Vrijdag 22/10/2021

Een toren van kabels en licht

Precies zevenhonderd jaar nadat het zevende wereldwonder, de Pharos van Alexandrië, door een aardbeving in de Middellandse Zee is gestort, willen twee Belgische ingenieurs, Paul Gonze en Bernard Delville, op dezelfde plek een nieuwe vuurtoren bouwen. De Héliopharos zou op een kunstmatig eiland voor de Egyptische kust dobberen en op 28 juli 2001, wanneer Alexandrië zijn stichting herdenkt, voor het eerst oplichten. Een bindteken tussen verleden en toekomst, waar men onderzees de ruïnes van de oudste kosmopolitische stad kan bewonderen, terwijl bovenzees een antenne de moderne tijden naar Egypte lokt.

Een groot deel van het nodige geld, een half miljard frank of 12,5 miljoen euro, moet nog worden gevonden, maar toch heeft de Egyptisch-Belgische joint venture die de toren moet bouwen er een goed oog in. "Voor de eigenlijke constructie is er niet zoveel tijd nodig", zegt Paul Gonze, vier hoog in de Brusselse Begijnhofstraat. Een paar weken geleden, tijdens een economische missie onder leiding van prins Filip, bleek nog maar eens hoeveel enthousiasme er in de hoogste Egyptische politieke regionen voor het project bestaat.

"Heel anders dan in België", zucht Gonze, "waar sommigen op het kabinet van minister Di Rupo ons als een komisch duo lijken te beschouwen. Dit project was een ideale blikvanger voor die economische missie naar Egypte. Een cadeau dat door grote Belgische bedrijven mee gefinancierd wordt. Besix, Glaverbel en Bekaert zijn er wild van, ook al omdat de Egyptische markt voor hen heel wat vertegenwoordigt. Bovendien zijn de twee grootste Egyptische studiebureaus voor dit soort werken bij de joint venture betrokken. Maar tijdens de diplomatieke gesprekken bracht men, in tegenstelling tot wat ons werd beloofd, ons project nooit ter sprake. En toen tijdens een persconferentie een Egyptische journalist aan prins Filip vroeg of er behalve aan economische samenwerking ook nog aan cultuur werd gedacht, vertelde hij hoe mooi zijn voorouders de piramiden al vonden. Geen woord over onze maquette, die tien meter verderop stond."

In 1972 haalden Paul Gonze en Bernard Delville met Mass Moving de voorpagina's van de kranten. Voor de Biënnale van Venetië brachten ze ontelbare rupsen samen op het San Marco-plein. De rupsen werden vlinders en het zwerk kleurde vederwit toen ze van onder het gaas in slowmotion opvlogen. Enkele jaren later werd Mass Moving ontbonden. "Omdat een van de leden zich naar de wetten van de kunstmarkt plooide en in galeries ging verkopen", zegt Gonze.

Zelf bleef hij koppig verder gaan, met een evenement dat schatplichtig was aan de mei '68-slogan 'Sous les pavés, la plage'. Een straat in een Brusselse gemeente werd omgedoopt tot 'Jette sur Mer', mét strand. En op 21 december 1989 stuurde Gonze met zijn vereniging 'Tous (les rêves se vivent) / Alle (dromen moeten geleefd)' tien keer tien medewerkers met witte verf door Brussel. Vijfentwintigduizend kleine witte sterren werden met stempels op een zodanige manier in de straten aangebracht dat vanuit de lucht bekeken Brussel één grote witte ster leek. Voor het Schumanplein ontwierp hij een sculptuur met lichtbron die naargelang de stand van de maan zwakker of sterker werd. En ook voor Brussel 2000 heeft Paul Gonze allerlei voorstellen: de Grote Markt bedekken met een goudpapieren ster, of via een goed gecoördineerde afspraak alle bewoners ertoe aanzetten de hoofdstad tot een grote aan- en uitfloepende ster om te toveren. Het antwoord van de organisatoren van Brussel 2000 laat nog op zich wachten.

