Vrijdag 21/01/2022

Een tochtdoor de woestijn

Betty Mellaerts praat met Magda Aelvoet

Foto Filip Claus

'Het zou voor mezelf en de partij geen ideale situatie zijn als ik nu zou stoppen met politiek, daar ben ik diep van overtuigd. Ik wil niet ophouden na een zeer negatieve ervaring. Het is niet omdat ik een beoordelingsfout heb gemaakt dat ik verder niets meer te bieden zou hebben. Al ben ik dan achtenvijftig, daar voel ik mij toch nog te jong voor.

"Er zijn fouten gemaakt, dat wil ik niet onder stoelen of banken steken, maar in alle eerlijkheid: ik heb serieus pech gehad bij de start van mijn ministerschap, en voor pers en tegenstrevers was dat te mooi om te laten liggen.

"Voor de verkiezingen wist ik zelfs niet dat ik er in de volgende regering aan te pas zou komen. Wij hadden binnen Agalev nagedacht over de portefeuilles waarover we zouden onderhandelen áls we betrokken werden bij onderhandelingen en ook over wie de mensen zouden zijn aan wie we een verantwoordelijkheid zouden geven. Al de rest moest nog gebeuren. Ik had de tijd niet om een kabinet samen te stellen en kwam met twee man en een paardenkop - uiteraard zonder persdienst - in de dioxinecrisis terecht. Ik zat direct met een roeibootje in het midden van de storm. Het kabinet was bovendien door mijn voorganger totaal leeggehaald, er lag geen blaadje papier meer, de computers waren blank.

"Het ging goed tot het ongelukkige incident in mijn veranda. Het heeft altijd meer effect als het van een ander komt, daarom ben ik zo blij dat het nu duidelijk door Freddy Willockx is gezegd: dat was niet mijn blunder. Ik had een afspraak met Verhofstadt om mee te delen wat ik aan het zeggen was en toen hij mij opbelde, probeerde ik hem ervan te overtuigen dat we niet plots in het midden van een persconferentie een ander verhaal konden vertellen zonder dat dat zou opvallen. Verhofstadt heeft het later zelf ook rechtgezet, maar dat zijn enkele zinnetjes geworden onderaan in enkele kwaliteitskranten. Ik had voor de verzamelde pers gestaan, mijn mededeling was met een camera opgenomen en ging als mijn blunder de wereld in. Die beelden is men ook blijven gebruiken, elk akkefietje heeft men eraan opgehangen."

'De tweede stommiteit was de affaire van de chocoladesigaretten. Die heb ik nooit verboden. Het was pure interpretatie van een journalist op basis van een schriftelijk antwoord op een vraag van een parlementslid. Ik had geschreven: we gaan niet reglementeren maar we zullen de studie overmaken aan de betrokken industriële sector. Maar je krijgt het de wereld niet uit.

"Meteen kun je voorspellen hoe de oppositie nog meer zout in de wonde zal strooien, maar voor zulke dingen krijg je een dikke huid. Dat is nu eenmaal wat zij daar vanuit hun positie over te zeggen hebben. Het leert je dat sommige dingen je gewoon overkomen en dat je daarmee voort moet. Een andere zaak is het als je voelt dat men willens en wetens zaken anders wil voorstellen dan ze zijn. Wat men proberen te maken heeft van de pcb-besmetting begin dit jaar in dat veevoederbedrijf! Daar zijn een paar objectieve fouten gemaakt door het voedselagentschap, maar dat is uitgegroeid tot een saga waarin je plots een aantal andere maatschappelijke krachten aan het werk zag, zoals de christelijke vakbond, die met de opmerkelijke vraag kwam om ambtenaren te schorsen, onder wie een aantal leden.

"Over de context waarin ik ingestemd heb met de wapenlevering aan Nepal zijn duizend en één dingen te zeggen, maar ze doen niet meer ter zake en ze waren trouwens van in het begin onomkeerbaar. Ik heb een politieke beoordelingsfout gemaakt. Die heb ik erkend en ik heb er mijn conclusies uit getrokken. Ik zat echt gewrongen, en komende uit een partij waarin het zoeken naar vredelievende oplossingen zo centraal staat, was het politiek logisch dat ik besliste om mijn ontslag te geven. Daar heb ik geen moment spijt van gehad. Natuurlijk is het verscheurend. Ik heb al meerdere moeilijke situaties in mijn leven meegemaakt, maar ik heb nooit op zo'n radicale manier alles uit handen moeten geven. Alle projecten waar ik mee bezig was, alle mensen met wie ik nog een afspraak had, alle toezeggingen die ik had gedaan, dat viel allemaal weg. Wat ik had opgestart bleef onaf achter en dat viel me zwaar. Als ik een verantwoordelijkheid opneem, ga ik ervoor en doe ik door tot het einde. Nu stond ik daar plots heel naakt en viel ik, zonder iets om handen, terug op mijn binnenste kern."

