Dinsdag 15/10/2019

Het kernkabinet

Een trouwer die geen hand schudt, kan het schudden?

Niet voor iedereen is handenschudden normaal. Een hand weigeren is voor sommigen juist een ­teken van respect, géén belediging. Beeld Belga

Mag een schepen een huwelijk weigeren omdat een van de trouwers hem/haar om reli­gieuze redenen geen hand wil geven? Velen vinden van wel. Maar is dat terecht? En wat heeft dat met het plaatsen van een kerststal te maken? Een essay van jonge denker Jogchum Vrielink, lid van 'het kernkabinet' van Zeno. 

De laatste tijd is er geregeld opschudding over handschudweigeringen.

In oktober kaartte de Gentse schepen Sofie Bracke (Open Vld) de kwestie aan. Op een huwelijksplechtigheid werd haar uitgestoken hand geweigerd door de bruidegom van een moslimkoppel: “Ik geef vrouwen geen hand, alleen mijn eigen vrouw.”

De schepen stond naar eigen zeggen en schrijven perplex (DM 15/10). Ze voltrok snel het huwelijk. Daarna richtte ze zich tot de man met de mededeling dat wat hij deed onaanvaardbaar was en ze stapte boos weg (om een opiniestuk te schrijven).

Eerste schepen van de stad Brussel, Alain Courtois (MR), gaat verder. Hij heeft sinds zijn aanstelling in 2012 al acht keer geweigerd een huwelijk te voltrekken in soortgelijke omstandigheden. In zes gevallen ging het om moslims. De andere keren betrof het een protestants en een joods koppel. Maar steeds was de weigering, van de vrouw, om de hand van de schepen te schudden van religieuze aard.

Courtois roept voor zijn ‘dienstweigering’ het neutraliteitsprincipe in. “Wanneer ik het bruidspaar ontvang, schud ik hen de hand en soms – in erg uitzonderlijke gevallen – weigert de dame dat. Meestal is dat om religieuze redenen. Ik antwoord dan dat er in het stadhuis geen religie is.”

Belediging

De Brusselse schepen kreeg steun van collega’s. Zo vond Els Ampe (Open Vld), eveneens Brussels schepen, dat Courtois zijn eigen oordeel mag vellen. Zelf zou ze ook weigeren. “Ik zou het huwelijk niet inzegenen, het komt over als een belediging.” Burgemeester Yvan Mayeur bleef eveneens achter zijn schepen staan. “Over de gelijkheid van mannen en vrouwen doen we geen toegevingen. Er kan geen sprake van zijn onze waarden overboord te gooien.”

Jogchum Vrielink. Beeld rv

N-VA-districtsvoorzitter te Antwerpen Paul Cordy zat op dezelfde lijn: “Je kunt niet zeggen: ‘Ik respecteer de samenleving niet, maar ik wil wel trouwen.’ In onze cultuur is de hand schudden een teken van respect.”

Ook professor rechtsgeleerdheid Frank Fleerackers (KU Leuven) zag juridische argumenten waarop Courtois zich kan beroepen. “Het huwelijk is een plechtig contract, waar de wetgever in het verleden veel waarde aan heeft gehecht. Als het huwelijk zo’n belangrijke pijler is, maar iemand zich met een teken – de weigering van een handdruk – onttrekt aan onze rechtsstaat en onze algemene rechtsbeginselen en zo de sharia boven onze wetgeving plaatst, dan kan men zich de vraag stellen of we die ­persoon moeten toe­laten om te trouwen.”

Strafbaar?

Beledigend zou de handschudweigering dus om te beginnen zijn volgens velen. Een twitteraar maakte zelfs de analogie met een koppel dat een schepen uitscheldt voor ‘klootzak’: het weigeren van een uitgestoken hand zou net zozeer ­belediging of smaad opleveren. En iemand die strafbaar gedrag vertoont, die kun je toch de laan uitsturen?

