Vrijdag 07/08/2020

'Een traan in de zaal, daar doen we het allemaal voor'

door bart eeckhout / Foto Stephan Vanfleteren

Wat drijft de acteur? 'Een lach opwekken bij een individuele mens in het collectief van een zaal. Of een traan, desnoods', antwoordt Koen De Graeve. Hij heeft makkelijk praten, want hij beheerst de kunst steeds beter. Stilaan raakt ook de wereld daarvan overtuigd.

Van Erik Van Looy wordt gezegd dat hij bij filmpremières telkens de eerste tien minuten in de zaal gaat zitten om te horen of de eerste grap wel goed valt. Voor wat Loft betreft mag de regisseur gerust zijn. Hij was er dan wel niet, vorige dinsdag, in de voor een middagvoorstelling verrassend goed gevulde Brusselse cinemazaal, maar na tien minuten werd er gelachen. Hard gelachen. Dat is niet kwaad voor een thriller over overspel en uiteenspattende vriendschap.

De lachsalvo's bij Loft zijn in zeer grote mate de verdienste van acteur Koen De Graeve (36), Marnix of 'Den Dikke' in de film. Den Dikke is de minst donkere, minst gecompliceerde van de vijf vrienden die er samen een loft op na houden om er te doen wat thuis niet mag. Een loebas, zoals ze zeggen, met een neus voor drank en een erg fout gevoel voor humor. Zijn uitspraak "Het zaad van een maat kan geen kwaad" riskeert niettemin een plaats te verwerven in het Vlaamse collectieve geheugen, of ten minste in de gemiddelde studentenkroeg.

De mensheid heeft het nog niet helemaal in de gaten, maar het gaat tegenwoordig erg hard met de acteur Koen De Graeve. Zijn werk in het theater, de laatste jaren eerst bij de KVS en nu bij de gezelschappen Olympique Dramatique en Lazarus, wordt even overschaduwd door film. Met opeenvolgende hoofdrollen in Dagen zonder lief (2007), Los (2008), Loft (2008) en straks De helaasheid der dingen (herfst 2009) is De Graeve dan ook te zien in de populairste of alleszins meest geanticipeerde Vlaamse films van het moment.

Dat daar nog niet meteen een status van filmster van gekomen is, heeft veel te maken met bescheidenheid. Het zegt iets over de mens Koen De Graeve, maar vooral ook over zijn visie op acteren. "Dit is fantastisch werk, mijn passie en mijn aandrang, maar verder moeten daar niet te veel complimenten over gemaakt worden", meent hij. "Acteren is over de heuvel geraken, elke dag opnieuw en telkens weer hoger. Als dat lukt, is dat fijn en maak je een mooie buiging voor het publiek. Soms lukt het niet, tant pis, morgen is er weer een voorstelling."

Praten over zijn professie doet hij nochtans gul en gretig - zie hieronder - maar daarom niet noodzakelijk in de krant. "In de media passeren zoveel nitwits en nozems. Ik heb geen enkele behoefte om daar bij te horen. Nu ik een paar grappen verteld heb in Loft of Los bestaat het risico dat ik ook een soort BV word, ja. Maar ik ga niet met zangeressen op ijs schaatsen of liedjes zingen in een weekendshow. De programmamakers kunnen zich bij deze het telefoontje besparen. Het is neen en het blijft neen."

De eenzaamheid van de clown

In Los van Jan Verheyen, in Loft van Erik Van Looy maar daarvoor ook al in Dagen zonder lief van Felix Van Groeningen werd Koen De Graeve gecast als de vrolijke Frans, altijd in voor een mop. Typecasting loert om de hoek. "Filip Peeters heeft er me onlangs nog voor gewaarschuwd. Mij maakt het niet uit", zegt de acteur. "Ik heb nu drie keer op rij de rol gespeeld van de komische sidekick, maar er komen ook andere dingen mijn kant uit. Als acteur is het telkens weer mijn betrachting om op een vrije manier te kunnen functioneren binnen een goed verhaal. Daarmee bedoel ik niet zozeer de theatertekst of het scenario. Het verhaal is de tocht die je maakt met de mensen met wie je samenwerkt. Het vooruitzicht van zo'n tocht is voor mij belangrijker dan de zekerheid vooraf over de afloop."

