Zondag 28/02/2021

Een Tour die iedereen wel ergens benadeelt

De Tour de France 2010 oogt zwaar en vooral uitputtend. Niet door een te veel aan te hoge cols, wel door verrassend veel aankomsten bergop - vijf, Mende meegeteld. Niet door te veel gehate verplaatsingen tussenin - die zijn er eigenlijk niet - maar door een leep en ontzettend afwisselend parcours.

97ste editie van Ronde van Frankrijk wordt uiterst afwisselend en daardoor ook ongemeen slopend

Om de drie, vier jaar start de Ronde van Frankrijk níét in Frankrijk. Ditmaal is Rotterdam aan de beurt. De proloog is er een die bij een modernistische haven- stad past: strak en winderig. De 8,9 kilometer vormen een (op de bruggen na) biljartvlakke en quasi bochtenloze lus. Wie heeft een sneller brommertje dan Cancellara?

Dan volgen drie vlakke ritten die telkens een hommage lijken aan een ander type van ‘klassieke’ renner. Rotterdam-Brussel is een ode aan het beuken tegen de wind, de kunst van het waaierrijden. Brussel-Spa waardeert de Ardeense klassiekers. Huy-Arenberg is een eresaluut aan de kassei.

Niemand kan hier al de Tour winnen, iedereen riskeert minuten te verliezen. Contador heeft vorige jaar in de rit naar La Grande Motte getoond dat hij niet kloek is in het rijden in waaiers, maar de Zeeuwse dijken waar de wind zo onnodig blaast - Haringvlietdam, Brouwersdam, maar vooral de Stormvloedkering in de Oosterschelde - liggen in de eerste 70 kilometer van een rit van meer dan 200.

Tussen Antwerpen en Brussel kunnen sprintersploegen alles rechttrekken. Dat kunnen ze niet meer in de rit naar Arenberg, waar de laatste kasseistrook amper 7 kilometer voor de aankomst ligt. Hoe dan ook zal elke favoriet die na de eerste aankomst op Franse bodem géén averij opliep, opgelucht ademhalen.

Vervolgens ‘maakt het peloton kilometers’, zoals dat heet: in drie etappes gaat het zigzag naar beneden.

Van Cambrai naar Reims: vlak. Van Eparnay naar Montargis: vlak. Van Montargis naar Gueugnon: nog altijd behoorlijk vlak. Als hier niet driemaal op rij gesprint wordt, hebben de sprintersploegen danig gefaald.

En ongetwijfeld verzamelen een paar tweederangs-Fransen handenvol punten voor de prijs van de strijdlust.

Tijdens het eerste weekend trekt de Tour de Jura in, naar het onbekende Station des Rousses. Deze rit is niet decisief, wel vervelend, met drie colletjes van tweede categorie in de laatste 60 kilometer en een (niet zo heel moeilijke) aankomst ‘bergop’ op 1.145 meter, met dan nog 3 vlakke finale kilometers. De favorieten concentreren zich ongetwijfeld meer op de eerste echte Alpenrit, daags nadien. Na een lange aanloop is er een pittige finale met de steile Ramaz (eerste categorie) is er de slotklim naar Morzine-Avoriaz (1.796 meter, ook eerste categorie). Avoriaz is weliswaar L’Alpe d’Huez niet, maar het is wel een van de favoriete beklimmingen van Lucien Van Impe: nergens overdreven steil, maar voortdurend fel genoeg. In de wetenschap dat Alberto Contador vorig jaar op een beduidend minder zware col (Verbier in Zwitserland) de Tour in een beslissende plooi legde, kan er zeker wat gebeuren op Avoriaz. Alleen: Verbier zat vorig jaar in de finale van de Tour, Avoriaz is een klim in de eerste helft van de Ronde. Maar maandag is er een rustdag, mogelijk nodigt dat uit tot aanvallen.

Die rustdag is nodig, want de tweede Alpenrit is loodzwaar: (te) lang - 203 kilometer - en veel cols: één van tweede categorie (Aravis), twee van eerste (Colombière en Saisies) en kort voor de finish de eerste reus buiten categorie (Madeleine, 2.000 meter). De Madeleine is een klassieker in de Tour die evenwel zelden of nooit als ‘finale’ col wordt gereden. Maar wie zich uit 1997 het heroïsche duel herinnert tussen de duo’s van Festina (Richard Virenque en Laurent Dufaux) en Telekom (Bjarne Riis en Jan Ullrich), weet dat de Madeleine uitnodigt om slag te leveren. Dat in tegenstelling tot de laatste en derde Alpenrit, van Chambéry naar Gap. Dat is meer een valse overgangsrit dan een echte bergrit. De enige col van eerste categorie, de Laffrey, is eerder laag (886 meter) maar gemeen steil (7 kilometer aan 9 procent). Het is evenwel een knipoog, toch in deze Merckx-Tour, want hier ging Merckx in 1971 fataal door de knieën en begon Ocana zijn triomftocht naar Orcières-Merlette. Maar in de 100 kilometer die volgen is alleen de Noyer (tweede categorie) een obstakel, dus eigenlijk is dit een rit voor aanvallers.