Een vijfpuntige drijvende ster met een diameter van tachtig meter vormt ook de voet van de vuurtoren die in de baai van Alexandrië moet verrijzen. "Pas nadat we daarvoor hadden gekozen", vertelt Gonze, "zagen we tot onze grote verbazing dat Alexandrië in vijf wijken is verdeeld. En diezelfde ster is ook in de sarcofaag van de godin Isis terug te vinden. Misschien allemaal toevallig, maar het toont toch ook weer aan hoe dit project Alexandrië op de huid is geschreven. Deels bewust, deels onbewust is de hele Egyptische mythologie door dit project gaan stralen."

Het idee voor de toren kwam er toen Bernard Delville midden jaren negentig als directeur van Kilocal, een bedrijf dat zonnepanelen vervaardigde, een groot contract in Egypte in de wacht sleepte. Bij zijn terugkeer in België vertelde hij over de Franse archeologen die sinds de herfst van 1994 met behulp van nieuwe elektronische technieken de onderzeese restanten van Alexandrië in kaart aan het brengen waren. "En plots waren daar die vurige tongen die boven ons hoofd kwamen hangen", lacht hij.

Het bevel om de oorspronkelijke vuurtoren te bouwen kwam van Ptolomeus Sotter in 290 voor Christus. Sotter was de opvolger van Alexander de Grote, die een halve eeuw eerder ten noordwesten van de Nijldelta Alexandrië had gesticht, de stad die zich zou ontpoppen als de grootste haven van de Middellandse Zee. De toren kwam op het eiland Pharos te staan en was zo indrukwekkend dat Pharos later in talrijke talen het woord voor vuurtoren zou worden. Bij gebrek aan meer verfijnde technieken koos architect Sostrates voor een groot vierkant blok waarop hij een achthoekige toren liet bouwen. Boven op de toren kwam een cilinder die uitliep op een cupola waarin het licht van brandende olie, versterkt door spiegels, werd uitgezonden.

Het duurde twintig jaar voor de toren voltooid was. Helemaal uit wit marmer en met zijn 106 meter het hoogste bouwwerk uit die tijd, op de Grote Piramide na. De legende wil dat de vlam zo sterk was dat ze tot op honderd vijftig kilometer zichtbaar bleef en dat de weerspiegeling alleen al vijandige schepen vuur kon doen vatten. Andere bronnen hebben het dan weer over de beeltenis van Zeus die op de toren stond en met zijn vinger de gang van de zon volgde. Over die laatste eigenschap beschikt ook de toren van Delville en Gonze: hij draait met de zon mee. De toren moet met zonne-energie volledig in zijn eigen behoeften voorzien en door zonnecellen aangedreven boten moeten bezoekers van het vasteland naar het dobberende eiland brengen. In de voet zal 2800 vierkante meter tentoonstellings- en ontmoetingsruimte komen, verspreid over vier niveaus: de Veranda in the Bay, de Cyber Caravansary, het Submarine Observatory en de Sun Belvedere. Boven dat platform komt de toren zelf, gevormd door vijf kabels in composiet, die de vorm moeten krijgen van het naakte skelet van een kegelvormige berbertent. Helemaal bovenin zou een lichtgevende ster komen, een luchthavenspot zichtbaar tot vijftig kilometer ver. 's Nachts zou naast die ster alleen een rode laser zichtbaar zijn die zich van onder tot boven een weg door de toren baant.

Paul Gonze: "Wij willen geen reconstructie maken van de oorspronkelijke Pharos. Ons doel is een zo immaterieel mogelijke toren te bouwen, die sober oogt, veeleer een suggestie dan een uitroepteken. Je moet je plaats kennen als je geconfronteerd wordt met de mythe van Alexandrië en het zevende wereldwonder."

Boten moeten bij de noordelijke arm van het dek kunnen aanmeren, de Veranda in the Bay, de vijfpuntige zeester die in het water drijft. De overige armen worden met een maas van transparante zonnepanelen bedekt, waardoor een zacht, natuurlijk licht in de onderliggende tentoonstellingsruimte schijnt. Op de maquette bestaat het hart van die tentoonstellingsruimte uit een moonpool en vier driehoekige bassins, die een doorkijk naar de fauna en de ruïnes op de zeebodem geven, en op hun beurt een ster in de ster vormen. In de andere armen belandt men in een virtueel museum, waar behalve een oud-Egyptische hal met rode granieten muren en kopieën van gerestaureerde oude meesterwerken ook een spaceship room gepland is. Hier zouden computers niet alleen beelden uit het hedendaagse Egypte tonen maar eveneens alle meesterwerken uit het Oude Egypte, waar ter wereld ze zich ook bevinden.