"Het is geen zwart gat geweest, ik zou het veeleer een tocht door de woestijn willen noemen. Maar ik was niet alleen. In de eerste plaats was er mijn man. We hebben in ons leven geregeld botsingen gehad over het feit dat ik altijd weg was en te veel tijd investeerde in de politiek, maar ik heb nu gevoeld hoe close we zijn. Wanneer ik hem in het verleden aan anderen moest voorstellen heb ik dikwijls gezegd: hij is mijn man en mijn vriend. Het woord man kan alles dekken, het kan zelfs puur formaliteit zijn, maar tussen ons was het altijd zo anders. Op moeilijke momenten besef je dat maar al te goed. Ook mijn kinderen hebben me gesteund. Die moeten toch ook maar van alles over jou in de kranten lezen, maar ze zeiden: 'Moeder, wij weten wie je bent'. En ik moet zeggen: ça compense largement.

"Ik heb ook versteld gestaan van de vele reacties uit de werkkring. Daar heb je wel allerhande relaties met mensen, maar nu het functionele van mijn job zo brutaal tussen haken werd gezet heb ik pas gezien wat ze echt betekenden. De medewerkers van het kabinet hebben zelfs een boek voor mij gemaakt waarin velen onder hen op een mooie en ontroerende manier afscheid van mij nemen. Dat zijn oprechte gevoelens, geen gatlikkerij. Dat onderscheid kan ik heel goed maken. Twee brieven die ik ontving, zullen onbeantwoord blijven, zij zijn vals.

"Ik was goed omringd en toch had ik het gevoel dat ik door de woestijn liep omdat ik me in zo'n extreme situatie bevond. Je doorstaat publiekelijk een harde confrontatie op een moment dat je gekwetst bent. Ik heb mijn persconferentie gegeven en ik heb het einde ervan zonder tranen gehaald, maar dat was het dan ook. Het zat erg hoog. De avond van mijn beslissing heb ik gehuild, 's nachts heb ik zoals altijd ondanks alles goed geslapen, maar toen ik opstond waren mijn ogen toch vreselijk gezwollen. Ik heb ze met koud water gebet tot het wat beter ging. Ik wou mijn kwetsbaarheid wel delen, tonen dat het me diep raakte, maar ik wou geen striptease doen met mijn verdriet.

"Die eerste dagen heb ik in een vorm van verdoving doorgebracht. Niet dat ik medicijnen heb genomen, dat doe ik nooit, maar het was een psychologische reactie. Je schermt je af, onbewust beslis je: nu komt niemand nog aan mij.

"Na de persconferentie ben ik begonnen met een zeer radicale grote schoonmaak in mijn kantoor. Mijn secretariaat klasseerde documenten die bewaard moesten blijven, maar ik hield van de lopende zaken of van vertrouwelijke correspondentie voor het gemak zelf nog een archief bij. Twee en een halve dag ben ik ermee bezig geweest om weg te gooien wat ik niet langer nodig had en alleen bij te houden wat me na aan het hart ligt. Dat is niet zo heel veel: de sleutelmomenten in de opbouw van het voedselagentschap, het dossier over pesticiden, het ozonprogramma en wat me het dierbaarst is: de wet op de rechten van de patiënt. Gedurende meer dan twintig jaar vroegen de organisaties daarnaar en het sleepte maar aan. Het was erg moeilijk om de wet erdoor te krijgen, terwijl ze zo belangrijk is. Als je klachten ernstig neemt, kun je de werking van de organisatie verbeteren. Dan hoef je niet naar rechtbanken te trekken waarbij iedereen op kosten gejaagd wordt en nu en dan eens iemand de jackpot wint. Met ernstige gesprekken en het erkennen van je fouten kom je een heel eind verder.