Dat laatste klopt, maar het eerste niet: de analogie faalt juridisch. Niet elke ervaring die mensen als kwetsend ervaren, is rechtens verboden. En gelukkig maar, anders zou er van onze vrij­heden bar weinig overblijven. Bovendien is voor een strafbare belediging of smaad aantoonbare kwaadwilligheid vereist, een zogeheten animus injuriandi (de wil om te schaden). Daarvan is hier geen sprake: een hand weigeren is voor de betrokkenen veeleer een teken van respect en juist geen belediging. Je kunt dat gek vinden of anders ervaren, maar zo beleven en bedoelen zij dat.

Oké, maar mag je – zelfs als het niet om een strafbare belediging gaat – wel verwachten dat een ambtenaar of schepen, die zich subjectief beledigd vóélt, zijn job nog uitvoert?

Het antwoord daarop luidt ‘duh’. Wat zou immers de logische consequentie zijn van een vrijbrief om te weigeren in dit soort gevallen? Mogen alleen mensen die zorgvuldig alle beleefdheids-, samenlevings- en culturele regels van hun huwelijksvoltrekker respecteren dan nog trouwen?

Verplichte tongzoen

Courtois stelt laconiek dat koppels een andere schepen kunnen vragen, na zijn weigering. Maar als het iedereen vrij staat te doen zoals hij, bezorgt men burgers dan voortaan lijstjes van wat je exact bij welke schepen ­absoluut móét doen of juist niet mág doen?

Zoals auteur Tom Naegels opmerkte op Facebook: “Niemand zou het aanvaarden als de ambtenaar van de burgerlijke stand ons op ons huwelijk zou vragen om iets te doen wat we niet willen, omdat hij dat beleefd vindt: die ambtenaar kussen, een blotere jurk dragen, een lied zingen, de bruid een vette tongzoen geven… Het is onze dag en wij bepalen de grenzen.”

Naegels raakt de kern van de zaak: Courtois zet de zaken op zijn kop. Dat is ook en vooral in juridisch opzicht het geval.

België verplicht zijn burgers immers om voor hun huwelijk langs de staat te passeren (en terzijde: huwen is een grondrecht). De Grondwet en de strafwet eisen zelfs dat een burgerlijk huwelijk wordt gesloten vóór een religieus huwelijk. Hier zitten we met een schepen die, zonder wettelijke grondslag, eist dat burgers hem bij die gelegenheid begroeten op een manier die tegen sommige levensbeschouwingen indruist. En dan zou die schepen door de subjectief ‘kwetsende’ aard van een weigering van die opgelegde begroeting zijn werk niet meer kunnen doen?

Dat zou zijn alsof ik van studenten zou eisen dat ze me bij examens eerst drie kussen komen geven (want: mijn cultuur en traditie en zo), om vervolgens niet alleen elke weigeraar te buizen, maar mezelf bovendien als de gedupeerde voor te stellen.

Denkfout

Maar klopt het wel dat er geen juridische grondslag is voor de weigering? Wat met de rechts­statelijke overwegingen van Fleerackers en Courtois’ eigen neutraliteitsargument?

Beiden lijken een denkfout te maken. Ja, de overheid moet rechtsstatelijke waarden, waaronder neutraliteit en gelijkheid, respecteren. Maar dat geldt lang niet altijd voor de burger. Integendeel. De rechtsstaat beschermt de ­burger juist tegen een te grote bemoeienis door de staat. Zeker waar het gaat over hun levens­beschou­wing.

Burgers mogen over grondrechten en allerlei rechtsstatelijke waarden een andere mening hebben dan degene die vervat ligt in de Grond­wet en het Europees Mensenrechtenverdrag. De wet­gever noch de uitvoerende macht mag burgers verplichten om in al hun handelingen de ideeën van de overheid inzake gelijkheid, neutraliteit en tolerantie over te nemen.

De burger als ministaat

Het is tegenwoordig een veelvoorkomende misvatting dat niet slechts de staat alle liberale rechtsstatelijke waarden hoog in het vaandel moet dragen. Ook burgers zouden in het diepst van hun gedachten kleine rechtsstaatjes moeten zijn: strikt neutraal, immer non-discriminatoir en tolerant voor alles (behalve voor intolerantie, natuurlijk).