En dan wordt het (even) vlakker. Een aparte kans voor sprinters is er tussen Bourg-lès-Valence en Sisteron, met de laatste 130 kilometer in dalende lijn. Maar nadien wordt het weer taaier. Van Bourg-de-Péage naar Mende is er een bochtig, bergachtig en wellicht ellendig warm parcours tot Mende. En daar moet men de beruchte ‘Muur’ op, met 3 kilometer van 10,1 procent gemiddeld. En de zaterdagrit van Rodez naar Revel is zo’n etappe door het noorden van Le Pays Cathare waarin vermoeide sprintersploegen zelden opkunnen tegen een groepje aanvallers.

Met te weinig ritten onder de wielen waarin men zich een beetje kan laten meedrijven, beginnen de Pyreneeën. Het zal zeker niet in het nadeel van Contador zijn dat hij de laatste grote slag zo dicht bij zijn eigen land mag inzetten, maar in zijn gloriejaren haalde ook Lance Armstrong in de Pyreneeën ongenadig uit. De enige écht slechte rit die hij hier ooit reed was in 2003, over de Pailhères (2.001 meter, 15,5 kilometer aan 7,9 procent, dus terecht buiten categorie) naar Ax 3 Domaines (1.372 meter, 8,2 procent). Carlos Sastre won hier zijn eerste Tour-etappe. De eerste Pyreneeënrit voert het peloton precies over die twee cols, tot bovenop Ax 3 Domaines. Dat heette toen Plateau de Bonascre, maar dat is eigenlijk hetzelfde skigebied. De tweede rit gaat naar Bagnères-de-Luchon, is onderweg gekruid met Portet d’Aspet en Ares (beide tweede categorie) en vlak voor de finish de weinig bekende maar moeilijke Belès (1.755 meter, stroken tot 11,2 procent, buiten categorie). Dan volgt een onversneden klassieker, Bagnères-de-Luchon-Pau, een rit die alleen maar ontzag opwekt: eerst Peyresourde en Aspin (eerste categorie), dan Tourmalet en Aubisque (buiten categorie). Enig ‘minpunt’: de streep is dan nog bijna 50 kilometer ver.

Maar normaal zou dit een beslissende etappe moeten zijn. Na de tweede rustdag volgt de finale van de Tour: van Pau terug tot de top van de Tourmalet, met onderweg twee knapen van eerste categorie (de aartsmoeilijke Marie Blanque en de Soulor), en dan weerom de Tourmalet, ditmaal langs de moeilijkste, westelijke kant. De Tourmalet (2.115 meter) is de hoogste col van deze Ronde van Frankrijk en de laatste die beklommen moet worden. Zijn functie is een beetje te vergelijken met die van de Ventoux vorig jaar - zorgen voor een climax - behalve dat nu de tijdrit nog volgt, en de Tour bovenop de Tourmalet dus nog niet gespeeld is.

Wat volgt is dit jaar dus wel degelijk relevant. Drie ritten: de enige lange tijdrit, en twee klassieke sprintersritten. Op vrijdag is er de biljartvlakke rit door de hete, stoffige Landes naar Bordeaux. De slotrit naar de Champs Elysées in Parijs is vanzelfsprekend ook een kroonjuweel voor sprinters. En tussenin ligt de enige tijdrit sinds de proloog. Zelfs de ploegentijdrit werd dit jaar geschrapt. Vijftig lange kilometers naar het prestigieuze Pauillac. Dit is echt niet het beste terrein voor niet-tijdrijders als de broers Schleck om een eventuele voorsprong te verdedigen. Het is niet het laatste loodje, maar de laatste kilo lood van een Tour de France die moeilijker en zeker slopender is dan men zou denken van een Ronde zonder publiekslokkers als Mont Ventoux of L’Alpe d’Huez. Het is een Tour waar elke favoriet wel een paar ritten heeft om met vrees, en het publiek met grote belangstelling, naar uit te kijken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234