"Ik ben die documenten niet met nostalgie beginnen te lezen, zo zit ik nu ook niet in elkaar. Ik heb gewoon een selectie gemaakt en het terrein vrijgemaakt voor Jef Tavernier. Daarna ben ik met mijn man voor een weekje naar Frankrijk vertrokken. Het was goed om die territoriale afstand te voelen. We hebben veel culturele uitstappen gemaakt en veel gefietst. Het deed deugd om me zo fysiek af te reageren, maar ik kan een kast dichtdoen. Dat wil niet zeggen dat ik er helemaal niet mee bezig was, maar ik heb niet zitten treuren of kniezen. Het was meer nadenken over hoe ik het verder wou aanpakken, want ik heb nooit een drang voelen opkomen om te zeggen: en nu is het afgelopen met de politiek."

"Ik kom uit een nest waar men vond dat politiek wel degelijk belangrijk was. Mijn grootvader zat in de gemeenteraad. Mijn vader was huisarts en vond dat hij niet zelf kon opkomen - je moest nu eenmaal voor alle mensen zorgen -, maar de teksten waarin beslist werd wie er bij de gemeenteraadsverkiezingen mocht opkomen werden wel bij ons thuis geslepen. En de gesprekken over wie burgemeester mocht worden als men gewonnen had, werden rond onze tafel gevoerd. De commentaren op de verkiezingen werden intensief op de televisie gevolgd en de discussies fascineerden mij. Het leven thuis stond in het teken van: mensen moeten er samen iets van maken en daar doe je aan mee. Mijn gevoel dat je er bij moet zijn als er iets in een samenleving gebeurt, is daar ontstaan. Uiteraard gebeurde dat in die tijd en in mijn familie via de CVP. Mijn moeder was er in het begin trouwens niet over te spreken toen ik mijn schreden naar Agalev richtte.

"Ik ben zeer gevoelig gebleven voor het ethische appèl dat vanuit het christendom vertrekt maar dat ik ook terugvind in andere levensbeschouwingen. Het is zeer lang een drijvende kracht geweest om mij niet neer te leggen bij de dingen zoals ze zijn en een oproep te doen tot meer menselijkheid. Ik kan nog altijd niet tegen onrecht, uitbuiting of verdrukking. Als ik lees dat een kind van vijf alleen op een vliegtuig naar Kongo is gezet, ben ik daar niet alleen niet goed van, maar dan zou ik direct de telefoon willen nemen en aan de betrokken mensen vragen: hoe kan dat nu?"

'Daar is ook mijn allereerste politieke ervaring op terug te brengen. Ik was negen jaar en aangesloten bij de jeugdbeweging van de Blauwe Gidsen. Plots werd er per bisschoppelijk decreet beslist dat zij niet meer erkend werden. Zoals alle verenigingen in het dorp maakten we gebruik van de lokalen van de parochie. Daar mochten we niet langer samenkomen. Ik vond het vreselijk onrechtvaardig dat zo'n bisschop ineens kon zeggen dat mijn jeugdbeweging niet meer mocht bestaan. Het was onze zondagse lust en leven! Een jaar lang was er niets meer voor de meisjes, tot ze met de chiro begonnen zijn. Thuis werd overlegd of we daar wel aan zouden meedoen, maar chiro was beter dan niets en mijn ouders vonden een jeugdbeweging belangrijk. Het heeft trouwens niet lang geduurd, want de scouts zijn me komen halen om welpenleidster te worden.

"Tussen 1956 en 1962 zat ik op de middelbare school. Dat was de tijd van de onafhankelijkheid van de kolonies en het debat over de houding van België daaromtrent. Mijn nonkel Walter, een witte pater die jarenlang in Rwanda heeft gewerkt, vertelde daar veel over. Daar kwam bij dat ik vaak over de vloer kwam bij mijn beste vriendin Els Van Istendael. Haar vader Gust was actief in het internationale vakbondswezen en bij hen thuis ontmoette ik vakbondsleiders uit Latijns-Amerika en Afrika en vertegenwoordigers van de beweging voor de ontvoogding van zwarte Amerikanen. Pas aan de universiteit besefte ik echt wat een geluk ik heb gehad dat ik die mensen zo jong kon ontmoeten. Het maakte me gevoelig voor de grotere verhoudingen in de wereld en daardoor was ik al vlug gebeten door de internationale microbe. Ik wou me zeker niet alleen op de binnenste Belgische politieke toestand concentreren.