Die idee is gevaarlijk en komt net neer op een negatie van de logica van grondrechten en de rechtsstaat. De overheid mag geen levensbeschouwing uitdragen. Maar waar zij dat uitgangspunt zonder meer oplegt aan haar burgers, wordt zij zelf totalitair.

Een schepen die voorschrijft hoe iemand die in het stadhuis komt trouwen hem/haar moet groeten, maakt dan ook een fout. De schepen vertegenwoordigt in die context de staat. Hij/zij staat daar in ambtelijke functie en heeft zich niet te bemoeien met de levenskeuzes van de burgers die voor hem/haar verschijnen.

Niets aan de hand?

Betekent dat dan dat er nooit een punt gemaakt kan worden van handschudweigeringen om religieuze redenen? Nee. Zo ligt het vaak anders in tewerkstellingscontext, zéker waar het gaat om de overheidssector. In Nederland bestaat daar al wel wat rechtspraak rond.

Zo wees de gemeente Rotterdam in 2006 een sollicitant af voor de functie van klantmanager bij de sociale dienst. Reden: de man weigerde, als orthodoxe moslim, vrouwen een hand te geven, wegens zijn geloofsovertuiging.

De gemeente argumenteerde dat dit de verhouding met de klanten zou verstoren en dat de klantmanager in alle situaties “rekening moet houden met en handelen volgens de algemeen geaccepteerde sociale omgangsvormen”.

Tweesnijdend zwaard

De man vocht zijn afwijzing aan, maar zowel in eerste aanleg als in beroep ving hij bot. Het gerechtshof in Den Haag vertrok daarbij vanuit het gegeven dat de weigering om een uitgestoken hand te schudden, door veel mensen “in de Nederlandse samenleving als kwetsend en beledigend zal worden ervaren”. Daardoor schaadt het gedrag de relaties tussen de klant en de gemeente.

“Daarbij is van belang”, zo overwoog het hof verder, dat de gemeente als overheidsorgaan “neutraliteit dient uit te stralen naar alle burgers, ongeacht geslacht”. Voor de klantmanager is het “als vertegenwoordiger van de gemeente” dan ook bij uitstek van belang dat hij “klanten tegemoet treedt op een wijze die door hen niet als respectloos en kwetsend wordt ervaren”.

Dat lijkt me terecht. Maar die redenering is een tweesnijdend zwaard: waar overheidsneutraliteit in de Nederlandse zaak afwijzing van de handschudweigeraar rechtvaardigde, noopt datzelfde beginsel in de Belgische zaak tot inschikkelijkheid van de schepen.

Bij de handelswijze van Courtois past daarom slechts hoofdschudden.

Kerststal verwijderd

Tot slot nog een bijgedachte: net degenen die het neutraliteitsbeginsel willen uitbreiden naar trouwende burgers, verdedigen te vuur en te zwaard de aanwezigheid van kerststallen in overheidsgebouwen. Zo bleek afgelopen week, toen de N-VA het weghalen van een kersttafereel in het gemeentehuis van Kortrijk-Dutsel (Holsbeek) – met veel gevoel voor nuance en proporties – een aanslag op ‘onze normen en waarden’ achtte.

De kerststal op de Brusselse Grote Markt. Beeld Wouter Van Vooren

Ook ik vind dat er rond kerst best plaats mag zijn voor Jezus & co. Niet alleen in de herberg, maar desgewenst ook in het gemeentehuis. Maar je kunt niet het ene moment voor een dermate radicale scheiding van kerk en staat zijn dat je zélfs burgers wil verplichten tot laïcering, om een dag later ‘lessen in democratie’ te eisen voor degenen die zo’n strikte scheiding willen toepassen waar die (wel) verdedigbaar is: bij de overheid.

Tijd voor sommigen om de hand in eigen boezem te steken?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234