"De rol in Loft is niet specifiek op mijn lijf geschreven. We zaten rond de tafel met het scenario, zoals we dat ook in het theater doen bij Olympique Dramatique of Lazarus. Het kwam zo uit dat ik Marnix zou gaan spelen, maar persoonlijk had ik een voorkeur voor de rol van Luc (Bruno Vanden Broecke in de film, BE), een wat introverter, donkerder type. Je zou evengoed kunnen zeggen dat die rol op mijn lijf geschreven was.

"Bij De Onderneming hebben we ooit voor een voorstelling, De vliegenier (1996), met alle mannen alle mannenrollen ingestudeerd, en de vrouwen alle vrouwenrollen. Het publiek mocht dan elke avond opnieuw kiezen wie welk personage speelt. En, warempel, elke avond kwamen toeschouwers ons zeggen dat de rolverdeling die zij gekozen hadden echt wel de best mogelijke was. Mensen geloven wat ze zien. Dat maakt theater of film zo spannend. Het is mensen dóén geloven wat ze zien.

"De rol van Den Dikke lijkt de lichtste, maar het is wel een noodzakelijk personage in het verhaal. Zijn lichtheid zet de donkerte van de anderen in de verf. Als ik een grap vertel en twee mensen rond de tafel lachen niet mee, creëer je een spanningsboog. Humor legt krachtsverhoudingen bloot. In Marnix zit veel van de eenzaamheid van de clown. Aan iemand die overal een grap achter zoekt, ga je niet je persoonlijke problemen vertellen. Als jij niet kunt lachen om mijn moppen, zegt dat veel over onze relatie. De kans is klein dat je mij dan een aangenaam mens vindt."

Humor binnenbrengen in een overigens ernstige film of theatervoorstelling is een kwestie van de teugels strak aan te houden. Het is de verleiding weerstaan om voor het gemakkelijke succes van de karikatuur te gaan, weet Koen De Graeve. "Dit is geen stand-up comedy. Het niet lachen, of net het wel lachen, zorgt voor gêne, voor schaamte. Dat is een gevoel waarmee ik als acteur aan de slag kan. Laten we daar verder niet teveel over doordrammen. Uiteindelijk ga ik ook maar gewoon in mijn omgeving op zoek naar karaktertrekken van mensen die ik kan overnemen. Ik ken ze, de grote muilen waarbij je in de grond zinkt van plaatsvervangende schaamte."

Brutaal en vitaal spel

Dus toch weer de acteur als voyeur van zijn eigen omgeving. De Graeve: "Ik imiteer niet, speel geen typetjes na. Vriendschap is besmettelijk. Soms hoor je een vriend krek dezelfde grap maken als die die jij net bedacht hebt. Omdat je op dezelfde manier gaat denken en functioneren. Soms zit er een flard van mijn broer of van mijn vader in een personage of een denkwijze, maar ik haal die niet expliciet naar boven. Ik stop geen gedragingen in bokaaltjes die ik maar op het goede moment uit het rek te halen heb.

"Die trekjes sluipen onverhoeds in mijn personages. Vaak heb ik zelf pas achteraf door waar de inspiratie vandaan komt. Als ik naar mezelf kijk, kost het sowieso tijd om daar niet de acteur Koen De Graeve te zien staan. Pas na een vertoning of twee kan ik me laten bedwelmen door mijn eigen personage, zoals je als kijker bedwelmd raakt door de andere personages."

In de verfilming van De helaasheid der dingen, naar de bestseller van Dimitri Verhulst, zal Koen De Graeve kunnen tonen dat hij meer dan een clown is. Bovenal is hij, zowel op het theaterpodium als in de cinema, een fysiek erg aanwezige, lijfelijke acteur. Die brutaliteit en vitaliteit zullen goed van pas komen om de rol te vertolken van de vaderfiguur uit de roman, de alcoholverslaafde postbode. De Aalsterse tongval zit al goed, dat de figuur gebaseerd is op een inmiddels overleden reële persoon, deert niet.

"Natuurlijk lees je het boek en het scenario anders als je weet dat dit een geromantiseerde maar wel op ware feiten gebaseerde autobiografie is", beseft De Graeve. "Als acteur fantaseer je je een personage, maar in dit geval plaats je die fantasie meteen in de straten van Aalst, waar die man ook echt rondgelopen heeft. Ik ken die buurt ook zelf een beetje. We hebben gesprekken gevoerd met mensen die de familie gekend hebben, maar ik ga niemand nabootsen. Ik zal die mens spelen zoals ik hem voel.

