoop bekende figuren die elk om beurt bezit namen van haar lichaam

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234