Maandag 19/04/2021

Een tocht door het donker

undefined

n normale omstandigheden brengen voorzittersverkiezingen vaak wat schwung in een partij. Behalve als die partij zelf diep in een crisis zit, dieper zelfs dan de kopstukken toegeven, zoals nu bij Open Vld. Interim-voorzitter Verhofstadt wil dat de jonge generatie het overneemt. Maar dat kan een vergiftigd cadeau zijn. Want het is níét zo dat Open Vld zo laag zit dat verder verliezen niet meer kan en (klein) electoraal succes in de sterren geschreven staat. Voor hetzelfde geld wacht een nieuwe dreun. Nu Open Vld op de kaart moeten zetten, is de jonge generatie in al haar overmoed de loopgraven insturen. Misschien daarom dat Marino Keulen klaar mag staan als nieuwe voorzitter. Marino is minzaam, maar ook de vervangbaarheid zelve.De crisis bij de Vlaamse liberalen en democraten is dieper dan één tegenvallende peiling zou vermoeden. Goed, Open Vld heeft nog altijd ministers in de federale en de Brusselse regering, waar Open Vld’er Vanhengel zo onverwacht de sp.a van Pascal Smet de gracht in reed. Het leverde Guy Vanhengel, de architect van dat Brusselse huzarenstukje, prompt een promotie op naar de federale regering, zelfs als vice-premier. Sindsdien mag het bekende ‘peterprinciple’ evenwel best van naam veranderen. In: het ‘guybeginsel’.Het peterprinciple houdt in dat iemand gepromoveerd wordt tot één rang boven zijn echte kunde, en dat hij of zij dan onherroepelijk faalt. Volgens het guybeginsel wordt die noodlottigheid altijd extra versterkt, omdat die tweede keus promovendi meestal dán pas leiderschap krijgen als de ‘natuurlijke leiders’ afgehaakt hebben, als de kaarten en omstandigheden dus extra slecht liggen. Zij moeten de partij draaiende houden in dagen dat ook de vermeende ‘top’ dat niet kan. Of denkt u dat Patrick Dewael kamervoorzitter werd omdat dit zijn ultieme ambitie was?Het klinkt wel goed en zelfs een tikje dramatisch als Guy Verhofstadt zegt dat zijn generatie de schuld op zich neemt van de voorbije verkiezingsnederlaag. Dan klopt een beetje - zijn generatie was de laatste vijfentwintig jaar alfa en omega van de partij - maar ook weer niet. Guy Verhofstadt leidde de Europese lijst, dat klopt, maar daar redde hij de meubelen ook. De noodlottige nederlaag bij de Vlaamse parlementsverkiezingen gebeurde met Dirk Van Mechelen (Antwerpen), Marino Keulen (Limburg), Bart Tommelein (West-Vlaanderen), Jean-Jacques De Gucht (Oost-Vlaanderen) en Patricia Ceysens (Vlaams-Brabant), Guy Vanhengel en Sven Gatz (Brussel). Open Vld deed dus een kloeke poging om de verjonging door te voeren. Maar op 7 juni kraakten de kiezers die nieuwe leiders bij hun eerste echte electorale test. Het was de onverwachte ‘Last Hurrah’ van The Lost Generation: Open Vld zit vastgespijkerd op 14,99 procent, ver na CD&V (22,86 procent), ook na Vlaams Belang (15,28), zelfs na de sp.a (15,27), en slechts nipt voor N-VA (13,06). Bij de laatste peiling van La Libre Belgique springt N-VA (14,6 procent) zelfs over Open Vld (14,4 procent).