"Ik kan alleen maar spelen zoals ik ben. Het is de volle honderd procent of het is niets. Ik moet mezelf mee kunnen brengen. Ik heb een grondige hekel aan het 'less is more'-acteren. Elke zin hoeft niet gebruld te worden, ook het kanaliseren van energie kan vruchtbaar zijn. Maar ik moet wel aanwezig mogen zijn. Met mijn fouten. Een verspreking of een foute ingeving brengt net zo goed zuurstof in een voorstelling. Je begeeft je op een hellend vlak, gevaarlijk terrein, terra incognita. Je daagt jezelf uit, dwingt jezelf tot oplossingen. Minimalisme in het acteren is mijn fort niet. Ik vind het niet bijzonder intelligent, niet bijzonder moeilijk. Ik vind het vooral niets."

Een aanval op het afstandelijke, ironiserende theater dat in Vlaanderen de rigueur is sinds de verschijning van Compagnie de Koe en tg Stan in het begin van de jaren negentig, is dat niet. "Zij hebben het theater voor onze generatie bevrijd. Acteurs zitten vandaag niet meer vastgeklonken aan hun personages met eeuwig vastliggende emoties. Zij hebben het moment, het onmiddellijke in het theaterspel binnengebracht. Damiaan De Schrijver is een persoonlijke held. Hij kan dwars door een voorstelling stappen, maar dan wel altijd omdat hij vindt dat het zo moet zijn. Als hij uit het plaatje stapt - en hij stapt vaak uit het plaatje - dan is dat nooit gratuit. Het is zijn manier om een persoonlijke emotie aan te duiden."

Vrijer, Vuiler, Rock-'n-roll

"Het probleem zit bij zijn talloze en minder getalenteerde imitatoren. Het acteren in het moment mag niet doorslaan naar enkel nog een tekst debiteren, met je gezicht face naar de zaal. Dan verbied je de verbeelding. Het is een pseudo-intellectuele manier om jezelf te verstoppen, om je eigen persoonlijkheid vooral niet te hoeven meebrengen. Het verraadt gemakzucht, alsof je een tekstrepetitie voor een levend publiek houdt."

Daartegenover plaatst Koen De Graeve een rusteloos zoeken naar authenticiteit. "Noem het twijfelen, altijd weer twijfelen. Ik moet mezelf wel meebrengen op scène. Anders voel ik me leeg achteraf, een bedrieger. Ik ga voor rode kaken in de zaal. Als acteur wil ik niet zomaar mijn job 'goed gedaan' hebben. Ook het publiek moet meegegaan zijn op de tocht door ons verhaal. In het theater heb je dat als speler meer zelf in de hand dan in film. Je bent er autonomer omdat je alles zelfstandig bepaalt, van tekstkeuze tot belichting. Je klikt je aan elkaar vast en daagt elkaar uit. Hoger spelen. Vrijer. Vuiler. Rock-'n-roll!"

Merkwaardig dan toch dat De Graeve nu zo fors in film investeert, waar techniek, regie en montage die autonomie fel inperken. "Je bent er hoe dan ook een kleinere schakel in het geheel. Je kunt een prachtige scène gespeeld hebben, maar drie maanden later blijkt ze volledig achterstevoren gemonteerd in de film te zitten. Daar heb je je bij neer te leggen. Dan nog geef ik me voluit. Het moet nu eenmaal volle bak zijn. Dat maakt het wel enorm vermoeiend. Je schiet voortdurend alle kanten uit, in de hoop dat anderen daar dan het beste uit samenknippen-en-plakken.

"Er zijn wel filmregisseurs die die vrijheid toelaten of zelfs opzoeken op de set. Felix Van Groeningen is er zo een. Hij is ook van het alles-of-nietstype. Bij de opnames van De helaasheid der dingen is dat weer zo. Felix zoekt bewust de limieten op. Jan Verheyen is het complete tegendeel daarvan. Hij brengt enorm veel energie mee op de set, zodat iedereen zich bij hem goed kan voelen. Leuk, maar de echte inhoudelijke acteursbegeleiding eindigt bij hem eigenlijk bij de casting. Daarna moet iedereen maar een beetje zijn best doen. Geen probleem voor mij, want ik maak mijn huiswerk heus zelf wel. Als ik sommige van zijn films zie, heb ik toch een stijf vermoeden dat niet iedereen die verantwoordelijkheid kan opnemen.