"In Leuven studeerden in het begin van de jaren zestig massa's buitenlandse studenten. Binnen de kortste keren had ik onder hen vrienden die zelf een belangrijke rol speelden in de derdewereldbeweging. Ze waren lid van de MEB, Mouvement d'Education de Base, en doordrongen ons van hun overtuiging. 'Je denkt toch niet dat je de wereld verandert door op zondag een centje te geven?', vroegen ze. 'Het zijn de structuren die moeten veranderen.' Omdat we vonden dat we tegenover onze oud-kolonies en de rest van de derde wereld iets goed te maken hadden, werd de 'Operatie restitutie' opgericht. Met die groep trok ik op. Maar zo dreef ik hoe langer hoe verder van alle traditionele partijen weg. Bij hen hoorde ik over dat verhaal nooit iets.

"Ik studeerde Germaanse filologie. Ik houd enorm van talen, ik spreek er vijf, maar de keuze voor die studie had ook te maken met de dood van mijn vader. Terwijl hij bloembakken met touwen naar beneden wilde laten zakken, is hij uitgegleden en van het balkon gevallen. Twintig minuten later was hij dood. Ik was vijftien, de derde van twaalf kinderen. Het bracht een hele omwenteling teweeg in het gezin. Ik had een ongelooflijk goede band met mijn vader. Hij kon goed praten en zingen, souffleerde terwijl ik als kleine uk toneel speelde en hij was sociaal voelend. Kortom, mijn referentiepunt. Mijn moeder is later eveneens verongelukt, ik heb noch van haar, noch van mijn vader afscheid kunnen nemen. Dat is erg. Ineens is alles onherroepelijk voorbij. Ik heb ook een kindje verloren, dat te vroeg geboren werd. Dat het op papier geen naam heeft gekregen, vond ik echt verschrikkelijk. Het stierf twaalf uur na de geboorte en we hadden het nog niet aangegeven. In die uren ben je wel met iets anders bezig dan met naar het gemeentehuis te lopen. In het trouwboekje staat dus: 'levenloos, geslacht: vrouwelijk'. Vreselijk is dat. Nee, het was ons Elsje en ze hoort er voor mij nog altijd bij. Ik ben blij dat de erkenning van doodgeboren kinderen nu eindelijk beter wettelijk geregeld is dan toen.

"De dood is sindsdien voor mij een grote bedreiging en de vrees ervoor neemt niet af met de jaren. Ik ben me des te bewuster geworden van de kostbaarheid van het leven, ik houd er echt waar alsmaar meer van.

"Vreemd genoeg was ik niet bang toen enkele jaren geleden baarmoederhalskanker bij mij werd vastgesteld. De dokters hebben me direct gerustgesteld dat ik veel kans had om het te halen. Ik ben maar één week in de kliniek geweest, de rest van de behandeling heb ik ambulant gevolgd. Ik nam de spuitjes mee naar Straatsburg en liet ze plaatsen in de ziekenboeg van het Europees Parlement. Daar had ik geen nare gevolgen van, ik was alleen gewaarschuwd dat ik er hevige bloedingen kon van krijgen. Tijdens die behandeling besliste het Europees Parlement een delegatie naar Turkije te sturen om er het proces bij te wonen van een journalist die door de politie was omgebracht. We moesten internationaal rapporteren hoe dat gelopen was. Door een ongelooflijk ongelukkig toeval viel gaandeweg het ene lid van de delegatie na het andere af. Als ik niet ging, was er niemand. Ik heb getwijfeld of ik zou vertrekken, mijn behandelend geneesheer geraadpleegd en het risico genomen. De nacht voor onze terugkeer kreeg ik in het hotel een hevige bloeding, dat had ik nog nooit meegemaakt. Ik was zeer bang, dacht: hier kom ik niet meer weg. Maar het is goed afgelopen.

"Ik kan mezelf wel toestaan om ziek te zijn. Die week in het ziekenhuis heb ik zonder morren ondergaan, maar ik heb mijn medewerkers toch gevraagd of ze me al wat lectuur konden brengen, kwestie van de tijd zinvol door te brengen. Als ik al eens ziek ben, ben ik er te veel mee bezig. Door het werk kan ik er afstand van nemen en ik ben er vast van overtuigd dat ik daardoor sneller genees."