Voorts zijn in de ster ook nog een conferentiezaal in oosterse stijl gepland, een winkel, een informatiedesk en een duikerskantoor. Trappen voeren verder naar beneden, naar het onderzeese museum, een observatorium waar men via een holografische simulatie met het hoofd van Alexander de Grote wordt geconfronteerd. De doorzichtige wanden, vloer en plafond gunnen een onbelemmerde blik op de archeologische rijkdom rondom.

Boven op het dek voeren trappen dan weer tussen obelisken door naar de deels met zonnepanelen afgedekte Sun Belvedere, een vijfhoekig witmarmeren platform dat op vijf monumentale bogen uit roestvrij staal rust, en waar men onder meer een vier meter hoge kristallen maquette van de oude Pharos zal kunnen bewonderen.

Hologrammen, kristallen sculpturen, lasers en glazen panelen. "Wij hebben een zo groot mogelijke doorzichtigheid nagestreefd", zegt Gonze, "een eenentwintigste-eeuwse variante op de vuurtoren van weleer, een baken voor het virtuele."

Aan Egyptische kant was de gouverneur van Alexandrië, Farouk Hosni, onmiddellijk voor het project gewonnen. In augustus 1997 leverde het studiebureau Ney & Partners uit Luik een haalbaarheidsstudie af, waarvan de resultaten veiligheidshalve ook naar professoren in Gent en Leuven werden doorgespeeld. Chantiers Navals de Namèche, Glaverbel, Bekaert en Besix toonden zich enthousiaste sponsors.

In die periode kreeg het project ook enige concurrentie: Pierre Cardin had een grote betonnen obelisk in gedachten. Maar hij kreeg van de gouverneur te horen dat zijn plan de eerste vijfentwintig jaar niet kon worden uitgevoerd. "Wat in diplomatieke taal zoveel betekent als nooit", grinnikt Gonze. 'Waarschijnlijk heeft het feit dat wij Belgen zijn een rol gespeeld bij de keuze van de gouverneur. Wij zijn bijzonder geliefd in Egypte. Al was het maar omdat men zich nog altijd die wonderlijke twintigste-eeuwse remake van de legendarische zonnestad Heliopolis herinnert die baron Empain in Caïro optrok."

Was baron Empain met zijn meter zestig eerder klein van gestalte, zijn imperium was gigantisch. Hij legde tram- en spoorlijnen aan in Kongo, Rusland en China, en ook de Métropolitain in Parijs stond op zijn naam. Voor Egypte koesterde hij een heel bijzondere passie: hij financierde een expeditie die op zoek ging naar de ruïnes van Heliopolis, de mystieke stad waar de zonnegod Ré zijn tempel had. Toen die zoektocht vruchteloos bleek, liet Empain architect Jaspar zijn eigen Heliopolis bouwen, op een reep woestijn dertig kilometer van Caïro - compleet met basiliek, golfterrein, renbaan, luchthaven, vijf kerken, drie moskeeën en meer dan twintig scholen.

"De Belgen kwamen met minder kolonialistische bedoelingen dan de anderen", zegt Gonze, "en bovendien waren we toen ook een van de rijkste naties ter wereld. Dat zorgt er tot op heden voor dat we daar uiterst positief worden onthaald. Ze moesten eens weten! Keer op keer wordt mij gevraagd waarom ik geen project voor Brussel lanceer. Maar weet je, het feit dat dit project bestaat is alleen maar aan de Egyptenaren en hun enthousiasme te danken. Als ik de vuurtoren voor Brussel had bedacht, was er waarschijnlijk niet eens een haalbaarheidsstudie gemaakt. En gesteld dat je het geld vond, dan was de volgende discussie: wat voor de Vlamingen en wat voor de Walen?"

Paul Gonze kijkt wat boos voor zich uit. "In Egypte wordt de uitdrukking souffrir comme un Belge gebruikt als men een onuitspreekbaar leed moet beschrijven. Dat beeld verwijst naar de Eerste Wereldoorlog, naar de manier waarop hier toen aan het front werd gevochten. En nu, zoveel jaar later, is het eigenlijk nog altijd brandend actueel."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234