"Erik (Van Looy, BE) gaat dan weer door het leven als de fluisterregisseur, die enkel op kousenvoeten bijstuurt. Onderschat hem niet. Hij weet verdraaid goed waar hij naartoe wil en hoe hij zijn groep in die richting krijgt. Hij heeft een voorliefde voor spelers die hem durven te verrassen. Dat is eigenlijk wel opmerkelijk voor een regisseur die zelf nooit gespeeld heeft."

Plots verschijnen er pretlichtjes in de ogen aan de andere kant van de tafel. Een ambitie ontluikt. "Loft is straf in het genre van de publieksfilm, maar hier eindigt het verhaal niet. Ons moment komt nog. Ooit komt de dag dat we ook in de film voor de autonomie gaan. Dat we alles zelf doen zoals wij het willen doen." Met een verlegen lachje wordt de droom weer weggekucht.

Maar wie is de 'we' in deze wens? "Iemand als Bart De Pauw bijvoorbeeld heeft het in zich om op een dag het grote publiek achter zich te laten en voor een veel radicaler scenario te kiezen. Die zucht naar morele extremiteit zit al in Het geslacht De Pauw. Daar danst hij al van het hilarische naar het wansmakelijke."

Ook met de vrienden van Olympique Dramatique zijn er vage plannen. "We hebben wel wat half afgewerkte scenario's in de schuif liggen. Het is te wijten aan onze legendarische laksheid dat die daar voorlopig blijven steken. Of neem Tom Van Dyck. Voor de nieuwe Woestijnvisserie Van vlees en bloed (vanaf december op Eén, BE) heeft hij een fantastisch scenario geschreven. De sfeer zit helemaal juist met karakters die niet eendimensionaal te vatten zijn. Ruime personages die handelingen stellen ondanks zichzelf. Het sterkt me in mijn gevoel dat de tijd rijp is voor dit soort producties. HBO in Vlaanderen, dat moet de norm zijn. Over vijf jaar kunnen we al zover staan. Met de steun van de overheid, als het kan, en anders gaan we wel op een ander."

Het leven daarbuiten

Van Woestijnvis/HBO is het anders wel een forse stap naar Lazarus, het gezelschap waarmee Koen De Graeve vandaag in de marge van het theaterlandschap opereert. "Er is geen spagaat of tegenstelling. Ik shop waar ik mijn gerief vind. Lazarus is een vrijhaven en dat zal het des te meer worden als we binnenkort eindelijk structurele subsidie zouden krijgen", richt De Graeve zich met ironisch nadrukkelijke stem tot het bandopnemertje. "Als we het financiële vertrouwen van de overheid krijgen, is dat niet om het zoveelste middelgrote gezelschapje te worden. Klein zijn bevalt ons wel, in de mate dat het ons vrijheid geeft."

De vrijheid bijvoorbeeld om ook 'klein' te mogen spelen. "Als je pakweg in de Bourla staat, moet je er rekening mee houden dat je twintig rijen ver verstaanbaar blijft. Fluisteren lukt daar alleen met microfoons. Een voorstelling van Lazarus speelt gewoonlijk voor een zaal van tweehonderd mensen. Dat geeft de mogelijkheid om je te verdiepen in de kleinheid. Daar kan ik soms naar snakken. Altijd voor de grote zaal spelen werkt afstompend. Ook voor een toeschouwer kan het net een enorme kick geven om in een zaal van zeventig mensen een stuk te zien dat bedoeld is voor zeventig mensen. Speel dat in de Singel en de magie is weg.

"Niet elk verhaal is even groot. Het is de grote vergissing van het huidige cultuurbeleid. Iedereen moet samenwerken, fusioneren, groter worden en een ruimer publiek bereiken. Sommige verhalen zijn niet gediend met een groot publiek. Toch moeten ook zij verteld worden. Het is de geheimzinnigheid van het leven die mij het meeste vervult. Het leven is niet reality-tv. Niet het internet. Het leven ligt daarbuiten. In de kroeg, in de bossen, in de kleine theatertjes.