"Hoewel ik ook goed opschoot met mijn moeder heb ik toch later pas echt weten te waarderen wat zij voor ons heeft gedaan, zonder enige discriminatie tussen meisjes en jongens. We mochten allemaal studeren wat we wilden. Het liefst had ik rechten én politieke en sociale wetenschappen willen studeren. Mijn moeder steunde mij daarin ook. Maar er kwamen nog zoveel kinderen na mij en we moesten zo ongelooflijk uitkijken hoe we de eindjes aan elkaar konden knopen. Mijn moeder had weliswaar samen met mijn vader geneeskunde gestudeerd, ze hielp wat in zijn praktijk en deed het schoolonderzoek, maar verder was ze thuisgebleven bij de kinderen. Twee jaar voor hij stierf, werd mijn vader adviseur bij de Christelijke Mutualiteiten en omdat hij toch in loondienst kwam, had hij zijn levensverzekering opgezegd. Toen de maand na zijn dood thuis de eerste cheque aankwam, stond er een bedrag op van 1.200 frank. Het was dus van in het begin duidelijk dat mijn moeder opnieuw werk zou moeten zoeken. Dat heeft ze gedaan en gelukkig kregen we ruime studiebeurzen. Ik had bijna 30.000 frank per jaar, wat in 1962 veel geld was, en daarnaast deed ik klusjes. Maar ik berekende dat het mij vijf jaar zou kosten om advocaat te worden en daarna moest je nog drie jaar pro Deo pleiten. Dat betekende acht jaar zonder inkomen. Ik vond dat ik dat niet kon maken. Met Germaanse kon ik na de twee kandidaturen al lesgeven. Dat deed ik in september en oktober, en met het inkomen van die twee maanden en mijn beurs kon ik verder studeren. Ik stapte over naar pol en soc. Die richting bleef aan mij trekken.

"Door mijn engagement in de derde wereld heb ik na mijn studies twintig jaar gewerkt voor niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking. Daar heb ik het belang leren inzien van politiek. Met ngo-werk alleen kom je er niet, je bent te zeer afhankelijk van politieke beslissingen om bepaalde zaken te kunnen doordrukken. Toen na zware onderhandelingen een Waalse vakbondsleider me zei: 'Magda, jij moet in de politiek gaan', lachte ik zijn woorden nog weg. Maar toen mijn jongste dochter tweeënhalf jaar oud was, ben ik toch politiek actief geworden. Bij de Europese verkiezingen van 1979 kwam er out of the blue een doorbraak van de groenen. Ze haalden 80.000 stemmen, niemand had dat voorspeld. Ik had ook voor hen gestemd en heb onmiddellijk contact opgenomen met de club rond Luc Versteylen. In september van datzelfde jaar gingen we in Leuven met een werking van Agalev van start op basis van een advertentie in het huis-aan-huisblad Passe-Partout.

"In 1979 de groene kaart trekken gaf niet direct uitzicht op een beloftevolle carrière, maar dat heeft me nooit veel kunnen schelen. Anders zou ik nooit zolang in de ontwikkelingssamenwerking hebben gewerkt voor een zeer laag salaris. Ik heb nooit iets te kort gehad en ik voelde me gelukkig, ik was bezig met dingen die er voor mij toe deden. Hetzelfde gebeurde toen ik me aansloot bij Agalev. Ik kwam erbij in de grootste onzekerheid over wat de toekomst voor die partij zou brengen, maar ik was ervan overtuigd dat het de moeite waard was. Bij hen vond ik eindelijk op een vanzelfsprekende manier een gevoeligheid en een politieke aanzet waarin ik mij herkende. Het werden jaren van vergaderen in achterafzaaltjes van cafés waar de geur van bier en urine mee naar binnen dreven. Wij werden bekeken als een misschien wel goedbedoelende maar zeer naïeve club onnozelaars die in de marge met luxeproblemen bezig waren. Voor de ene was ons programma niet sociaal genoeg, voor de andere was het, wat de economische perspectieven betrof, totaal onrealistisch en dus niet ernstig te nemen. We waren een beschavingsziekte die wel zou overgaan, zeker. Volledig op eigen kracht en zonder steun van welke grote maatschappelijke groep ook zo'n beweging van de grond krijgen in een verzuild land als België, dat is niet niks. Wij vonden dat we zeer duurzaam groeiden. Eigenlijk betekende dat voor ons te langzaam, maar we zijn er nog altijd.

"Leuven was een moeilijk gebied. Men spreekt nu veel over die 5 procent kiesdrempel, maar daar moest je toen 10 à 11 procent halen voor je een eerste verkozene had. De eerste twee keren werd ik in de Senaat gekozen door coöptatie. Pas in 1991 haalde ik de eerste rechtstreeks verkozen zetel. Tot vier uur 's morgens is die uitslag in de lucht blijven hangen. Er waren computersystemen uitgevallen en het nieuws over Leuven kwam er maar niet. Ik vond het vreselijk spannend. We waren al elf jaar bezig en nu kon ik eindelijk bewijzen dat ik er ook op eigen kracht geraakte."