De factor Verhofstadt

Waarbij Guy Verhofstadt tot de onthutsende conclusie moet komen dat zijn partij, na bijna dertig jaar te zijn geleid door hemzelf en zijn generatie, electoraal op net hetzelfde rampzalige peil zit als toen hij destijds als jonge snaak besloot dat het niet verder kon. Bij de desastreuze parlementsverkiezingen van 1977, toen de PVV (zo heette Open Vld toen) geleid werd door Willy De Clercq, werden de Vlaamse liberalen vastgespijkerd op exact dezelfde 14,4 procent. Ook toen waren christen-democraten en socialisten, maar ineens ook de Volksunie - de N-VA van die dagen - groter dan de liberalen. “Een electoraal vonnis”, want “het slechtste resultaat sinds de oprichting van de PVV”, noteerde Frans Verleyen in De factor Verhofstadt: in de door de PVV afgehuurde Brittanniazaal ziet Verhofstadt die avond zijn mentor Willy De Clercq “lijden en wenen”. In 1977 kwam de PVV er evenwel snel bovenop door fris en ferm oppositie te voeren en vervolgens zichzelf heruit te vinden in een beroemd - berucht - ideologisch congres. Het zijn twee recepten die Open Vld anno 2009 amper zullen helpen.Recept één. Oppositie? De partij kan moeilijk oppositie voeren tegen de regering-Van Rompuy I, een kabinet waarvoor ze zelf de vice-premier levert. Meer, Open Vld gaat dood aan het oppositie voeren tegen alles en nog wat. Oppositie vanuit de meerderheid vooral. Toenmalig vice-premier Karel De Gucht die in Humo pochte dat zijn partij niet wenste dat het asieldossier opgelost zou raken voor de verkiezingen. Of recentelijk, in Antwerpen, waar de lokale liberale beroemdheid Annick De Ridder een frontale aanval inzette tegen Patrick Janssens, “het woordvoerderke van de actiegroepen”. Waarna Lex Molenaar, stadscommentator bij Gazet van Antwerpen, in zijn pen kroop: “Hoe moet Janssens nu reageren?”, schreef Molenaar, “Moet hij De Ridder nu proclameren tot ‘het hoertje van de BAM’? Janssens is veel te slim om zich tot zo’n scheldpartij te verlagen, maar het geeft wel aan hoe diep we in deze vuile oorlog gezonken zijn.”Waarna de feministische pasionaria wakker werd bij Open Vld’ster Fientje Moerman, die prompt een internetpetitie startte om Molenaar voor de Raad voor de Journalistiek te slepen wegens vrouwonvriendelijk taalgebruik. Waarmee Moerman meteen aangaf dat zij, als vrouw, niet omkan met kritiek op vrouwen (Molenaar vroeg namelijk om wat standing in het debat). En als politica niet capabel is om politieke krachtsverhoudingen in de schatten. Moerman bewijst de Antwerpse Open Vld’ers, haar vriendin De Ridder voorop, er absoluut geen dienst mee om over het belangrijkste Antwerpse thema een open oorlog te starten met de Gazet van Antwerpen. Waarna, om het imbroglio compleet te maken, Open Vld’er Ludo Van Campenhout uitdrukkelijk aan de kant van Patrick Janssens ging staan.Oosterweel bewijst: oppositie voeren is niet evident in een context waarin Open Vld in de Vlaamse oppositie zit en in de Antwerpse stedelijke meerderheid. En in de federale meerderheid, wat maakt dat er nog altijd liberale ministers zijn. Voor wie de politiek volgt, is dat allemaal netjes te begrijpen. Voor wie dat niet of slechts van verre doet - driekwart van het land - is het erg ondoorzichtig. In een land als België is elke beleidspartij altijd een beetje mee verantwoordelijk voor alles, zelfs vanuit de oppositie. Wie als een cowboy begint te schieten, knalt vaak in de eigen voet. The duty of his majesty’s loyal opposition is to oppose: dat klopt in het Britse systeem, waar alleen ‘loyale’ oppositie bestaat, namelijk waar de zetelende regering uitgedaagd wordt door een partij die zelf het beleid wil voeren. Niet hier, met raiders als VB, Lijst Dedecker en soms ook de N-VA: die kunnen