"Het onderscheid tussen grote en kleine kunst boeit me niet. Ik doe wat ik denk dat ik moet doen. Voilà. Mijn pretentie ligt niet in de eeuwige roem. Over vijfduizend jaar is er werkelijk niemand die nog weet dat ik hier rondgelopen heb, dus bespaar me het gezeur over wat kunst allemaal moet zijn om groots te zijn.

"De kracht van het medium theater ligt net in de vluchtigheid ervan. We bieden ons publiek telkens weer een unieke ervaring aan. Een topavond opent de geest. Je hebt het gevoel dat je iets uitzonderlijk gedeeld hebt met je medespelers en met je publiek. Dan kun je de wereld wel weer even aan. Ook al besef je dat je 's anderendaags weer die heuvel op moet. Het is dan de kunst om de vorige avond te vergeten. De lat telkens hoger willen leggen is zinloos, contraproductief zelfs. Dan ga je overdrijven, valsspelen. Dus moet je de lat net lager durven te leggen, jezelf durven in te tomen. Vertrouwen op je kunde en op je nieuwsgierigheid, die je niet kunt verliezen, ook als er een dag voorbijgaat zonder geniale ingeving."

Daar had hij het vroeger wel eens moeilijk mee, geeft De Graeve toe. "Vroeger voelde ik me schuldig als er een dag passeerde zonder dat ik 'creatief' bezig was. Dan stond ik om drie uur 's nachts op omdat er een zin door mijn hoofd schoot, die ik kon gebruiken voor een liedje. Intussen besef ik dat die zin er 's ochtends ook nog wel zal zijn, als ik hem echt nodig heb. Dat zelfvertrouwen om je klein en onzichtbaar te durven maken, komt met de jaren. En dan af en toe weer eens groot durven gaan. Af en toe, zonder overdrijven."

Over het feit dat hijzelf meer dan 'af en toe' groot gaat, op het witte doek of op het plasmascherm, moet De Graeve zich naar zijn eigen gevoel niet te vaak verantwoorden in eigen midden. "De tijd van de grenswachters van de marge is echt wel voorbij. Ook acteurs uit kleinere gezelschappen duiken op in Kinderen van Dewindt of Zone stad. Er moet per slot van rekening brood op de plank komen. Zelf spreek ik wel eens een radiospotje in. Heel leuk werk, easy money voorts. Daar krijg ik soms commentaar op, maar ik heb nu eenmaal een kroostrijk gezin te voeden", lacht hij.

"Het is geen toeval dat ik nu een aantal films na elkaar gedraaid heb. Ik heb dat op mij af laten komen omdat ik nood had aan nieuwe ervaringen, een verruiming van de blik. Een toneelgroep geeft de charmante geborgenheid van vriendschap. We kennen elkaars kleine kanten. Die wetenschap zorgt voor rust, zelfs als het een keer botst. Maar ik wil me niet begraven in dat veilige groepsgevoel. Met de frisse neus die ik nu haal, kan ik straks weer voort in het theater."

de Schoonheid van de oeverloosheid

Een groepsdier is De Graeve anders wel. "Het klotst al een tijdje door mijn hoofd om eens een monoloog te maken. Ik betwijfel of het er ooit van komt. Technisch zou het me wel lukken, maar sociaal zou ik eraan kapotgaan. Ik heb volk rond mij nodig. Het lijkt me de hel om elke dag in je eentje in je auto te stappen en het land af te hotsen met een solovoorstelling."

In het theater zoekt Koen De Graeve dan ook graag zijn toevlucht in het collectief. Zowel bij Olympique Dramatique als bij Lazarus beslist niet de artistieke leider of de regisseur maar de groep als geheel over alle aspecten van de enscenering. "Het grootste voordeel is dat je verplicht bent om over alles mee te denken. Dat is ook het grootste nadeel", zegt De Graeve met de glimlach. "Het probleem is dat iedereen baas wil spelen maar niemand ook echt de baas is. Extreem vermoeiend is dat, al die therapeutische gesprekken.