'Ik heb in alle parlementen zitting gehad waarin ik als Vlaming gekozen kon worden: Senaat, Kamer, Vlaams, Europees, federaal. Het was hard en veel werken. Schuldgevoel tegenover mijn man en kinderen is er zeker geweest. Af en toe stak het de kop op. Ik heb dat met de kinderen besproken. Ze zeiden dat ik op bepaalde momenten echt te veel weg was. Gelukkig komt daar altijd een dikke 'maar' achter. 'Als we je nodig hadden, was je er', zeggen ze dan. Dat leg ik op de andere kant van de weegschaal. Het grote nadeel van de politiek is dat het zoveel tijd opslorpt. Je kunt er niet in functioneren als je niet veel contacten legt met mensen, zowel binnen als buiten je partij, ongeziene banden die je helpen om een bepaalde beslissing aanvaardbaar te maken. De draden weven voor dat draagvlak is een activiteit in de politiek waar men nogal licht overgaat omdat men ze niet ziet. Misschien slagen we er te weinig in om dat onder woorden te brengen.

"Overal steek je wat van op. Mijn Europese ervaring heeft me getraind in het omgaan met uiteenlopende meningen. Ondanks de gelijke ingesteldheid over een aantal kwesties als het milieu, de vrede of het evenwicht tussen Noord en Zuid waren er binnen de internationale groene partijen ook fundamentele verschillen, met name over Europa. Ik werd fractievoorzitter en moest proberen iedereen gemeenschappelijke standpunten te laten innemen. Dat is een ongelooflijk nuttige scholing geweest die me in de regering goed van pas is gekomen. Ik heb er tevens geleerd door te zetten en in te zien hoe iedereen handelt vanuit de aandachtspunten van de groep die achter hem of haar staat, er moeten dus veel verwachtingen ingelost worden. In een regering is het niet anders. Daardoor botst het voor een aantal dossiers nogal eens serieus. Sommigen brullen en schreeuwen dan om hun gelijk te halen, iedereen heeft daar zijn eigen stijl in. Ik heb zo nu en dan ook een luide stem opgezet. Ik kan af en toe echt uit mijn krammen schieten en dan is er geen houden aan, maar normaal gezien probeer ik het bij argumenten te houden. Het komt er tenslotte op aan om de brug te vinden langs waar je een voorstel voor alle partijen aanvaardbaar kunt maken.

"Dan komt de confrontatie met je eigen achterban. Die kan moeilijk zijn, want jij komt uit de besprekingen als degene die de toegevingen heeft gedaan en militanten zijn zich altijd pijnlijk bewust van de eigen tegemoetkomingen. Die van de anderen ziet men niet, daar hangt geen hartenbloed aan.

"Ik ben blij dat ik van de partij het licht op groen heb gekregen om me opnieuw kandidaat te stellen voor de volgende verkiezingen. Iedereen die twee volledige termijnen heeft uitgedaan wordt bij Agalev onderworpen aan die aanvaardingsstemming. We wilden niet dat mensen te lang op dezelfde plaats zouden blijven zitten om daar de macht rond zich te organiseren in een baronietje. Er zijn intussen al veel debatten gevoerd of dat rotatiesysteem een volwassen manier van evalueren is. Volgens mij niet. Agalev heeft te laat ingezien hoe belangrijk personen waren. Al moeten we voorzichtig blijven. De gebeurtenissen in Nederland bewijzen dat een personencultus en een publiek gecreëerde emotie zonder een globaal perspectief catastrofaal zijn. Dat is een nuttig alarmsignaal voor de vraag hoe wij in België de democratie verder vorm moeten geven. Ook hier dreigt de visie op waar we met de samenleving naartoe moeten aan belang in te boeten ten voordele van een personencultus. Ik heb er dus zeker geen probleem mee dat een partij haar mandatarissen kritisch evalueert, maar je moet op zijn minst de tijd krijgen om een paar kiezelstenen in de beek te leggen."

Bij Nijgh & Van Ditmar verscheen 'Vaders zijn zonen', een selectie uit de gesprekken die Betty Mellaerts het voorbije jaar in 'Zeno' heeft gepubliceerd (237 pagina's, 17,5 euro).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234