altijd dieper, harder, feller en ongenadiger gaan in hun oppositie, want ze moeten of willen toch geen verantwoordelijkheid dragen. Als Open Vld dan een beetje oppositie voert, dragen ze een emmertje water naar de zee. Het maakt zo weinig uit.De eerste - weerom - die dat begrepen heeft, is interim-voorzitter Guy Verhofstadt. Hij was opvallend mild voor de regeringsverklaring van Kris Peeters. Ook al zit Open Vld in Vlaanderen in de oppositie, zelf als zette de nieuwe regering flink het mes in de liberale dada van de jobkorting. Maar Verhofstadt begrijpt: zo lang de economische crisis duurt, is er nauwelijks ruimte voor politiek (ook en vooral niet voor liberale lastenverlagingen, trouwens), en dus niet voor politieke vernieuwing en ideeën. Ach ja, ideeën.Recept twee. Ideologische herbronning? Een nieuw ideologisch congres? Nog meer ideologische herbronning? Geen enkele partij heeft de voorbije vijf jaar zo over de eigen ideologie gemijmerd, gesproken en geschreven dan Open Vld. Een liberaal politicus werd maar staatsman nadat hij een bevlogen schriftuur had afgeleverd over het liberalisme, de toekomst en het avondland, en liefst in combinatie. Ik kijk even in mijn boekenkast - het schap ‘liberalen’ puilt intussen uit met recent werk. Van Guy Verhofstadt himself, natuurlijk. Onder meer een overbodig vierde burgermanifest (Pleidooi voor een open samenleving) tot interessantere schrijverij over Europa. Zijn laatste ‘boek’ heet A New Age of Empires, “en telt 64 bladzijden”, staat op zijn site. Dat is geen echt boek natuurlijk, dat doet eerder denken aan uit de kluiten gewassen strafwerk. Verder is ook Karel De Gucht een zichzelf respecterend auteur, met De toekomst is vrij en Pluche. Of Patrick Dewael: Vooruitzien, Wederzijds respect, Het Vlaams manifest, Eelt op mijn ziel en ook aan zijn vingertoppen, gezien zijn onverdroten tokkelen op het klavier. Zelfs Herman De Croo liet zich opjagen (België barst), evenals Sven Gatz en Christian Leysen, over stedelijk liberalisme en ook wel over zichzelf. Youngster Mathias De Clercq schreef al voor hij kon lopen (Pleidooi voor een nieuw liberaal offensief). En natuurlijk was er de in deze onvermijdelijke Dirk Verhofstadt, met Pleidooi voor individualisme en Het menselijk liberalisme, om het land erin te rammen dat het liberalisme naar een hemelsblauwer zwerk rijkt dan welke andere politieke strekking ook. Terzijde, maar toch: al die liberale boeken verkochten sámen niet zo veel als de 35.000 exemplaren van Rechts voor de raap van Jean-Marie Dedecker.De Vlaamse liberalen vergaten de essentiële les: waar te veel ideologen zijn, wordt te weinig aan politiek gedaan. Dat zou alvast een argument zijn om de kandidatuur van Marino Keulen ernstig te nemen: de man schreef nog geen boek.Die literaire activiteit verraadt evenwel het wezenlijke probleem van Open Vld. Ze wilden allemaal zo graag mini-Verhofstadtjes zijn. En degenen die dat beslist zullen ontkennen, zoals Karel De Gucht, wilden vooral tonen dat ze béter konden dan Verhofstadt.Verhofstadt en bij uitbreiding de generatie-Verhofstadt als maat voor alle dingen. Het heeft PVV groot gemaakt tot VLD. De VLD was de eerste partij die haar eigen verkiezingen radicaal democratiseerde. Dat zorgde bij álle partijen voor een copernicaanse omwenteling. Zonder VLD-voortrekkerschap had Caroline Gennez nooit de problemen gehad met sp.a-rood die ze kende, of had bij de CD&V Jo Vandeurzen nooit de pikorde met Pieter De Crem in een voorzittersverkiezing kunnen beslechten. Alleen verzaakt Open Vld haar eigen VLD-eigenheid, en doet men nu vergezochte pogingen om de volgende voorzittersverkiezing zo gesloten mogelijk te maken, doordat kandidaten met een heus team moeten komen opzetten.