"Als er niemand de knopen doorhakt, schuiven alle beslissingen op naar de laatste week. Telkens opnieuw trappen we in die val. Dat creëert chaos, maar ook spanning en broeierigheid. Heb je net een mooi decor bedacht, dan is er altijd nog wel eentje die dat decor weer helemaal weg wil. De schoonheid van die oeverloosheid is wel dat als je dan uiteindelijk beslist iedereen er wel volledig achterstaat. Dat is toch wat anders dan bij een traditioneel gezelschap waar de regisseur met een scenograaf en een paar podiumbouwers aan de slag gaat, en je als acteur maar moet zien waar je terechtkomt."

Of de keerzijde van zoveel basisdemocratie toch niet de wet van de sterkste blijft, waarbij de grootste bek uiteindelijk zijn zinnetje doordrijft? "Dat heb je ook in een gewoon gezelschap", repliceert De Graeve. "Ik heb voorstellingen meegemaakt waar de acteur die het luidst kon roepen, bepaalde hoe er gespeeld zou worden. Het leuke aan collectief theatermaken is dat je de energie van de ander ten volle benut. Je hoort de ideeën van je tegenspeler niet alleen over de scène die je toevallig samen deelt, maar ook over de andere scènes, ook over de belichting, ook over het decor.

"Er is wel een gevaar dat er uiteindelijk geen keuzes gemaakt durven worden. En als je een keuze maakt, is het dan wel de goede? Die stress zit er toch altijd in. Dat is twee weken niet eten en niet slapen. Voor De kale zangeres (2004) hebben ze bij Olympique Dramatique een week voor de première eens laten berekenen wat het zou kosten om alle al verkochte kaartjes terug te betalen. Van pure paniek was dat. Uiteindelijk bleek dat alle acteurs zowat twaalf jaar zouden moeten afbetalen om die kost te dragen. Dus zijn ze toch maar doorgegaan. Ze hebben er een bom van een voorstelling van gemaakt. Maar wel allemaal zes kilo lichter. Bij de laatste voorstelling, Kunstminnende heren, was het weer van dat. Ze zijn uiteindelijk maar aan 57 minuten geraakt, maar wat voor een 57 minuten."

Een grote verdienste van (onder meer) Olympique Dramatique is dat het de gulle lach terug in de podiumkunst gebracht heeft. Het warmevoetengevoel noemt Koen De Graeve dat. "Manou Kersting (acteur, bekend van De matroesjka's, BE) heeft me dat ooit eens gezegd. In theater moet je durven gaan voor een soort warme meligheid van het collectief. Vergelijk het met de warmte die een kind kan voelen als het zijn ouders en zijn nonkels rond de tafel ziet schaterlachen. Dat kind begrijpt misschien niet goed waarom er gelachen wordt, maar het voelt er zich wel gelukkig bij en het lacht mee. Zo is dat ook bij het publiek. Stuk voor stuk zijn dat meestal goed opgeleide, keurige, rationele mensen. Toch kun je ze scheef in hun stoel laten hangen van het lachen door een opeenstapeling van herkenbare, onnozele, absurde situaties."

Het is dat wat de acteur Koen De Graeve voortdrijft. "Een lach opwekken bij een individuele mens in het collectief van een zaal. Of een traan, desnoods. Daar doen we het allemaal voor. Ik kan mijn dochter doen huilen, elke vader kan dat. Als theatermaker moet je straffer uit de hoek komen, want je moet de schroom van het publiek als groep overwinnen. Maar als je in die groep de individuele kijker tot een traan kunt dwingen en tegelijk al die individuutjes dezelfde emotie kunt laten voelen, dan is dat voor een speler de schoonst mogelijke cadeau.

"Dat is de brandstof die je naar de volgende scène stuwt. Niet dat je daar bewust naar op zoek gaat, want dan werkt het meestal niet. Als je te nadrukkelijk naar een emotie op zoek gaat, knijp je net de strot van het publiek dicht. Je hebt die dynamiek niet in de hand, je weet zelfs niet altijd dat je meegevoerd wordt in die trip. Maar op het eind, als het zaallicht aanfloept, komt het besef. 'Fuck it, maat. Wat was dat?'"

'Loft' is geen eindpunt. Ooit komt de dag dat we ook in de film alles zelf doen zoals wij het willen doen

Het is de volle honderd procent of het is niets. Ik moet mezelf mee kunnen brengen in een voorstelling. Met mijn fouten

Ik heb volk rond mij nodig. Het lijkt me de hel om elke dag in je eentje in je auto te kruipen en het land af te hotsen met een solovoorstelling

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234