‘Fils à papa’-fenomeen

Het zegt wat over het politieke personeel. Bij de Vlaamse liberalen heeft dat vandaag veel weg van een zwaktebod.Groep één is een verzameling ‘blauw bloed’. Het lijstje is overbekend, Jean-Jacques De Gucht, Mathias De Clercq, Eva Vanhengel, Alexander De Croo, Willem-Frederik Schiltz (zij het dat vader Hugo nooit bij de liberalen aansloot): er is in de informele partijrangorde een soort van liberale adel ontstaan. Zelfs Jong Vld-voorzitter Philippe De Backer heeft een liberale stamboom van ettelijke generaties. Nu is dat fenomeen van alle partijen en alle tijden, ook van alle beroepen (vader Museeuw was profrenner, vader Boonen ook). En in een politieke familie met veel vrije beroepen, zoals de liberale, kent men de waarde van het tijdig overdragen van ‘een praktijk’.En het is zeker niet zo dat zonen of dochters per definitie minder bekwaam zouden zijn. Ook niet bij Open Vld. Wouter Gabriels, zoon van verruimer van het eerste uur Jaak Gabriels, genoot wijd en zijd erkenning als een uiterst talentvol kabinetschef, een politiek talent in spe, ondanks zijn relatief jonge leeftijd. Alexander De Croo combineert het voordeel van de achternaam met het relatieve nadeel van het wat clowneske imago dat zijn oudere vader in de laatste jaren van zijn loopbaan over zichzelf heeft afgeroepen. Wat maakt dat De Croo junior misschien wat onderschat wordt, want in zijn eerste publieke tussenkomsten geeft hij best blijk van talent. Daar gaat het dus niet om.Het grote nadeel van het ‘fils à papa’-fenomeen is dat dochters of zonen nooit of veel minder hebben moeten knokken om er te komen. Toen voor de vorige verkiezingen Jean-Jacques De Gucht zijn eerste reeks interviews gaf, werd er waakzaam meegekeken vanuit het kabinet van Buitenlandse Zaken. Zonen van worden verzorgd door.Ze missen de harde selectie van de politiek. Ze moesten nooit leren handig zijn om zich op te werken tot in de kringen rond de juiste ‘patron’, zoals Stevaert dat ooit deed met Willy Claes in Hasselt. Ze moesten nooit harde klappen incasseren, wel integendeel. Zonen of dochters worden te snel en te vaak geaaid en gestreeld. Neem Pleidooi voor een nieuw liberaal offensief het boekje van Mathias De Clercq. Nu werd soms gedaan alsof een mooie jonge liberale halfgod een ontroerend stukje liberalisme had herontdekt. Was de auteur níét de kleinzoon van Willy De Clercq geweest, maar een andere ambitieuze doch anonieme LVSV’er, het zou afgedaan zijn als jeugdig gezwets en gezwijmel. Dat was het ook. Alleen zie ik niemand dat met zoveel woorden zeggen tegen De Clercq junior. Dus gelooft die jongen nog altijd dat hij echt iets uitzonderlijks schreef, en zit Open Vld met een politicus die hoger ingeschaald zit dan gewettigd wordt door de kwaliteiten die hij (voorlopig) toonde.‘Gewone’ kopstukken hebben zich op een of andere wijze moeten doen gelden. Ze moesten excelleren - en dat tegen andere jongemannen of -vrouwen met ambitie, talent en af en toe zelfs een achternaam in. En toch haalden ze het, gingen ze hun eigen weg. Patrick Janssens liet de slagerij van zijn ouders achter, Yves Leterme werd geen plakker-behanger, en het land mag zich gelukkig en veilig prijzen dat Steve Stevaert geen beroepsmilitair werd. Dat in principe ultraliberale principe van ‘struggle of the fittest’ werd in één partij aan banden gelegd: die van de Vlaamse liberalen. Karl Popper en Friedrich von Hayek zouden zich in hun graf omdraaien.Groep twee is het legioen van de ex-woordvoerders. Hoe beslagen ze ook zijn in hun vak, een man groeit maar uit tot een bekwaam woordvoerder als hij zich specialiseert in de kunde van het knechtschap. Hij moet als het ware in de huid van zijn broodheer kunnen kruipen. Dat vereist jarenlange training en ervaring maar ook een vorm van mentale onderwerping aan partij of minister. Men kuist zijn eigen hersenpan uit teneinde voldoende plaats te ruimen voor de bekommernissen van zijn of haar baas. Vice-premier Guy Vanhengel was woordvoerder van Verhofstadt. Kandidaat-voorzitter Marino Keulen was woordvoerder van Patrick Dewael toen die nog Vlaams Cultuurminister was, en werd daarna assistent bij Vanhengel voor Verhofstadt. Ex-voorzitter Bart Somers was woordvoerder van Verhofstadt. Bart Tommelein, fractieleider in de senaat en vroeger in de kamer, was woordvoerder van Patrick Dewael als Vlaams minister-president. Zij maakten carrière door hun baas te helpen om de partij naar zijn inzicht te kneden. Freddy Willockx maakte lang geleden carrière toen hij op het spreekgestoelte van een partijcongres kip-kap maakte van het economische luik van het programma. Woordvoerders hebben zich nooit dissident moeten durven opstellen: hun taak was het leden met branie te isoleren. Een woordvoerder die een echte toppoliticus wordt: we moeten het nog meemaken. Waarom was hun ambitie niet om topwoordvoerder te worden? Ook daar heeft een partij als Open Vld behoefte aan.Groep drie zijn de door Verhofstadt en later De Gucht aangezochte verruimers. Zoals de kaarten nu liggen, levert dit contingent nog altijd het meeste wat de liberale partij vandaag te bieden heeft. Ex-VU’er Sven Gatz, bijvoorbeeld: misschien niet de grote demarrage in de benen, maar een uitstekend politicus. Ex-CD&V’ster Annemie Turtelboom ook. Geen passant zoals haar voorganger Guido De Padt, die een paar maanden minister mocht spelen, maar een harde dame die zich staande houdt in de harde wereld van de federale politiek. Ook verruimers hebben zich ooit geriskeerd. Een beetje in het ijle gesprongen, en velen zijn dan ook fout neergekomen. Maar sommigen bewezen intussen dat ze het zowel in de ene als de andere partij konden maken. Dat wijst al op enig persoonlijk talent.En persoonlijk talent zal zwaar nodig zijn om Open Vld er weer bovenop te helpen. Merkwaardig, toch. Want in heel Europa doen de liberale partijen het deze dagen goed tot uitstekend. Neem alleen de laatste week. De echte overwinnaar van de Duitse verkiezingen is de liberale FDP van Guido Westerwelle, met 14,6 procent van de stemmen. Bij de laatste polls in Groot-Brittannië, deden de ‘Lib Dems’ van Nick Clegg het voor het eerst beter (25 procent) dan Labour van zetelend premier Gordon Brown (24 procent). In Vlaanderen boert Open Vld achteruit. Tien jaar na het begin van paars, na de eerste liberale premier sinds Paul-Emile Janson (1937-1938) en Walthère Frère-Orban (1878-1884), is Open Vld alles kwijt: haar koppositie, haar politieke frisheid, haar gewettigde ambitie, bijna al haar kabinetten, een pak van haar verkozenen, de zweem van glamour en succes die toen rond de Melsensstraat hing. En straks ook Guy Verhofstadt en zijn generatie.De ‘jonkies’ moeten het dus doen. Wat steun zoeken bij elkaar, elkaar hard moed inspreken dat het liberalisme de politieke stroming van de toekomst is. En intussen dat liedje neuriën dat de nieuwe liberale kids nog wel kennen:Een tocht door het donker, didididieWe hebben een zaklamp bij, didididieHet is ineens aardig duister in de schaduw van Guy Verhofstadt. En toch moet Open Vld daar uit.Volgende week: Groen!

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234